Vandaag zaten we zonder internet en telefoon. Ik wist dat
het eraan zat te komen, en ik maakte me er geen zorgen over. Een dagje zonder
internet. Wat maakt het uit? Heb ik alle tijd om mijn koelkast te soppen, zand
te zuigen. Geen stof, maar echt zand. Er zijn stratenmakers aan het werk bij
mij in de voortuin en die zorgen voor een enorme hoeveelheid zand in mijn huis.
Zand zuigen dus. Stapel strijkgoed zou ik weg strijken en dan ’s middags: ’s
middags zou het internet het vast al weer doen. Niet dus, maar we zijn nu nog
bij de ochtend.
Kinderen zitten op school, ik kom thuis, zet de computer
aan, ga de ontbijttafel leeg ruimen, pak de stofzuiger en ga zitten op mijn
bureau stoel. Post checken. Geen verbinding. Damn! O ja, vergeten. Geen
internet. Stofzuigen, koffiezetten en wederom met mijn billen op de stoel voor
de post. Geen verbinding. Hmmm, kranten lezen via de computer. Niet mogelijk.
Sportverslagen lezen, idem dito. Niet mogelijk dus. Koffie drinken, nog een
kop. Koelkast uitsoppen. Maar ik zit echt op een mailtje te wachten. En ik wil
eigenlijk ook mijn facebook profiel even bekijken. Blogspot bijwerken, maar
allemaal niet dus. Met de stofzuiger naar boven. Ik lijk wel een huisvrouw.
Heel effectief, maar toch begint het te kriebelen. Ik ben afgesloten van de
wereld! Ik woon in een woonwijk, heb buren, heb stratenmakers voor de deur
liggen, en heb televisie. Dat nog wel. Ik zet de televisie aan. Maar ik hou
niet van televisie kijken, en ik erger me na 5 minuten al te pletter aan de
platte nietszeggende programma’s. Televisie uit. De echte krant dan maar. Met
nog een kop koffie de krant lezen. Dan gaat mijn 06 telefoon. School! Vast de
school van de kinderen, want die hebben mijn nummer. O en mijn moeder dus. Mijn
moeder die heel verbaasd klinkt. “Ben jij thuis”? Ja, ik ben gewoon thuis. “Ik
probeer al de hele dag te bellen en er wordt gewoon niet opgenomen”! Dat komt
omdat het internet en de telefoon eruit liggen mam. Wilde u op de koffie komen?
Ja, dat wilde ze.
De telefoon had ik nog niet gemist, want ik vind bellen
ook al niets. Ik hou er niet van om gesprekken te voeren via een lijn en dat je
gewoon niet ziet wat de gezichtsuitdrukkingen zijn bij de ander. Word ik heel
onzeker van. Ik bel dus nooit. Ik neem de telefoon ook niet op als er op het
scherm staat: nummer onbekend, of: onbekende beller. Laat maar bellen. Neem ik
niet op.
’s Middags: kinderen naar school, ik naar een
winkelcentrum. Cadeautjes kopen. Heb ik het ook al niet zo op. Moet je
communiceren met wildvreemde mensen. Gaan ze vragen naar een klantenkaart die
ik helemaal niet heb en of ik die dan toch wil hebben. Als ik een klantenkaart
zou willen hebben, zou ik die al wel hebben.
Vragen ze als je net je tenen over de drempel hebt of ze moeten helpen.
Moeten helpen? Jullie moeten helemaal niets! Jullie kunnen helpen. En bij
sommige mensen mogen jullie helpen. Ga je naar de winkel voor nieuwe schoenen,
hebben ze nergens jouw maat, kom je steevast met herenschoenen bij de kassa. “U
weet dat dit het herenmodel is?”Ja, ik weet dat het een herenmodel is. Maar die
pas ik in ieder geval. Er zijn ook hele lieve mensen hoor in de winkels. Die
kennen me al en laten me rustig zelf kijken, trekken het gordijn van de paskamer
niet voor mijn neus weg, terwijl je daar
op zijn aller-charmantst staat in je onderbroek. Onderbroek ja. Geen lingerie.
Weet u nog? Lingerie van de H.EMA. Helpen ze echt en dan word ik altijd heel
vrolijk. Maar u begrijpt dat winkelen niet mijn hobby is. (Op wie zou Niels nu
eigenlijk het meeste lijken?)
| Terug naar de verleden tijd. |
Met mijn hoofd ben
ik bij mijn website; mijn blog waar ik al een week geen tijd voor heb gehad en
vooral bij dat ene mailtje waar ik op zit te wachten. “Wilt u er een tasje bij’?
Nee dank u antwoord ik verstrooid, met als gevolg dat ik naar de auto terug
wandel met een stapel knutselboeken, t-shirts voor de kinderen, 3 pakjes
potloden, een pakket met voetbal pylonen en een doos haarkleurmiddel. Voor mij.
Dat haarkleurmiddel is voor mezelf. Tussen de deur van de winkel en de deur van
mijn auto heb ik 4 keer de spullen over de vloer van het winkelcentrum
verstrooid en begin ik mezelf te ruiken. Sterkere deodorant kopen denk ik. Maar
niet nu. Nu wil ik naar huis. Kijken of ik al weer contact heb met de wereld.
Maar niets. Helemaal niets. Ik zit achter een leeg scherm en ik voel me zo
ontzettend eenzaam. Op de achtergrond spelen 5 kinderen, buiten bij de
voorramen zijn de 2 aardigste stratenmakers van Nederland aan het straten, in
het park achter mijn huis hoor ik mensen met hun honden rennen voor de regen en
ik voel me afgesloten van de wereld! Hoe verslaafd aan internet kun je zijn?
Zou ik vaker moeten doen een internetloze dag. Maar dan wel op een dag dat ik
geen belangrijk mailtje verwacht. Of nog beter: ik vraag of ze de brief
ouderwets in de brievenbus kunnen doen. Ga ik gezellig met een beker thee op de
bank zitten om de post door te nemen. Ouderwets gezellig. Doe ik het antwoord
ook weer in de bus. Kom ik ook eens in de echte
wereld.
En ik ben heel benieuwd wanneer u dit leest, want dat
houdt dan in dat ik weer contact heb!