woensdag 6 juni 2012

Onverwachte ontbijtjes.


Kinderen naar school. Op tijd voor de verandering. Of voor de verandering deze week. Snel naar het winkelcentrum om roze veters te halen voor zondag. Weet u het nog? Zondag KIKA loop Spaarnwoude. (U kunt nog sponsoren: Team Stella Maye)

Op een bankje bij de ingang zitten 2 dames. 2 dames van het goede leven. Ze gaan ontbijten. Bij de H.ema voor een euro. U leest het goed. 1 euro. Ontbijt voor een euro. Waar vind je dat tegenwoordig nog? Nou bij de H.ema dus. Tip 1 van de vele die nog zouden volgen. De dames waren niet van de generatie 85 plus hangouderen met rollator die van hun zuurverdiende pensioen een aanvulling gingen scoren op hun karige bejaardentehuis maaltijd, nee, ze waren gewoon van mijn leeftijd. Of iets jonger, anders beledig ik straks onbewust weer mensen, omdat ze 10 jaar jonger blijken te zijn. Of ik meega, nee, want ik kom voor de veters. Maar in 3 minuten heb ik al 5 besparingstips gehad en die tips bevallen me wel. Ik besluit toch mee te gaan. Goede beslissing.

Ontbijt bestaat uit een broodje omelet met spek. Let wel 9 uur ’s morgens. English breakfast voor Zweedse prijzen. Een croissantje en een kop koffie. Of thee. Je mag nog kiezen ook. Cupje jam erbij, maakt het helemaal af. Jam? Ja voor je croissant. Nog nooit van gehoord. Croissantje jam. Er gaat wederom een wereld voor me open.  Cupje jam verdwijnt trouwens na afloop de afruim kast in, want dat zit niet in mijn systeem, jam op croissantje smeren. Helemaal vergeten derhalve.

Heel gezellig zitten we in een bomvol restaurant. Hoezo recessie? Hoezo bezuinigen? Hoezo hand op de knip houden? Hoezo lege winkelcentra? Maar ja, 1 euro. Een euro voor een vullend ontbijt. Ga daar thuis maar eens voor smeren. Red je niet. Om 10 uur beginnen de dames achter de balie met borden te smijten. Moderne versie van het laatste deuntje. Gekscherend word er  gegrapt dat de broodjes bal er nu liggen voor de lunch. Kun je gewoon blijven zitten. Rol je van de omelet met spek naar de broodjes bal. Het zal wel denk ik. Maar bij het weglopen liggen daar verdomd echt waar! de broodjes bal netjes uitgestald naast broodjes kip en broodjes kaas. Ze verwachten er iets van vandaag.

Buiten splitsen onze wegen. De dames gaan verder winkelen met bepaalde kortingsacties weghang systemen die ik eerlijk gezegd nog niet helemaal door heb, laat staan dat ik ze durf uit te voeren, maar ik heb ze wel opgeslagen. Net als die 28 andere tips die ik heb gekregen. Ik loop naar een sportwinkel voor kinderen (tip 29) en haal roze veters. Na anderhalf uur loop ik het winkelcentrum weer uit. Parkeergeld armer, maar besparingstips rijker. Het ontbijt drukt zwaar op mijn nuchtere maag en de tips tollen in mijn hoofd. 
Een onverwacht bijzondere ochtend. En laten dat nu net de allermooiste ochtenden zijn.

Dames: M.K en A.K: bedankt! Ik heb van jullie gezelligheid genoten!!
En ik had uiteraard geen camera bij me, maar ik heb heus ook wel jam en eieren. Geen spek. Dat dan weer niet.

zondag 3 juni 2012

Toekomstdromen bij 2 kleine kindjes.


Vandaag was ik getuige van een gesprek tussen een jongetje en een meisje. Rond de 5 jaar zullen ze zijn denk ik. “Ik word later kapster” zei klein meisje tegen jongetje. “Kun jij dan al knippen?”Ja, dat kan ik.””Maar echt in haar? En dan een spin in je haar maken? En krulletjes maken?” “Nee, dat allemaal nog niet. Maar ik kan wel een tekening uitknippen en de rest leer ik straks allemaal op school. Als ik groter ben.” ”Hopeloos!” zei het jongetje. “Mijn pappa zegt dat als je iets nu niet kunt, je het nooit meer zult leren. Ik kan al veters strikken. En ik kan al fietsen. Ik ga later autoracer worden. Maar als jij nu nog niet haren kunt knippen, kun je beter iets anders doen. “ De onderlip van klein meisje begon aardig te trillen. “Typisch! Zegt mijn pappa ook altijd. Als het even tegenzit, gaan ze huilen. Vrouwen! Heb je helemaal niets aan! Je moet leren koken. Dat moest mijn mamma ook.” 
Meisje is inmiddels aan het huilen en ergens is dat wel logisch. Haar toekomstbeeld versplinterd in de speeltuin. Koken moet ze. En ze mag niet huilen, want dat is weer typisch een vrouwending. Meisje weet amper wat typisch betekend.
Knippen. Knipkunst. Dat kon ze al prima hoor.


“Je mag mijn haar wel mooi maken hoor. Ik denk dat je een prima kapster bent. Ga ik hier op deze stoel zitten en dan maak jij mijn haar mooi.” Flapt er uit voor ik er erg in heb. Zal ook wel typisch vrouwelijk zijn. Eerst praten en dan pas nadenken. Meisje begint voorzichtig te lachen. “Zou jij dat nu wel doen? Ken jij dat meisje? Ze kan niet eens een spin scheren hoor.” Daar hoop ik op, maar dat zeg ik natuurlijk niet. “Nee, ik ken dit meisje niet, maar ik ken mijn kapster ook niet en die kan mijn haar ook heel mooi maken.”

Meisje begint. Kamt mijn haar, trekt de plukken uit mijn hoofd vandaan waarbij ik zorg dat ik blijf lachen, want jongetje staat toe te kijken. Krijg her en der een speldje in mijn haar geklikt, wat er ook al niet bepaald zachtzinnig aan toe gaat, er wordt een staart aan de zijkant van mijn hoofd gefabriceerd en na een tijdje stapt meisje een stukje naar achter, kijkt gelukzalig naar mijn haar en zegt dat ze klaar is.

“En?” Vraag ik aan jongetje. Valt me inmiddels al lang mee dat hij niet in de lach is geschoten.  “Ik moet toegeven dat het er nu een stuk beter uitziet. Kun jij ook koken? Want mijn pappa zegt dat alle vrouwen voor hun man moeten koken.” Samen lopen ze weg. Heb ik mijn goede daad weer verricht. Maar hoezo: het ziet er nu een stuk beter uit? Ik heb een suikerspin op mijn ontplofte haren en knalroze Dora speldjes her en der in mijn haar hangen. Op half elf hangen. Het ziet er een stuk beter uit? Morgen mijn kapster maar eens bellen. Maar nu eerst met een stalen gezicht naar het toilet, de blikken van de andere ouders ontwijken. Ouders die schokschouderend achter krant en tijdschrift wegduiken. Ik heb een hypermodern ontploft suikerspin kapsel. Allemaal jaloers. Dat zijn ze!

vrijdag 1 juni 2012

Vrije tijd.


Na een week onafgebroken mensen en kinderen om me heen, werd het tijd om even alleen te zijn. Helemaal alleen. Jongste 2 gingen logeren. Wilden ze zelf. Maar mamma stiekem ook. Tas was dus snel gepakt. Pappa kwam thuis om te eten en kreeg kind 3 mee. En zo had ik dus gewoon 2 hele uren voor mezelf. Rust. Helemaal alleen. Oren begonnen al te piepen.
Masker zou ik nemen en lekker gaan stomen in mijn stoomsauna, glaasje wijn en dan mijn voeten in een soda bad. Er stonden nog steeds 2 tompouchen in de koelkast die mij iedere keer aankeken als ik de deur opendeed. “Eet ons. Eet ons. Vergeet me niet. Eet mij”.” Nee mij””nee mij.” “Nee mij”. Snel de deur dicht. Gedempt hoorde ik de 2 tompouchen nog een tijdje verder ruziën. Moest ook maar een einde aan komen. Vanavond. In 2 uur.

19.00 helemaal alleen in een stil huis. Restanten van het avondeten opgeruimd, vaatwasser aan. Kop koffie drinken. Dekbedden van jongste 2 in de wasmachine. Handdoeken in de droogtrommel. Rondje speelgoed opruimen door de tuin. Verjaardagscadeaus naar slaapkamer zoon brengen. 19.45.

Masker. Gaap. Ja, masker. Ik zou aan de maskers. Eerst nog een kop koffie. Zittend op de stoel tussen broodkruimels. Stofzuigen. Eerst toch maar even stofzuigen. Huiskamer, meteen de keuken maar en nu we toch bezig zijn ook de gang en het toilet. Kan maar gedaan zijn. Zit ik in ieder geval straks met mijn glas wijn en mijn soda voetenbad niet in de broodkruimels en de papiertjes van de paaseitjes. U weet wel. De paaseitjes die na 2 maanden terug gevonden werden in de thermosfles. Onthouden voor volgend jaar. Als ik de eitjes kwijt ben, eerst zoeken in de thermosfles. 20.30

Masker. Waar is mijn groene kleimasker? Voor de dode huidcellen. Gatver. Klinkt niet echt vrolijk vind ik. Dode huidcellen. Eerst de gordijnen dicht. Tegenwoordig heeft iedereen een telefoon waar mee gefilmd kan worden. Sta je voor je het weet op You tube. “Wat de buurvrouw doet als ze zich onbespied waant.” En dan schuif ik met mijn duster (10 maten te groot) door het beeld als een groene zombie. Of als een groene alién.  Kom dan maar eens op sollicitatie. “Ja, ik ben inderdaad die buurvrouw die zich onbespied waande. U belt mij?” In mijn ooghoek zie ik een witte kat wegschieten. Wegschieten? Weghuppelen. Wat een raar beest. Ik trek de gordijnen dicht en loop naar boven. 20.45

Boven aan de trap draai ik me weer om. Een kat die huppelt? Een witte kat die huppelt? Ik loop weer naar de gordijnen bij de schuifpui, schuif ze open en zie 1 van de konijnen van dochter door de tuin huppelen. Krijg nu het heen en weer!  Een konijn is ontsnapt. Jacht op konijn. Maar ik ben niet zo van de konijnen. Konijn kijkt van een afstand met een scheve kop naar mij. Komt niet als ik “konijn, kom dan konijn” roep. Weet ook niet of dit snuffel of knuffel is. Of snuffie of nijntje. Ik weet eigenlijk helemaal niet hoe de konijnen heten. Konijn huppelt voor me uit en ik loop met verse worteltjes achter haar aan. Voel me licht belachelijk. Kijk om me heen voor You tube camera. Niet te zien. Ik loop achter konijn en konijn loopt voor mij. Dat is de stand van zaken om 20.55. 

Patstelling. Konijn wil geen worteltjes. Konijn heeft viooltjes ontdekt en groententuin van oudste zoon en haar vrijheid. Konijn heeft haar vrijheid ontdekt en laat zich dus niet vangen. Dan niet! 21.00 Nu ga ik stomen. En dan misschien nog een glas wijn in bed met een goed boek. Geen voetenbad, geen masker, nog 5 minuten en dan zijn de oudste 2 mannen weer terug. Konijn zoekt het maar uit.

Ding-dong. Pappa en zoon zijn terug. Gaan op konijnenjacht. Vangen konijn wel. Konijn krabt pappa. Ha! Denk ik gemeen. “En? heb je lekker even tijd voor jezelf gehad? Kun je er het weekeinde weer lekker tegenaan.” Ik grom iets terwijl ik de 2 tompouchen uit hun lijden verlos en ze in mijn mond prop.