Posts tonen met het label Dochter.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dochter.. Alle posts tonen

vrijdag 13 oktober 2017

Naar de stad.

Dochter wil heel graag samen met mamma naar de stad. Mamma niet. Mamma zit aan de heftige medicijnen en is zo suf als een egel in winterslaap. Dochter heeft echter wel gelijk als ze zegt dat er nooit tijd voor haar is en zo sleept een mamma zich in de auto om zich te laten rijden naar de stad. Mamma mag door die pilletjes niet zelf achter het stuur. Laten rijden. Dat dringt opeens door en mamma gaat eens rechter zitten in de auto. Met chauffeur. Wat een luxeleven.

In de stad huppelt mamma bijna van het ene restaurant naar het andere. Mamma heeft honger en wil luxe eten met dochter in een luxe restaurant. Vooral huppelt mamma, omdat ze bijna in haar broek plast. Vast ook door die pillen. Dochter heeft echter helemaal geen zin in luxe maaltijd. 'Er zit een goede patatbakker op een hoek mam, loop maar mee.' Mamma werpt een laatste blik in raam van restaurant. Heerlijke maaltijd staat daar op tafel bij echtpaar op leeftijd. Een entrecote met nasi. Vreemde combinatie, maar goed. Een tik op het raam met een gezegelringde vinger werpt mamma weer terug in de realiteit. Patatbakker op een hoek.

Eerst huppend de H.ema in. Dochter ziet popcorn met een smaak van tompouce. Ik heb echter nog maar 1 doel. Het toilet! Huppend hup ik de brede marmeren trappen op. Achter een zakenmijnheer aan. Zakenmijnheer stapt op de draai van de trap opzij om mij voor te laten gaan. Niet slim. Niet slim. Welke man gaat er nu achter (lees onder) een huppende vrouw lopen? Een vrouw die overduidelijk haar blaas niet onder controle heeft. Niet slim, niet slim, niet slim. Maar ik red het tot de toiletten. Om daar te stuiten tegen toiletjuffrouw. Toiletjuffrouw wil geld zien. Wil snel geld zien. Ik wil ook snel, maar kom niet langs mevrouw met bus toiletspray in haar hand. 50 cent, 50 cent. 'Ik moet ook mam!' Ships. 'Kan ik hier ook pinnen?' Toiletjuffrouw positioneert de spuitbus even beter. 'O! Wacht' zucht een zwetende ik, 'ik red het precies! Kijk wat goed.' Toiletjuffrouw is vast heel ernstig ongesteld, want er kan geen lach vanaf.

Waar we in hemelsnaam voor betaald hebben vraag ik me nu een dag later nog af. Het stinkt, het plakt, je kunt je handen alleen wassen door een kraan aan te raken, die je dan met pasgewassen handen weer dicht moet draaien. IEIIIIIIIIIIIII! Gatver, en we moeten nog eten bij de patatbakker op de hoek. 'Eerst je handen wassen, dan met doekjes de kraan dichtdraaien en daarna pas je handen afdrogen' doceer ik dochter die als een gedrilde officier keurig in de maat precies dat doe wat ik ook doe.

Patatbakker op de hoek. Meer is het ook niet. Wel bekroond volgens plakkaat. 'Meenemen of hier opeten?' Ik veer op. 'Hier opeten?' Ik ga op mijn tenen staan om achter in de zaak te kunnen kijken, maar daar staan geen stoelen. 'Hier opeten?' Stamel ik. 'Waar dan?' 'Hier.' Zegt de man. 'Dat lijkt me duidelijk. Hier opeten of meenemen?' Ik kijk nog eens om me heen en zie her en der plukjes patat etende mensen zitten en staan. Heel armoedig vind ik dat. 'Meenemen alstublieft. Twee porties zonder saus.'

'Meenemen?' Vraagt dochter? 'Waarheen dan meenemen?' 'Dat weet ik niet' sis ik terug. 'We verzinnen wel iets.' Iedere vezel in mijn lichaam verzet zich tegen in de openbaarheid eten. Altijd al een hekel aan gehad. Mensen die op straat eten, of in een winkelcentrum, of in de bioscoop, of in de rij bij het theater. Langs de lijn, in het zwembad. Bah!

Maar wie donderdagavond in de binnenstad van Alkmaar is geweest, heeft ons kunnen zien zitten. Midden op een verhoging op straat. Allebei zittend op onze rugtas. Met een patatzakje op schoot. Eten en voorbijgangers bekijken. We waren een bezienswaardigheid zoals we daar zaten. Naast de bloemenschuit en de waagtoren prijken dochter en ik nu in een Japans fotoalbum. Zwervers. Luidt het onderschrift vast. Zwervers met een patatje zonder van de patatbakker op de hoek. Bekroond.

Als laatste, als dochter al een hele nieuwe garderobe heeft geshopt, het is maar goed dat mamma niet zo helder is, gaan we naar mijn winkel. 'Kunt u ook eens iets leuks kopen.' Kunt u ook eens iets leuks kopen? Zegt ze dit nu werkelijk hardop? Ik kan het niet vragen, want dochter schuift al geroutineerd truien, vesten en jurken opzij. 'Dit is wel leuk, en dit en dit, deze kleur maakt u oud en met die is het net of u nog met de jeugd mee wil doen.' Met de jeugd mee wil doen? Net alsof? 'Ik ben de jeugd! Ik ben echt absoluut de jeugd van de toekomst!' Dochter geeft een stapel kleding aan en laat zich in een stoel zakken.


Daar sta ik dan en wordt geconfronteerd met een enorme ik. Echt een enorme ik zoals je ze alleen in sprookjes ziet. Met armen als trams en twee heupen als bijzettafels. Of tafeltjes. Bijzettafeltjes. Het valt wel mee. Het valt echt wel mee. Ligt aan de inval van het licht en aan die rare spiegels. Ik stap uit het pashokje en bots tegen een andere passende vrouw. Een akelig slanke passende vrouw. Ze draagt een heel mooi kort rokje. Van leer!!! In een hippe modekleur en draait en draait voor de spiegel. Ik trek automatisch mijn billen in en hou mijn adem vast. Als ik loslaat, vul ik de hele spiegel en verdwijnt akelig slanke vrouw. Haar posh echtgenoot kijkt triomfantelijk toe. Zelfs dochter, mijn dochter, zie ik vanuit haar stoel goedkeurend knikken. Heb ik er geen enorm dikke billen in'?' kraait veel te slanke vrouw. Ik adem uit. 

dinsdag 29 september 2015

Eigen identiteit.


Mam, waar gaat u over schrijven? Geen idee. Hoewel, mijn hoofd duizelt van de ideeën, maar de tijd om achter de computer te gaan zitten en om die verhaallijnen uit te werken ontbreekt me. De klok tikt onverbiddelijk door en de uren schieten voorbij. Geen tijd om me eens in te lezen in de pest of om me te verdiepen in dat mysterische eiland voor de Zweedse kust waar het spookt. Echt spookt. Dus niet spoken volgens N.icelodeon. Echte spoken, echte verhalen.

Zal ik gaan schrijven over mijn dochter met haar aparte stijl? Over de gekke kleuren in haar haren, over de jurken die ze draagt, over haar eigen identiteit die ze aan het ontdekken is? Een eigen identiteit die niet de mijne is, maar zolang ze geen ringen door haar neus boort, mag ze van mij met geel haar naar school, of met paars, mag ze een zwarte jurk aan op een zomerse zonnige dag. Mag ze GEEN naveltruitjes aan. Net zo makkelijk trekt ze haar pantoffels aan op school. Ze doet niemand kwaad. Prima dus. Kinderen moeten op de een of andere manier zichzelf kunnen zijn. Kunnen ontdekken wie ze nu eigenlijk zelf zijn. Niet met de kudde meelopen. Zolang ze niemand kwaad doen dus.  Maar waar trek je de grens? Wanneer grijp je in? Is dat als ze met geel haar in de klas zit en er een spreekkoor ontstaat over geelkapje en ze omringd wordt door 3 jongens die het heel grappig vinden om dreigend en zingend om je dochter te gaan staan? Je eigen identiteit ontdekken is helemaal zo makkelijk niet. Het lijkt het echte leven wel. Met vallen en opstaan leer je. En soms val je heel hard en moet je een fiks stuk klimmen. Dochter heeft vandaag geleerd dat haar klasgenoten nog niet klaar zijn voor haar eigen identiteit. En ik zet straks de shampoo alvast klaar. Kan ze tussen de middag lekker douchen. En dan is ze vanmiddag gewoon weer even mijn eigen kleine prinsesje.


Dan ga ik me nu inlezen in de pest. En dan spreken u en ik nu af dat ik weer vaker ga schrijven. Omdat schrijven nu eenmaal bij mijn identiteit hoort, zoals geel haar en zwarte jurken bij mijn dochter.


vrijdag 21 augustus 2015

Groepsdruk

‘Mam, we gaan vanmiddag naar het schoolbos. In plaats van gym. Dus ik hoef mijn gymtas niet mee te nemen.’ Voor me staat een prachtige 10 jarige dochter. In een korte broek en een wit T-shirt. Nieuwe roze gymschoenen. ‘Ja, maar dan trek je dus een lange broek aan en een ander T-shirt. Pak maar een oude uit de kast.’ ‘Maar mam, we gaan vanmiddag pas!’ ‘Nee, want het komt in de plaats van de gymles.’ ‘We gaan vanmiddag. Ik ga niet in een lange broek naar school! Het wordt heel mooi weer!’ ‘Ik dacht het wel dame! Dat schoolbos is 1 modderige toestand. Hup naar boven. We hebben nog 2 minuten.’ Dochter gaat mokkend naar boven om even later beneden te komen met lange broek en winters shirt. Lange mouwen. Grijs. Ik kijk naar dochter en hoop van harte dat het schoolbos inderdaad ’s morgens bezocht gaat worden.

Aangekomen op school zien we jongens met korte broeken en meisjes met rokken en witte jurkjes. De nazomer wordt met alle handen aangegrepen. 10 jarige prachtige dochter staat bij haar tafeltje met de tranen in haar ogen en voelt die van haar klasgenootjes in haar rug. We gaan naar huis besluit ik. ‘We gaan andere kleren aandoen.’ Echt? Fluistert dochter met haar ogen. ‘Echt. Pak je sleutels. We gaan.’ Maar eerst nog naar je broertje. Op de weg naar zijn klas komen we eerst de adjunct-directrice tegen, gevolgd door de directeur. En beide beginnen tegen dochter te praten. Positieve opmerkingen over haar nieuwe kapsel. Dochter blijft dicht bij haar moeder lopen. Bang dat ze terug gestuurd wordt naar haar klas. Maar ik laat mijn dochter op dit moment door niemand terug sturen. We zijn op weg naar huis. Maar eerst dus naar zoon.

Daarna meld ik bij de conciërge dat we terug gaan naar huis en dat we later weer terugkomen. Hebben een kort gesprek over de groepsprocessen in de klas van dochter. Over modepoppen in de klas die voor de rest bepalen welke schoenen er gekocht moeten worden en welke niet. Welke “style” bij iemand past en welke vooral niet. Dochter trekt zich daar niets van aan. Koopt schoenen die zij wil hebben en vertelt aan vriendinnen dat ze niet naar modepoppen moeten luisteren. ‘Koop de kleding en de schoenen die jij wilt hebben, waar jij je goed in voelt!’ Dochter is een roepende in de woestijn. En nu dus een roepende in een woestijn met een moeder die nooit rokken draagt, geen witte zomerjurkjes ook en lak heeft aan wat anderen van haar denken. Maar zelfs deze moeder ziet dat de door haar verplichte lange broek en somber shirt wel heel erg afsteken bij de rest van de klas. En dat 10 jarige dochter daar wel degelijk last van heeft. Hoe stoer en sterk en zelfverzekerd ze ook is.

Diep van binnen is ook mijn dochter natuurlijk een meisje die bij de groep wil horen. En zo fietsen we samen terug. Dochter kijkt afwisselend boos en vrolijk. Ze oefent haar emoties. En thuis duikt ze in haar kast. Korte broek met vrolijke gekleurde blokken en een spierwit T-shirt. Roze gymschoenen gaan weer aan en dochter is klaar om terug naar school te fietsen. Ik sta met een witte jurk in mijn handen. Of ik wel helemaal gek ben vraagt ze zich af. 'Ik ga me niet kleden zoals die meiden in mijn klas! Ik ben ik en ik trek deze broek aan. En het interesseert me niets als ze dat niet mijn “style”vinden! Dit zit lekker en ik kan dit vanmiddag ook gewoon aan in het schoolbos! Heeft u wel eens geprobeerd om in een boom te klimmen met een witte jurk aan?'


Mijn dochter! Het is mijn dochter die naast me fietst. Niet 1 of andere door de groep gemodelleerde pop. Maar een echt meisje met echte gevoelens en een ijzersterke eigen wil. Daar kan ook ik nog wat van leren.

En je mag best totaal anders zijn om toch bij de groep te horen!

woensdag 21 mei 2014

Visbewijs.

‘Mam, mogen we gaan vissen?’’Nou nee, eigenlijk niet. Ik wil niet hebben dat jullie zomaar aan de waterkant spelen. Veel te gevaarlijk.’’Niet waar. We hebben onze bikini namelijk aan. Er kan ons dus niets gebeuren.’ Deze kinderlogica ontgaat mij zoals gewoonlijk volledig, maar het zal wel. Dochter en vriendinnetje staan verwachtingsvol met 2 kinderschepnetjes klaar. Emmer staat bij de voordeur. ‘Waarvoor is dat emmertje?’Vraag ik aan ze. ‘Als we een vis hebben gevangen doen we hem eerst even in de emmer. Kunnen we hem goed bekijken en dan doen we hem weer terug. Mag hij weer naar zijn kindjes.’  ‘En als de vis die jullie vangen nu een kindje is?’ Dochter en vriendin kijken elkaar aan. ‘Die vangen we niet. Die zijn te slim en te snel om gevangen te worden. Nee, je vangt alleen de ouders.’ Ik doe weer even net alsof ik niet helemaal begrijp wat ze bedoelen. Lijfsbehoud. Ik voel me nog niet dom en langzaam namelijk. En ik heb gewoon 3 kinderen!

Precies als ik net wil zeggen dat het van mij wel mag, maar dat ze wel voorzichtig moeten zijn en niet met vreemde mensen mee moeten gaan etc. etc. roept Ben van de bank: ‘Dat gaat dus niet door, want je hebt een vispas nodig. Anders krijg je een boete.’ Een boete? Om met een schepnetje door het water te scheppen? Denkt hij nu serieus dat ze ook maar 1 vis vangen? Zelfs als ze 70 jaar blijven staan en hun rollator in de strijd gooien, zullen ze geen vis vangen. ‘Kijk maar eens op internet. Kun je het zelf zien. De boete bedraagt iets van 100 euro.’ ‘Compleet bezopen!’Roep ik uit. Dochter is huilend naar boven en vriendinnetje staat beteuterd in haar badpak in de kamer.

Maar kijkend op de websites van de visbonden staat het er wel degelijk. Een kind onder de 14 mag alleen vissen onder begeleiding van een volwassene met vispas. Of zelf dus een vispas hebben. Boete: houdt u vast: 130 euro! 130 euro!! Voor een kind met een schepnet. Even in een context plaatsen: Als je door het rode licht rijdt kost het je: 230 euro. (Met de auto) Als je door het rode licht rijdt, neem je bewust een risico. Kies je er voor om andere weggebruikers dood te rijden, kost het geld om ambulances te laten komen, politie moet achter de koffietafel vandaan komen, weg moet tijdelijk worden afgesloten vanwege opruimwerkzaamheden. Etc. Die boete kan wel naar 500 euro. Vissen zonder visbewijs voor een kind: 130 euro!

‘We gaan morgen wel bij de buurman kikkers uit zijn vijver scheppen.’ ‘Dat mag dus ook niet, want een kikker is een beschermd amfibie. Mag je ook niet vangen. Kikkerdril wel. Dat mogen jullie wel gaan vangen.’ Meisjes kijken pappa aan. Kikkerdril vangen? Wie wil er in hemelsnaam kikkerdril vangen? Geen kikkers vangen? Geen kikkers vangen? Nu moeten ze daar in Brussel eens heel erg goed luisteren. Die kikkers hebben geen toestemming gevraagd om te mogen wonen in de vijver. Ze zijn er in grote getale zelfstandig komen wonen. Hebben als het ware de vijver gekraakt. En is kraken tegenwoordig niet ook al verboden in Nederland? ‘Wij gaan kikkers vangen en die brengen we terug naar de sloot!’

En zo geschiedt. Kinderen staan alle 3 met een schepnet in de vijver van de buurman kikkers te vangen. Voorzichtig worden ze vervolgens naar de sloot gebracht. Helemaal blij zijn ze.  Overgebleven kikkers in de vijver niet. Nog een paar uur blijven ze kwaken om met hun lokroep hun vriendjes terug te lokken. Geeft helemaal niets. Gaan de kinderen van de week gewoon nog een keer kikkers vangen. Zonder visbewijs.


Ergo: als uw kind aan het vissen is met een netje en er komt een Boa gewichtig doen, zijn ze gewoon kikkerdril aan het vangen.

woensdag 16 april 2014

Schoolreisje

Druk, druk, druk. Dat heb ik het in de week van het schoolreisje van dochter. Maandagavond: eindelijk tijd om de tas in te gaan pakken. Pleisters. Pincet, EHBO set voor survival tochten in de wildernis. ‘We gaan gewoon ergens binnen Nederland hoor mam! We zullen geen boom zien, laat staan een bos of een ravijn’ Maar mamma’s zijn koppig. Deze in ieder geval. Je weet per slot van rekening maar nooit waar je terecht komt. Vochtige doekjes, schoon ondergoed, (voor dochter. Niet voor mij.) Plastic tasjes, twee bidons water voor de noodzakelijke eerste hulp en om dorst te lessen. Broodjes: Brie met rucola; komijnekaas met konijnenvoer en speculoospasta! Echt waar. Ik verzin het niet. Speculoospasta. Van wie heeft dochter die rare eetgewoontes? Pakjes drinken, snoep. Want dat mag van de juf zegt dochter. Dus gaat de rit richting supermarkt en worden er snoepjes gekocht. Fototoestel, pen, schrijfblok en telefoon. Kan de tas nog getild worden? Dat is van later zorg. Appelen! Er moeten ook nog appelen mee. Tegen beter weten in, want welk kind gaat er nu een appel eten op schoolreis?

De busreis slaan we over. Is gewoon een busreis zoals ieder jaar. Het voetbalstadion wordt met gejuich bejubeld en daarna is er af en toe een zingend kind te horen. Er wordt gelachen om neuspeuterende automobilisten,, om mensen die de krant lezen, of zich nog even scheren. Naar de chauffeurs van vrachtauto’s wordt gezwaaid. Even zijn de kinderen net zo groot als de reuzen van de weg. Eigenlijk net als ieder jaar. Gewoon een reis zoals reizen op schoolreisje behoren te zijn.

In het park aangekomen is de eerste aanblik eigenlijk direct goed. Helemaal geen enge hoge ronddraai dingen, maar een zweefmolen, een glijbaan met rubber bootjes en een water spuitende walvis. Ja, dit bevalt me wel. We lopen langs een zingende stal. En uiteraard zingt die stal niet, maar de aanwezige dieren doen dat wel. Moet je eerst op een knopje drukken. In eerste instantie lopen we er voorbij, maar later op de dag kom ik even terug. En helemaal alleen heb ik de grootste lol. Als je namelijk een rondje door die stal rent, kun je op alle knopjes drukken en gaan de koeien, het paard, de hond, de kat en de boer allemaal tegelijkertijd zingen. Een kakofonie van geluid komt er uit die stal en lachend doe ik nog een rondje. Waarmee ik onbedoeld zelf tot een attractie ben verworden. Een groep kinderen (gelukkig niet van onze school, of dat hoop ik dan maar) staat ademloos bij de ingang te kijken. Naar mij. Vreemde mevrouw met een veel te zware rugtas, die rondjes rent langs zingende nepdieren. 

Verder in het park staan picknickbanken. Daar beginnen we. De kinderen eten hun eerste broodje op en ik drink een kop koffie. Even later ben ik mijn groepje al kwijt. Goed begin. Maar de schade valt mee, ze zitten allemaal in een op hol geslagen boot. Mijn dochter ontwaar ik in het middenschip. Ze hangt huilend over de balk en heeft haar ogen dicht. Bij iedere zwaai hoor je haar boos roepen naar attractie dame: ‘Ik wil er uit!’ “Hallo! Ik wil er dus uit!’’Ik wil er dus eigenlijk NU uit!’ ‘Spreekt u Nederlands?’ ‘We gaan dooooooooood!’
 En waardeloze moeder als ik ben, schater ik het uit. Veilig met beide benen op de grond. Voor geen goud ga ik in die rare apparaten. Dochter ook niet meer. Jongens wel. Stoere jongens hebben we mee. Gaan in de allerengste attracties en wij moedigen aan. Staan onder de over de kop slingerende bakjes om vallende kinderen op te vangen. Is niet nodig. EHBO tas blijft dicht.

Opeens valt mijn oog op een baantje boven mijn hoofd. En dat ding gaat met een slakkengang rond het middenplein. Daar gaan we in! Roep ik zo enthousiast dat de hele groep meerent. Als we aan de beurt zijn, kijken de jongens elkaar en mij aan. ‘Wij gaan liever nog een keer in de achtbaan.’ Met de beide dames neem ik plaats boven de hoofden van alles en iedereen. Als het meisje van de attractie langs komt, vraag ik voor de zekerheid nog wel of we niet over de kop gaan. In eerste instantie moet ze lachen, maar dan schud ze van nee en draait de deur dubbel op slot. Oei, oei. Dat belooft niet veel goeds. Maar nee, we gaan met een vaart van 5 meter per uur in het uur rond. En ik zwaai vrolijk naar een ieder die onder ons door loopt.

We hebben de smaak te pakken. Dochter en ik. De jongens gaan in alle enge dingen, en wij gaan dan in de buurt iets minder engs doen. Gezellig samen. En met een ieder die zo stoer is dat ze durven zeggen dat ze eigenlijk ook niet over de kop willen. Zo gaan we ook samen in de draaimolen. Zo’n ouderwetse. Niet op een paard. We zitten in een koets. Want wij krijgen het voor elkaar om dat paard op hol te laten slaan. Dan galopperen we door het park. Als ware rodeo rijdsters. En iedereen heeft dan ontzag voor ons. Maar helaas hebben we dan ook altijd pech en kiepert dat paard ons uiteindelijk van de rug. En niet stijlvol en gracieus in een zandbak, nee uiteraard belanden wij dan pardoes in de waterbak. Geen paard voor ons dus. Een prinsessen koets. Geweldig toch! Schoolreisje.

Helemaal aan het begin ontwaar ik opeens tractoren. Met een koe op het dak. ‘Daar durf ik ook in!’ Roep ik terwijl de jongens net uit de formule X komen. Ze kijken vol bewondering naar me. ‘Echt waar? Stoer! Zullen we dan met zijn allen in een bakje?’ ‘Jongens, ik denk niet dat we met zijn allen in die trekker passen.’ Ze volgen mijn blik. Zien de trekkers en draaien zich om. ‘Zullen we maar gewoon naar de 5D film gaan? Dat lijkt ons eigenlijk beter.’ Geen tractoren met een koe dus voor mij. Helaas. Wel ronddraaiende theekopjes; een octopus voor kleuters (die me al eigenlijk al veel te hoog ging dankzij dochter die me even terugpakte en continue op het omhoog knopje zat te drukken) en een geweldige film.

Top dag heb ik gehad. Kinderen zonder uitzondering ook. De bidons met water gingen weer mee terug. Net als de broodjes, de pleisters, het schone ondergoed en eigenlijk alles wat er in de tas zat. Ja, ook de appelen. Veel te druk voor gehad allemaal. En het aller-leukste van de hele dag was nog wel: kent u die grap dat alle kinderen bij thuiskomst zogenaamd niet in de bus zitten? Dit jaar was het omgedraaid. Alle kinderen zaten gewoon netjes in de bus, maar er waren geen ouders te zien op het schoolplein. Geweldige grap toch?

Of zou dat toch komen doordat we een half uur te vroeg terug waren?



vrijdag 22 november 2013

Hart van Goud!

Sophie was een jaar of 5 toen ze een meisje met een kaal hoofd zag. Mamma, waarom heeft dat meisje geen haar? Dat meisje is ziek Sophie. En daardoor is ze haar haar kwijtgeraakt. Sophie was onder de indruk en wilde wel mee helpen met zoeken. Toen het tot haar doordrong dat het meisje echt heel ziek was en dat haar haartjes kwijt waren geraakt door de ziekte was ze diep onder de indruk.Hoe diep, merkte ik pas later toen we een filmpje zagen over een organisatie die pruiken maakte voor diezelfde kinderen. Kinderen die om wat voor reden dan ook kaal waren geworden.

Mamma, dat wil ik ook! Ik ga mijn haar af laten knippen en dan krijgen die kinderen mijn haar. Prima hoor zei ik en vervolgens vergat ik het. Sophie niet. Sophie werd 6 en 7 en liet alleen nog maar de dode punten bijknippen bij de kapper. Want ze wilde zo graag lang haar. Prima vond ik dat. Nooit meer aan die pruiken gedacht. Dacht gewoon dat dochter lang haar wilde. Ergens halverwege haar spaaractie werd er toch per abuis een heel stuk afgeknipt. Volledig van slag was ze. Hoe ik ook vertelde dat ze er prachtig uit zag. Wist ik veel. Weten mamma's veel wat er in hoofdje van kleine meisjes rond gaat.

Maar nu was het dan echt zo ver! Sophie maakte een afspraak en kon terecht bij de kapper in het dorp die samenwerkt met de Stichting Haarwensen. Stralend ging ze zitten. Weet je het echt zeker? Vroeg ik aan dochter. Maar dochter wist het zeker. Dit is wat ze wilde. Haar haar groeide wel weer aan, maar die zieke kindjes hebben dat geluk niet. Ze zijn en ziek en dat is dan ook nog eens heel duidelijk zichtbaar. Geen moment heeft ze getwijfeld. Mijn stoere dochter. 8 jaar en klaar staan voor een ieder die hulp nodig heeft. En of dat nu in de klas is, op straat of iets verder in het land, Sophie kan niet tegen onrecht.

Zelf zat ik op een bank en keek van opzij naar dochter. Ik voelde een brok in mijn keel opkomen en tranen in mijn ogen. Daar zat ze. Mijn dochter! Mijn dochter die haar mooie lange haar liet kortwieken. In een paar knip bewegingen was de vlecht eraf. Hij werd voor Sophie neergelegd. Grote grijns van oor tot oor had ze. Vooral toen ze van de kapster hoorde dat ze nog een boblijn kon krijgen. Een bob, dat wilde ze zo graag! Die middag hadden we een vrolijke stuiterende dame in huis. Een dame die eindelijk haar grote wens in vervulling had zien gaan. Haar staart gaat kinderen vast heel blij maken. Mij heeft ze al blij gemaakt. Super trots ben ik op mijn meisje. Sophie: je bent mamma's held!!



maandag 4 november 2013

Benjamin en zijn dochter.

Men neme een klein verstrooid jongetje van een jaar of 8. En dat kleine verstrooide jongetje woonde in zijn eigen wereld. Een wereld ver van de echte harde wereld vandaan. We schrijven 1968. De schrijfster van dit stuk was toen nog lang niet geboren, dus plaatsen zijn hier en daar misschien iets anders geweest dan ik ze hier ga beschrijven. Dichterlijke vrijheid in proza.

Dat kleine mannetje noemen we Benjamin. En Benjamin denkt anders. Denkt dieper. Denkt door. Benjamin wordt door de grijze tantes liefkozend de Professor genoemd, omdat hij altijd de meest vreemde feiten kent en de encyclopedie uit zijn hoofd heeft geleerd. De professor maakt speciale olie als hij als 4 jarig jongetje uit logeren gaat bij 1 van die tantes. Alles wat kleine Benjamin tegen komt gooit hij er in. "Wat maak je Benjamin?" "Speciale olie!" was het antwoord. Tot op de dag van vandaag, 49 jaar verder moeten we dit verhaal iedere keer weer aanhoren als we de tantes tegen komen.

Kleine Benjamin heeft nieuwe wanten. En zijn moeder drukt hem op het hart om ze dit keer vooral niet kwijt te raken. "Onthoud nu eens een keer waar je ze neerlegt." Kleine Benjamin gaat buiten spelen en keert wantenloos terug naar huis. "En waar zijn je nieuwe wanten?" Vraagt de mamma van Benjamin. "Het wak zei: geef hier die wanten!!" En Benjamin keerde weer terug in zijn eigen wereld. Als mamma kun je denk ik niet boos worden.

Benjamin heeft sokken. In zijn schoenen. Maar daar waar zijn vriendjes wonen, op een industrieterrein in aanbouw, zijn allemaal buizen en plassen en modder en vooral dus voor een 8 jarig jongetje heel veel coole speelmogelijkheden. Maar Benjamin mocht niet meer thuiskomen met natte sokken. Mamma had er ook wel eens genoeg van. Kleine Benjamin speelt en speelt en speelt en eindigt met kletsnatte sokken. En met de stem van zijn mamma in zijn hoofd: "niet met natte sokken thuiskomen!"
Maar Benjamin zou Benjamin niet zijn als hij geen oplossing had. "Hebben jullie een hamer?" vraagt hij aan vriendje en die heeft dat wel. Benjamin legt zijn sokken op een steen en slaat en slaat en slaat met de hamer op zijn sokken. Tot de gaten er in zitten, maar ze wel redelijk droog zijn. Zo komt hij thuis. Mamma had namelijk niets over gaten gezegd.

Benjamin heeft een wollen trui. Door oma gebreid. En Benjamin doet hem aan. Maar ergens gedurende de dag komt er een draadje uit de trui. Midden op zijn buik, Wat grappig denkt Benjamin en trekt aan het touwtje. Magie!!!! Het touwtje wordt langer en langer en langer en langer. Langzaam maar zeker ontstaat er een groot gat midden op zijn buik, waar je geen trui meer ziet, maar een t-shirt. Oei. denkt Benjamin als hij naar huis wandelt. "Wat heb jij nou weer!!!" roept zijn moeder verschrikt uit als ze zoonlief ziet. Tsja, denkt Benjamin. Dat ziet ze toch? "Het was heel erg mistig en er sprong zomaar uit het niets een kat door mijn trui! En nu zit er een gat in. Maar door die mist kon ik die kat nooit zien natuurlijk!" Onbegrensde fantasie had kleine Benjamin.

Kleine Benjamin werd groter en ouder en nog veel wijzer en leeft nog steeds regelmatig in zijn eigen wereld. Maar het verschil is dat Benjamin nu vader is. Twee zonen en een dochter. En laat zijn dochter nu een exacte kopie zijn van haar vader.

Sophie gaat bij een vriendje spelen. Visnetje mee, want ze gaan vissen vangen. Nieuwe leren laarzen aan haar voeten. Om 5 uur staat er een vrolijk meisje op de stoep. Op blote voeten. In haar handen heeft ze haar laarzen. Nieuwe leren laarzen waar een stroompje water uit loopt. "We gingen vissen vangen, maar ze zaten al onder water vanwege de kou. Dus moesten we in de sloot gaan staan om ze te vangen". In haar handen houdt ze een oester. Een prachtige oester. Trots is ze. De mooiste heeft ze aan vriendje gegeven. Maar mamma kijkt niet naar oester. Mamma kijkt woedend naar zwarte leren laarzen waar de sloot zo uit stroomt de kamer in. Mamma vraagt zich hardop af of dochter ooit wel eens nadenkt voor ze iets doet. Dochter kijkt niet begrijpend naar stomende mamma. Krijgt stille morele steun van pappa. Mamma heeft vast nog nooit oesters gevangen, of een kat door haar trui gehad en waarschijnlijk is mamma ook nog nooit een pratend wak tegen het lijf gelopen. Mamma is maar saai. En helemaal niet lief als ze boos is.

Tsja, vaders en dochters. Daar was iets mee.



vrijdag 20 september 2013

Sophie en de Chinese mevrouw.

Sophie gaat boodschappen doen. Niet omdat ze dat zo leuk vind, en niet omdat ze honger heeft, of geen toiletpapier meer heeft, maar ze wil cakepops maken en mamma heeft geen beslag meer. Mamma heeft dan geen beslag meer. Maar mamma wil toch geen cake bakken? Dus wie heeft er nu geen beslag meer?” Moppert mamma. Mamma moppert altijd overal op. Daar is ze mamma voor zegt ze. Sophie vind dat maar stom. En dat mamma geen cakemeel heeft, is ook al stom.

Sophie huppelt naar de winkel. Met geld in haar ene broekzak, en een bonuskaart in de andere. Want je weet maar nooit of er toevallig bonus aanbiedingen zijn. Sophie vind mamma heel vaak stom. Volgens mamma komt dat omdat ze zo op elkaar lijken. Hoe dom is dat! Mamma is al oud en grijs en gerimpeld en zelf is ze blond en altijd vrolijk aan het stuiteren. Boordevol ideeën zit ze. Cakepops maken bijvoorbeeld als je uit school komt. Hoe gaaf is dat! En dan zoveel alvast proeven dat je bij het avondeten vol zit en geen bietjes meer lust. Slim is ze dus ook al zegt ze het zelf.

Cakemeel met kaneel; cakemeel met prinsessen en draken op de verpakking; cakemeel in een akelig saai pak; en cakemeel met honing. Cakemeel met honing. Wat vreemd. 1 pak is in de aanbieding, maar dan zelfs nog duurder dan die met honing. Ze pakt een pak meel met honing en loopt naar de tijdschriften. Daar mag je als kind niet komen van de manager, maar als je slim bent; wacht je op een mevrouw die tijdschriften gaat uitzoeken. Eigenlijk doen al die vrouwen hetzelfde: ze pakken een V.T wonen en bladeren daar dan door. Als ze zich onbespied wanen, leggen ze de V.T wonen weer terug om achteloos een Privé te pakken en daar gaan ze dan in lezen. Niet bladeren, nee lezen! Zelf kun je dan al op de grond zitten. Op je knieën en dan ook lekker lezen. Want die boze manager denkt dan dat je bij die mevrouw hoort. En dan durft hij je niet weg te sturen. Soms maakt een dame heel snel haar keuze en moet je opstaan en weer om het hoekje wachten tot de volgende mevrouw een woonblad pakt. Dan weet je dat je weer verder kunt lezen.

Zelf vind ze de paardenboekjes leuk en de D.onald Duck. Daar staan gekke grappen in. Geweldig zijn die. Rare eend met slimme neefjes. Ook nu weer. Sophie schatert het uit en vergeet te kijken naar de dame. Vergeet op de boze manager te letten. Sophie leest en opeens hoort ze:  “AHUM!” Naast haar staan 2 zwarte schoenen. Glimmend gepoetste zwarte schoenen. En in die schoenen zitten zwarte sokken, met daarboven een gestreepte zwarte broek. En ze hoeft niet verder omhoog te kijken om te weten bij wie die schoenen horen. De Boze supermarktmanager!!!!

Snel staat ze op, slalomt om de wachtende mensen bij de kassa, zwaait naar een juf en een buurman en rent langs de kassa de winkel uit. Trappen af en de bocht om. Daar staat ze stil. Dat ging maar net goed. Nu naar huis om cake…. “Nee!!!!!!” schreeuwt ze over straat. Het pak cakemeel staat op de grond bij de boekjes. Dat worden dus gewoon weer appeltjes en druiven. En een mamma die dan weer zucht en moppert dat ze ook altijd alles zelf moet doen.

Ze sjokt naar huis. Langzaam. Bij het parkje merkt ze dat een mevrouw achter haar aan komt. Zwaaiend. Maar Sophie mag niet met vreemde mensen praten, dus zet ze het op een lopen. Mevrouw achter haar aan. Door een steegje. Aan het einde van de steeg komt de mevrouw aan het begin. De bocht om, afsnijden door een tuin en nog een steeg in. Door het gemeenteperk, de straat in waar haar huis staat. En ondertussen rent de Chinese mevrouw met een tas achter haar aan. Zwaaiend en roepend. Maar Sophie hoort niets, ze rent door naar huis. Zo snel mogelijk naar mamma. Belt aan als ze thuis is. Eindelijk thuis is. Veilig voor die mevrouw, maar mamma roept van zolder naar beneden dat ze er aan komt. “Schiet op!”Roept Sophie. “Ik word ontvoerd!” Meisje? Klinkt een zachte stem achter haar. “Jij cakemeel velgeten zijn in de winkel.” Sophie krijgt van de mevrouw het pak cakemeel met honing. “Veel pleziel! En eet smakelijk!” Dank u wel mevrouw roept Sophie naar de Chinese dame die met een doekje haar voorhoofd afveegt en langzaam wandelend de hoek weer om gaat.


“Wat super zeg. Je bleef wel lang weg. Heb je cakemeel? Dan gaan we bakken. Gezellig” Zegt mamma. “Ja”, antwoord Sophie. “Alles ging helemaal goed. Dankzij de Chinese mevrouw” “Chinese mevrouw?” vraagt mamma. Laat maar. Mamma snapt toch nooit iets. Vreemde mensen zijn echt niet altijd eng. Ze kunnen ook gewoon heel aardig zijn.
Omdat mamma ook weer geen foto van een cake heeft!

woensdag 10 april 2013

Furby.


 Sophie heeft een Furby. Geadopteerd volgens de 1, gewoon gekocht volgens mijn portemonnee. Beest kost 90 euro!! 90 euro!! Kan ik heel veel boodschappen voor doen. Of een nieuwe jas kopen voor de jongens, voor 2 kinderen nieuwe sportschoenen. Maar het gaat hier niet om mijn geld, het gaat om de spaarpot van Sophie. Sophie werd 8 en het enige wat ze wilde was een Furby. Maar Sophie heeft een mamma die niet zomaar een cadeau van 90 euro gaat kopen. Sophie vroeg dus geld voor haar verjaardag en de dagen voorafgaande aan haar verjaardag stonden in het teken van de Furby.

Pratende baal wol. Geland van een andere planeet. Met een eigen wil die hij zijn nieuwe baas oplegt. Baal wol van heel veel geld. Heel veel geld!

Sophie gaat samen met pappa op vrijdagavond naar de winkel. Beest mag gekocht worden, en dan betaald ze pappa later geld terug. Mamma geeft nog een lading tips mee. De voornaamste: weet je het heel zeker? Verder wil mamma geen gele Furby en zeker geen witte. Dochter klimt namelijk net zo makkelijk de hoogste boom in als ze rustig op haar kamer modellen inkleurt. Furby moet mee. Staand op het bureau tekenen, maar dus ook mee de boom in. Witte Furby binnen een week zwart. Als een schoorsteenveger. Een half uur na vertrek staan pappa en dochter weer in de woonkamer. Stralende Sophie en even stralende pappa. Met een bewegend en pratend pakje tussen hun in op tafel. Furby is gearriveerd.

En mamma is toch wel nieuwsgierig, dus mag pakje alvast voorzichtig open. Furby is oranje en een kletskous. Wordt eerst gereset, want kinderen in de winkel hebben hem al rare woorden geleerd. Woorden die niet bij een opgroeiende dame horen. Ding is meteen weer terug bij af. Spreekt Furbisch. En kinderen verstaan hem. Zoals kinderen elkaar waar ook ter wereld altijd verstaan. De taal van het kind. In dit geval een oranje flapuit.

Op haar verjaardag kwebbelt de oranje wolbaal gezellig de hele dag mee met de visite. Als ze even geen aandacht krijgt gaat ze zingen en ritmisch meebewegen. Sophie vind het geweldig en verzorgt beestje goed.

De volgende dag gaan we een dagje weg en Furby mag mee. In de auto en Furby heeft een gedragsverandering. Is stout, zegt rare woorden, en laat een boer. Kinderen slaan dubbel van het lachen! Foei roepen die twee bejaarden vanuit de voorstoelen naar achter, maar Furby vind lachende kinderen veel leuker en beloont ze met nog twee boeren. Jongens vinden het wel grappig dat wolbaal ongehoorzaam is. Sophie toch al iets minder. Ogen staan namelijk ook heel stout en boos en donker. Furby is niet lief en Sophie vind deze Furby niet leuk. Mamma mag oranje bal tot de orde roepen en zo komt het dat we rijdend over de snelwegen van Nederland de nodige aandacht trekken. Volwassen vrouw met oranje pop op schoot die foei zegt tegen ding en diep in de computer popetjes van haar ogen kijkt. Furby is onder de indruk van mamma, maar onze mede weggebruikers zijn dat ook. (Wij hebben geblindeerde ramen achter, dus kinderen zijn niet te zien voor overig verkeer)

Na nog een reprimande en een stout woord van oranje wolbaal zet ik hem op de grond. Bij mijn voeten. Radio gaat aan zodat wij protesten niet horen. Furby staakt na een tijdje haar protesten en net als wij de muziek iets zachter draaien, horen we vanuit de bodem een computer stemmetje. Lekkere muziek! Lekker swingen! Mamma kijkt naar beneden en daar bij haar voeten staat een blije dansende Furby. Mamma smelt een beetje. Wat lief! Ik begin mijn dochter een heel klein beetje te begrijpen. 


En voor al mijn volgers: sorry! Ik heb een filter geplaatst omdat ik iedere dag 15 spam meldingen krijg op mijn blogs en ik al die blogs dan moet nalopen. Voor jullie kunnen reageren moet er dus een code ingevoerd worden. Het plezier in het schrijven is de laatste tijd een beetje weggezakt door al die rare berichten. Ga het nu dus op deze manier nog even aankijken en anders stop ik met bloggen.

woensdag 6 maart 2013

Sophie en het ei.


Sophie komt huppelend uit school. Huppelend. Op dit soort momenten ben ik jaloers op mijn dochter, want ik kan niet huppelen. Gaan mijn benen en armen de verkeerde kant op, raak ik in de knoop en val ik met mijn snoet zo op de tegels. Midden in het winkelcentrum, of midden op het schoolplein, want zo handig ben ik dan weer wel. Ik oefen niet gewoon iedere week in het geniep in een donker bos, nee; ik ga enthousiast oefenen op het drukste plein in de buurt. Maar goed. Sophie kwam dus uit school.

“Mam, we zijn bij de dierentuin geweest en ik heb een ei gekregen! Iedereen wilde hem, maar meester had een getal onder de 10 en niemand had het goed. Behalve ik dus. Ik had 4 en het was ook 4. Ik heb een ei gekregen!” Stralend slaat ze met haar vlakke hand op haar jaszak. Op haar jaszak van haar nieuwe jas. Dan gaat hij stuk op de fiets. Zullen we hem in mijn fietstas doen? Of in je eigen fietsmandje? Fietsmandje weg. Of in een drinkbeker. Ik denk aan een ei van een vogeltje dat uit een nest is gevallen. Ik denk aan een ei van een kip die gepeld is. Het ei. Niet de kip. Ik denk aan een ei van een kievit die uitgeblazen is. Breekbare eieren. En kijk naar fiets. Hoe gaan we ei vervoeren?

“Nee hoor, mam. Hij zit in mijn zak en daar zit hij goed. Hij gaat niet kapot.” Om dat te demonstreren slaat Sophie nog een keer tegen haar jaszak. Met platte hand. Zelf weten denk ik. Door schade en schande groot worden heet dat geloof ik. Mijn kinderen zijn eigenwijs. Hebben ze van mij. Ik kan niet anders dan toegeven. Als iedereen links gaat, ga ik rechts. Als iedereen in een bus stapt, ga ik lopen. Als iedereen naar pretpark gaat, zoek ik de natuur op. O wacht, dat is iets anders. Maar goed, mijn kinderen zijn duidelijk mijn kinderen. Beleven graag zelf hun leven. Worden met vallen en opstaan groot. Sophie fietst met ei in jaszak naar huis.

Als Finn en ik thuiskomen, loopt Sophie met een kippenei in haar handen door het huis. Een heel kippenei. Geen blaasgat te zien. Geen barst ook. Wat voor dierentuin hebben jullie bezocht? “ De dierentuin bij het kantoor van de directeur. Met die enorme konijnen en die kippen. Mam, ziet u nou echt niet dat dit een kippenei is?” Ja, dat zie ik dus wel. Heeft meester die voor je gekookt? “Nee, ze zijn niet gekookt, ze zijn gelegd. Deze is vers gelegd en ik heb hem gewonnen. Kunt u hem even koken?” Dus jij hebt gefietst met een echt vers kippenei in je jaszak? Die dingen gaan heel makkelijk kapot, en dan komt er heel vies spul uit! “Dat is geen vies spul mam! Dat is een ei en dat is gezond. En deze is vanmorgen vers gelegd. Erg lekker dus.”

Ontzettend leuk hoor. Een school met konijnen en kippen. Een school met tuintjes, een school waar muzikanten komen en met een schoolbos. Een school met creatieve middagen en voorstellingen. Maar als moeder hou ik het af en toe niet helemaal meer bij. Zoals vorige week. Ik zat te genieten van een kop koffie toen de telefoon ging. De meester van Sophie. Of ik niet moest rijden. Rijden? Wat maakt het die leraar nou uit of ik ga rijden of niet? Rijden? “Ja rijden. Naar de bibliotheek.” Ja! Volgende week dinsdag inderdaad. Is er een soort van tentoonstelling toch? “Nou, nee. Nu. Vandaag.”Nee hoor, volgende week. En ik nam nog een slok koffie. “Maar het is vandaag; nu dus en we staan al buiten te wachten.” Oeps! Compleet verkeerd in de agenda gezet. Koffie uit, jas aan en snel naar school. Ja, daar stonden de dames al te wachten. Met leraar. Leraar reed mee, snel gooide ik het oud papier naar achter. Heel even baalde ik. Denkend aan mijn koffie. Maar als je daarna met de kinderen een taalrondleiding krijgt waar de kinderen mogen dichten en verhalen mogen voordragen, dan vergeet je de koffie. En als je dochter dan ook nog stralend thuiskomt met een vers eitje dan weet je dat de kinderen toch wel op een bijzondere school zitten.

Nu op zoek naar een betere agenda.
Geen ei, wel de krokussen uit haar tuintje.

vrijdag 15 juni 2012

Konijnenjacht in doorschijnende broek.


Ik zal u even updaten over onze laatste gezinsuitbreiding. De witte voskonijntjes van Sophie.

Inmiddels is 1 konijn al 2 keer ontsnapt. Tijdens de tweede dwaaltocht nam ze haar zusje mee. Ondankbare beesten dacht ik toen ik ’s morgens vroeg op zaterdag het hok open zag staan. Vervolgens dacht ik: ik ga niet zoeken. Ik herhaal: ik ga niet zoeken. Beetje mijn koffie koud laten worden voor een paar bouten die ook gewoon op de bbq hadden gekund. Maar dat zit toch niet lekker. Je neemt een slok koffie, kijkt naar de slagregens, kijkt naar de eksters die boven je tuin cirkelen, kijkt naar bedroefde dochter en zet koffie neer. Op tafel. Waar het alle tijd kreeg om koud te worden. Mamma ging naar buiten in doorschijnende pyjamabroek en op pantoffels. Kinderen vlogen naar boven en kwamen aangekleed terug. Slimme kinderen. Maar ach, je moet de buurman ook soms iets gunnen. Zaterdagmorgen kwart over 7 en de buurvrouw rent met visnet op pantoffels en met een doorschijnende broek door de tuin achter konijnenboutjes aan. Ik denk dat de buren nog sliepen. Geen foto langs zien komen op Youtube namelijk.

Konijn 1: de kleinste van het stel, de helemaal witte, kwam al snel tevoorschijn, rillend van de kou, liet zich niet door visnet in de luren leggen, maar liep wel zo de roze reiskooi in. In de roze kooi (Ineke; hij komt goed van pas) had ik een bakje voer gezet en hup, daar ging sister act1. Hok scheef en over het ijzeren gordijn terug de konijnen gevangenis in.
En maar zoeken naar een gaatje in het hek.


Sister act 2 liep me uit te dagen. Telkens even haar snuit laten zien om vervolgens onder de buxus te verdwijnen. Richting de tuin van buren. Buren die vast gelukkig nog sliepen, want konijn vond de net aangelegde architectonische tuin veel interessanter als de eigen tuin. Die waar zoveel kinder speelgoed rondslingert, waar de kinderen ieder hun eigen moestuin hebben. Zonder sla, want op miraculeuze wijze is in 1 nacht alle sla verdwenen. Zo vond ik mezelf terug: konijn, konijn, kom maar konijn. (Ik begin op Ben te lijken, praat ook al tegen beesten) De kinderen stonden verdekt opgesteld in de tuin met mini schepnetjes. Als konijn langs kwam schieten gilden ze het uit, om vervolgens hard rennend en wild zwaaiend met visnet achter beest aan te rennen. Pluizig beest die dat helemaal niet leuk vond. Smaakt een konijn nog goed als ze een hartaanval heeft gehad? Schuin oog naar kruidentuin. Genoeg rozemarijn en peterselie om konijn mee aan te fruiten.

Klopjacht duurde een half uur. Slim konijn. Maar toen zat hij als Peter Rabbit in het net. Sister act was ten einde. Rillende konijnen zochten troost bij elkaar. Op doorweekt hooi. Tussen omgevallen voederbak en nat geworden korrels. Bekijk het maar! Riep ik naar bolletjes wol. Mijn pyjama broek was inmiddels nog doorzichtiger geworden door de regen. Leek wel een wet trousers contest. Kinderen gingen zitten te mokken op de bank, ik ernaast met een koude kop koffie. “Hoe zou u het vinden om in een nat bed te liggen?” “Als mamma 2 keer in de week jullie bed verschoont, jullie kamers stofzuigt en uitsopt, 3 keer op de dag vers eten neerzet, iedere dag vers drinkwater in jullie bekers schenkt, zouden jullie dan ontsnappen? Zouden jullie er dan voor kiezen om in de buitenlucht een avontuur aan te gaan?” “Ja!! Gaan we kamperen?” Dat bedoelde ik niet helemaal. Ik loop naar de koffiezetter, kijk naar buiten, zie het hok staan en het is net alsof ik hok zie schudden van de trillende beestjes die tegen elkaar aan zittend een poging doen om warm te blijven. Ik kijk naar zwarte bemodderde pantoffels en trek mijn jas weer aan. Eerst maar het konijnenhok verschonen. Alle natte troep eruit, nieuwe houtkorrels, vers stro en een dik pak hooi. Vers water en een grote bak met korrels. De koffie smaakte zeer goed die morgen om 9 uur. De eerste kop koffie van de dag.
Na de regen komt zonneschijn en 2 lief grazende konijnen.

vrijdag 6 april 2012

Sophie heeft een hele Goede Vrijdag!

Sophie. Onze Sophie over wie u allemaal al zoveel heeft kunnen lezen. Onze Sophie staat vandaag in het middelpunt van de belangstelling. Sophie is vandaag namelijk jarig!
7 jaar. 7 jaar en ze vroeg afgelopen week of ze het mooiste verjaardagsfeest ooit mocht krijgen. Uiteraard mag ze die krijgen. Haar langgekoesterde wens is gister uitgekomen. Ze is mamma geworden van 2 konijntjes. 2 kleine konijntjes. Nijntje en Snuffie. Eigenlijk heet Snuffie Flappie, naar het beroemde konijnen kerst nummer, maar Sophie vond het niet zo'n goed idee om eerst haar konijn met gekonfijte kersen op tafel te krijgen tussen de sperziebonen en aardappeltjes en ze vond het ook niet zo'n goed idee om pappa met gekonfijte kersen op te dienen tijdens de volgende kerstdis.
Nijntje en Snuffie dus.

Gister mochten we de 2 kleine beestjes ophalen. 2 vrouwtjes. Althans dat hebben ze ons verzekerd. En anders hebben we over een tijdje inteelt baby konijnen. Mevrouw van de dierenwinkel stopte de kleine witte bolletjes in 2 doosjes. "U moet goed de bon bewaren en deze doosjes, dan heeft u namelijk een half jaar garantie op ze". Een half jaar garantie? Op wat? fabrieksfouten? "Valt er wel eens een poot af dan?" Meisje kon de grap niet zo waarderen. Ik kreeg een half jaar garantie op ziektes en als de konijntjes binnen een half jaar dood zouden neervallen moest ik de arme drommels terug doen in het doosje en naar de winkel terugrijden. Net alsof ik met dode beesten in de auto terug zou rijden naar de winkel. Ik ben geen abattoir! Deed me meteen terugdenken aan mijn eigen jeugd. Ik zal ook 7 jaar geweest zijn en de buurman had schapen en ieder jaar ook wel een potlam. Die mochten mijn broertje en ik dan uit school de fles geven. Lief zacht knorrend lammetje half op schoot, half op zijn pootjes voor ons staand, hevig trekkend aan de fles. Moest je jezelf schrap zetten, want lam was al best heel sterk. Soms overleed een schaap en buurman belde dan niet op, nee buurman gooide de klep van zijn auto open, kieperde dood gewicht in de auto en reed wel even zelf naar destructiebedrijf. Maar de buurman was al iets ouder. En werd al iets vergeetachtiger. Zodat hij op een dag de auto naar de garage bracht vanwege de verschrikkelijke stank in zijn auto. Vast een verstopt filter mompelde buurman tegen monteur en ging in de showroom de krant lezen met zijn sigaar en een kop koffie. Geschreeuw van monteurs, rennende verkopers en bleke gezichten van koffiedames ontgingen buurman volledig. Buurman had 2 weken daarvoor een dood schaap in zijn auto gelegd en was naar huis gereden. Doe ik morgenvroeg wel. Alleen kwam morgenvroeg dus niet. Hier moest ik aan denken en u zult allemaal begrijpen dat ik never nooit niet met een dood konijntje rond ga rijden. Kinderen mogen konijntje netjes begraven. Met ceremonie, chocoladetaart en zelf getimmerd kruis. Hoef ik echt geen garantie te krijgen op loszittende en defecte onderdelen.

Maar goed, we gaan eerst genieten van de konijntjes. En van de verjaardag van dochter. Die nu al helemaal geslaagd is. Sophie heeft na jaren hopen en wensen dan eindelijk haar kleine pluizige vriendjes. En ik weet 1 ding: deze konijntjes gaan aan liefde en aandacht niets tekort komen. Lieve, lieve Sophie: heel veel plezier vandaag en nog bergen vol geluk voor de rest van je leven. En omdat je als 7-jarige nog helemaal niet bergen ver kunt kijken wens ik je voor het komende jaar veel plezier, geluk en gezondheid toe samen met je vriendinnetjes en samen met je witte wollige vriendjes.

donderdag 29 maart 2012

Konijn. Konijnen.


Sophie wil heel graag een konijn. En normaal gesproken krijgen de kinderen echt niet zomaar dat wat ze willen, maar Sophie is jarig en het allerliefste wil ze een konijn. Een witte. En Sophie heeft iets nodig waar ze voor kan zorgen, waar ze mee kan knuffelen en waar ze van kan genieten.

Een konijn. Mamma gaat overstag. Kost niet eens zoveel moeite. Mamma ziet het wel zitten een konijnen grasmaaier.  Sophie heeft al zakken met voer in huis. Waarom? Waarom? Als er 1 ding is wat ik de afgelopen negen jaar heb geleerd is dat je soms niet moet vragen Waarom? Krijg je namelijk geen antwoord op. Het alvast hebben van konijnenvoer is helemaal logisch in de kinderlogica. Doe je gewoon soms net of je kinderen helemaal begrijpt. Soms.  Er zijn ook koekjes voor het konijn. Gestampte worteltjes in de vorm van hartjes en geperste appeltjes in de vorm van: jawel, appeltjes. Ook nog een zak met gevulde koeken. Ingrediënten: groenten en mineralen. Een stuk gezonder als de schoolkoekjes van dochter derhalve.

Konijn krijgt beter te eten als bazin. Of beter gezegd: eten beter als bazin. Bazin weigert tegenwoordig alles te eten waar broodnodige vitamines in zitten. En of het nu rood, groen of geel is, maakt allemaal niet uit. Groente is groente en hoeft niet perse groen te zijn. Maar gegeten word het niet. Komen we straks nog even op terug.



We gaan voor een konijnenhok kijken. 1 met een onderren. Kun je het hok op het gras zetten en knaagt het konijn stukje voor stukje mijn gras kort. Hoef ik niet meer met snoeren en machines in de weer. Konijn maait het gras. Pappa gooit roet in het eten. “Dat gaat hem dus niet worden. Ontsnapt dat beest.” “Natuurlijk niet werp ik tegen. Er zit toch gaas om het onderste gedeelte? Blijft hij keurig zitten waar hij zit.” Pappa buldert het uit. Mensen draaien zich om, kijken van mij naar pappa en weer terug. Ik haal niet begrijpend mijn schouders op. Typisch pappa. Niemand snapt ooit zijn grappen. Best wel zielig voor pappa. Pappa is uitgelachen. “Wat doen konijnen?” Die weet ik, ik heb opgelet tijdens biologie. “Nou, die knagen gras, leggen zwarte dropjes, drinken water en slapen.” “Ja, en ze graven holen!” “En?” vraag ik. Pappa buldert weer verder. Ik begin me nu een beetje zorgen te maken om pappa. Mensen staan een stuk verder verwonderd naar ons te kijken. “Een konijn graaft een hol! Leven onder de grond! Graven dus zo een gang door het gras onder hok door. En zijn dan dus foetsie!” Dom, dom, dom. Hoe dom kun je zijn als mamma? Heel dom weten we inmiddels allemaal. Inderdaad. Een konijn graaft een gang. Ondankbaar beest. Weet vast nog niet van die appelkoekjes en lief meisje die met borstel en speldjes klaar zit om beest te versieren. Ehh, te verzorgen.  Ik loop weer door. Ik koop hier al geen hok meer. De lol is er voor mij af. Pappa hikt nog na in de auto.

De volgende dag is er toch een hok. En ik moet zeggen, het is een hele mooie. Dochter is verguld met haar cadeau. Er moet wel nog hooi in en stro en dus gaan we samen op pad om die in te slaan. Weer sla ik van verbazing achterover. Er is hooi; geperst hooi; en hooi met smaakjes. Met smaakjes? Ja. Met smaakjes. Wilde rozen, met kamille, met brandnetels, met paardenbloem en met munt. Zoveel smaken thee heb ik niet eens. Ik weet mijn plaats weer. Dochter kiest een drinkfles en een voederbakje uit en mamma wil weglopen. Dochter kiest echter ook nog een metalen bal uit, waar het hooi in moet; een speelgoedje voor het konijn om mee te spelen als ze zelf op school zit, en wil ook nog een riem in het karretje gooien. Dat gaat mij te ver. Ik ga natuurlijk niet met een konijn aan een touwtje over straat lopen. Ik inderdaad. Want wie krijgt deze klus in de schoot geworpen? Juist. Ik dus. Riem gaat terug. Konijn mag achter in de tuin lopen. Op het gras. Als we er bij zijn. Dochter haalt haar schouders op. “Dan zet ik die wel op mijn lijstje.” Aan alle familieleden die dit lezen: IK ben NIET blij met een konijnenriem! (Zal waarschijnlijk niets uithalen.) Aan iedereen die dit leest: Ik ga NIET met konijn aan de wandel. Fotocamera’s kunnen opgeborgen blijven.

Dochter kiest 2 konijnen uit die ze wel heel lief vind. “Gelukkig heb je nog een week om je keuze te maken welke van de 2 je wilt hebben.” “Nee, ze moeten allebei. Konijnen zijn gezelschapsdieren en moeten altijd met zijn tweeën zijn. Anders worden ze eenzaam. We kopen ze dus gewoon allebei.” We kopen ze dus gewoon allebei. Achter mijn rug hoor ik Ben rare geluiden maken. Loopt rood aan. Is duidelijk ziek. Duikt bij het zien van mijn vernietigende blik achter vogelkooi. Hoor ik hem evengoed lachen, maar zie ik hem gelukkig niet. 1 konijn, wordt binnen een half uur 2 konijnen. Kinderen zoeken gezamenlijk nog een voerbakje uit. Intens gelukkig. Verdwaasd loop ik naar de kassa. Begint aardig op een dierentuin te lijken bij ons thuis op deze manier. Ach, kan allemaal. We zijn net het huishouden van Jan Steen en daar kunnen een paar konijnen best bij. Smaken erg goed bij gepofte aardappelen toch?

Vanavond tijdens het eten kwam de aap uit de mouw. Of het konijn uit de hoed. Sophie wil het allerliefste een konijn omdat die over een half jaar haar groenten kan opeten. Groenten waar ze helemaal niet goed van wordt, maar die mamma en pappa toch iedere dag op haar bord scheppen. Nog een half jaar en dan mogen de konijntjes haar portie hebben. We zullen zien. Ik ben de laatste die zal zeggen dat dat niet gaat gebeuren. Dat zult u allemaal begrijpen.

dinsdag 20 maart 2012

Sophie en de Muizen mevrouw.


Sophie gaat naar de muis. Zonder piep. Zonder cursus, zonder andere kinderen. Maar met mamma. Mamma baalt, want we staan een uur in de file, en aangekomen bij het muizennest zijn er geen parkeerplaatsen. Bij een supermarkt mogen we parkeren, maar mamma treft het, de betaalautomaten zijn kapot. En er moet wel een kaartje achter het raam. Mamma rent heen en weer van parkeerautomaat naar parkeerautomaat, maar komt telkens zonder kaartje terug. Goede oefening voor mamma. Mamma gaat de Kika loop doen, en zoekt nog sponsoren. Zien mamma nu allemaal live lopen. In bewegend beeld. Mamma zet de auto in parkeergarage. Verschuift het probleem, want hoe gaat mamma betalen als mamma niet kan chippen en geen kleingeld heeft? Is van later zorg en eindelijk lopen Sophie en mamma dan naar mevrouw Muis. Die eigenlijk mevrouw M. heet. (Ja, duh. Mevrouw Muis dus)

Binnen door de draaideuren die niet draaien, maar in 1 klap tot stilstand komen, zodat mamma nu rondloopt met een rode neus. Sophie giechelt hardop. Rare mamma in de bocht. Of eigenlijk dus vast in een draaideur. Bij de entree hebben ze vissen. Gele vissen. Goudvissen zegt mamma. Kun je haar niet kwalijk nemen. Mamma heeft geen verstand van kleuren. Er komt een grote meneer op Sophie af. Die meneer stinkt een beetje en hij heeft een vieze broek. “De politie komt!”Roept hij dreigend naar Sophie. Mamma gaat voor de meneer staan. Sophie kijkt naar de vissen en tussen mamma’s benen door naar de meneer die roept dat de politie komt. De meneer heeft vast in zijn broek geplast. Een mevrouw duikt door een deur die met een harde klik in het slot valt. Kijkt verschrikt achter glas naar meneer. Heeft vast te snel gereden en is bang voor de politie. Sophie niet. Sophie zat netjes in de gordel. De politie mag best komen. Misschien hebben ze dan ook wel een schone broek voor de meneer.

Nog een mevrouw komt. Die zegt tegen de meneer dat zijn moeder hem op komt halen. Zijn moeder? Werkt zeker bij de politie. Meneer verdwijnt achter een deur.  Mevrouw 2 gaat ook achter glazen scherm zitten. Mamma neemt Sophie mee om het hoekje. Schilt een mandarijn en geeft die aan Sophie. Mevrouw M. komt. Sophie begint te stralen. Dat is de mevrouw met die leuke knutselspullen. We klimmen 3 trappen op, en mevrouw en mamma zijn buiten adem. Sophie niet. Sophie huppelt en kletst en heeft totaal geen last van ademnood. Mevrouw M. en mamma wel. En dan moet mamma nog hardlopen ook. Zal er wel niet uitzien.  Moet je op die leeftijd ook niet meer doen.  Rollator parcours is beter. Of gewoon een buskaart kopen. Zegt mamma altijd zelf.

Mamma gaat naar de wachtkamer. Mamma zit daar met een heeeeeeeelllllleeeeeeee grote zware donkere meneer. En die meneer stinkt ook. Die meneer maakt ook nog rare geluiden. De reuzen man loopt naar een automaat, pakt een bekertje, drukt op de knop, drinkt met gekke geluiden koffie op. Zet leeg bekertje op tafel, staat op, mamma zucht. Een zucht van verlichting. Verlichting is van korte duur. Meneer komt na een minuut weer terug, loopt naar de machine, pakt een bekertje, drukt op de knop, drinkt met gekke geluiden koffie op. Zet leeg bekertje naast eerste bekertje en loopt weer weg. Mamma zucht weer. Nu niet van verlichting. Gaat een lang uur worden zucht mamma. Sophie mag met mevrouw M. mee naar binnen. Sophie mag tekenen en praten en met vingerpoppetjes spelen.


Mamma zit in de wachtkamer. Tussen kunststof plant met laagje stof, op stoel met chocoladevlekken. Mamma hoopt dat het vlekken zijn van chocolade. Is mamma thuis echt niet blij mee, maar hier opeens wel. Begrijpt Sophie ook al niets van. Mamma komt na een uurtje ook bij mevrouw M. in kamertje. Gaat tekeningen van Sophie bekijken. Luistert naar wat Sophie heeft gezegd en gedaan. Sophie heeft eigenlijk niet zoveel gezegd, heeft gewoon lekker getekend en de posters bekeken en gelezen die achter mevrouw M. hingen. Heeft bijna geen antwoord gegeven op vragen van mevrouw. Mamma herkent Sophie weer. Recalcitrante eigenzinnige, eigenwijze, lieve, kwetsbare, sociale, slimme Sophie. Mamma straalt van oor tot oor. Waarschijnlijk ook van opluchting dat we weer naar buiten kunnen. De frisse lucht in. Weg van wachtruimte met tafel waar 15 drinkbekers op staan, weg van om politie roepende meneren. Weg van bedompt gebouw. Weg uit drukke stad. Gewoon lekker naar huis. Gaan we lunchen in de tuin. 

En de auto? Dat is een verhaal apart, maar uiteindelijk kreeg mamma haar eigen auto weer mee naar huis en Sophie? Sophie was opeens een hoepel rijker. 

Wordt vervolgd? Nee, ik red het zelf wel met dochter. All You need is tijd, aandacht, liefde en af en toe een extra knuffel. O ja, en rust. En laten we nu met zijn allen heel moe zijn. Met dat rusten komt het dus ook wel goed.

maandag 20 februari 2012

Sophie.

Sophie heeft de afgelopen week de familie lichtelijk op stelten gezet. Aan iedereen die het wilde horen, of eigenlijk aan iedereen die ze tegenkwam, wist ze te vertellen dat wij nog een baby gaan krijgen. Bij sommige aanhoorders sloeg de schrik om het hart. Niet in de laatste plaats bij mij. Een baby? Nog een baby? Altijd welkom hoor, maar gezien de situatie niet handig en praktisch gezien ook zo goed als onmogelijk, want vorige maand werden wij in kennis gesteld dat de embryo's die wij nog in de diepvries bij het ziekenhuis hadden liggen, waren vernietigd. Een baby dus. Toen Sophie te horen kreeg dat mamma toch geen baby meer wilde, antwoordde mevrouw als volgt: "Mamma kan wel meer niet willen, daar hebben wij geen boodschap aan. Wij willen nog een baby zusje."

Sophie had gister een nieuwe barbie gekregen van opa. Een barbie van ongeveer 50 jaar oud. Nieuwe barbie moest 's middags mee naar verjaardag. Op de verjaardag was ook het kleinste baby neefje aanwezig. Klein baby neefje mocht van Sophie wel met de barbie spelen. Probleem was echter dat het hoofd van de pop er telkens af schot. Grote grijns op 5 maanden oud gezicht. Giechel bij Sophie. Het spelletje 'onthoofd de pop' was een half uur leuk, maar daarna vroeg Sophie de pop terug aan de pappa van de baby. "Stel je voor dat hij later gaat trouwen en dan het hoofd van zijn vrouw er af trekt? Hij denkt namelijk straks dat het zo hoort."

Mevrouw gaat carnaval vieren op school. En waar de hele school in polonaise door de aula host zit jonkvrouw in blauw fluwelen jurk op een stoel. Niet begrijpend de kleurrijke menigte te bekijken. Wat een rare vogels lopen daar, veren op het hoofd, alle kinderen die elkaar vastgrijpen om achter elkaar rondjes te lopen. Niet besteed aan deftige dame. Verkleden is leuk, chips eten in de klas en limonade drinken kan ook nog, maar dat gedoe in de aula, mag van Sophie wel achterwege blijven. School is school en geen veredelde feesttent. Gelukkig dachten 400 feestende kinderen daar anders over.

vrijdag 27 januari 2012

Het verhaal van de muis die geen piep zei.


Er was eens een klein verdrietig meisje. Het meisje was vroeger een vrolijke wervelwind met een agenda vol vriendinnetjes. Maar de pappa van dat meisje werd ziek en de mamma kon de spanningen af en toe niet meer aan. De pappa en mamma van dat kleine meisje hadden regelmatig discussies met elkaar. Het meisje dacht dat pappa en mamma altijd maar ruzie hadden. En ze werd stiller en stiller.  Mamma zag dat, maar wist niet precies waarom haar dochter zich afsloot voor iedereen.  Op school zagen ze ook dat het meisje zichzelf niet meer was.

Dochter mocht op cursus. Een cursus voor kinderen. Voor kleine kinderen. De kindertjes mochten dan knutselen en ze kregen een schatkistje en een knuffeltje en ze gingen dan samen met alle andere kinderen knutselen en praten. En hopelijk kwamen dan de echte kindertjes weer naar voren. Kroop de vrolijke wervelwind uit dat schatkistje vandaan.

Een week voor aanvang moest dochter op sollicitatie gesprek komen. Dochter werd ondervraagd. En dochter werd toegelaten, want klein meisje had inderdaad wel hulp nodig. Dochter kreeg de knutselspullen al te zien en samen met een andere mevrouw ging dochter op de gang vliegtuigjes vouwen en uitproberen. Meisje schaterde het uit. Meisje had er zin in. Knutselen, spelen en praten met andere kinderen. Misschien kreeg ze wel weer een vriendinnetje, want die had ze niet meer. Ze had nog nul vriendinnetjes over.

“De cursus begint wel een week later. Gegevens betreffende locatie, tijdstip ed sturen we per mail naar u op”. Maar dag na dag verstreek en geen informatie in de bus. Niets. Helemaal niets. Vrijdag maar eens op school informeren of de informatie misschien daar naartoe gestuurd is. Zover kwam het niet. Na een heftige week kwam er voor dochter, een forse trap na. Er werd een voicemail bericht ingesproken. 2 Werkdagen voor de cursus zou beginnen. “In verband met onvoldoende aanmeldingen, starten we de cursus niet. Misschien in mei”. Ik heb meteen terug gebeld. Ze konden wel aanbieden dat dochter met volwassen mevrouw in gesprek zou gaan. En wij ook. Ten eerste heeft pappa genoeg aan zijn eigen artsen, kost hem alle energie die hij heeft en ten tweede: mamma zit niet stil en teruggetrokken op school. Mamma en pappa hoeven niet behandeld te worden. Dochter wel. En dochter gaat niet met volwassen mevrouwen praten. Nou ja dat misschien nog net wel maar die nodig je niet uit op je kinderpartijtje. Staat een beetje raar. Volwassen mevrouw in draaimolen of zandbak.

Dochter was verdrietig en teleurgesteld. Ging huilend naar bed. “Die mevrouw had toch beloofd dat ik mocht komen? Dat we deze studiedag zouden beginnen? En ze had van die mooie knutselspullen”. Mamma is kapot. Hoe ga je in Nederland om met kleine meisjes van 6? Je houdt ze een snoepje voor die je dan snel zelf opeet. Kinderen die al zo kwetsbaar zijn en al te veel hebben meegekregen, gehoord en meegemaakt, schop je gewoon nog dieper de goot in. Mamma was compleet gesloopt door zoveel onrecht. Vorige week wisten ze al dat er niet genoeg aanmeldingen waren. Dat komt niet zo maar als verrassing in een week uit de lucht vallen.

Op zoek naar andere vormen van hulpverlening? Mijn kinderen zijn geen huis-aan-huis krant die van de ene instantie naar de andere wandelen. En bij iedere instantie moeten ze opnieuw hun verhaal doen, bij weer nieuwe mensen. Je hele gezinssituatie komt open en bloot in allerlei dossiers te zitten en aan het eind mag je niet komen. Gaan ze je toch maar niet helpen. 6 jaar is klein meisje. En klein meisje wordt als oud vuil in de wacht gezet. We redden het zelf wel. Hebben die instanties niet nodig. Onze muren zijn weer opgetrokken. Nu uit gewapend beton.  Gelukkig hebben we een lang weekeinde vanwege studiedagen van de leerkrachten. Kunnen we klein meisje troosten. Knutselen we zelf wel een schatkistje waar ze muis in kan stoppen. Hebben we helemaal niemand voor nodig. Jeugdhulpverlening in Nederland. Blijft u even hangen? Er zijn nog 10 wachtenden voor u.

dinsdag 13 december 2011

Sankta Lucia.


Lucia was een Romeinse heilige.Ze weigerde offers te brengen aan de keizer. Na te zijn gemarteld stierf ze, maar ze bood haar verloofde eerst nog haar ogen aan. Deze ogen staan symbool voor het licht. Aangezien het in Zweden in de winter erg donker kan zijn, vinden de zweden een feestje met licht wel zo gezellig. 13 December wordt in heel Zweden dus ook het Sankta Lucia feest gehouden.
Sankta Lucia heeft een kroon van licht. En over deze kroon wil ik het nu hebben.

Net zoals wij in Nederland vroeger echte kaarsjes in de kerstboom hadden, zo hebben ze in Zweden echte kaarsjes in deze kroon. Op zich niet zo bijzonder, ware het niet, dat deze kroon gedragen wordt op het hoofd van kleine Zweedse meisjes.
Deze Zweedse meisjes kijken een heel jaar uit naar de dag van 13 december. Dan mogen ze namelijk in hele mooie witte jurkjes hun opwachting maken in een overvolle kerk, school, of ander buurtgebouw.
Dan schuifelen ze door de gangpaden naar een podium waar ze vervolgens Lucia liedjes zingen.

Overal in de gangpaden en langs de route van deze zingende meisjes staan bakken met water klaar om gebruikt te worden. Want: ieder jaar vliegt een Santa Lucia meisje in de fik. Nou ja, haar haren dan.

Nu nemen we Sophie. Onze Sophie. Sophie houdt van mooie jurkjes, mooie ingevlochten haren en mooie meisjes laarzen. Sophie weet altijd precies wat iedereen aan heeft gehad op een verjaardag. Sophie weet ook of dat wel stond (of niet) Sophie lijkt niet op haar moeder.
We trekken Sophie zo'n heel schattig wit prinsessenjurkje aan, vlechten haar haar in. (Oma doet dat dan), kopen mooie witte prinsessen schoentjes voor haar en als finishing touch krijgt ze een echte Zweedse Sankta Lucia kroon op haar hoofd!!!! Sophie zal stralen dat de kaarsjes niet eens aan hoeven en dan nog geeft ze licht!

Sophie schuifelt echter niet naar voren door het gangpad, Sophie heeft namelijk altijd haast.
Sophie zal dus precies dat ene Lucia meisje zijn die vlam vat. De Zweed die het dichtste bij haar staat zal dus een bak water pakken en die met 1 welgemikte worp op haar brandende blonde haartjes gooien. Zweed trots, heeft een heldendaad verricht. Pappa en Mamma van Sophie blij, Sophie geblust. Oma van Sophie blij, kleindochter kan nog staartjes in.
Iedereen blij. Iedereen? Nee.

Sophie, druipend van de bak water die ze net heeft moeten incasseren brult op geheel NIET Zweedse wijze door de kerk:
HAD IK TEGEN JOU GEZEGD DAT JIJ EEN BAK WATER OVER MIJ HEEN MOCHT GOOIEN? NOU, HAD IK DAT GEZEGD??

Ik heb mijn besluit genomen. Kerst vier ik gewoon lekker in Nederland. Ver weg van gevaarlijke kroontjes. Hebben de Zweden ook een traditioneel rustige kerst.
GOD JUL:merrychristmas: