Posts tonen met het label Zweden.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zweden.. Alle posts tonen

maandag 19 januari 2015

Een wijze trol leerde ons:

Wie al eens door de uitgestrekte bossen van Zweden heeft gedwaald weet dat er een kern van waarheid zit in de verhalen rond de trollen en de elfen. Als je goed kijkt zie je de kabouters bijna zitten op hun bedje van mos aan de rand van de uitgestrekte bosbessen velden. De elfjes zweven vrolijk giechelend boven je hoofd en de trollen nemen een loopje met je. Je hoort ze wel, maar je ziet ze nooit. En ze zijn er wel. Niet voor niets zijn de schalen met pap een belangrijk iets rond Kerst. Want wee diegene die vergeet om een schaal met pap buiten te zetten. Er zal een slecht jaar volgen voor je. Dat ze er zijn, maar je ze niet te zien krijgt, blijkt ook aan het volgende: bij het uitruimen van je kledingkasten kom je kleding tegen die je niet meer aan kan. (Of niet meer aan wilt trekken) Die kleding leg je dan alvast buiten. Dat is handig, als je naar het dorp gaat, kun je direct de kleding in een container gooien. Als het al zover komt, want vaak is de zak de volgende morgen een stuk leger. Er is kleding verdwenen. En in hun huizen, verscholen onder rotsen, in de stammen van bomen, zitten dan trollenvrouwtjes jouw jurk te vermaken tot wel 4 rokken. Of tot gordijnen. Daar komen we natuurlijk nooit achter.

We dwalen af. Afgelopen zomer ontdekten we een stuk van de berg waar we nog niet eerder waren geweest. Vanaf het hoogste punt liep een soort waterweggetje naar beneden. En als je goed keek, was er een mini pad tussen de struiken door. Wij besloten de gok te nemen en te doen wat de bewoners 5000 jaar geleden ook al deden. Via de andere kant van de berg naar beneden wandelen. En daar kwamen we uit in een soort trollenstad. Overal waren huizen van trollen. Links van het pad, rechts van het pad en zelfs onder het pad. We hebben een paar keer in verwondering staan kijken, maar de trollen lieten zich als vanouds niet zien. We hoorden ze wel. Het zachte geritsel om ons heen zei ons dat we in de gaten gehouden werden. Volgens u hoorden we het waaien van de wind door de bomen, maar u bent vast nog nooit zo diep het bos ingegaan. Het waaien van de wind klinkt anders. Neemt u dat nu maar van mij aan.



Halverwege het pad kwamen we een enorm huis tegen. Het huis van de burgermeester trol. Hij was niet thuis, of in ieder geval deed hij niet open.  Maar hij moest wel reusachtig zijn te meten aan de afmetingen van zijn deur. We hebben wat bessen van de struiken geplukt en dat voor zijn deur neergelegd. Want een oppertrol moet je natuurlijk wel te vriend houden. We vervolgden onze wandeling en kwamen uit bij de oude burcht halverwege het pad omhoog naar Hjassan. En dan sta je midden in een stuk geschiedenis. Je ziet de mensen hier rondlopen met hun water en hun dieren. Je ziet de mannen over de stenen wallen lopen bewapend met speren om de vijand in de gaten te houden. Je ziet de kinderen spelen in het hoge gras en je ruikt de mest van de paarden.

Dat was van de zomer. Nu was het winter en waren we opnieuw in Zweden. Niet om te skiën, niet om te wandelen, niet om te genieten. Het huis is verkocht. Razendsnel is het gegaan en zo stonden we met dubbele gevoelens in ons geliefde stukje Zweden. Ons thuis, waar ons hart en ziel ligt. Waren we opeens bezig met een verhuizing en keken we voor de allerlaatste keer naar de zonsondergang boven de Omberg. Keken we een allerlaatste keer naar buiten en zagen we een takje buxus liggen. Buxus die nergens in de buurt groeit. Buxus als symbool dat het leven verder gaat. Grappig, maar hoe kwam dat nu in onze tuin terecht vroegen wij ons wezenloos af. Sophie had het verlossende antwoord. Want even verder zagen we de volgende voetstappen.



We gaan het missen. Ons mooie stukje Zweedse natuur en cultuur. Ons eigen plekje waar we helemaal ons zelf konden zijn en tot rust konden komen. Maar de wijze trol heeft gelijk. Er is altijd een toekomst. Een leven na. Hoe die voor ons gaat lopen, weten we niet. Net zomin als u dat van uw leven weet. Ooit komen we terug; Trollen, nissen, elfen en bosnimfen. Vi ses! Pas goed op elkaar. Doen wij dat ook.

dinsdag 14 mei 2013

De wolf in het bos.


In Zweden hebben ze iets waar mensen in de rest van Europa over vallen. Veenafgravingen. 1 daarvan bevind zich achter ons huis. Diepe gaten in het landschap. Diepe zwarte gaten afgedekt met plastic en omring door afwateringsslootjes.  Om deze afgraving aan het zicht van langsrijdende toeristen te onttrekken heeft de gemeente aan de rand van de afgraving een bos aangeplant. Meter of 40 diep.  Aan de voorzijde van ons huis gaat weg 50. De toeristenweg. En toeristen die zien dat kostbaar eeuwenoud veen wordt afgegraven, dat is natuurlijk niet wat de Zweden willen. Aan de rand van het gemeentebos gaat de grond zo de afgrond in. Lijnrecht naar beneden. Als wij daar als volwassenen in vallen, hebben we heel veel moeite om het gat uit te komen, maar we moeten er niet aan denken dat de kinderen naar beneden storten. En dan in het zuigende veen terecht komen. Kind heeft geen schijn van kans.

Dus hebben wij verteld dat er een beer en een wolf rondlopen in het bos achter ons huis. De kinderen vinden een beer eng, maar een wolf, een wolf is wel heel erg eng! Kinderen blijven ver verwijderd van eng donker bos met huilende wolf. Kinderen hebben de wolf alle drie al een keer horen huilen. Als wij vonden dat de kinderen te dicht bij de bosrand kwamen, gingen wij huilen. Huilen als een wolf. En de kinderen bleven weg. Missie geslaagd.

Maar nu hebben we buren. Nieuwe buren. Of eigenlijk zit er een huis tussen en een enorm perceel aan land, maar ze wonen op het zelfde stuk als ons. 1 mevrouw huurt het huisje en nam mee, haar sambo, die stopte ze in de caravan achter het huis. Tezamen met zijn 3 honden. Zelf zat ze binnen met haar 6 honden. Ze nam verder mee: 4 paarden en 3 geiten. Nog een hele kennel aan katten en nog een stuk of 4 kinderen. Met wisselende aanhang. En nu hoor ik u zeggen: wat een gezellige bende. Nou dat zal dan voor haar zo zijn, maar voor ons en voor de mensen die tussen haar en ons inwonen valt dat een beetje tegen. Haar beesten heten namelijk allemaal Houdini. Ze ontsnappen. Nu hebben we er geen probleem mee als er een paard over ons pad loopt. Zelfs niet als dat beest zijn uitwerpselen laat vallen. De buren van huis 2 gingen uit hun dak toen ze vanuit hun hoofdvestiging aankwamen in hun vakantiewoning en zagen dat de paarden en geiten alle nieuwe planten hadden opgegeten. Logisch. Maar een paard en een geit kunnen we nog best handelen.

Woensdag 8 mei. ’s Morgens vroeg. Ik heb een was gedraaid en loop in mijn hemd naar buiten om de was lekker buiten te hangen. De zon schijnt al flink. Half 8. Terwijl ik bezig ben heb ik het idee gadegeslagen te worden. Hmmmm. Vreemd. Er is normaal gesproken helemaal niemand. Ik hoor iets kraken in het bos naast ons huis. Behoedzaam draai ik me om. Daar in het bos staat een jongeman met helm op zijn hoofd. Gehoorbeschermers rond zijn nek. Dikke handschoenen aan en een bosbouwers pak. Rode konen. Ships! Onbewust gaf ik deze jongen de ochtend van zijn leven. Hej hej roep ik vriendelijk zwaaiend alsof er niets aan de hand is. Alsof ik altijd rondloop met alleen een hemd en een onderbroek. Snel schiet hij weg achter onze aardkelder. Hoor nog net een Hej.

Een uur later ga ik (inmiddels deugdzaam aangekleed) opnieuw nar buiten. Was wisselen. Op de veranda blijf ik staan. Een wolf. Een wolf in mijn tuin. Krijg nu het heen en weer! De jongen in het bos naast ons staat stokstijf stil, met een palenboor in zijn handen. Klaar voor de aanval. Ik knipper met mijn ogen. Kijk nog eens goed. Het is een hond. Een langharige hond ofzo. Kssssst doe ik en hond stuift weg. Jongen ademt hoorbaar diep uit. Ik vlieg naar binnen. “Een hond! Er zit een hond in mijn tuin!” Ben vliegt langs me om oog in oog te staan met een gevaarlijke herder. Met scherpe flikkerende hoektanden. GRRRRRRRRRRRRR doet hond. En dan ben ik klaar. En Ben is klaar. Woest is hij. Best grappig om te zien, want we zien Ben nooit woest. Hond kiest eieren voor zijn geld.

Ben gaat met hoge gele laarzen en een schep op pad naar buren van het huurhuis. Komt langs buren van het huis met de kaalgevreten tuin. Zijn het ook zat en buurvrouw gaat met Ben mee. Gewoon op sloffen. Zonder schep. Dappere buurvrouw.

Buren worden heel hard aangepakt over loslopende veestapel en beloven beterschap. We zijn benieuwd. De bosbouwjongen heeft een ochtend beleeft die hij niet snel zal vergeten. Een halfnaakte vrouw, een wolf die het verkeer op weg 50 lamlegt, een wolf die vervolgens vlak naast hem staat, een herder die een wolf beschermt en een rare Nederlander die met lieslaarzen en schep de aanval inzet op wolf. Op GELE lieslaarzen de aanval inzet.

Tsja. Er zijn saaiere dagen.
Ja, ik heb dus geen foto van die wolf.

vrijdag 10 mei 2013

Finn in lollyland.


We gaan naar het zuurstokkendorp roepen de oudste 2 kinderen enthousiast. Finn haalt zijn schouders op en springt verder op de trampoline. Zuurstokkendorp? Wat is nou weer een zuurstokkendorp? Zal wel weer heel stom zijn. Finn wil niet weg. Hij wil springen op zijn grote springmat. En limonade drinken. Ze hebben hier hele lekkere limonade. Doorzichtige. Dus toverlimonade.  Het ziet eruit als water, maar het smaakt naar limonade. Betoverd.

Maar van pappa en mamma moet hij mee en dus trekt hij zijn schoentjes aan en sjokt naar de auto. Als hij naar de lachende gezichten van zijn broer en zus kijkt, begint hij toch te huppelen. Zal wel leuk zijn. Zuurstokkendorp. Mamma vertelt in de auto over een mevrouw die haar man verloor en voor twee kleine kinderen moest zorgen. Dat ze om te overleven zelf snoepjes ging maken.  En ze verkocht. Dat die snoepjes heel populair werden. Rood met wit gestreepte zuurstokken. Dat er tegenwoordig meer toeristen naar het zuurstokkendorp komen dan bijvoorbeeld naar Pippi Langkous land. Finn zucht hardop. Hij wil niet heel veel mensen om hem heen. Hij wil wandelen in het bos, of schatten jutten aan de waterkant. Gister had hij een witte tak gevonden en een stuk elastiek. Daar had hij een katapult van gemaakt om stenen mee weg te schieten de zee in. Pappa zegt dat het een meer is, maar je kunt de overkant niet zien. Pappa weet het gewoon niet. Geeft niets. Pappa is al oud. Oude mensen vergeten dingen. Finn weet dat het een zee is. Hij is nog jong en dus weet hij het zeker. Er varen namelijk boten op.

Pappa parkeert de auto midden in het centrum. Gewoon voor de winkel waar ze gaan kijken. Het is helemaal niet druk. Mamma wordt zeker ook al oud. Weet ook al helemaal niets meer. Om de winkel in te komen moet je door een houten deur. Met een tringel bel. Tringel tringel doet de bel. Finn doet de deur nog 3 keer open en dicht. Grappig geluidje. En het ruikt heel erg lekker in dit huis. Heel erg lekker. Zoet. Zo zoet als in een snoepwinkel. Hij kijkt om zich heen en ziet zijn broer en zus al rondjes lopen tussen rekken vol zuurstokken; kasten vol lolly’s; planken vol potten drop; kisten vol kapotte snoepjes. Zakken met chocolaatjes. En een grote glazen ruit met bankjes ervoor. Achter dat raam staat een mevrouw met een wit schort en witte handschoenen met een soort klei te spelen. Net als pappa met zijn brooddeeg als hij brood gaat bakken. Of pizza’s. Mevrouw gaat vast pizza eten vanavond. Volgens pappa is dit het deeg om lolly’s en zuurstokken te maken. Suikerstroop. En het is heel warm. Daarom heeft die mevrouw handschoenen aan. En voor de hiegiena. Dat is een wild dier. Net als een vos en een wolf. Die zitten in het bos achter het huis, Finn mag daar dus niet komen.

De kinderen mogen alle drie iets lekker s uitzoeken. Dat is nog best heel moeilijk, want de kleuren zien er allemaal zo lekker uit. Mamma hoeft die stokken niet, die kiest drop uit. Grote staven drop en voor iedereen is er eentje. Finn loopt intens tevreden de winkel weer uit. Met een hele grote zuurstok op een stok. En ook nog een kleine blauwe lolly. Omdat die rood-wit-blauw is. Net als de Nederlandse vlag. En de Noorse zeker, want het is een Noorse lolly staat er op het papiertje. Het zal allemaal wel. Pappa en mamma gaan koffie drinken met groene prinsessengebakjes en de kinderen mogen als afsluiting nog een ijsje. In de auto terug naar huis weet Finn zeker dat hij nog wel een keer naar dat lollyland wil. Op de trampoline springen kan altijd nog.

maandag 5 november 2012

Een wrak op de weg.

Pappa is naar Zweden. Met het vliegtuig. Of eigenlijk: eerst met de auto; toen de trein; daarna de bus en hup het vliegtuig in. Vliegtuig weer uit, in de bus naar de auto verhuur. Rent a wreck. Huur een wrak. Tsja, wat zullen we daar van moeten denken?

De kinderen waren vandaag meer aan het huilen dan iets anders, want pappa was weg, en waar was pappa? In Zweden. Wisten ze eigenlijk wel, maar vertrouwen deden ze het toch niet helemaal. Ze hebben de tas gezien. Rugtas met schone sokken en onderbroeken; zijn paspoort in de tas zien gaan; vliegtickets gezien, uitgeprint, dus niet echt volgens wetenschappers van 5/7 en 9 jaar; om 4 uur 's nachts hun bed uit gehaald om Ben naar de eerste trein te brengen en toch vertrouwen ze het niet helemaal. Of we gaan scheiden en of pappa weer ziek is en dat ze zelf allemaal ziek zijn en liever thuis willen blijven. Huilen 's morgens en 's middags in de hoop niet naar school te hoeven en zijn zenuwachtig.

Om kwart over 3 haal ik ze weer uit school. Sophie heeft in haar ondergoed gegymd, want mevrouw had echt haar tas niet mee, ga maar kijken bij de kapstok zeg ik en even later komt mevrouw met tas naar buiten. Hoeven we niet te wassen denken we dan maar. Broers gaan elkaar te lijf op schoolplein en lippen van oudste broer barsten open. Jongste broer krijgt een slag tegen zijn oog. Met 2 brullende jongens en 1 mokkend en half slapend meisje loop ik naar de auto. Pft..... hoe doen gescheiden ouders dit in vredesnaam?? "En hoe komt pappa dan van het vliegveld naar ons huis?" Probeert 1 van de kinderen door ons verhaal heen te prikken. "Pappa rent a wreck! hij huurt een wrak bij het vliegveld." Een wrak? 3 kinderen zijn op slag hun boosheid vergeten en rollen lachend uit hun gordels over de achterbank. Een wrak! Hoe kan dat nou? "Die auto heeft in ieder geval 4 wielen en een rem. Geen deuren, geen motorkap, geen achterbank, verder helemaal niets. Alleen 4 wielen en een rem." Gooi ik er een flinke schep onzin bovenop. Kinderen hikken bij het zien van beeld van pappa die vastgebonden op stoel zit, die linkerportier vasthoud met 1 arm en met regenpak en skibril achter stuur zit. Skibril vanwege het ontbreken van voorruit. Er zal maar een hagelbui naar beneden komen. Kinderen zien de tas van pappa over snelweg vliegen en de wangen van pappa blubberen door de snelheid.
Een wrak. Overduidelijk. Kiest u maar!

"Heeft die auto wel echte Zweedse spijkerbanden?" "Tuurlijk! dat dan weer wel. Spijkerbanden onder die 4 wielen." "GAAF!!!!!! Kunnen wij ook niet een wrak kopen?" "Nou, jongens, daar doen ze in Nederland allemaal nogal moeilijk over. Je krijgt al een fikse boete als een lamp defect is. Laat staan dat de portieren met touwen vastzitten en de kinderen op de kale laadvloer zitten, omdat de achterbank bij 1 van de vele verkeersheuvels uit de wagen is geschoten. Laat staan dat er geen ramen meer inzitten. Krijg je iedere keer de vuilnis van je voorligger in je gezicht. Klokhuis, mandarijnen schillen, restant koffie, inhoud van de asbak."

Thuis aangekomen is de sfeer weer goed. En helemaal als pappa belt. pappa is in het huis en hij heeft een nieuwe muts gekocht. Kinderen kijken elkaar aan en stikken opnieuw. Muts is weggewaaid!! Nou, eigenlijk ligt de muts nog gewoon thuis op de verwarming, maar maakt niets uit. Nieuwe muts en het is al helemaal donker bij pappa. En koud. pappa heeft het koud. Gaat slapen in de slaapkamer van de kinderen. En de kinderen slapen vanavond bij mamma in de kamer. Goed geruild! Ze weten dat het goed gaat met Ben en zijn opeens doodmoe. We gaan vanavond op tijd naar bed, want de dag begon hier al om 4 uur vannacht. Welterusten!!!!!
Ook oude auto's, maar dan met deur en raam.

dinsdag 4 september 2012

Pippi Langkous land. Oftewel: Astrid Lindgrens Värld.

Standaard uitje in de afgelopen vakanties is een trip naar Vimmerby. Hometown van de bekende Astrid Lindgren. In Vimmerby is een park gebouwd dat er niet alleen keurig verzorgd uitziet, er heerst een serene rust. In een pretpark. Serene rust. Mensen nemen zelf hun picknickmanden mee en overal staan grilltafels. Vuurtje stoken, worstjes grillen, genieten. Bij de ingang kun je voor 20 kronen een karretje huren en daar zet je tassen en manden en soms ook kinderen op/in. Het avontuur kan beginnen.
Goed, hier waren we al een aantal uur op pad. De kinderen hadden de waterspeeltuin reeds ontdekt.

In Pippi Langkous land, zoals onze kinderen het park noemen, komen de verhalen van Astrid Lindgren tot leven. Acteurs spelen Emil, Pippi, Karlson på taket en alle andere verhalen na. Tot in detail. En al is het in het Zweeds, alle kinderen kijken ademloos toe. Schrikken als ze in de setting van De gebroeders Leeuwenhart zitten en opeens omsingeld zijn door de zwarte ridders. Helpen Pippi om uit handen te blijven van de rovers die het voorzien hebben op de schat van haar pappa. Helpen Ronja de Roversdochter om een schuilplaats te vinden in het bos. Kruipen door de kelders van kabouter Tomte Tummetot .
De gebroeders Leeuwenhart.

Tomte Tummetot woont in de kelders onder een huis. Alle meubelen zijn heel groot gemaakt en de kinderen vinden het eigenlijk een beetje eng. Vooral als we onder het bed een holletje inkruipen. De ingang naar de verblijfsruimtes van Tomte Tummetot. Alles is megagroot. Van haarborstels tot lucifersdoosjes, van klosjes touw tot toiletpotten. En bij die toiletpot gaat het mis. Terwijl Sophie en Niels op het toilet proberen te klimmen, dondert het deksel van het doorspoelreservoir naar beneden. Niels en Finn rennen naar de in/uitgang voor volwassenen, pappa er achteraan. Sophie rent gillend door de gangen naar het holletje onder het bed. Om vervolgens te verdwijnen. Ergens. Ik wurm me ook door het muizenholletje, maar geen Sophie meer te zien. Ben en de jongens staan bij het mega grote tuinmeubilair en we besluiten ieder langs 1 zijde van het huis te gaan wandelen. Dan zouden we Sophie tegen moeten komen. We vinden haar weer terug, uitgegild en al, maar het huis van Tomte laten we verder links liggen. Zorgt nog 3 weken voor nachtmerries bij de jongste 2 kinderen. Het idee dat er kleine mannetjes onder je bed wonen en daar rammelende toiletpotten hebben staan zorgt niet voor een gezonde nachtrust.
Tsja, en dan ben je opeens weer heel klein.
Bij Ronja de Roversdochter zijn er bosnimfen. Met paarse en groene haren. En ook die wezens maken diepe indruk. In de auto terug naar huis hebben ze het over de mini mensjes die in het bos leven. Zijn ze nu wel, of niet kwaadaardig? “Vast niet” doorbreekt Finn na een tijdje de discussie. “Weten jullie nog vorig jaar dat mamma paars haar had? Mamma is dus eigenlijk ook gewoon een bosgeest. En mamma is toch heel lief? “ De andere zijn nog niet overtuigd. Mamma eigenlijk ook niet. Hoezo een bosgeest?
Ronja de roversdochter bovenop de waterval.

Gedurende de dag lopen we van toneelstuk naar toneelstuk. Zijn de kinderen hoofdpersonen in een spannend jeugdboek. En hoewel we hier al 5 keer eerder zijn geweest, vervelen doet het nooit. Ieder jaar zien we nieuwe dingen, begrijpen we meer van de verhalen. Lopen we van picknickplaats naar picknickplek. Van speeltuin naar hindernisbaan. Hebben de kinderen de grootste lol.
Met water spelen. Dammetjes bouwen. Altijd feest.
Thuis wordt er nog een tijdje na gediscussieerd over wie nu wie is. Finn is Emil. Sophie is Ronja de roversdochter, maar toch ook Pippi, Niels is de grote broer uit de gebroeders Leeuwenhart. Pappa is; tsja pappa. Pappa is Karlson. We zien pappa wel met een vliegtuigmotertje rondrennen. Broem, broem. 
Pappa på taket. Ehh, sorry. Karlson på taket dus. Let op de propeller op zijn rug.
En ik, wie ben ik dan eigenlijk? Pippi roept u nu allemaal. Nee, mensen geen Pippi meer. Ik ben volwassen geworden weet u nog? Soort van in ieder geval. Laat mij maar de mamma zijn van de avonturen van het eiland Zeekraal. Ben ik mamma Melkerson, die de belevenissen van haar gezinsleden aan het papier toevertrouwt.  Kunt u tot in lengte van dagen genieten van de belevenissen van mijn gezin. En nemen we u mee op avontuur.


dinsdag 28 augustus 2012

Cursus eland voor de toerist deel 2.


Ik zou jullie nog op de hoogte houden van onze jacht op elanden. Tijdens een rit naar het zuurstokken dorp Gränna reden we over allerhande bosweggetjes. Even een keer niet via de normale route. Dan is de normale route trouwens heel mooi, langs het meer, maar soms wil een mens even iets anders. Bosweggetjes dus. En zo kwamen we een natuurgebied tegen die wij nog niet eerder ontdekt hadden. Gezien het tijdstip en de lege picknickmand besloten we de plek aan te kruisen op de kaart en voor een andere dag te bewaren.

Die dag kwam. Gewapend met een picknickmand vol eten en drinken, een rugtas met de hoognodige survival benodigdheden: water, broodjes, dropjes, toiletpapier, pleisters, koffie, tekentang, dat soort dingen, gingen wij op pad. De mand bleef in de auto, want de route bestond uit 2 lussen. Een grote en een kleine. We begonnen met de kleine en zouden dan picknicken bij 1 van de bankjes bij de auto om vervolgens deel 2 te lopen.

Deel 1 was over een hoger gelegen stuk berg. De koeien liepen om ons heen, maar na ons even bekeken te hebben, gingen de koppen weer omlaag en begon het proces van herkauwen opnieuw. Wij liepen verder. Er zouden restanten te zien zijn van een oude nederzetting. De enige aanwijzingen die wij kregen waren oude fruitbomen. Geen gestapelde stenen voor bewoning gezien. De route was leuk, maar niet echt spectaculair. Zou nog komen. Wisten we toen nog niet.

Na de picknick op naar het tweede gedeelte. Het was begonnen te miezeren, maar dat mocht de pret niet drukken. Gelopen zou er worden. Elanden gespot. En we waren vooral heel benieuwd naar dat spectaculaire uitzicht over het Vättern.  De oranje strepen op de bomen moesten gevolgd worden. Over modderige paden, door een moerasgebied waar mamma kriegel werd van de mini- kikkertjes, langs een steile klim waar je iedere stap vastzat in een prikkelstruik, naar een open plek in het bos waar het vol stond met rijpe kruisbessenstruiken. Er werd halt gehouden voor een vitamine shot.

Ondertussen hoorden we iedere keer in de verte gebrom. Zouden dat? Zou dat? Om ons heen waren koeienvlaaien te zien en elandenkeutels. Zouden we dan toch nog?
1 stuk moesten we een beetje op de gok volgen, want de bomen met de routestrepen waren gerooid. Handig dan. Maar we vonden het pad weer. (dachten we) Het pad ging steil omhoog langs de afgrond. 2 kinderen voor me, balend dat de hondenriem voor Finn nog in de auto lag. Kind nummer 3 liep achterop bij pappa. “Voorzichtig lopen, niet rennen. De stenen liggen los, het hek is niet zo sterk, let op slangen, let op wespen, let op…” Ik voelde me net een verkeersbrigadier. De kinderen renden als klimgeiten voor me uit. Loszittende stenen of niet. Wat een conditie hebben die kinderen van mij. Uitkijkplek met spectaculair uitzicht hebben we niet gevonden, wel een hek voor onze snufferd. We konden niet verder. Een steenlawine had het pad afgesloten. Rechtsaf klimmend over losse stenen omhoog naar een open plek met een paar omgevallen bomen. “Dit is toch geen route om met kinderen te lopen? Dan zijn die van ons wel iets gewend, maar een standaard stads gezin met beeldschermkinderen zou hier danig in de problemen komen.”

Kwamen wij uiteindelijk ook. Sophie zat op een omgevallen boom haar drinken te drinken toen de takken het begaven. (Controleer je 1 keer een boom niet) Met luid gekraak en geschreeuw van Sophie raasde ze naar beneden. Alle takken die ze tegenkwam braken af. Ben kwam in beweging, en net voor dochter op de grond zou klappen, had Redder Pappa haar te pakken. Haar gezichtje en been lagen open. Broek was in tweeën gescheurd. Tak stak dwars door broek heen. Moesten we afbreken om Sophie te kunnen bevrijden. Pleisters plakken, dochter troosten en snel weg van deze plek. Elanden waren in geen velden of wegen meer te bekennen.

Helemaal boven kwamen we op een weide uit. Met een bordje. Uitzichtpunt. Na het eten van de kruisbessen waren we pratend de verkeerde kant opgelopen. De gevaarlijke klim langs de afgrond maakte geen deel uit van de route. Het uitzicht maakte een hoop goed, maar die elanden bleven ons dwars zitten. En toch hoorde we op een afstand hoeven op de grond. En gesnuif.

We liepen verwachtingsvol het laatste stuk. Doodstil. De kinderen waren moe en hoorden ook het getrappel. Opeens schoot Ben in de lach. Een kudde koeien. Vaalbruine koeien. Niet eens van die mooie. En het laatste pad richting auto liep over hun favoriete wandelplek. Platgetrapte wandelplek. Platgetrapte wandelplek vol met koeienvlaaien. Platgetrapte wandelplek met vloeibare koeienvlaaien. “Dit is toch geen toeristenpad?” Riep ik verontwaardigd uit. 4 en een half uur hebben we erover gedaan. Een wandeling van  4.2 km. En u raadt het al: GEEN eland gezien. (Behalve dan op dat vermaarde bord)


Om positief af te sluiten: de wonden in Sophie haar gezicht zijn aardig genezen en het uitzicht was werkelijk verpletterend.

woensdag 22 augustus 2012

De verrassing van Väderstad.

Zweden 22 augustus 2012. Slecht weer. Buien. Hele harde buien. Harde herfstige hagelbuien. We gaan naar een museum in de buurt. Een soort openluchtmuseum, maar dan binnen. Valt zwaar tegen en met een kwartier staan we weer buiten. In de regen. “En nu?” Ben heeft het al heel lang over een konditori in Väderstad. Een met een oud interieur ofzo. Ik heb er al een keer op blogspot over gelezen, maar we zijn er nog steeds niet geweest. En terwijl Ben vroeg “wat nu?” Schoot bij mij die konditori te binnen.
Het gekke is dat we iedere keer als we naar de stad gaan, of 9 van de 10 keer als we een rondje hebben gereden, langs de afslag komen. De afslag die we steevast niet nemen. Achteraf kun je je afvragen waarom niet. Maar ja, dat is achteraf. Heb je niets meer aan. Hoewel; leermoment. En je bent nooit te oud om te leren. Via prachtige binnenwegen rijden we naar Väderstad. Op het eerste gezicht lijkt het gewoon op een normale bakkerij. Niets bijzonders. Brood en koekjes in een vitrine en serveersters met witte schorten. Koffie op pruttelende paatjes. Op eigenlijk pruttelende koffie op plaatjes. De deur naar de bakkerij staat open en de geur van versgebakken brood doet je meer bestellen dan je eigenlijk op kunt.  
Of we boven willen zitten krijgen we van 2 dames te horen. 1 van de dames poetst hard op een tafel en zegt zelfs dat we beter boven kunnen zitten. We hebben het idee dat we met de kinderen niet beneden mogen zitten. Prima, maar wel heel ON-Zweeds! Ik mopper de trap op. Dat doe ik dan namelijk. Mopperen. Ik begin te mopperen en wee diegene die dan in de buurt komt. Misschien een idee voor een verkeersbord: Beware! Mopperende Anna Marie. Al mopperend de trap oplopend via de binnenbocht kom ik ergens mee in botsing. Met een hele oude telefoon. Een hoteltelefoon. En dan klaart mijn humeur weer op. Wat leuk, een stokoude telefoon. En oude raampjes, en oude keukenbanken en oude boekenkasten, en alles is eigenlijk oud hier. Verzorgd oud. Niet gemeentewerf oud. Wel jammer dat er al een groep mensen aan de tafel zit, maar ach. Het lijkt wel een huiskamer. Plek zat. Ben loopt door. Naar nog een huiskamer. En er is er rechts nog 1. En links is de luxe opkamer. Met een bank en stoeltjes uit de jaren 50. Met gezellige wiebelende poten. (Komt ook door de houten vloer die scheef is, maar daar zijn wij aan gewend.) Met koffie in overvolle kopjes is een wiebelende tafel trouwens helemaal niet zo gezellig. We kijken onze ogen uit. Overal zitten mensen te praten, te lezen, te schrijven (Ik) en te genieten van (hele sterke) koffie en versgebakken lekkers. Wat een ervaring. Wat een leuke verrassing in dit plaatsje vlakbij. Mijn dag kan helemaal niet meer stuk als Ben een boek in de boekenkast vind met een voorwoord van de schrijver. Hij heeft zijn boek hier geschreven! Hier in deze konditori. Misschien zelfs wel op de plaats waar ik nu zit. Weggezakt in een groene bank. Genietend.
Oeps. Betrapt terwijl ik snel een hapje van de koek van Ben nam.

Aan een ieder die ooit in de buurt komt: Väderstad Centralkonditori Vallbergsvägen 14. En dan hopen op regen, anders gaat u wellicht buiten zitten en dan mist u de geweldige bovenverdieping!

donderdag 16 augustus 2012

Hembygdsdag 2012.

Vorig jaar was ik met de kinderen naar de Hembygdsdag gegaan bij ons in het dorp. We hadden prachtig weer en de sfeer was geweldig. Oude ambachten; oude machines; oude auto’s en Oud-Hollandse spelletjes voor de kinderen. Maar dan op zijn Zweeds. Ben was er niet bij, en ik vond het precies iets voor hem. Dit jaar hoopte ik op een Hembygdsdag als Ben er bij zou zijn, maar nergens was een aankondiging te vinden.
Tot een week van te voren. We kwamen het bos uit en langs de kant van de weg stond een heel klein bordje: Hembygdsdag 2012.
                                             12 augustus.
En zo togen we op 12 augustus naar het dorp, reden naar het oude gedeelte en parkeerden. Als eersten. Het motterde een beetje, maar zoals het echte Zweden betaamt, laten wij ons daar niet door tegenhouden. Het was rustig. Koud door de draaipoortjes, werden we aangesproken door 2 tandeloze oude mannetjes. Aangeslist dus eigenlijk. Ze hadden oude machines uitgestald en wilden daar eg graag over praten. We hebben het gesprek even geprobeerd te volgen en daarna liepen we door. Op het grote terrein zaten mensen onder party tenten. Koffie te drinken. Aan de linkerkant stond een enorm podium en daar zong een mevrouw. Niemand bewoog op haar ritme. We besloten om net als iedereen, met koffie te beginnen. “3 limonade, 2 koffie en 4 koekjes.” Verwarring bij de dames van de catering. “30 kronen alsjeblieft” was het na 5 minuten. Ik keek lijdzaam toe hoe mijn koffie koud stond te worden. De kinderen keken naar de koekjes. Verwonderd liepen we naar een tafeltje. Zonder tent erboven. Het enige tafeltje zonder tent en het enige tafeltje wat leeg was. (Het motterde nog steeds) “40 kronen per koffie stond er toch?” “Ja, en 20 kronen voor limonade met koekje, 5 zonder.” “Dan hadden we toch 125 kronen moeten betalen?” We keken om ons heen en begrepen langzaam waar de verwarring door was ontstaan. Het was koffie met een volgestouwde schaal koekjes voor 40 kronen. Maar ja, wij komen uit dat land waar de deksel van de koektrommel na 1 koekje weer op de trommel gaat. Netjes 1 koekje bij de koffie. Ben baalde licht van deze gemiste kans. Ik zat te grijnzen. Helemaal toen de koffiekannen langs de tafels doorgegeven werden en we in staat waren om een warme koffie te nuttigen. Zonder koekjes overigens.
Er waren een paar kraampjes met zelfgemaakte jams, noten, augurken en honing en er waren wederom oude ambachten te zien.  Wat ik al had verwacht, Ben genoot. De Zweden bleven zitten waar ze zaten onder de tenten en vonden alles wel goed. Het enige wat ze in beweging liet komen was als er weer lootjes getrokken waren voor 1 van de loterijen. Broodmanden, snoepjes, bloemen, tabak en aanverwante artikelen werden verloot en als de getrokken nummers werden opgeschreven, kwam de koffiedrinkende massa in beweging. Nummertjes controleren. Wij hadden ook lootjes, maar geen prijs.
Oud-Zweedse spelletjes. Niels, Sophie en Finn wilden wel erg graag meedoen. Vooral omdat ze met pijltjes mochten gooien richting een dartbord. Niets ouds aan. Gewoon darten, maar thuis mogen ze dat niet. Hier wel. Mag van die Zweedse meneer. Aan het einde van de ronde had Finn 10 punten, Sophie had er 20 en Niels had 30 punten gescoord. Binnen 5 minuten hadden ze in een Nederlands tempo 6 spelletjes afgewerkt met zijn drieën. Hoe de Zweedse meneer ook maande dat ze het rustiger aan moesten doen. Zweet parelde op zijn hoofd terwijl hij van het ene scoreblaadje naar het andere wisselde om scores te noteren.  Met een zucht wenste hij ons een mooie dag. Na ons nam hij pauze. Een welverdiende pauze. Wij hebben 3 rennende kinderen. Zijn wij al aan gewend.

Op dinsdagavond ging overigens de telefoon. Het was de Oud-Zweedse meneer weer. Niels had de derde prijs gewonnen en of we in staat waren om de prijs op te halen. Dat waren we. En dus togen Niels en Ben naar het dorp. Niels kreeg een zak chocolade noten. Ben kreeg een zak augurken in zijn handen gedrukt. Uit eigen tuin. Waanzinnig lekker en ontzettend leuk. Vol liefde gekweekte augurken. Of we ze wel zouden lusten? “Ja hoor, als ik dit had geweten had ik frambozen uit onze eigen tuin voor u meegenomen”. Sprak Ben trots. Hij werd even aangekeken.  “Frambozen? Die heb ik ook in mijn tuin. Die heeft iedereen hier eigenlijk wel in zijn tuin” sprak hij profetisch. “Lekker met blauwe bessen. Krijg je echt het aller-lekkerste sap. Frambozen met blauwe bessen.” 
De Hembygdsdag 2012 viel letterlijk en figuurlijk in het water. Het kwam niet op gang. Het enige wat de hele middag heeft gelopen zijn de koffiezetters. En de zingende mevrouw bleef stug volhouden. Vooral omdat er een meisje vooraan stond te dansen. Nummer na nummer. In de regen. Onze Sophie had alle ruimte om te dansen en te genieten van alle aandacht. En dus bleef de mevrouw zingen. Voor onze Sophie. Speciaal voor onze Sophie.

Bij de uitgang stond nog een bordje. Gammeldags karamel. “Die ga ik nog kopen Ben.” Riep ik naar achter. De kinderen bleven bij het bord staan. “Doe maar niet mam, het zijn oude karamellen. Hebben ze vast nog in z’n oud blik gevonden.” De kinderen weten dat het Zweedse woord voor oud Gammel is, en dus waren het oude snoepjes. “Ja,”deed Finn er nog een schepje bovenop, “ze hebben in een schuur gestaan. Helemaal verstopt achter alle oude rotzooi. De kinderen vonden ze vroeger ook al niet te eten. Maar ze hebben ze nu toch gevonden. En weet u mam? Wij lusten ze ook vast niet.”
Ik heb ze toch gekocht en de kinderen aten er net zo hard van als hun moeder. Erg lekkere karamellen hadden ze vroeger. Voor volgend jaar hopen we op beter weer, zodat de sfeer weer ouderwets gezellig is. Dat past namelijk prima bij een Hembygdsdag.

zaterdag 11 augustus 2012

De geheimen van ons huis. Deel 1.

Als je een vakantiehuis koopt in Zweden, in ons geval van Nederlanders, moet je niet over 1 nacht ijs gaan. Deden wij wel. En dus kwamen we de afgelopen jaren al hele vreemde zaken tegen in en rond ons huis. De vorige eigenaren hadden bijvoorbeeld de (lekkende) waterleiding doodleuk aan de elektriciteitsleiding gekoppeld, de watervoorziening bestond uit een zwembad met regenwater en beestjes, overal hingen rieten gordijntjes vol ongedierte en midden op de gang was een douche cabine geplaatst. Een douchecabine die te groot bleek te zijn en dus werd er een gat in het plafond gezaagd. Het meeste konden we bij de bezichtiging zien, maar veel ook niet. De vraagprijs was redelijk en de plek geweldig. Wat een potentie heeft dit huis. En dus kochten we het op een koude winterdag en een maand later reden Ben en ik naar Zweden om het huis leeg te trekken. (Bijna)alle meubelen,  gordijnen, beddengoed en vuilnis verdwenen naar de vuilstort. Bij de Ikea kochten we nieuwe bedden en raambekleding. 2 weken later kwam ik terug met de kinderen en vakantie na vakantie hadden we de tijd van ons leven in het prachtige Sverige. Vakantie na vakantie werd het huis meer van ons. Nieuwe elektriciteit, nieuwe radiatoren, nieuwe keuken, alles werd gewit, het vuilnis wat overal rond het huis uit het bos vandaan kwam werd opgeruimd en het huis werd mooier en mooier. 1 ding zat ons dwars. Als het ’s nachts regende hoorden we het ergens druppelen. Drup-drup-drup. Lekkage. Duidelijk. Ergens zit een lek in het dak maar waar? Bij ons voeteneinde zat een knop. En die knop hoorde bij een dichtgetimmerd luik. Een dichtgetimmerd en gelijmd hok. We hadden beter moeten weten. Maar soms, moet je een beetje naïef zijn. Soms moet je risico’s nemen. En dat hebben wij met ons volle verstand gedaan. Dit huis is een leerproces naar een tweede huisaankoop in zweden in de toekomst. We hebben dus nog steeds nergens spijt van. Laat ik dat alvast duidelijk maken.
In deze vakantie regende het wederom op een nacht en Ben hoorde het nu ook. Drup-drup-drup. “Morgenochtend maak ik dat luik open”. Mijn maag draaide zich om.
Het kostte de nodige moeite, maar met luid gekraak schoot het hok open. Ben vloekte zacht. Achter het luik stond een krat. Een groot blauw krat. Halfvol water. En de rest lag er naast. Had een gat veroorzaakt in een balk, en had gezorgd voor een rottende plek in de vloerplaat. In de plafondplat van de keuken. Zelfs het plaatsen van een krat om water op te vangen had de vorige eigenaar maar halfhalf gedaan.  Ben begon met goede moed aan het wegschrapen van alle verrotte delen, gooide bak na bak naar buiten en zag het nog steeds allemaal zitten. Zelfs het enorme mierennest wat naar benden kwam en hem vol raakte, weerhield hem niet om vol goede moed door te gaan. De schade was groot, maar omdat ons huis een echt trå hus is, kon alles nog gerepareerd worden. Er gaat een nieuw dak komen. In het voorjaar krijgt ons huis weer een oorspronkelijk pannendak. Niet nu. Voor nu had pappa een noodoplossing. Er kwamen bitumen op het dak. Maar hoe kom je op het dak? De enige ladder was een ramenlap ladder. Niet hoog genoeg om op het dak te komen dus. Pappa had een idee. Een echt Zweeds idee. In de orde van Emiel! (U weet wel, dat jongetje wat altijd straf kreeg en dan poppetjes ging snijden in de schuur.) Pappa bond een touw om het middel van Niels en zou hem ophijsen. Niels met touw aan de ene kant van het dak, pappa als een beiaardier aan de andere zijde. En dan kon Niels mooi het teer op het dak smeren, de rol bitumen plakken en pappa zou af en toe wel aanmoedigen. Pappa zag het helemaal zitten. Mamma niet. Mamma zou pappa wel als Emiel omhoog hijsen en dan het uiteinde van het touw aan een boom vastzetten en met de kinderen nar een speeltuin gaan. Pappa ging maar iets anders verzinnen. Het werd een ingewikkelde constructie met een hefboom en een trap op het dak en een balancerende Ben.  
Ben klom het dak op en terwijl hij op de nok vooruitschoof vroeg ik aan de kinderen of ze nog iets wilden zeggen tegen pappa. “Veel plezier in de hemel”, “veel plezier in Afrika” en “leuk u gekend te hebben”. Wij dachten meer aan: succes pappa, kijk goed uit. Mogen wij uw koekjes? Maar de kinderen hebben klaarblijkelijk niet zo veel vertrouwen in pappa. Mamma wel. Mamma programmeert het nummer van de eerste hulp post alvast in haar telefoon. Alle vertrouwen hebben we hoor, maar zullen we alvast gaan bellen? Weten we zeker dat de ambulance op tijd is.
Kinderen namen plaats op de trampoline, mamma met laptop aan de buitentafel om u op de hoogte te stellen van de vorderingen en zo zaten we meteen allemaal eerste rang als pappa naar beneden kwam zeilen. Met luid geraas donderde er een deksel, gereedschap en een bezem naar beneden. Maar het moet gezegd worden: Ben bleef zitten. En het dak werd afgeplakt. Laat die regen nu maar komen, we zijn hem 1 stap voor.
Het moraal van dit verhaal? Ook al is de vraagprijs nog zo laag, ga altijd te rade bij een bouwkundige voor u een huis koopt in Zweden. Huizen in Zweden zijn totaal anders als onze Nederlandse huizen en daar weet een plaatselijk iemand gewoon veel meer van af. Ik heb in Nederland bijvoorbeeld nog nooit een laag turf gezien die als isolatie tussen plafonds dienst deed. En laat dat nu de isolatie zijn in ons huis. Gewoon plakkaten veen.  Laat u echter ook niet weerhouden om een huis te kopen waar werk aan zit. Het is heel leuk om een huis eigen te maken. De bouwwijze in Zweden met hout zorgt er ook voor dat bouwmateriaal overal voorhanden is tegen een zachte prijs Lycka till!!

woensdag 8 augustus 2012

Cursus eland voor de toerist.

Kent u die bordjes die in Zweden te kust en te keur staan? Die driehoeken met een rode rand. Die waar een koe in staat. Pas op gevaar: loslopende koeien! En u hoeft wederom niet massaal brieven te gaan sturen, ik weet dat de Zweden zelf denken dat die bordjes betekenen: Pas op! Gevaar voor overstekende elanden. Ja, ja. Ik heb hier eerder over geschreven. Die bordjes staan er voor de toerist. Ik heb het geheim va die bordjes ontdekt en ik heb even getwijfeld, maar ik ga het geheim delen. De beesten waarvan de Zweden denken dat het elanden zijn, noemen wij Hollanders gewoon: KOEIEN!
Afgelopen week hebben wij 2 nieuwe wandelroutes ontdekt. 1 gewoon bij ons op de Omberg en 1 in het Smalandse bos. En tijdens die routes gebeurde er iets raars. We kwamen ze tegen. Gewoon in real life. In levende lijve. In het bos. Loslopend. De meeste lagen trouwens te herkauwen. Dat doen ze namelijk. Herkauwen.
Wandeling 1 Omberg.
Pappa heeft ontdekt dat er een pad loopt over de kam van de berg aan onze kant van de berg, waardoor we in staat zouden moeten zijn om ons huis van boven te zien. We besluiten te gaan kijken. Mooi weer en we hebben er zin in. De kinderen ook. Een nieuwe route is altijd spannend. Even de regels duidelijk gemaakt, maar als we naar de hoogtelijnen op de kaarten kijken, wordt de wandeling niet echt gevaarlijk. Finn hoeft dus ook nergens aan de hondenriem. Hondenriem? Ja. Inderdaad. Hondenriem. En u hoeft nu al helemaal niet massaal naar de kinderbescherming te bellen, want Finn vind het prachtig en wij vinden het veilig. We klikken Finn aan de riem en het uiteinde aan onze broek en we kunnen meneer de hardloper, meneer ik zie geen gevaar, meneer ik durf alles wat een ander niet durft bij ons houden. Op veilige afstand van afgronden en kolkende watermassa’s. Werkt al jaren prima. En mijn oma zei vroeger altijd al: “ik heb liever dat zij huilen dan dat ik straks huilend bij een graf sta”. Wijze woorden van oma. Finn heeft overigens nog nooit gehuild aan de riem. Even voor de duidelijkheid. 
De kinderen rennen voor ons uit en stoppen als ze struiken met frambozen tegenkomen. Komen terug als wij een struik met rode kruisbessen vinden. Roepen ons  terug als ze picknickbanken tegenkomen. Aan de andere kant van een hek, boven toch een steil stukje. Vallen een buil op hun hoofd en lopen een splinter op als ze met hun handen over het grove ongeschuurde hout gaan. Genieten van hun yoghurt en van hun drinken. Zo’n route is het. Niets moet en bijna alles kan, want we lopen door de ongerepte wildernis. En dan opeens komt Sophie terug rennen. Complete paniek. Er staan beesten in de weg. Beesten? Denkt mamma en mamma ziet de driehoeksborden voor zich op het netvlies verschijnen. Mamma versnelt haar pas, trekt Sophie mee. Loopt achter ruggen van pappa en de jongens. Ziet een koe. Uit de weg beest. Elanden gespot. Ziet nog een koe. En een koe is geen eland. Ziet enorme grauwe koeien. En grauwe stieren. Lelijke beesten. Sumoworstelaars van de koeiengemeenschap. Lopen hopeloos in de weg. “Waar Sophie? Waar zag je die beesten?” “Nou gewoon hier. En daar, en daar, en daar”. Wijst naar de lelijkste koeien die mamma ooit zag. Mamma is helemaal klaar met dit land. Bedriegers! Dat zijn het. Overal leuk bordjes neerzetten met elanden. Opgelet! Overstekende elanden!  En dan een kudde koeien ons in de weg laten lopen. Gewone ordinaire koeien. Staan thuis de weilanden vol mee. Zijn veel mooier ook. Onze West-Friese exemplaren. Mamma loopt balend achter gezin aan. Pappa buldert van het lachen om mokkende mamma. Maar mijn wraak zou zoet zijn, want hoe we ook over de bergkam liepen, ons huis was vanaf geen enkel punt te zien. En dus liepen we hetzelfde pad weer terug. En de koeien hadden zich in het bos verstopt. Wachtend tot de volgende groep toeristen langs zou komen. Elanden. Het zou wat!
De avonturen op het tweede toeristische pad met elanden en mooie vergezichten bewaar ik voor morgen. Maar dat verhaal wordt nog veel spannender!!!  Want: zullen wij dan toch eindelijk een Eland tegenkomen in het bos??? Wordt vervolgd.

zaterdag 4 augustus 2012

Niels en het geheim van de wespen.

Als wij op vakantie zijn vinden we het leuk om te wandelen. Nieuwe paden ontdekken. Nieuwe avonturen beleven. Vakantie noemen wij dat. Uren wandelen met de picknickmand en dan op de mooiste plaatsen een steen uitzoeken om op te zitten en te genieten van de uitzichten.
Achter ons huis ligt het vogelmeer van Nils Holgersson. In het verhaal gaat hij fourageren bij het Tåkern. Om precies te zijn bij de vogeltoren Svallinge. En laten we daar nu nog net eerder geweest zijn. Eerst hadden we een wandeling bij het klooster gemaakt. Door een drassig, veenachtig natuurgebied. Met kersenbomen. Krijg je het vertrouwde beeld weer van een mamma die doorloopt en een gezin die onder en tussen bomen in hangt om fruit te eten. Kersen in dit geval dus. Heerlijke sappige kersen. Wandeling van een half uur (kinderen schijnen altijd te moeten hardlopen) werd nu een wandeling van anderhalf uur. Leve de fruitboost. Verse vitamines.
Maar goed, we liepen door een on Zweeds gebied naar een vogeltoren die ergens verscholen zou staan. Ergens bij het water gokte ik. Bij een open weiland zagen we de toren, maar hoorden we ook iets zoemen. Elektrisch hek dacht ik. Wespen dacht pappa. Zwartkijker dacht mamma en liep door met de kinderen. Pappa werd alweer licht chagrijnig. Pappa is altijd zo somber.
Langs een bos lopend werd het gezoem steeds sterker. Woh! Dat is inderdaad een wespennest. Een hele heftige dacht ik.  Bijna liep ik het bos in, maar de serieuze ik nam de overhand. Doorlopen! Laat die beesten met rust. Klimmend in de toren, werden we op de tweede verdieping verrast door nog een behoorlijk nest. Precies boven onze hoofden, dus niets aan de hand. TOCH?????? Wespen kunnen niet lezen. Bleek. Op de bovenste etage werden we omringd door steeds meer en meer wespen. Ze lijken wel boos. Foute boel. Want: staand boven op een toren, zonder nooduitgang; zonder glijbaan zoals we in een vliegtuig hebben. Alleen maar een trap binnen de toren. Een trap met nest. Met zoemende boze wespen. Met honderden zoemende boze wespen.
Pappa gaat eerst. Gevolgd door Niels. Niels geeft een gil. Wordt gestoken in bovenarm en rent samen met pappa de tredes af. Vergeten ons. Finn, Sophie en mamma staan nog boven nest. Kinderen kunnen precies onder zwerm zoemende prikbeesten door. Zwerm komt recht op mamma’s hoofd af. Balen dit. Bijna duw ik de kinderen voor me de trap af. Maar dat geeft van die rare krantenartikelen. Ik weet me te beheersen en duik onder zwerm door. Maan de kinderen om sneller te rennen. “Dat kan toch niet mamma? Mijn beentjes zijn te klein.”Finn staat stil op het 1 na onderste plateau. Zet even de zaken in perspectief. “Je hebt gelijk mannetje, maar ga nu maar zo snel als je kunt.” Finn kijkt ook eens naar zoemende geel-zwarte zwerm. Draait zich om en rent toch maar zo snel als hij kan achter pappa en grote broer aan. Zijn al voorbij de eerste rij bomen het bos ingedoken. Gaan andere kant op als heen. Willen zo snel mogelijk weg. Niels huilt van schrik en van prikkende pijn. Van rare rode plek die op zijn arm verschenen is. Hebben geen oor voor verhaal van de anderen. Van ons.
Lopend langs het water schiet ik in de lach. Zie ons al in het prutslootje springen om woedende steekbeesten om de tuin te leiden. 5 domme toeristen die zo nodig een toren moeten beklimmen. Met kikkerdril en waterlelies als camouflage. Met bloedzuigers aan enkels.
In de auto kijkt Niels naar zijn rode arm. “Zijn wespensteken giftig?” “Nee hoor. Van 1 steek ga je niet dood. ……. Je arm valt er misschien van af, maar je gaat niet dood.” Met grote ogen staart hij naar zijn opgezette bovenarm. Niet zo handig mamma. “Nee Niels, grapje.” Misplaatste, maar evengoed een grap. Gesprek gaat de komende minuten over wespensteken van 100 stuks en ziekenhuisopnames en immuun en allergisch en dat je echt niet zomaar dood gaat van 1 steek. Misschien als je in je mond gestoken wordt. (Hoe groot is die kans)
Tijdens 1 vd wandelingen. Heeft verder weinig met het verhaal te maken, maar dan kan het thuisfront zien dat het goed gaat met de kinderen.

’s Avonds na het eten gaan we frambozen plukken. Die groeien in grote getale bij ons op het pad en mamma vind het avontuurlijk en leuk om met de kinderen fruit te gaan plukken. Heeft iets met vakantiegevoel te maken en leuk iets met de kinderen doen. Gezellig het toetje verzamelen. Gezond nagerecht. Want het roomijs waar de vruchten bij gegeten worden, of de kladkakka met ijs zijn dat natuurlijk niet. Worden gezond door vers fruit. Maar mamma vergeet dat kinderen niet zoveel knoflook eten. Nu hoor ik u op afstand denken. Wat heeft knoflook nu met ijs te maken? Wat heeft knoflook nu met fruit te maken? Niets. Helemaal niets. Maar wel met muggen. Er zwermen tussen de frambozenstruiken muggen. Heel veel muggen. En mamma wordt zelden gestoken, want mamma heeft stinkbloed door de knoflook. Kinderen hebben lekker zoet bloed. Van alle kersen. Kinderen vinden het helemaal niet leuk en nostalgisch en romantisch en vakantieachtig om met mamma frambozen te plukken. Lusten het ijs ook wel zonder. Lopen snel richting huis terwijl mamma nog even door blijft plukken.
Opeens begint Niels als een gek te schreeuwen. Maar ik begrijp er niets van. Roept iets over teken en Finn en slang en gebeten en staat maar te springen. Begint opeens in wilde paniek naar mij toe te rennen. Finn staat onbeweeglijk in de verte. Ik begin te rennen. Ben bang dat Finn gebeten is door een slang. Niels komt huilend, met grote ogen van angst met een buitenboord hangende tong voor me staan. Ik duw hem weg. Ik moet naar Finn. Finn is gebeten door een Slang. Niels geeft een hartverscheurende gil. Draai me om, zie de angst in de ogen van oudste zoon. Kijk naar zijn tong. Hoe kan hij nou gebeten zijn door een slang in zijn tong? Schiet door me heen. Rennen Niels! Naar huis, gaan we ijs pakken. Welk ziekenhuis is ook alweer dichterbij? En hoe vertel je in het Zweeds dat hij gebeten is door een slang in zijn tong? Tong, tong, wat is dat in het Zweeds???? Kan het moeilijk voor gaan doen, krijg ik een dreun van overwerkte arts. Toeristen die hun tong uitsteken zien ze liever gaan als komen. “Een wesp!!”  Slist Niels. “Nu ga ik dood!!”
Echt waar. Hoe krijgt hij het voor elkaar. Gestoken door een wesp in zijn tong. De teek die ik opving was een steek, en de slang was: ik ben bang. Begrijpelijk. Mamma heeft een paar uur eerder nog verteld dat je misschien wel doodgaat als je in je mond wordt gestoken. Even later zit Niels binnen de OS te bekijken en sabbelt op ijsklontjes. Na het vijfde klontje zakt de zwelling en na het achtste klontje wil hij weer buiten voetballen. Niels weet nu hoe een steek voelt en een bevroren buik. En mamma weet nu dat je beter niet kunt zeggen dat armen van lichamen afvallen en dat kinderen dood gaan als ze in hun mond worden gestoken. We hebben er weer een avontuur opzitten. Je hoort natuurlijk niet voor niets bij ons gezin. En het toetje zijn we glad vergeten. Bedenk ik me nu.
Ik heb nu voor het eerst in 2 weken heel kort internet, dus ik kan helaas niet bij jullie reageren. Wel soms even lezen, maar mijn dataverkeer is niet zo hoog, dus het reageren gaat lastig. Ik lees dus nog wel hoor!!

maandag 14 mei 2012

Het lichaam in de waterput. Hoe een Zweedse idylle verandert in een Zweedse crimi.

Er was eens een stoffig en grijs gezin. Voor de rust, de ruimte en de groene gezonde omgeving kochten ze een tweede huis in Zweden. Een echt Zweeds huisje met scheve deurkozijnen en kierende ramen. Een huis met een laag plafond en zonder waterleiding. Dat gezin had vakantie na vakantie een geweldige tijd. Totdat de mamma het nodig vond om detectives te gaan schrijven in de tuin. De omgeving leende zich er namelijk prima voor. Een huis aan de rand van een veenafgraving, aan de rand van een bos. Zonder telefoon, zonder telefoonsignaal en bereik, zonder televisie en vooral van God en alleman verlaten. En de nachten zijn echte nachten. Donker. Heel erg donker! Van sloten op deuren hadden ze in Zweden nog nooit gehoord, dus het huisje had geen deugdelijk slot. Gaf niets, want wie komt hier nu? Wat de gevolgen van dat schrijven in de eigen achtertuin waren, heeft u hier: De roze olifant. kunnen lezen. Maar niemand, echt niemand, en zeker niet deze ingeslapen mamma had kunnen vermoeden wat er vervolgens gebeurde.

Zaterdagochtend 12 mei. Eega komt slaapkamer binnen. Ziet er bedrukt en grijs uit. "Er is een man vermoord aangetroffen op de Omberg". Oké, dat is niet zo mooi. Komt wel heel dichtbij. Gelukkig een stukje bij ons huis vandaan. Na het ontbijt lezen we de Zweedse kranten, en kijken naar het Zweedse nieuws. De foto's die we zien plaatsen we al snel bij het huis aan de overkant van de weg. De foto's van zoekende rechercheurs met politiehonden op ons perceel doet onze harten sneller slaan. Waarom kijken ze bij ons op het erf? Waarom is ons pad afgezet met linten? Hij ligt toch niet in onze waterput? Toch? Een rondje foto's verder denken we te weten dat hij niet in onze bron gevonden is, maar waarom dan toch al die rechercheurs op ons pad? En lezen we nu dat er nog gezocht word naar bewoners van een huis in de omgeving? Vast niet. Laten we ons nu niet gek maken. Niet gekker dan we al zijn in ieder geval. De schoolkorfbalwedstrijden doen onze gedachten even naar iets anders uitgaan.
Foto van internet. Honden patrouille op ons oprijpad.

's Middags: bij thuiskomst Zweedse televisie kijken. En ja toch wel. We worden opgeroepen om ons te melden bij onderstaand telefoonnummer. Zweet breekt me uit. Waarom willen ze ons spreken? We zijn heel 2012 niet in Zweden geweest. Eindelijk ben ik blij dat ik vorige week in Nederland ben gebleven. Ben ik blij dat ik zo moe was en het risico niet wilde lopen om wel naar Zweden te rijden, maar dan niet meer terug te komen. Gewoon omdat ik zo moe was. Nu ben ik klaarwakker en ik bel Ben. "We worden gezocht." "Niet meer, ik heb al gebeld en doorgegeven dat we al een paar maanden in Nederland zijn. En dat als ze een sleutel willen hebben, ze die bij de buurman kunnen halen." De buurman waar we bij nader inzien ook al een tijd niets meer van hebben vernomen. We worden tegelijk stil aan de telefoon. "De Zweedse politie was erg blij om te horen dat we veilig in Nederland zaten."

Ik leg de telefoon neer. Waarom waren ze zo opgelucht? Dachten ze ons ook in een put aan te treffen? Wat is er gebeurd op ons perceel wat de politie doet besluiten om alles af te zetten en met honden te zoeken? Waarom hebben ze de deuren opengebroken van huizen waar niet open gedaan werd? Is ons huis ook opengebroken? Hoe tref ik mijn huis straks aan? Met gebarricadeerde deur of zonder deur, maar met slangen en ander ongedierte? Met een zwerver? Zijn de deksels weer teruggeschoven op de putten? Hebben ze nog meer aangetroffen? Waarom is de overbuurman vermoord? Waarom is hij in zijn eigen waterput gegooid? Is er iemand in paniek geraakt? Zijn we daar straks nog wel veilig? En ik moet echt vandaag een slot kopen voor die deur. In trance volg ik de berichtgevingen vanuit Zweden. En ik kijk naar de foto's die geplaatst worden. Naar de foto's die ik zelf heb gemaakt van hetzelfde stuk grond. Maar dan met lachende kinderen die genieten. Ik denk aan de geweldige vakanties. Aan de prachtige natuur, aan de vervallen huizen, aan mijn geliefde huisje aan de rand van het bos. Mijn rode huisje.

Ik ruim de boeken naast mijn bed op. Zonder uitzondering Scandinavische thrillers. Zal ik voorlopig even links laten liggen. Wij bevinden ons namelijk midden in een echte detective. En ik kan u verzekeren; dat is een stuk minder leuk opeens. En ja, de eerlijkheid gebied me te zeggen dat mijn schrijversgeest gaat dwalen. Maar mijn gevoel, mijn medemenselijkheid vind het verschrikkelijk. Ik denk aan de nabestaanden die zonder vader verder moeten. En ik denk aan de putten op mijn terrein. Aan wat daar allemaal misschien wel ligt. Aan wat er in vredesnaam allemaal heeft gespeeld in de omgeving van mijn huis. Terwijl ik niets gemerkt heb. Gelukkig maar.

En nu moet ik gaan nadenken of ik wel met de kinderen naar mijn huis durf deze zomer. Durf ik de confrontatie aan met de omgeving, durf ik mijn kinderen bloot te stellen aan gevaren die er misschien zijn? Eerst maar de ontwikkelingen volgen. En dan maar hopen dat ik de dader/ daders niet ken. De politie tast nu volledig in het duister, heeft ingezet op een breed onderzoek. Tussen de regels lezend betekent dat niet anders dan dat ze geen idee hebben in welke hoek ze het moeten zoeken.

Vandaag gekeken op de Zweedse makelaarssites. Voor een huis in de stad. 3 hoog 4 achter. Maar dan wel een stad zonder criminelen. Gewoon een Zweedse veilige stad. Misschien doen ze zelfs wel aan huizenruil. Een veilige idylle of toch een utopie? Hoe je opeens in een boek van W.allander terecht bent gekomen zonder daar blij mee te zijn. Ik vond het bij nader inzien helemaal niet erg om een stoffig en grijs en ingedut gezin te zijn.
Bijschrift toevoegen

dinsdag 8 mei 2012

De roze olifant.


Er waren eens 3 kinderen. En die kinderen hadden een mamma en die mamma schreef. Verhalen. Soms grappig, soms ontroerend, soms gewoon verhalen waar de kinderen niets van begrepen maar waar de andere pappa’s en mamma’s dan door geraakt werden. Het zal wel dachten de kinderen en gingen weer spelen.

Dat spelen deden ze ook regelmatig in hun huis in het bos. Hun huis in Zweden. Waar ze lekker de hele dag buiten konden spelen, ravotten in het bos, avonturenpaden ontdekken in de wildernis. Waar ze eindeloos konden rennen, lekker konden picknicken, met de auto routes rijden door nog nooit eerder ontdekte bossen. (Rijdend over kleipaden die daar echt niet zomaar lagen die toch echt door mensenhanden gecreëerd waren) Door de bomen zagen ze dan af en toe water glinsteren waarna ze hup hun kleding op een hoop gooiden en lekker gingen zwemmen in onderbroek of blote billen. Een Zweden waar ze in alle rust kind konden zijn. Een verlaten Zweden. Waar de buren geen overlast hadden van de kinderen simpel omdat er geen buren zijn.

In dat Zweden. In dat kleine rode huisje aan de bosrand, schreef mamma ook verhalen. En 1 van die verhalen liet mamma afspelen in de eigen tuin. In de eigen omgeving. Een heel spannend verhaal, want de kinderen mochten het niet eens lezen. “Is nog niet voor jullie geschikt.” Maar dan sloot mamma haar computer af en gingen ze lekkere Zweedse chocoladetaarten maken met versgeplukt fruit uit het bos.

’s Nachts was het aardedonker in het rode huis. Geen hand voor ogen zag je. Als pappa mee was verzuchtte hij altijd dat het net was of hij al begraven in een kist lag. Dat hij af en toe zijn hartslag voelde om te checken of hij nog wel leefde. Rare pappa. Pappa kreeg een nachtlampje. En oudste zoon ook. Konden pappa en oudste zoon lekker slapen. Maar mamma sliep op een nacht niet zo goed. Mamma lag te draaien in bed want mamma moest heel nodig naar het toilet. Dat hebben oude mensen wel eens. Dan moeten ze ’s nachts telkens plassen. Maar mamma dacht aan haar spannende verhaal, aan de deur die alleen maar dicht zat met een klein haakje. Aan de deur met raam zonder gordijntje. Aan de donkere buitenwereld en aan de mensen die vast allemaal in de tuin bij de deur door het raampje stonden te gluren. Mamma durfde de trap niet af. Had zich helemaal gek gemaakt. Maar mamma moest wel naar beneden. Er was geen houden meer aan. Mamma liep naar de slaapkamer van de kinderen en maakte ze wakker. 1 voor 1. “Mamma moet plassen.” “En?” Vroegen de kinderen slaperig. “Jullie moeten mee.” “Wij hoeven niet te plassen.” Maar mamma was onverbiddelijk. De kinderen liepen slaapdronken achter mamma de trap af. Jongste werd getild. Alle lichten gingen aan kinderen knipperden met hun ogen. Mamma kon plassen, dronk een glas water, en de optocht ging weer terug naar boven. De kinderen allemaal lekker bij mamma in bed. En mamma nam een paar besluiten:

Morgen zou er een nieuwe haak op de deur komen, mamma zou een buitenlamp instaleren, mamma zou gordijnen gaan maken. En vooral: Mamma zou voortaan geen spannende verhalen meer schrijven die zich afspeelden in de eigen veilige omgeving. Mamma draaide zich ook om en achter de wolken kwam de maan tevoorschijn. Die het slapende viertal vrolijk bekeek en over ze waakte.

Dit was het verhaal van de roze olifant. En nu hoor ik u allemaal denken; welke roze olifant? Nou, volgens pappa zou ik geen verhaal durven schrijven over een roze olifant. Bij deze!
Geen horizonvervuiling, geen lantaarnpalen alleen maar een diepe donkere  nacht.

vrijdag 10 februari 2012

Bastu. Ook wel sauna genoemd.

Als ik nu naar buiten kijk naar mijn wit besneeuwde achtertuin, denk ik terug aan onze wintersport in Zweden 3 jaar geleden. We zaten in een prachtig kindvriendelijk gebied met mooie hellingen en prachtige afdalingen off-piste. Dwars door het bos kon je skiën. Bovenop de heling was een compleet kinder ski dorp gebouwd waar de kinderen konden spelen; konden dansen; in piste bully's konden zitten en door poortjes en tussen huisjes konden skiën. Prachtig vonden ze dat. Pappa en mamma vonden dat ook.

In ons huisje bevond zich ook een bastu. Een sauna. En na het skiën kon je heerlijk stomen. Maar je hoort die warmte natuurlijk af te wisselen met kou. Wij gaan dan doorgaans gewoon even koud douchen, de Zweden deden (doen) dat anders. Op een avond gingen Ben en Niels na het eten nog een stukje wandelen. Niels had namelijk een mountainbike parcours gevonden en hij wilde die een stuk volgen. Mannetje was 6. En precies toen Ben en Niels op het pad tussen ons huisje en dat van de buren stonden, zwiepte de deur van de buren open, en 2 hoogblonde poedelnaakte dames kwamen naar buiten. -15. Moeder en dochter doken zo met hun blote billen in de sneeuwberg voor onze huisjes en terwijl ze daar zaten, zeiden ze pappa en klein mannetje vriendelijk gedag. En hup, daar gingen ze weer snel naar binnen. Ben en Niels kwamen weer naar binnen. De grijns bij pappa is de rest van de week niet meer van zijn gezicht afgeweest. Niels was verbaasd. Stomverbaasd. Hij zag zijn moeder in geen duizend jaar met haar blote kont in de sneeuw duiken. Rare vrouwen hier in Zweden stond op zijn gezicht te lezen. "Ik hoop niet dat we die dames tegenkomen op de berg pappa. En anders hoop ik dat ze aangekleed zijn." Pappa zou het denk ik niet erg vinden om de dames nog een keer te spotten. Met of zonder kleren.

Ik zit nu thuis met een ontsteking in mijn knie. Gister ging ik douchen. En omdat ik niet zo goed kan staan, ging ik op 1 van de bankjes in onze douchecabine zitten. Wij hebben namelijk een Turkse stoomsauna. Met bankjes. En even, heel even dacht ik eraan om te gaan stomen om vervolgens ook met mijn blote billen in de sneeuw te duiken. Ik heb het niet gedaan. Er zal toch net visite binnen gekomen zijn als ik in de trap af storm (strompel) naar beneden, de buurman zal net uit het raam kijken, de hangjeugd zal net achter onze tuin aan het chillen zijn. De helicopter van "Nederland van Boven."zal net boven ons huis cirkelen. Mij kennende zal ik net uitglijden op een ijsplaat en dan mijn been breken. Moet je in het ziekenhuis uitleggen waarom je poedelnaakt in de sneeuw lag.
Het leven in Zweden is een stuk ongecompliceerder. Alhoewel, het leven is zo moeilijk als je het zelf maakt. Misschien moeten we ons gewoon wat minder aantrekken van de mening van anderen.

Vanmorgen heb ik het voorval 3 jaar geleden aangekaart bij Niels. Weet je nog? Hij wist het nog. Dat de dames bloot waren, noemde hij niet mee op. Wel dat ze precies, maar dan ook precies in zijn fort gingen zitten. "En ik had ze helemaal niets gedaan!"