Posts tonen met het label Vrije tijd.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vrije tijd.. Alle posts tonen

maandag 21 januari 2019

Salonavond.


Alkmaar herbergt een door mij nog niet eerder ontdekt pareltje. Weggestopt in een zorgcentrum bevindt zich een kapel. Hoge plafonds, strakke witte muren en prachtig glas in lood. Daar hou ik van. Ook van kerken met beschilderde plafonds en muren, maar dan kijk ik naar al het moois, en vergeet ik mijn aandacht bij de les te houden. Dat iedereen gaat staan om te bidden en jij blijft zitten en gaat staan als iedereen weer plaats neemt. Mensen die al langer met mij meelezen zien me tegen het ritme van de kerk ingaan. Dat risico zou ik hier niet lopen. Alles wit en steriel. Rust.

Waarom ik hier zat op een vrijdag in januari? Er was een salonavond georganiseerd door De B.rouwerij. Iedere derde vrijdag van de maand krijgen beginnende en/of gevestigde namen een podium om hun kunsten te vertonen. Deze vrijdagavond stonden er 3 acts gepland. Normaal zijn de avonden in K.oekenbier aan de K.ennemerstraatweg. Nu eenmalig een uitstapje naar deze kapel.

Ik was vroeg, heel erg vroeg. Wilde namelijk niet het risico lopen dat ik vanuit Heerhugowaard zou komen fietsen over spiegelgladde fietspaden, 3 keer uit de bocht vliegend en met blauwe bloedende ellebogen tot de ontdekking komen dat alle kaartjes verkocht zijn. Ik was op tijd. Zelfs nog voor de kaartverkoop van start kon gaan. Mocht op mijn blauwe ogen plaatsnemen en later komen betalen. Even voor uw beeld: ik heb géén blauwe ogen. Heb wel betaald overigens.

Het grote voordeel van op tijd zijn: je ervaart de voorstelling alvast. De artiesten draaien proef. Als het proefdraaien zich zou voortzetten, ging ik een leuke avond tegemoet. Kijk, ik had ook thuis op de bank kunnen zitten. Verwarming aan, stapel boeken naast me. (In mijn huis liggen op verschillende plaatsen stapels boeken die ik nog wil lezen) En: een mooi glas wijn onder handbereik.  Ergens in huis huizen 3 pubers achter spelcomputers. Af en toe komen ze tevoorschijn om hun immer hongerende lichamen te voeden met de inhoud van de koelkast, maar meer dan een: ‘hebben we nog iets lekkers?’ Komt er op vrijdagavond niet uit. Nee, ik zat prima in de kapel. Zonder bank, zonder boek, zonder wijn. Met verwarming. Strategisch gekozen plaats in de zaal.

Deze avond was bijna intiem te noemen. Kleine zaal, kleine groep mensen. Geen groots social media bombardement. Gewoon alleen de echt geïnteresseerden. Nog één voordeel: een knappe eindtijd. Uur of 11 afgelopen. Hoef je bij mijn jeugdvereniging thuis niet mee aan te komen. Zij gaan tegenwoordig rond die tijd pas van huis.  Ik niet, hoor inmiddels tot de generatie die haar slaap echt nodig heeft. Die nog net niet ’s middags een middagdutje doet. (Soms wel, maar dat schrijven we uiteraard niet openbaar) Wat ik zeker niet onbestraft meer kan doen is nachten doorhalen.  Uur of 11 afgelopen, drie kwartier naar huis fietsen, precies nog dezelfde dag thuis.

Wat ik wel nog rustig had kunnen doen was thuis een kop koffie drinken. Alle haast was nergens voor nodig. Zelfs aan het einde was er voldoende plek. Met slechts 25 gasten doen we dit initiatief geen eer aan. Het was namelijk zéér de moeite waard. Het is net als met een rijsttafel. Er zit altijd iets van uw gading tussen. Ik ben een omnivoor. Heb van alle drie de optredens genoten.

Mensen, entree van  €7.50. Daar blijven we toch niet voor thuis? Nu moet ik na het schrijven van dit stuk, dus wel zorgen dat ik op tijd een kaartje kan bemachtigen voor 15 februari, dan is de volgende salonavond. Met Jan Rot en Sanne Schuhmacher. Zie ik jullie daar?

En voor de vaste volgers: u heeft allemaal gelijk. Ik hou eigenlijk helemaal niet van strak en steriel. Hou van oude panden met krakende houten vloeren, met te lage deuropeningen, scheve kozijnen en bladderende verf. Panden met karakter. Een huis moet als het leven zijn. Doorleefd, gegroefd, vol verhalen die doorverteld worden.  En toch is een steriele kerk wel zo handig voor de rust in mijn hoofd tijdens een salonavond.


donderdag 21 april 2016

Plassen in een afwasteil.


We gaan in de vakantie een week kamperen. Omdat dat kan. En omdat mamma opeens door het inleveren van 1 werkdag een hele week vrij had. Heeft iets te maken met Bevrijdingsdag en Koningsdag en te veel uren en allemaal moeilijke termen waar mamma waarschijnlijk ook niets van begrijpt, maar het klinkt altijd heel geleerd. Leeftijdkorting krijgt ze. Komt door haar grijze haren. En vakantie uren over overuren. En vroeg beginnen is ook weer: extra vakantie uren. Mamma begint soms al om 5 uur. Dan liggen wij nog lekker warm in bed. En nu kunnen we dus een week op vakantie. Vanuit ons warme bed zo een ijzig koude tent in. Want we gaan in een tent. Alle huisjes waren al verhuurd en mamma stond op haar strepen. We hebben een tent en dus slapen we in de tent!

Dus staan er twee minitentjes in de woonkamer, want we moeten wel even checken of ze niet lek zijn. Dat het in de woonkamer niet regent, dat vergeet ze voor het gemak. Komt ook door die grijze haren. Mamma wordt oud. De luchtbedden werden allemaal opgepompt en het enige waar we achter kwamen was dat de pomp stuk was. Dus heeft mamma nu toegegeven en een elektrische pomp gekocht. Maar wel een die ook op 12 volt kan, want als we in de zomer naar de Zweedse bossen gaan, hangen daar natuurlijk geen stopcontacten in de bomen. Kunnen we de luchtbedden oppompen met 12 volt uit de auto.

Er is een nieuwe skottelbraai, want oma gaat mee. Wat die skottelbraai daar te maken mee heeft? Wij doen alles gewoon op een klein 1 pittertje, maar oma eet anders. Oma eet ouderwets. Dus nu kunnen we koken op de skottelbraai en op ons 1 pittertje. En omdat oma diabetes heeft en een plek wil hebben voor haar diabetes spullen, hebben we een afsluitbaar kastje gekocht. Kan oma haar spuiten en eten er in bewaren en weet iedereen waar het ligt als er iets niet goed gaat met oma. Iedereen? Ja, we gaan met ongeveer 40 mensen van de familie. We hebben bijna alle plekken op een veld geboekt. Bijna alle plekken, want op sommige plaatsen komen andere mensen. Wildvreemde mensen. Wij hebben nu al medelijden met ze. Komen ze tussen 40 van onze familieleden in te staan.

We zijn heel gezellig hoor, maar misschien soms wel iets te gezellig. Ga er maar aan staan, of tussen dus. U komt gezellig met uw twee kinderen op ons veld staan. Leuk denkt u dan, er staan nog meer kinderen. Maar dan blijken die kinderen allemaal bij elkaar te horen en bij die kinderen horen vaders en moeders, ooms en tantes, opa’s en oma’s. En daar staat u dan met uw twee kinderen. Ze mogen gezellig meespelen hoor. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd zegt mamma altijd. Daarom krioelt het bij ons thuis ook altijd van de kinderen.
We hebben een nieuwe afwasbak en borstel gekocht, een nieuwe wasmand  en nieuwe knijpers. Mamma zingt al de hele dag oude scouting liedjes die werkelijk nergens op slaan, ik bedoel: is er nog soep, soep voor de hele troep? En iets van zonder bril niets kunnen zien. Dat zegt ze trouwens al een paar maanden. Dat ze niet zo goed de letters in de krant kan lezen. Dat het lettertype kleiner wordt. Ja, onze mamma wordt niet alleen grijs, maar ook een beetje kippig. Of koppig.

Aan alles is gedacht denkt u nu. Dat dacht mamma ook, maar toen wij ons afvroegen waar we ’s nachts dan moeten plassen, begon ze te kletsen over naar het toiletgebouw lopen. En dat er vast wel bomen op de camping staan. Dat er echt geen beren op de Veluwe leven en al helemaal geen veelvraat. Dat we niet bang hoeven te zijn voor de waterwolf en ook niet voor de bostrol. Dat we haar gewoon wakker kunnen maken en dat we dan samen naar het toiletgebouw lopen. Nu kent u onze moeder natuurlijk niet. Onze moeder is namelijk nog nooit ’s nachts wakker geworden als wij haar riepen. Altijd was het pappa die naar ons toe kwam. En daar wringt de schoen, want pappa gaat niet mee op vakantie. Pappa blijft thuis. Dus wij vroegen iedere dag opnieuw hoe dat nu moest. En mamma was op een bepaald moment zo moe dat ze op onze vraag: ‘waar moeten we ’s nachts nu plassen?’ Riep: ‘in de afwasteil van tante B!’ Waarna wij even stil waren en het al voor ons zagen. Tante B die iedere morgen een verse plas in haar teiltje terug vond. Voor die dag vonden we het eigenlijk wel goed. Mamma had de oplossing gevonden. ’s Avonds bij het avondeten vroeg onze jongste broer aan mamma: ‘waar moet tante B haar afwas op de camping dan in doen?’ Mamma keek hem niet begrijpend aan. ‘In haar afwasteil natuurlijk!’U zult begrijpen dat wij onder tafel rolden en mamma snapte er weer niets van. Heeft ook met die grijze haren te maken. Vergeetachtigheid komt met de jaren.

Tante B: wees gerust. Als wij ’s nachts moeten plassen doen we het niet in uw afwasteil.

Gewoon in die mooie nieuwe groene van mamma.



zondag 19 juli 2015

Het bejaardentehuis op de alm.

We zijn op vakantie in Oostenrijk. Niemand heeft eigenlijk enig idee waarom we hier in hemelsnaam zitten, maar we zitten hier en dus maken we het er maar het beste van. Wij zitten op de vierde verdieping. Er is nog 1 verdieping boven ons. De vijfde dus. Daar woont de Adelaar samen met zijn vrouw. Mevrouw Ekster. De hele dag zitten zij samen op hun balkon. Kijkend naar beneden. Glurend door een verrekijker en als ze iets zien wat ze niet zint, maken ze foto’s. Ze maken een bewijsalbum. Een bewijsalbum van allerhande zaken die niet door de beugel kunnen. Volgens meneer Adelaar en mevrouw  Ekster. Hij is voorzitter roept hij meerdere malen op een dag. Voorzitter van de Europese Unie? Voorzitter van de jeu de boules club? Voorzitter van de plattelandsmannen of toch voorzitter van de FBI? Niemand die het weet, maar hij is ergens voorzitter van en zij maakt foto’s. Als bewijs.

‘Vindt u het goed dat uw zoon die ketting kapot maakt?’ Dat was onze eerste aanvaring met de Voorzitter van iets. ‘Mijn zoon maakt niets kapot. Hij maakt sinusgolven.’ ‘Dus u vindt het goed dat uw zoon die ketting kapot maakt? Hij hangt al aan een paar extra touwen omdat hij stuk is.’ ‘Dus maakt mijn zoon hem niet kapot. Dat is hij al, anders zouden er geen extra lussen inzitten. Nogmaals, mijn zoon maakt prachtige sinusgolven.’ Nu denken wij zomaar dat meneer de voorzittende Adelaar geen idee heeft wat sinusgolven zijn. We laten dat ook maar. In ieder geval staat er nu een foto in het bewijsalbum van de ketting met de gerepareerde lussen.
Daarna begon het gezeur. Over zingende mensen, over een echtpaar dat ruzie had, dat gebeurt nu eenmaal wel eens op vakantie, over voetballende kinderen, over kinderen in de lift, over kinderen die op het hek zaten, want ze hadden de Oostenrijkse boer met zijn werkmannen juist ook op die manier op het hek zien zitten. Dat zag er zo stoer uit, dat de kinderen dat ook gingen proberen. Maar nonchalant zitten op een hek is nog niet eens zo makkelijk, en over kinderen die over de brug hingen om steentjes en takjes de snelstromende rivier in te gooien. Mevrouw Ekster en haar camera hadden het er maar druk mee.

De buren hebben een hondje mee. Dat hoorden we pas toen het onweer aan kwam rollen over de bergen. Het hondje begon zielig te huilen. Eerst heel zachtjes, maar steeds een beetje harder. Wij keken met een schuin oog omhoog naar het balkon om te zien of Ekster en Adelaar de hond zouden horen. Huisdieren verboden. Terwijl het hondje bij iedere rommel iets harder begon te huilen, gingen wij steeds een beetje harder praten om de hond maar te overstemmen. Tevergeefs. ‘ Ik hoor een hond!’ riep mevrouw Ekster en klik-klik deed haar camera. Het balkon van de buren staat nu ook in het bewijsalbum. Net alsof iemand later kan zien dat er achter die deuren een huilende hond zat.

En terwijl ze het balkon van de buren fotografeerde, kwam ze tot de ontdekking dat er over de ladder op ons balkon een handdoek hing. ‘Een handdoek! Er hangt op die brandtrap gewoon een handdoek!’ En weer werd het bewijsalbum een foto rijker. Terwijl ze die foto maakte, zag ze ook een doos op het luik staan. ‘En een blokkade van het noodluik! Ze hebben er een doos met wijn op staan!’Klik-klik deed de camera boven ons. Mamma stikte inmiddels van het lachen. ‘Een lege doos. Ze is nu een lege doos aan het fotograferen. Vieren we onze vakantie in een bejaardentehuis? Waar echt helemaal niets mag?'


Voor mamma was de maat vol toen de onderburen wilden gaan barbecueën. Met vrienden en buren. Een ieniemienie barbecue dingetje werd opgesteld, kooltjes aangestoken en mevrouw Ekster kreeg een rolberoerte. ‘Ze gaan barbecueën! Hebben ze toestemming gevraagd? ‘ ‘Nee’, zei meneer de voorzittende Adelaar, en hij toog in vol ornaat naar beneden om de orde te herstellen. Even later zagen we de onderburen de brandende barbecue met behulp van een paar bezems verplaatsen. Even keken ze omhoog. ‘Niet van ons hoor, wij hebben totaal geen last van jullie barbecue. Wij hopen alleen maar dat jullie een hele gezellige maaltijd hebben.’ Mevrouw Ekster stond boven ons te stampvoeten. De onderburen riepen vrolijk terug naar boven: ‘We weten wel zeker dat het niet bij jullie vandaan komt.’ Mevrouw de Ekster begon vervaarlijk in en uit te ademen. Even later nam meneer de Adelaar weer plaats op het balkon. ‘Ik heb me netjes als voorzitter gemeld en heb gezegd dat het niet door de beugel kon dat een barbecue niet van te voren aangevraagd wordt.’ ‘Prima schat, als een man het doet, accepteert iedereen het. Vooral als je voorzitter bent, maar als een vrouw het doet, is ze direct ook een bitch.’  Laat dat nu de eerste zinvolle uitspraak zijn van het bovenbalkon waar wij het volledig en helemaal mee eens zijn.



dinsdag 19 mei 2015

Het verscholen dorp.

Ergens midden in de bossen op de Veluwe werden in de tweede wereldoorlog mensen verstopt. Mensen die overdag niet meer normaal over straat konden. Die opgejaagd werden. Ze moesten huis en haard verlaten en moesten continue op hun hoede zijn. Anoniem over straat lopen kon al niet meer dankzij de banden die ze om hun armen moesten dragen, de ster die ze op hun jas moesten stikken. Overal was direct duidelijk: hier lopen Joden. Ze konden niet naar de bakker, niet naar de slager, niet meer naar school en niet meer naar hun werk. Met duizenden werden ze vermoord. De schatting is dat er alleen in Nederland al 102.000 Joodse burgers zijn vermoord. De schattingen over het aantal slachtoffers binnen Europa lopen nogal uiteen, maar komen rond de 6 miljoen uit. 6 miljoen. Staat u daar eens bij stil.

In de meivakantie waren de kinderen en ik op de Veluwe en hoog op onze to do lijst als toerist in eigen land stond het verscholen dorp.  Vanaf februari 1943 tot oktober 1944 woonden en leefden er dagelijks tussen de 80 en 100 mensen in dit “dorp”.  Niet alleen Joodse mensen, maar ook gestrande piloten en jonge mannen van de arbeidsinzet. Eind oktober 1944 werd het dorp ontdekt door twee jagende soldaten. Zij zagen een jongen met een emmer door het bos lopen. Ze begonnen te schieten, waardoor de inwoners van het bos de tijd hadden om te vluchten. 8 mensen werden opgepakt door de Duitse soldaten en gefusilleerd.


Van de 12 oorspronkelijke hutten is er niet 1 overgebleven.  De Duitsers hebben in iedere hut granaten gegooid, waardoor het dorp met de grond gelijk werd gemaakt. Wel zijn er 3 hutten opnieuw gebouwd, om de bezoekers aan het bos een indruk te geven van de leefomstandigheden in het bos. Nu waren wij er net na de dodenherdenking en de 5 mei vieringen, dus er lagen op verschillende plekken kransen om de slachtoffers te gedenken.  1 van de bewoners die niet meer kon ontsnappen was een 6 jarige jongen. Samen met zijn vader overleed hij 2 dagen later onder Duits vuur. Vooral dit gegeven en het gedicht van Ida Vos heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten bij mijn kinderen. Finn vroeg zich lopend door het bos wel af waarom zijn vader deze mensen nu niet heeft kunnen helpen. ‘Hadden ze pappa niet even kunnen bellen? Dan had die ze wel geholpen, en hadden ze gewoon bij ons in de tuin kunnen spelen.’ 

 Stel je eens voor dat je (klein) kinderen niet gewoon kunnen spelen. Dat ze altijd moeten fluisteren, dat ze niet onbezorgd kind kunnen zijn.
 Zodat we nooit vergeten waar mensen onderling toe in staat zijn.
1 van de nagebouwde hutten.

In alle drie de hutten kun je een kijkje nemen. Als je ook nog een stuk door het bos gaat lopen, (van het fietspad vandaan) ervaar je de stilte en besef je tegelijkertijd welke gevaren de bewoners van Vierhouten liepen door de vluchtelingen te helpen. Ontdekking zou onherroepelijk de dood betekenen. Gelukkig zijn er in de oorlog vele mensen ware helden gebleken. 

zondag 25 januari 2015

Hilde van Castricum.

Wie was je? Meisje Hilde? Nu sta je in het middelpunt van de belangstelling, maar kunnen je ranke schouders dat gewicht wel dragen? Word je niet een heel klein beetje nerveus van al die aandacht rond je persoon? Wie was je, jij met die doordringende ogen, die sproetige huid en rode haren? Een import bruid staat er op het bordje, of een slavin. Huishoudster of iets in die orde dus. Oorspronkelijk waarschijnlijk afkomstig uit het oosten van Duitsland. Hoe kwam jij terecht in een ondiepte in Castricum, een stukje apart van de andere graven, en ver verwijderd van je naaste dierbaren?

Was je een slavin? Werd je gebruikt voor het schoonhouden van het huis, voor het opvoeden en verzorgen van de kinderen, voor het voeren van de dieren en waren het lange, zware dagen? Je had een slecht genezen arm breuk. Was je geslagen, of was je gevallen? Vast staat dat je armbreuk niet voldoende rust heeft gehad om goed te helen. Het zal de rest van je leven een obstakel geweest zijn.

Was je een import bruid? Binnen het dorp gebracht om nakomelingen te baren voor de belangrijkste man in de gemeenschap? Uit DNA onderzoek is vast komen te staan dat je geen verwantschap vertoont met de andere mensen die tegelijkertijd met jou in de grond van Castricum zijn gevonden. Misschien had je nog geen kinderen, of misschien zijn die na jouw dood verder getrokken. Er zijn geen sporen van geweld aangetroffen op je lichaam. Was je ziek? Heerste er een ziekte binnen het dorp en zijn jullie daaraan gestorven? Bij mij blijft het knagen, waarom lag je toch apart? Bleef je zelfs na je dood een buitenstaander? Zijn je kinderen misschien gespaard gebleven en zijn ze verder getrokken met hun vader, met hun oom, met de overlevenden uit het dorp? We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

Was je hier om je man bij te staan? Bij je lichaam zijn de restanten van een prachtige ketting gevonden. Je was dus niet helemaal berooid. Diende je echtgenoot een  veldheer en trok je met hem mee? Is je arm gebroken tijdens de barre tochten door het Noorden van Nederland? Sneuvelde je man in een veldslag of tijdens een tocht door het veen of was jij aan het einde van je leven te verzwakt om verder mee te reizen? Moesten jullie afscheid nemen ver van huis en haard? Stierf je eenzaam of in de warme armen van je man?


We weten het allemaal niet. Nog niet, want het mooie aan geschiedenis is dat de geschiedenis nooit helemaal vast staat. De geschiedenis is springlevend zolang we willen investeren in ons verleden. Door nieuwe technieken en nieuwe bodemvondsten, kunnen we stapje voor stapje de donkere plekken op de kaart invullen. Komen we ooit misschien nog iets meer te weten over de invulling van je leven. Waar je hebt gewoond, hoe je hebt gereisd en uiteindelijk hoe je toch terecht bent gekomen in de grond van een dorpje in Noord-Holland. Vast staat wel dat nu eeuwen na je dood duizenden mensen kennis met je maken. En iedereen die zich de tijd gunt om even in je ogen te kijken, ziet daarin de twinkeling, ziet daarin het verhaal van je leven. We moeten het alleen nog leren lezen.


zondag 17 augustus 2014

Heide velden

De heide staat in bloei en dat wil ik wel eens bekijken. Jaren geleden dat ik de prachtige velden met paarse heide heb gezien. En dan woon je zo dichtbij! Druk, druk, druk en in het weekeinde willen we eigenlijk alleen maar lekker thuis zijn. Bijkomen van een drukke werkweek. Maar nu hebben we vakantie gehad en zijn we uitgerust.  Wandelen in de duinen dus. Buiten lijkt het wel herfst. We zijn een week terug uit Zweden en hebben alleen maar regenbuien gezien. Zo van de warme Zweedse zomer de koude en natte Nederlandse herfst in. Maar nu wil ik dus die bloeiende heide zien.

Dus zetten we 3 mokkende kinderen in de auto: 'of we wel gezien hebben dat het heel hard regent en dat de wolken erg donker zijn?' Ja, dat hebben we, maar aan zee is het vast beter. Trekken de buien naar zee en de lucht boven de duinen dus open. Kom op: we gaan.

En jawel, bij de duinen aangekomen is het droog. Van strakblauwe luchten kunnen we niet spreken, maar het is droog. De inktzwarte wolk die iets verder boven de boomtoppen hangt negeer ik. Ben ik erg goed in. We zijn per slot van rekening echte Noord-Hollanders. Uit de zompige klei komen wij. We zijn niet van suiker! Lopen zullen we. De kinderen pakken snel eerst nog 2 vuilniszakjes en 2 vuilprikkers en dan kunnen we. We lopen van wandelroute naar wandelroute. Om uit te komen bij de paarse paaltjes richting paarsbloeiende heidevelden.

Maar na een uur wandelen gaat die paarse route opeens samen met de zwarte roet route. De roet route. Ondertussen is het gaan regenen, maar mijn humeur is niet stuk te krijgen. De foto’s worden niet zo mooi. Hoewel ik nu eindelijk een camera heb met filter. Een regenfilter. Die regen wordt heviger en heviger. De kinderen mokken nog harder. Welke moeder verzint het om te gaan wandelen in dit noodweer? Dat we onderweg een kudde grazende koeien met puntige hoorns tegenkomen doet hun humeur ook al geen goed. Als we eindelijk op het hoogste punt in de omgeving staan is het met het humeur van de kinderen juist wel goed gesteld. Als ware dj’s staan ze de wolken op te zwepen. Straaltjes water lopen overal. En de kinderen hebben zich overgegeven. Eigenlijk wel gaaf dit. ‘Als we thuis zijn gaan we lekker douchen en dan trekken we onze pyjama’s aan. Doen we de gordijnen dicht en steken we kaarsjes aan mam. Gezellig’.

Boven is mij 1 ding pijnlijk duidelijk geworden. De vernietigende duinbranden van een paar jaar geleden hebben hier het zwaarst gewoed. De ondergrond en de bomen zijn nog steeds zwart. De bovenlaag hersteld zich, maar de enorme paarse velden bevinden zich niet meer in dit gebied. Uiteraard zien we heidestruiken en uiteraard genieten we. Van de zee die we tussen de duinen zien, van de wolken die woest over ons heen blazen, van de koeien die staan te grazen en van de natuur die oersterk is en opnieuw opkomt.


Na een dikke twee uur zijn we weer terug bij het bezoekerscentrum. We kijken bij de imker en stralen water lopen zo mijn nek in. Vervolgen hun weg naar beneden. Alles natmakend wat ze tegenkomen. Ik kijk verbaasd naar boven. Op zoek naar een gat in het dak, maar het water komt uit mijn haar. Verzopen katten zijn we. Op weg naar huis. Het was een mooie wandeling door oer-Hollands weer.  

maandag 23 december 2013

Kerstboodschappen.

Kent u dat? Twee dagen voor kerst ga je samen met echtgenoot en oudste zoon het winkelcentrum in. Gewoon om eens te kijken hoe druk het er nu eigenlijk is en om nog wat vers fruit te kopen. Druk is het. Politie die het vaststaande verkeer in goede banen probeert te leiden. Verkeer dat gewoon stil staat te staan, parkeergarages die overvol zijn, omdat iedereen naar dezelfde parkeerplaats wil. Als lemmingen blijven ze achter elkaar aan rijden en duiken allemaal dat parkeerterrein op wat echter al helemaal vaststaat. Vol met geparkeerde auto's en vast met auto's die het parkeerdek weer willen verlaten.

Echtgenoot slaat van de massa af en vind een nagenoeg lege parkeergarage. Ideaal. We lopen het centrum in en schrikken dan eigenlijk wel een beetje. Het is druk. Erg druk. In winkels moet je enorm om je heen kijken, want groepen mannen duiken ook net exact dat gangpad in waar jij net staat te staan met zoon. Drukken zich tegen je aan. Ik druk terug. Blijf met je poten van mijn zoon, van mijn spullen en zeker ook van mij af! Ik ben een afschrikbarend viswijf als je zomaar aan mijn spullen wilt komen. Straal ik dan ook uit. Boze aura omhult mij en mijn zoon. Komt geen woord aan te pas. Mannen druipen af. Op zoek naar een mevrouw die een stuk aardiger is. Die zich wel willoos laat beroven, omdat ze net een fantastisch cadeau ziet voor kleinzoon of buurvrouw. En dus even bukt en haar handtas of haar jaszak een ogenblik vergeet.

Wij kopen niets en lopen weer verder. Ook binnen lopen overal agenten. In ploegen van twee. Het is druk. Ernstig druk. Wat doen al die mensen hier? Vragen zij ook van ons. Niet echt heel veel spullen kopen volgens mij. De karren zijn nagenoeg leeg of gevuld met normale boodschappen. Appelen, tandpasta, toiletpapier, maandverband, fles wijn, babyvoeding, vers brood. Waar zijn die kalkoenen, waar die kersthammen? Of zullen die al gevuld met sinaasappelen in de oven staan voor eerste kerstdag?

Omdat oudste zoon niet helemaal lekker is en met 2 ontstoken ogen rondloopt en af en toe een paal mist, heb ik regelmatig zijn hand vast. Zo ook op het centrale plein. Ik pak zijn hand, of eigenlijk de eerste de beste hand die voor het grijpen ligt en zo loop ik bijna, lees bijna, hand in hand met een wildvreemde man. Een man die een beetje bozig naar me kijkt. Denkt vast dat ik ook een zakkenroller ben. Maar als hij mijn verschrikte blik ziet, begint hij te grijnzen. Zijn vrouw niet. Die trekt eega met zich mee. Weg van maffe vrouw die zomaar hand in hand gaat lopen met HAAR man. Niet die van mij. Krijg nu wat zeg ik tegen zoon, liep mamma zomaar bijna met een andere meneer door het centrum. Zoon begint te lachen. Net als de mensen om ons heen.Vreemde moeder heeft hij.

Ondertussen leggen we de laatste hand aan mijn kerstpakket. Via mijn werkgever kon je zelf een kerstpakket uitkiezen. Maar als je al 15 jaar getrouwd bent, heb je wel een theepot en een boormachine en boeken heb je ook wel. De kinderen mochten kiezen en ze kozen voor een ouderwets kerstpakket. Een doos met wijn en crackers en jam en allemaal lekkere dingen. Dus hebben we gekozen voor een bon van de H.ema en zijn we zelf een pakket gaan samenstellen met allemaal dingen die de kinderen lekker vinden. En een fles rode wijn. Want die vind mamma lekker. En dat is het enige wat ze hebben onthouden. Er zat een fles wijn in voor mamma. (ik voel me een beetje een zuipschuit nu) Morgen als ze wakker worden ligt hij onder de boom. Jammer dat ik morgen nog moet werken, ik had graag hun gezichten willen zien.

Vanaf mijn plek in de hoek van de kamer, wens ik alle lezers van mijn blog een fantastisch sfeervol kerstfeest met al jullie geliefden, een heel mooi uiteinde, en een liefdevol en gelukkig 2014!

Anna Marie.


zondag 22 september 2013

Educatiebos.

Sinds een aantal maanden hebben we in het bos in ons dorp een soort educatiepad. Het idee erachter is dat kinderen weer achter de computers vandaan gaan en het bos in trekken. Hutten bouwen, slootje springen, in bomen klimmen, verstoppertje spelen, kortom: de natuur herontdekken.

Dat idee was dus eigenlijk zo gek nog niet en de school van de kinderen vond dat ook. Een samenwerking was ontstaan. Kinderen gingen aan de slag met bakken prut, takjes, wol en andere spullen om een maquette te maken. Een aantal ideeën werd werkelijkheid. Vrijwilligers gingen vol vuur aan de slag om een schoolbos te creëren. De opening was een succes. Een aantal schoolklassen gingen naar de opening en hadden de grootste lol.

Dat was vlak voor de grote vakantie. Daarna werd het stil. Onze kinderen gingen in de laatste week van de vakantie naar het bos en kwamen druipend van de modder terug. Na een kwartier al. Mopperend. Het is 1 grote vieze bende kreeg ik te horen. En dat klopte. De paden waren 1 bemodderde stroom. Zelfs als volwassene, die dus niet slingerend aan een kabel van de ene naar de andere kant wilde komen, was het een gevecht om rechtop te blijven staan. Hilariteit onder de kinderen was groot toen mamma pardoes languit ging. Zwarte billen en dito kleding.
Nat en modder. Veel modder.


Nu kent u ons, en wij zijn van het buitenleven. Lekker studderen in het bos, onontdekte paden ontdekken. Heel veel bosuren hebben wij op ons conto staan, maar dit bos hadden we na 1 keer eigenlijk wel gezien. Vieze bende was het.

Vandaag gingen we op herhaling. Dat zit zo: morgenmiddag mag ik samen met een delegatie van school; en een delegatie van de bos vrijwilligers het bos in om (positief opbouwende) kritiek te leveren. Wat kan er nog beter? Heel veel heb ik vanmiddag weer gezien. Er kan echt nog heel veel beter. Het begin is er, maar het einde is nog lang niet in zicht. Vandaag hadden we namelijk al na 3 minuten allemaal prutpoten, de kinderen zwarte billen en handen, en onze kleine clown was zelfs zwart en bemodderd tot achter zijn oren. Spek en spekglad was het in het bos. Van de tokkelbaan naar beneden om dan te landen midden in een plas. Bruggen bouwen met houten stammen en zo de sloot in glijden. Verder lopen tussen de bomen door, omdat er verderop nog een stuk was, maar eigenlijk het pad niet eens kunnen bewandelen.
Ehhh, mamma! Ik gleed per ongeluk uit.



Ben ik negatief? Ja. Dat ben ik. Ben ik teleurgesteld? Ja. Dat vooral denk ik. Want er is zoveel mogelijk met een educatie bos. En nee, het hoeft allemaal helemaal niet veel te kosten.  Ik ben benieuwd morgen. Benieuwd wat we voor elkaar gaan krijgen om het bos een echt mooi educatie bos te laten zijn waar we als school heel trots op kunnen zijn. En waar we met de kinderen nog vele uren kunnen doorbrengen. Biologie onderwijs in de natuur. Waar vind je dat nog in Nederland?
De absolute hit. Via de touwbrug naar de overkant en door de sloot weer terug.

zondag 4 augustus 2013

Zomerdag 2.0

Top dag gehad in de zomer zon. Gewoon in mijn achtertuin. Ik hoef nooit zo erg weg. Ben het liefste gewoon thuis of juist heel ver weg. Op reis. Hoef niet naar een winkelcentrum, hoef niet te shoppen in de stad, hoef niet naar het strand waar ik met dit soort dagen vastgeplakt lig aan een zwetende onbekende die naast mij nog een plek zag voor zijn handdoek, een plek die er echter helemaal niet was. Die zich plakkend en al af en toe omrolt, om net als een rollade aan alle kanten een krokante korst te kweken. Bij iedere rol stuiven er zandkorrels in mijn bikini broek en erger: tussen mijn boterham. Ik ben dus het allerliefste gewoon lekker buiten in mijn tuin aan het studderen. Of aan het lezen.

En dan ontrolt zich dag na dag een waar spektakelstuk. ’s Morgens vroeg als alle buren nog in diepe rust zijn hoor je kinderen spelen. Piepende schommels en giechelende kinderen. Lekker buiten spelen terwijl pappa en mamma nog liggen te ronken. Genietend van mijn koffie krijg ik van mijn giechelende kinderen alvast een eerste plons water over me heen. Zo rond 11 uur krijgen de buren her en der visite. Sommige hoor je niet, bij anderen leef je mee met ontslagrondes, echtscheidingen, koopjesjagers en verbrandde schouders. Een collega die nog niet eens een computer aan weet te krijgen, maar klaarblijkelijk andere kwaliteiten heeft omdat ze toch een vast contract heeft gekregen, hotelkamers met muizen en vliegtuigen met luchtzakken.

Kinderen in de hele wijk zwemmen hun rondjes in de sloot en in de zwembadjes. Net of je bij een school woont. Vrolijke kinderen. Hun lachen en brullen maken dat de wijk bruist en leeft.


Zo tegen 5 uur gaan de eerste barbecues aan. Soms gaat dat goed, soms drijven zwarte wolken over de heg. Na het eten wordt het langzaam stil. Kinderen gaan in bad en naar bed, de eerste glazen wijn worden ingeschonken. Vogels komen weer tot leven, af en toe brult een pappa of mamma dat kinderen nu toch echt naar bed moeten. En ik? Ik sla mijn boek dicht. 


woensdag 5 juni 2013

Avond 4 daagse. Eerste dag.

We gaan lopen. Niels en ik lopen de 10 en pappa loopt met Sophie en Finn de 5.  Je kunt beter de 10 lopen, want dan loop je ook echt ongeveer 10 kilometer. Bij de 5 loop je op papier 5 kilometer, maar de kinderen lopen nog tig keer achteruit , wat ze dan ook weer voor uit moeten lopen. Lopen ze dus hele stukken dubbel. Daarnaast lopen er heel veel mensen de 5 zodat je meer loopt te sjokken dan dat je lekker doorstapt.

We lopen de 10. En ik had me daar eerlijk gezegd vandaag toch niet op ingesteld. Zou de eerste avond met de kleintjes lopen, maar het lot besliste ’s middags anders. Niels en ik gaan van start. Met oma. Oma wilde ook wel meelopen. Oma heeft het Pieterpad gelopen, alle paden door het land, heeft het kustpad reeds veroverd en is nu op weg naar Santiago de Compostella. Pelgrim. Maar nu is ze thuis en loopt ze mee. Professionele schoenen, voldoende proviand en een fiks tempo. Niels loopt op zijn normale schoenen. Met versleten zool. Zonder rugtas, want die draagt zijn moeder. Waar heb je anders een moeder voor? Mamma loopt op sneakers en met een rugtas. Vol geladen met EHBO kit, flesjes water, pakjes drinken, zakje snoepjes, chocoladekoekjes om de suikerspiegel op peil te houden, warme trui, jas van zoon, toiletpapier, route, telefoon, los geld, fotocamera, appelen, komkommers en zakdoeken.

We kunnen meteen ook wel door naar Santiago. Voldoende spullen mee. Maar zover komen we niet. We starten. Te laat. En daar kunnen we niet zo goed tegen. Klaarblijkelijk zijn er kinderen die te laat arriveren. En dus starten we te laat. Weg voorbereiding. Maar opeens gaan we toch. En de groep zet zich in beweging achter groepsleider aan. Groepsleider die in 1 tempo doorstampt. “Ik loop iedere dag!” Roept groepsleider en kinderen moeten maar volgen. Wat groepsleider een beetje vergeet is dat hij 60 is en de kinderen achter hem 10/11/12 jaar. Kinderen lopen niet iedere dag. En zeker geen 10 kilometer. Scholen zijn tegenwoordig in de eigen wijk, zodat ze niet ’s morgens en ’s middags een uur moeten lopen door de landerijen om bij school aan te komen. Kinderen van tegenwoordig worden met de auto naar school gebracht of komen op de fiets. Kinderen van tegenwoordig wandelen niet meer. De groep raakt al heel snel verdeeld. In twee groepen.

Op werkelijk geen enkele kruising staan verkeersregelaars. Zodat het heel simpel een kwestie is van: wie is de brutaalste en wie neemt er voorrang. Kinderen lopen weliswaar over zebrapad, maar als automobilist sta je rustig 3 minuten stil. Snap ik best dat je even je voet op het gaspedaal houdt om indruk te maken. Kinderen blijven dan toch maar staan, zodat jij in je auto voort kant razen op weg naar je welverdiende biertje aan het einde van je zware werkdag. Snap ik best hoor. Kinderen in de achterhoede ook, dus die geven jou voorrang. Aardig van de kinderen. Helaas zwaai je niet eens even, maar laat je ze staan in een wolk van uitlaatgassen. De groepsleider is inmiddels zo druk bezig met het plegen van privé telefoontjes dat hij niet eens door heeft dat hij de halve groep kwijt is.

Komen we achter bij de foerage post. De ene helft zit al welverdiend in het gras met een beker limonade en een snoepje, de andere helft komt nog de bocht om. In de verte. Komen ook aan en ploffen neer. Maar tegen die tijd is de groepsleider eigenlijk al wel uitgerust. En vertrekt weer. Snappen we best. Anders worden je spieren koud. Maar er zijn kinderen die nog met hun bekertje limonade zitten en die niet eens doorhebben dat de groep is vertrokken. Zonder hun. Ik fungeer als bezemwagen en jaag de groep op. Tot de stoplichten. Daar hebben wij rood en moeten we wachten. De groep vertrekt langzaam maar zeker uit ons gezichtsveld.

Langzaam maar zeker sluiten we weer aan bij de kopgroep. En voort gaat het. De leider loopt en ziet niets. Kijkt niet om bij rotondes en zebrapaden. Loopt en loopt. Houdt het verkeer niet tegen voor de kinderen, maar gaat gewoon. De dapperen volgen hem, de verstandigste wachten en steken pas over als er geen auto’s meer aankomen. De groep raakt bij iedere kruising meer versplinterd. De leider kijkt naar zijn te lopen tempo. Op zijn app.

En dan gaat het mis. Vlak over de helft pendelen we tussen twee groepen. Van voor naar achter, naar voor, naar achter. Naast het pad ligt een betonnen rand en daarnaast een afgrond. Een diepe afgrond waar ik zo in donder. 15 centimeter is de afgrond, waar ik met een zucht langzaam in verdwijn. Er schiet meteen een venijnige pijn door mijn knie. Door mijn knieholte. En met iedere stap die ik daarna nog zet wordt de pijn heviger. Aan het einde kan ik mijn been amper nog buigen. Ik kom licht trekkend met mijn been over de virtuele finishlijn.  De eerste groep is al lang gefinisht en op weg naar huis. Achter ons weten we nog een groep.


Morgen doen wij het heel anders. We lopen met onze eigen kinderen. Gewoon helemaal veilig. En iedereen die mee wil lopen, kan meelopen. Gezellig. Maar ik stop voor het rode licht, ik laat ook af en toe een auto voor gaan die heel veel haast heeft om thuis te komen en ik laat de kinderen op hun gemak steentjes uit hun schoenen halen. Nog iemand een stukje komkommer? En dan komen we zingend over de finish. Of in ieder geval de kinderen. Ik zal het niemand aandoen om mee te zingen. Geef ik het tempo wel aan. 

zondag 7 april 2013

Bernhard kazerne.

Een aantal weken geleden kwam Ben er achter dat je dit weekeinde naar zijn Kazerne kon gaan. En dan niet alleen rondkijken in het mini museumpje, maar ook echt even rondkijken op het terrein. Zaterdag was Sophie jarig, dus togen we zondag naar Amersfoort. Doel: de verhalen van pappa een lijst geven.

Aangekomen bij de poort moesten we onze paspoorten tonen en mochten we het terrein oprijden. Fotograferen verboden. Hmmm, jammer. Maar aangezien het nog steeds een werkende militair iets is, wel begrijpelijk. In het museum bleek je gewoon te mogen fotograferen en pappa liep van het ene o ja moment naar de andere. Na bijna 35 jaar wist hij nog precies hoe die uzi in elkaar zat en hoe je hem uit elkaar moest halen. Hij herkende zijn commandanten op de foto's en zijn Duitse legerbasis. Ondertussen liepen wij rond in de rest van het klein opgezette museum. Klein, maar ze hebben wel een prachtige collectie. Zeldzame vazen gewonnen op de Olympische Spelen van 1928. Gewonnen door militairen. Een herdenkingshoekje voor de gevallenen. En waar we ook liepen, overal liepen enthousiaste medewerkers die ons van extra informatie voorzagen. Stralend deden ze hun verhaal en deelden ze herinneringen met Ben. Wij keken naar pappa en vonden het wel grappig. Zijn ogen stonden op stralen. Stonden op Zomer.

Buiten waren de echte tanks opgesteld. En ja, ook de tank van pappa. Pappa was boordschutter en zat opgepropt in mini hol. Pappa mocht zijn eigen kinderen uitleg geven. Kinderen op de tank, pappa erbij en turen door luiken. Kijk daar zat dat en daar was dat. Daar hadden wij onze proviand verstopt en zo sliepen wij. Verhalen kwamen weer los en eindelijk konden wij ons een beeld vormen. De kinderen konden dat. Ik ga niet in nauwe ruimtes. Keek wel van een afstandje, genoot van de koffie en het mooie lente weer. Genoot van kinderen die achter hun vader aan liepen. Die gezamenlijk in een jeep stapten om op patrouille te gaan.

En ook hier kwamen wij weer Veteranen tegen die hun verhalen met ons wilden delen. Echte stoere Veteranen. Want ook waren de meeste de 60 reeds lang gepasseerd, ze straalden ontzag en rust uit. En als kers op de taart mocht Ben zijn kinderen laten zien waar hij vroeger sliep hier op de Kazerne. Als enige. Want het vrij rondlopen was helemaal geen vrij rondlopen. Maar pappa kreeg toestemming om heel even naar zijn gebouw te lopen. En weer kwam er licht uit pappa. Wij keken met hele andere ogen. Zagen oud en vervallen gebouw. Zagen vieze beige gordijnen die ooit wit waren. Zagen afgebladderde kozijnen ooit strak in de verf. Zagen onkruid tussen tegels. Ooit zo vaak belopen dat er geen onkruid kon groeien. Wij zagen andere dingen dan Ben, maar ook wij zagen alles zonnig in. Op deze Zondag in April.

Thuis kwamen de fotoalbums op tafel en zaten de mannen met de hoofden bijeen. Misschien wordt pappa zelfs wel vrienden met de Kazerne. Heeft hij ieder jaar in Oktober een reünie. Iets om naar uit te kijken. Maar voor nu voldoen de hernieuwde beelden en de vergeelde foto's. Foto's van een jonge pappa. Met snor. Best wel gek dus die pappa.
Op oefening. Iets te hard.

Opperste concentratie als je in pappa's voetsporen mag treden.

zondag 24 februari 2013

De IJssel.

Wij zaten in een huisje op de Veluwe, maar vlak bij de IJssel  En de uiterwaarden van die rivier vind ik zo gaaf! De IJssel is een rivier die smeltwater afvoert vanuit De Rijn en daardoor is het waterpeil de ene keer hoger als de andere keer. Je ziet bovenin de bomen die langs en in de rivier staan altijd heel veel troep hangen. Touwen, papier, vuilniszakken, plastic. Als je niet weet dat het waterpeil stijgt en daalt, vraag je je af waarom iemand nou zijn vuilnis in die bomen heeft gekieperd, maar dat doet de natuur gewoon helemaal zelf. Beetje hulp van de mensen, want de natuur produceert geen plastic flessen en plastic zakken.


Rijdend richting het water vonden Ben en ik het wel een leuk idee om met een pontje over te gaan en dan aan de andere kant van de rivier via een ander pontje weer terug. Voor het eerst hadden wij de tom tom aan staan. Niet omdat we de route niet wisten, dat maakt het namelijk altijd een stuk avontuurlijker, maar omdat we wilden weten of hij het nog zou doen. Dat ding ooit van oma gekregen, die heeft een nieuwe auto, met ingebouwde Tom Tom, maar dus nog nooit gebruikt. Wij rijden op gevoel en in de bossen van Zweden op de stand van de zon.

Aangekomen bij het pontje, kwamen de kinderen op de achterbank niet meer bij van het lachen. Meneer Tom bleef namelijk maar herhalen dat we nog 100 meter door konden rijden, maar we stonden al met onze neus in  het water zeg maar. Nog 100 meter pappa! Nog 100 meter! Het bord dat ons verzocht om de auto op de handrem te zetten, zorgde voor nog meer joligheid op de achterbank. Hoe zet je een loodzware auto namelijk op zijn handrem?

De overtocht was kort. De auto hebben we aan de overkant in de prut gezet en we gingen een stuk langs het water lopen. Het water was net gezakt en de bomen waren net zo versierd als de bomen met Kerst. Onze kinderen zouden onze kinderen niet zijn als ze niet in het water moesten staan om eens goed naar de vegetatie te kijken en om met stokjes vissen te vangen. Die vissen lieten zich echter helemaal niet vangen. De nieuwe leren schoenen van Sophie veranderden langzaam maar heel zeker in beblubberde klompen. Het leer scheurde langzaam van de zool af en nu hebben we dus nog een stuk afval erbij gekregen. Had mamma maar laarzen mee moeten nemen.


Via een volgende pont weer terug naar de kant van de Veluwe en naar de camping. Mamma had een top uitstapje gehad en de kinderen vonden alles goed; als we 's avonds maar gingen disco zwemmen. En ik had zo'n top middag gehad dat ik zelfs mee ben gaan zwemmen. Voor de mensen die mij kennen, er zijn GEEN foto's van, maar ik heb echt, echt waar gezwommen en de kinderen vonden dat nog wel het allergrootste feest van de vakantie. Mamma ging zwemmen!!


donderdag 21 februari 2013

Inventarislijst.


We gaan een weekendje weg. Het loopt allemaal niet zo goed bij ons de afgelopen weken en dat heeft zijn weerslag op pappa; op de kinderen en op mij. We willen rust! En rust zullen we krijgen ook. Surfend over het internet stuit ik op een last minute aanbieding van een huisjesaanbieder. Voor 89 euro en nog eens 60 euro aan toeristenheffingen kunnen we 3 nachten weg. Morgen weg. We kunnen morgen weg en dan maandag weer terug. Ik kan ook langer boeken, maar de geweldige oom van de kinderen heeft gezorgd dat pappa gewoon de hele week moet werken. Zelf gaat hij met zijn dochters lekker skiën, maar hij laat iedereen naar de zaak komen. “Ben is er gewoon hoor!” Weg vakantie voor de kinderen.  Kan er allemaal nog wel bij. We zijn volledig aan het eind van ons Latijn. Of dus eigenlijk: we zitten er kneiterkapot doorheen.

Vrijdagmiddag stappen we in de auto. Twee uur verder zijn we bij ons huisje. En het is weliswaar oud, maar er staan voldoende bedden en het ziet er schoon uit. Hier gaan wij het wel redden. Konijntjes komen nieuwsgierig tot vlak voor de ramen en slaan ons gade. Vreemde mensen daar binnen want niet alleen hebben ze twee van onze soortgenoten in een doos staan, ze lopen met een lijstje door het huisje. De inventarislijst mensen! We hebben nog niet eerder in een huisje gezeten, maar wel al eens gehoord dat je moet betalen voor alles wat er mist in je huis. En het is een beetje oneerlijk vinden wij als wij moeten gaan betalen voor de vorken en messen die de voorgaande bewoners mee hebben genomen en aanbieden via MP. Wij lopen dus braaf het lijstje door.

8 messen. We hebben er 10. O. En nu? Geen idee. 8 theebekers. Ja!!! We hebben er 7. Schuimspatel. Schuimspatel? Wat is dat? 8 Ontbijtbordjes. Klopt. 8 borrelglaasjes. We vinden in een hoekje in de bovenkast 6 kleine glazen olijfborrelglaasjes op voet. Zullen ze dit bedoelen met borrelglaasjes? Dronken zul je wel niet worden dan. Maar het zijn er dus 6 en geen 8. Afdruiprek. Afdruiprek? Wat is in hemelsnaam nou weer een afdruiprek? Wij (lees ik) zijn van na de afwasmachine revolutie. Ik heb geen afdruiprek. Weet ook niet wat het is. Als ik hem zie herken ik het echter toch. Die hebben we in Zweden namelijk ook. Toch handig een weekendje weg. Leer je weer woorden die je sinds december kwijt was. Afdruiprek. Niet meer vergeten.

Tevreden lopen wij na een half uur naar de receptie om onze lijst in te leveren. Want stel je toch voor dat wij de rekening gepresenteerd krijgen van die olijfschaaltjes op voet, of van die ene theebeker. Meisjes achter de balie kijken ons niet begrijpend aan. Inventarislijst? Ja, inventarislijst en we missen dingen. Wilt u die dan nu hebben? Welnee, we hebben ze helemaal niet nodig, maar we geven het even door. Waarom dan als u ze niet nodig heeft? Omdat dat zo hoort toch? Iedereen loopt toch eerst even hun huisje door om naar ontbrekende dingen te speuren? (Als ze ontbrekend zijn kun je trouwens lang zoeken zonder te vinden, maar dat terzijde) Meisjes denken dat we ze voor de gek houden en rollen bijkans van hun kruk af. Maar als ze onze serieuze gezichten zien, gaan ze de manager bellen. Dat er een lijstje is met ontbrekende spullen in huisje 404 en wat ze daar nou mee moeten doen. Nee, de mensen hebben de ontbrekende spullen niet nodig. Nee, dat weet ik ook niet. Ze kijkt ons aan terwijl ze belt en ik voel me een klein beetje ongemakkelijk. Als ze het zo brengt is het inderdaad wel een beetje vreemd. Het meisje hangt op en zegt dat ze het lijstje in behandeling neemt. En dat ze ons bedankt. Als wij de receptie verlaten draait de camera met ons mee. Doet die manager vast die rolt natuurlijk ook van zijn lederen fauteuil terwijl hij eens goed kijkt naar die vreemde snuiters die een lijstje komen inleveren.

Maar als u nu komend weekeinde naar huisje 404 gaat en wel van een borreltje houdt, dan zou ik even zelf een glas meenemen. Dat in behandeling nemen zal vast betekend hebben dat het lijstje keurig bij het oud papier is beland.
Onze eigen konijnen mochten ook een weekeind weg. Niet naar buiten  overigens.

donderdag 31 januari 2013

Tapas.

We gaan tapas eten vanavond. Gewoon bij 1 van mijn tantes. Niet in een restaurant. Gewoon zelf tapas maken en meenemen. Voor iedereen 1 tapas. Of was het voor iedereen 6 tapas? Of moest je 6 mensen meenemen met ook ieder 6 tapas. Verwarring alom. Kwam door mij. Als we alle 6 namelijk 1 tapas meenemen, heb je dus 6 tapas. Beetje weinig vind u ook niet. Ik wel. Ik hou erg van eten. Dus ik zette Ben aan het werk en ik zette de kinderen aan het werk en nam mee: Zweedse zalmrolletjes en Noorse appeltaartjes. En zelf nam ik dan wel mijn goede humeur mee. Maar ik werd toch een beetje aangestoken door dat hele tapas gebeuren. Ik zou toch ook wel iets kunnen maken? Gewoon zelf? Voor mijn verjaardag kreeg ik een tapas maak boekje voor dummies. Appeltje eitje dus. Tapas voor dummies. Tapas voor mij.

Ik begon met de gazpacho. Mooie rode substantie op de foto. Gezellig in een glaasje en dan een stuk karton erin. Stuk karton heet met een luxe woord: serranochips. Voor in de oven. Dat kan ik. Koken uit de oven vind ik erg leuk. Gewoon alle ingrediënten die je in huis hebt in een ovenschotel, in de oven. Lekker eten. Maar nu gingen alleen de serranoplakjes in de oven. Loeidure ham die je vervolgens uitdroogt. Heeft dat beest dus voor niets lekkere malse billen gekweekt op de bergweiden van Oostenrijk. Of in de pruttige klei van West-Friesland. Maar we denken het beest liefdevol in een romantische omgeving. Dat zit zo: ik ben normaal niet zo van de romantische, maar nu ben ik verliefd. *Zucht*

De tomaten moest ik teder onderdompelen; ontschillen en in de keukenmachine doen. Nu had ik die hele keukenmachine dus nog nooit van mijn en zijn hele leven gebruikt, dus dat was ook wel spannend. Komkommer, rode paprika. Rode paprika. Die had ik net aan Niels gegeven. Groene dus. Spaanse peper. Spaanse peper? Oeps. Gister door de nasi gegaan. Ik heb nog wel een potje peper. Zal ook wel goed zijn. Alles in de machine en blenderen maar. Ik heb nu groene soep ipv rode en de peper is een beetje overheersend. Geeft niets. Ik neem het gewoon mee, serveer het in mooie glaasjes, met dat stukje kartonnen ham en dan is het tafelversiering. Moeten we per slot van rekening ook hebben.

Ik bladerde verder, had de smaak te pakken en kwam uit bij de gevulde uitjes. Uitjes schillen, in een bouillon 20 minuten gaar laten koken en dan het binnenste eruit lepelen en mengen met roomkaas. Nou, ik geef het u te doen. Heeft u ooit geprobeerd om het binnenste van een ui uit te lepelen? Niet te doen! Ik besloot de uien na enige mislukte uitlepelpogingen gewoon in zijn geheel in de machine te doen en te mengen met de roomkaas. Nu had ik dus een hele mooie uienvulling, maar wat moest ik daar dan mee vullen? Geen idee. Paprika? Zaten dus in Niels en in de groene soep. In de resterende tomaten? Grillen in de oven en dan uienmengsel erin? Ook dit gerecht neem ik mee. Zet ik het in een schaaltje op de verwarming. Om de vieze geurtjes van de frituur te verdrijven. Zal mijn tante vast heel blij met me zijn. Of gaat het huis dan onwelriekend ruiken naar ui? Naar heel veel ui?

De appeltaartjes maak ik toch maar zelf, want Niels zit op school. Staat een beetje vreemd als ik hem thuis houd omdat hij voor zijn moeder Noorse taartjes moet bakken. Voor ik aan de slag ging las ik bij Trudy op haar blog dat ze een banaan door haar appeltaart had gedaan. En laat ik nu ook een banaan in huis hebben!! En cashewnoten. Ook gezond. Fijn geslagen met een deegroller en hup in het mengsel. De appel was een beetje zuur en de banaan neutraliseerde het geheel. Ze staan nu in de oven. 6 hartjes. Omdat ik dus verliefd ben. *Zucht* En nog een paar kleine vormpjes voor de kinderen voor vanavond. Want mamma gaat wel lekker uit eten, maar de kinderen willen ook wel een feestje. Bij ons is het eigenlijk altijd feest. Er gebeurt zoveel in ons gezin, ook nu weer, en dan moet je zelf de slingers ophangen om het leven nog een beetje leuk te laten zijn. Voor jezelf, maar zeker ook voor de kinderen. Ik ben heel benieuwd vanavond.



En als ik morgen of overmorgen niet reageer op uw blogs, dan heb ik toch ergens een regel van de repten gemist en lig ik gezellig ziek te zijn. En voor mijn tantes en mijn nichtjes die vanavond ook aanschuiven: ik snap het best hoor als jullie mijn groene soep met kartonnen chips gewoon laten staan en de uien op de vensterbank proberen te verdringen. Blijven we evengoed gewoon goede vrienden. En gaan we volgende keer gewoon weer naar dat leuke restaurant.


maandag 7 januari 2013

Turngala.

Opeens valt mijn oog op een piepklein berichtje in de rechterbovenhoek van de krant. Laatste bladzijde. Epke komt naar ons dorp. DE Epke. Onze Gouden Epke. Epke uit Lemmer. Lemmer. Dat is dat dorp van de echte mannen. Van de Beer uit Lemmer op de schaats, die zo mooi in bad kon gaan met zijn sponsor. Waarvoor je aan de buis gekluisterd bleef zitten. Hoe onbeduidend de wedstrijd ook was. Want misschien, misschien deed hij zijn pak wel los aan de bovenzijde en mochten we een stukje van zijn magistrale lijf aanschouwen. Week na week keken we naar het schaatsen. Naar de Beer uit Lemmer. En nu hebben we een nieuwe Beer uit Lemmer. Die draaiingen aan de rekstok weet te maken die niemand ooit voor mogelijk had gehouden. Die in bed gaat liggen met zijn sponsor. Zonder shirt. Zucht. Helaas ben ik inmiddels 10 jaar ouder en getrouwd. 

Epke komt naar het dorp. Maar hoe ga ik uitleggen aan de kinderen en aan eega dat ik naar een turngala wil op mijn laatste zondag van de vakantie. Gaan ze nooit intrappen. Weten meteen hoe de vork in de steel zit. Of hoe het wasbordje lokt. Maar dan helpt het jeugdjournaal een handje. Ze maken melding van de Gouden Epke die naar turngala's gaat. Zo ook in ons dorp. Oudste zoon veert enthousiast op. Gaat kijken op het internet, "hij komt naar ons en we mogen voor 1 euro mee gymmen!" Jongste broer huppelt vrolijk mee, want hij heeft nieuwe gymschoenen. Kan hij dan aan. Zusje is verlegen, maar wil graag turnen. "De kinderen willen zondag naar een turngala in de sporthal schat." Meld ik met een pokerface maar inwendig borrel ik. "Naar een turngala? Wat moeten ze daar doen dan?" "Epke komt!" Brult oudste zoon. "Nou, daarom dus. Ze mogen turnen met Epke." Toch handig om kinderen te hebben.

De zondag. Licht gespannen pak ik de sport tassen van de kinderen in. We rijden naar de zaal. 2 uur te vroeg, maar stel dat hij eerder komt. Parkeerwachters wijzen ons onze plaats. Parkeerwachters! De zaal puilt uit. Overvolle tribunes en rennende kinderen. Kinderen die alle onderdelen uit mogen proberen. Voor een euro dus. Pappa's en mamma's moeten op de tribune. Onze kinderen zouden onze kinderen niet zijn als ze het eng vinden. Dood eng al die mensen en al die rennende kinderen. Nemen netjes ook plaats op de tribune. Naast ons. Kijken eerst eens een uurtje naar alle bedrijvigheid en willen helemaal niet meer gymmen. 

Maar dan gaan ze toch. Met zijn drieën. Op de balk, op de trampoline, op een tumblebaan en ze rennen rondjes. Gaat helemaal goed komen. Om een uur of 1 ontstaat er beroering in de zaal. Moeders gaan staan en kinderen beginnen te gillen. Ik denk dat hij er is, zeg ik. Meer voor mezelf dan voor iemand anders. Kinderen mogen plaats nemen aan de rand van de mat. Wij zitten op een tribune. De verste. Bijna bovenaan. Opeens een golf van gegil, bewegende mensen, klappende mensen en heel in de verte loopt onze Beer uit Lemmer. Met dat waanzinnige wasbordje. Maar hij heeft ook gewoon een trui aan. Zie ik zelfs vanuit mijn positie. Jammer. Gemiste kans.

Hij gaat gymmen met de kinderen, tilt ze omhoog alsof het veertjes zijn. Zijn de meeste turnkindjes ook. Geen grammetje vet zit er aan die lijfjes. Goed te zien door de badpakjes die ze dragen. Hij gaat handstanden doen en wedstrijdjes op je handen lopen. Zijn grijns is door de hele zaal te zien. Ook helemaal bij ons. Ik moet me inhouden om niet op te staan en voor het lint te gaan staan. We moeten netjes blijven zitten. Oei, wat moeilijk. Maar speciaal voor moeders zoals ik, zijn er linten gespannen. Niet 1 lint, niet twee linten, nee wel 3 linten boven elkaar. Aan palen. Kinderen kunnen er tussendoor, maar stijve mamma's niet. Heel even twijfel ik. Zal ik de sprong wagen? Zal ik van de tribune rennen, onder de touwen door, dwars door de zaal naar Epke rennen? Maar mij kennende stoot ik tussendoor de balken van de liggers, ga ik gestrekt via de springmat terwijl de kinderen door blijven springen. Tsjoing-tsjoing-tsjoing, ga ik door de lucht, veel te lange ledematen die alle kanten op zwaaien, proberend naar de kant te komen, en val ik gestrekt voor Zijn voeten met een verwilderde blik en dito haar. Ondertussen schieten de fotografen hun rolletjes vol en schamen mijn kinderen zicht te pletter. Ik kijk nog een laatste keer om me heen en zie de halve school zitten. Netjes op de tribunes. Ik zucht nog een keer en ga op mijn handen zitten.

En dan wordt ons geduld beloond. Hij komt ook aan onze kant van de zaal een demonstratie van iets geven. Handstand/flikflak/radslag overslag oid. Geen idee, maar zijn t shirt zakt natuurlijk mooi als hij op zijn hoofd staat. Ik sommeer Ben om foto's te maken. En dat doet hij. Wij zien alleen zijn benen en af en toe zijn rode kop. Zijn krullen alle kanten op en zijn grijns onwrikbaar op zijn gezicht. Epke! Onze Gouden Epke! Gewoon vlak bij ons. De moeders om me heen hebben het ook moeilijk. Onze mannen zijn heel lief, maar hebben toch niet dat mooie wasbordje. En we zijn dus echt veel te oud voor die fantastische spontane Beer uit Lemmer, maar ook mamma's moeten wat te dromen overhouden. En dat snappen onze mannen best.

De kinderen zijn blij. Hebben geturnd en gespeeld, hebben een foto met handtekening en zijn op de foto geweest met Epke. Hun held Epke. Hun held mamma. Mamma zoekt er maar 1 van haar eigen leeftijd. Hmmmm. Van haar eigen leeftijd. Wat zullen de kinderen daar nou precies mee bedoelen?

Hoe zou het tegenwoordig met de oude Beer uit Lemmer zijn? En met zijn wasbordje? 


Na heel lang zoeken hebben we een foto gevonden met een heel klein stukje wasbord. Verder zagen we eigenlijk alleen maar benen en armen en hoofden van mamma's die wel waren gaan staan. 

maandag 24 december 2012

Julafton. Kerstavond.


Julafton (Kerstavond)


In Zweden zijn de meeste huizen nu voorzien van uitbundige versieringen voor Kerst. Veel lampjes. Heel veel lampjes. De Kerstboom staat nu in huis, in Nederland hebben we hem meestal vlak na Sinterklaas al binnen staan, In Zweden halen ze de boom vlak voor Kerstavond, Julafton, in huis. Wij hebben ook geen lichtjes buiten hangen. Ik heb ze wel, een hele doos vol. Maar eerst was ik ziek en daarna overleed opa. Geen tijd voor, geen zin in. Volgend jaar weer. Volgend jaar versieren wij de bomen voor het huis en de bomen achter het huis. Nu branden we kaarsjes. Binnen. En in de Kerstboom hangt een flikkerende slinger met lampjes. Met knipperende lampjes. Knettergek word ik er af en toe van. In mijn ooghoeken knippert iets. Op de bank, achter de pc, aan de hoge tafel, ik zie telkens de lampjes flikkeren. In de boom hangt een streng voor buiten. Maar de kinderen hebben gezamenlijk de boom opgetuigd dit jaar. Mamma lag ziek op de bank. Ik heb de mooiste boom van allemaal. Maar wel anders dan anders. Bijzonder. Ik zou hem anders hebben opgetuigd. Andere versieringen en iets minder aan de voorkant. De boom helt vervaarlijk naar 1 kant. Geeft niets. De mooiste boom van Nederland staat bij ons. 

Hebben wij net met de kinderen genoten van de restjes van de maaltijden van de afgelopen paar dagen, eten ze in Zweden op Kerstavond uitgebreid samen met familie en/of vrienden. Onze kinderen zaten op de bank bij de lage tafel. Bord op schoot. kerstfilm kijken. Het mag allemaal deze week. Als toetje krijgen ze een Kerstijsje. Een Kerstmannenijsje die ze zelf nog mogen versieren met chocolade saus en spikkels. Niets met nette kleding aan de hoge tafel, gewoon in het dagelijkse kloffie genieten van de rust.

Onze kinderen, hoeven niet op de Kerstman te wachten, kunnen dus zelf de Kerstkoekjes opeten en ook de melk kan gewoon de koelkast weer in. De Kerstman heeft het te druk om ook nog naar Nederland te komen. Vorig jaar hadden de kinderen het opeens door: als wij nu eerst gewoon Sinterklaas in Nederland vieren en dan naar ons huisje in Zweden gaan? Komt daar de Kerstman bij ons langs. Slimme kinderen heb ik, maar helaas. Geen Kerstman voor ons. Vorig jaar niet, dit jaar niet. Volgend jaar waarschijnlijk ook niet. Maar nu Ben weer op begint te krabbelen en zich weer steeds sterker voelt, begint bij ons toch het emigratie verhaal weer te kriebelen. Dus wie weet, misschien vieren ook onze kinderen nog eens een echt Kerstfeest met de Kerstman. Maar dan wel zonder Sinterklaas. Het is de ene heilige of de andere.

Om middernacht wordt de nachtmis in de kerk bijgewoond. Zowel hier in Nederland als in Zweden. En dan na afloop thuis aan de maaltijd. Midden in de nacht aan het kerstbrood. Ook dat gaat dit jaar heel anders bij ons. Wij slapen rond middernacht vannacht. En dat Kerstbrood heb ik al opgegeten. Sorry Ben, maar ik ben al de hele week uitgehongerd. Je Kerstbrood is op, we hebben nog wel witte kadetjes. De nootjes zijn ook gehalveerd. 2 zakken zijn op onverklaarbare wijze verdwenen en nummer 3 verdwijnt nu hand voor hand in mijn mond. (Die andere 2 zakken zijn daar ook beland) 

Spelen en Skien in de sneeuw en na afloop even de sauna in. Hier ligt geen sneeuw en dat skiet erg lastig. De sauna hebben we wel, maar als 1 van de kinderen in de gaten heeft dat ik daar inzit, wordt er een babybad bijgezet, handen vol speelgoed naar binnen geworpen en wil 1 van de 3 mee douchen. Maar die stoom vinden ze eng, dus die moet uit. Mamma kan wel gewoon douchen. Komen ze er gezellig bij. Inderdaad gezellig, maar anders. Alles loopt dit jaar anders.

Maar geeft dat? Geeft het dat alles dit jaar net een beetje anders loopt? Nee, dat geeft niet. Daar worden de kinderen flexibel van. En wij als ouders ook. Wij zijn vooral moe dit jaar. De naweeën van 2 loodzware jaren kwamen er begin december uit en staan na weer heel even in de koelkast. We staan op de automatische piloot. Tot en met vrijdag. Dan doen we de gordijnen dicht, de deurbel gaat uit, telefoons en internet sluiten we af en dan duiken we een hele week onder. gewoon met zijn vijven. Gaan we ouderwetse spelletjes doen en in ons pyjama lunchen. Gewoon omdat dat kan. Gewoon omdat we dat met zijn vijven kunnen. Gewoon omdat we als gezin nog bij elkaar zijn. En dat is best iets om even bij stil te staan. Aan het einde van de dag is je gezin het ALLER belangrijkste!! Vergeet dat niet mensen.

Julafton 2012. Wij wensen jullie allemaal hele mooie feestdagen en een inspirerend, gezond en gelukkig nieuwjaar!!

Niels, Sophie, Finn, Ben en Anna Marie.
God Jul och ett God Nytt år!!!!




zondag 2 december 2012

Sint drukte en een verjaardag.


Wat zijn nu de grappige momenten in deze tijden van Sint Stress? Dat je in januari al begint met het kopen van cadeaus en nu dus het drukke centrum niet meer in hoeft. Dat je broer dan een paar dagen voor Sinterklaas, op de zwarte zaterdag voor Sinterklaas opeens bedenkt dat het dochtertje van zijn beste vriend op zondag 6 wordt. En dat hij moet werken. Of jij dus even naar de stad gaat om iets leuks te kopen in de speelgoedwinkel. Leuk ja. Erg leuk.

Loop je dus tussen honderd andere mensen in die vast ook opeens een verjaardag hebben, want waarom zou je anders op 1 van de drukste dagen in het centrum rondlopen? Laveer je tussen winkelwagens vol cadeaus naar de meisjes afdeling. Kies je een roze pinypon winkelcentrum uit met extra losse poppetjes. Duw je zoonlief van 10 jaar (sinds de dag daarvoor) de enorme knalroze doos in handen en probeer je naar de kassa te komen. Knal je tegen 2 zwarte pieten op die als een duveltje uit een doosje opeens voor je neus staan. “Wat leuk! Is dat cadeau voor jou? Heb jij die voor jezelf uitgekozen?” Ik draai me om, en zie stoere skateboarder langzaam rood worden. “Nee, die is voor het dochtertje van de beste vriend van mijn oom. De broer van mijn moeder.” Het duizelt de zwarte Pieten. Zoveel informatie in 1 zin. “Wil je pepernoten voor de schrik?” Je krijgt de roze doos terug van zoon, zoon krijgt pepernoten. Omdat de Zwarte Pieten zo geschrokken waren.

Het is voor een verjaardag. Hoor je jezelf zeggen bij de kassa. Net op tijd. Sint papier was al bijna afgescheurd. Wat moet ik nou met Sint Papier? Sinterklaas koopt de cadeaus. Ik niet. U niet. Wij met zijn allen niet. Sinterklaas koopt. Wij willen gewoon papier.

Vervolgens loop je zo snel mogelijk richting uitgang. Van het centrum. Want niet alleen zoon wordt gek van alle mensen en drukte om hem heen. Zelf kun je ook niet tegen mensen die links en rechts passeren. Links lopend en rechts lopend. Chaos in gangen van winkelcentrum. Pappa daarentegen oogt ontspannen. Maakt een praatje links en rechts, gaat gewillig in de lange rijen staan gewoon voor een potje schoensmeer en kan zich afsluiten voor mensenmenigte. Stoer! En stiekem zijn we best een beetje jaloers. Zoon en ik.

Als we bijna buiten zijn, we zijn achter de zittende Sinterklaas langs gekropen. Ontstaat er consternatie in de tent. Zwarte Pieten rennen massaal achter vluchtende mevrouw aan. Mevrouw die vast niet lief geweest is, die pepernoten heeft gestolen. Die het geld van Sinterklaas heeft uitgegeven, die Zwarte Piet zijn hartjes afhandig heeft gemaakt. Stoute mevrouw. Maar nee. Niets van dit alles. Mevrouw heeft haar Kerstinkopen reeds gedaan. En met haar kar vol Kerstballen, Kerstslingers, chocolade ballen voor de boom, engelenhaar en Kerstgroen maakte ze de fout om langs Sinterklaas te lopen. Sinterklaas met zijn gevolg. En zo kwam het dat wij opgewekt naar buiten liepen. Achter de vluchtende mevrouw aan die wanhopig en met rood gezicht probeerde optocht van Pieten van zich af te schudden. Best gezellig zo’n drukke zaterdag in het winkelcentrum. Volgend jaar weer?



zaterdag 3 november 2012

Oud Papier.

Zo eens in de vier jaar schijn je als zaalvoetbalploeg het oud papier op te moeten halen in een dorpje in Noord-Holland. En die ene keer was vanmorgen. De dames hoorde ik al weken mopperen en zuchten. Ik was benieuwd. De hele week slecht weer met onweer en hagel, maar vanmorgen was het droog. Ik ging bewapend met fluoriserende muts en ski handschoenen op pad.

En toen begon het. We neme een bus. Zo eentje met een chauffeur, of in ons geval van een chauffeuse en men neme 3 dames die achter die bus aanlopend het dorp doorgaan om overal oud papier te verzamelen en in de bus te gooien. Dan reed er ook nog een auto met aanhanger, maar die zagen we pas bij de finish. We komen in een wijkje waar ik het bestaan niet van wist en treffen papier in alle soorten en maten. Oud papier in plastic tassen!? Oud papier in mega grote dozen die we nooit alleen konden tillen, oud papier in de aardappelen schillen mand en oud papier die de hele nacht buiten had gestaan en dus volledig uit elkaar viel op het moment dat we het op wilden pakken. Oud papier dat gewoon doodleuk in de hondenstront was gezet. Denk even verder nu. Hondenstront op de stoep in een dorpje waar iedereen iedereen kent. Waar iedereen elke hond ook kent. En dan zet 1 van uw buren dus doodleuk een doos in de stront zodat 1 van de buurvrouwen vol in de stront grijpt. Van je buren moet je het hebben noemen we dat. Noemen we ook wel asociaal!

Goed, ik liep gierend van de lach achter de bus aan. Telkens een doos in de klep gooiend en dan wachten dat de doos niet uit de bus donderde als chauffeuse weer optrok. Kon je namelijk al die losse kranten op gaan rapen. Of een bundel kranten. 1 van de buurtbewoners had namelijk vast geen zin gehad in het bezorgen van de wijkkrant, die lag netjes gebundeld tussen het oud papier. Dus: inwoners van dat hele kleine dorpje: als u op de hoogte wilt blijven van het nieuws van afgelopen week, kijk dan even in de oud-papier container. Daar ligt uw sufferdje netjes gevouwen tussen.

We hadden ook nog een buitenroute. Een route over kleine smalle weggetjes in de middle van niets. Tussen de koolcampagne, slippend over klei wegen. En daar stond ook oud-papier. In grote veevoer zakken. Geeft niets, want wij zijn sterke stoere vrouwen. *KUCH* Allemaal 30+; allemaal moeder en allemaal bezig met aftakelen. Krakende knieën en roestige ruggen zeg maar. Die zakken veevoer kunnen wij best de baas, maar die zakken lagen dus wel allemaal in de klei en overige bagger. En de penetrante geur van veevoer drong de cabine in. En de laadruimte. Daar waar wij zaten.

Met open klep rijdend over bekleide wegen, hangend aan een gat in het dak. Zittend op de wielkast. Gezellig. Oppassen met lachen, want bij iedere heuvel schoof je gevaarlijk dicht naar de klep. Wegdek als kaasschaaf onder je neus door. Vasthouden! In een uurtje waren we klaar. Geweldig vond ik het! Oud papier ophalen met een gezellig dames team. En we hebben ons best gedaan, want de container zat vol. Kan ook komen door het missen van enig wiskundig inzicht. We hebben alles lukraak de bak ingegooid. Tot over 4 jaar kleiwegen in Noord-Holland!