woensdag 6 maart 2013

Sophie en het ei.


Sophie komt huppelend uit school. Huppelend. Op dit soort momenten ben ik jaloers op mijn dochter, want ik kan niet huppelen. Gaan mijn benen en armen de verkeerde kant op, raak ik in de knoop en val ik met mijn snoet zo op de tegels. Midden in het winkelcentrum, of midden op het schoolplein, want zo handig ben ik dan weer wel. Ik oefen niet gewoon iedere week in het geniep in een donker bos, nee; ik ga enthousiast oefenen op het drukste plein in de buurt. Maar goed. Sophie kwam dus uit school.

“Mam, we zijn bij de dierentuin geweest en ik heb een ei gekregen! Iedereen wilde hem, maar meester had een getal onder de 10 en niemand had het goed. Behalve ik dus. Ik had 4 en het was ook 4. Ik heb een ei gekregen!” Stralend slaat ze met haar vlakke hand op haar jaszak. Op haar jaszak van haar nieuwe jas. Dan gaat hij stuk op de fiets. Zullen we hem in mijn fietstas doen? Of in je eigen fietsmandje? Fietsmandje weg. Of in een drinkbeker. Ik denk aan een ei van een vogeltje dat uit een nest is gevallen. Ik denk aan een ei van een kip die gepeld is. Het ei. Niet de kip. Ik denk aan een ei van een kievit die uitgeblazen is. Breekbare eieren. En kijk naar fiets. Hoe gaan we ei vervoeren?

“Nee hoor, mam. Hij zit in mijn zak en daar zit hij goed. Hij gaat niet kapot.” Om dat te demonstreren slaat Sophie nog een keer tegen haar jaszak. Met platte hand. Zelf weten denk ik. Door schade en schande groot worden heet dat geloof ik. Mijn kinderen zijn eigenwijs. Hebben ze van mij. Ik kan niet anders dan toegeven. Als iedereen links gaat, ga ik rechts. Als iedereen in een bus stapt, ga ik lopen. Als iedereen naar pretpark gaat, zoek ik de natuur op. O wacht, dat is iets anders. Maar goed, mijn kinderen zijn duidelijk mijn kinderen. Beleven graag zelf hun leven. Worden met vallen en opstaan groot. Sophie fietst met ei in jaszak naar huis.

Als Finn en ik thuiskomen, loopt Sophie met een kippenei in haar handen door het huis. Een heel kippenei. Geen blaasgat te zien. Geen barst ook. Wat voor dierentuin hebben jullie bezocht? “ De dierentuin bij het kantoor van de directeur. Met die enorme konijnen en die kippen. Mam, ziet u nou echt niet dat dit een kippenei is?” Ja, dat zie ik dus wel. Heeft meester die voor je gekookt? “Nee, ze zijn niet gekookt, ze zijn gelegd. Deze is vers gelegd en ik heb hem gewonnen. Kunt u hem even koken?” Dus jij hebt gefietst met een echt vers kippenei in je jaszak? Die dingen gaan heel makkelijk kapot, en dan komt er heel vies spul uit! “Dat is geen vies spul mam! Dat is een ei en dat is gezond. En deze is vanmorgen vers gelegd. Erg lekker dus.”

Ontzettend leuk hoor. Een school met konijnen en kippen. Een school met tuintjes, een school waar muzikanten komen en met een schoolbos. Een school met creatieve middagen en voorstellingen. Maar als moeder hou ik het af en toe niet helemaal meer bij. Zoals vorige week. Ik zat te genieten van een kop koffie toen de telefoon ging. De meester van Sophie. Of ik niet moest rijden. Rijden? Wat maakt het die leraar nou uit of ik ga rijden of niet? Rijden? “Ja rijden. Naar de bibliotheek.” Ja! Volgende week dinsdag inderdaad. Is er een soort van tentoonstelling toch? “Nou, nee. Nu. Vandaag.”Nee hoor, volgende week. En ik nam nog een slok koffie. “Maar het is vandaag; nu dus en we staan al buiten te wachten.” Oeps! Compleet verkeerd in de agenda gezet. Koffie uit, jas aan en snel naar school. Ja, daar stonden de dames al te wachten. Met leraar. Leraar reed mee, snel gooide ik het oud papier naar achter. Heel even baalde ik. Denkend aan mijn koffie. Maar als je daarna met de kinderen een taalrondleiding krijgt waar de kinderen mogen dichten en verhalen mogen voordragen, dan vergeet je de koffie. En als je dochter dan ook nog stralend thuiskomt met een vers eitje dan weet je dat de kinderen toch wel op een bijzondere school zitten.

Nu op zoek naar een betere agenda.
Geen ei, wel de krokussen uit haar tuintje.

vrijdag 1 maart 2013

Noorse appeltaartjes deel 2.

Mijn moeder heeft al eens iets geschreven over de Noorse Appeltaartjes, maar ik had gister mijn presentatie over Noorwegen op school, (ik had een 9) en had deze taart ook gebakken, maar ik wilde natuurlijk niet in de klas moeilijk doen met het aansnijden van de taarten, dus heb ik de taartjes in muffinvormpjes gedaan. Deelde een stuk makkelijker uit en het was een groot succes! Na afloop bleven er een paar over, maar die was ik snel kwijt aan een leraar die me op de gang stond op te wachten (was denk ik op de geur afgekomen) en aan een complete harem die ik opeens had. Omdat iedereen heel graag het recept wilde hebben, volgt hieronder mijn recept en een korte uitleg over waarom het nou juist Noorse appeltaartjes zijn. Het is mijn uitleg, dus misschien heten ze wel Noorse taartjes om een heel andere reden, maar dit is mijn idee er achter. Heel veel plezier! En mijn moeder schrijft gewoon het volgende blog weer hoor, ik heb haar pagina alleen even gekraakt! Sorry mam, maar evengoed bedankt daarvoor!


Noorse Appeltaartjes.
Waarom zijn het nou Noorse appeltaartjes? Waarom niet gewoon appeltaartjes? In Noorwegen en Zweden wonen de mensen soms heel ver van de winkels af. Ze halen hun boodschappen dan 1 keer per maand of 2 keer per maand in de grote stad. Bij de zogenoemde koopcentra. Je vindt daar alles op het gebied van wonen, eten, en vrije tijd. Er zijn garages waar je auto nieuwe banden krijgt, winkels waar je bankstellen kunt kopen, tuincentra en noem alle winkels maar op.
Aan het einde van die twee weken of soms dus een maand, raakt de voorraad een beetje uitgeput, maar mensen hebben evengoed wel af en toe trek in een lekkere appeltaart. De vulling bestaat uit datgene wat ze in hun kasten vinden. Noten; cranberry’s; bananen; kokos; chocolade; speculaasjes of wat ze maar lekker vinden. (Wat ze niet lekker vinden hebben ze natuurlijk ook niet in hun kasten staan)

Basisrecept:
100 gram boter samen met 1.5 deciliter melk opwarmen in een pannetje op laag vuur, let er wel op dat de melk niet gaat koken!

In de tussentijd klop je 200 gram suiker met 2 eieren in een kom. Je giet er voorzichtig het melkmengsel door. Vervolgens voeg je 175 gram zelfrijzend bakmeel toe aan het (warme) mengsel en klopt dit tot een mooi lobbig beslag.

Je gaat de appelen schillen en voegt naar smaak kaneel en een half zakje vanillesuiker toe. ’s Winters is het erg lekker om speculaas of koekkruiden te gebruiken voor een winterse smaak. Zelf pepernoten fijnmalen kan natuurlijk ook!

In de vorm die je wilt gebruiken, dat kan een gewone taartenvorm zijn, maar ook een cakevorm, een hartjesblik, kleine muffinvormpjes, een paashaas, een koe of een kalf, giet je een dun laagje van het beslag. Daarover strooi je de appeltjes en dan de rest van het beslag. Wij vinden het erg lekker om een handje kokos over de vorm/vormpjes te strooien, maar als je niet van kokos houdt, dan laat je dat achterwege. Wat je dan kunt doen is de rest van het zakje vanillesuiker over de vorm strooien, zodat je een licht krokant laagje krijgt.

De vorm/vormpjes gaan dan ongeveer 20 minuten in de oven bij een temperatuur van 180 graden Celsius.

Eet smakelijk!!!!

Als je wilt variëren met ingrediënten, dan gaan die ingrediënten dus door het appelmengsel heen. Noten en koekjes wel eerst even fijnmalen/ fijnslaan met een deegroller oid.  Als je banaan wilt toevoegen, moet je wel rekenen op een iets nattere vulling.

Heel veel bakplezier en tips met betrekking tot lekkere vullingen horen wij graag weer terug!!

Niels Beemster.

zondag 24 februari 2013

De IJssel.

Wij zaten in een huisje op de Veluwe, maar vlak bij de IJssel  En de uiterwaarden van die rivier vind ik zo gaaf! De IJssel is een rivier die smeltwater afvoert vanuit De Rijn en daardoor is het waterpeil de ene keer hoger als de andere keer. Je ziet bovenin de bomen die langs en in de rivier staan altijd heel veel troep hangen. Touwen, papier, vuilniszakken, plastic. Als je niet weet dat het waterpeil stijgt en daalt, vraag je je af waarom iemand nou zijn vuilnis in die bomen heeft gekieperd, maar dat doet de natuur gewoon helemaal zelf. Beetje hulp van de mensen, want de natuur produceert geen plastic flessen en plastic zakken.


Rijdend richting het water vonden Ben en ik het wel een leuk idee om met een pontje over te gaan en dan aan de andere kant van de rivier via een ander pontje weer terug. Voor het eerst hadden wij de tom tom aan staan. Niet omdat we de route niet wisten, dat maakt het namelijk altijd een stuk avontuurlijker, maar omdat we wilden weten of hij het nog zou doen. Dat ding ooit van oma gekregen, die heeft een nieuwe auto, met ingebouwde Tom Tom, maar dus nog nooit gebruikt. Wij rijden op gevoel en in de bossen van Zweden op de stand van de zon.

Aangekomen bij het pontje, kwamen de kinderen op de achterbank niet meer bij van het lachen. Meneer Tom bleef namelijk maar herhalen dat we nog 100 meter door konden rijden, maar we stonden al met onze neus in  het water zeg maar. Nog 100 meter pappa! Nog 100 meter! Het bord dat ons verzocht om de auto op de handrem te zetten, zorgde voor nog meer joligheid op de achterbank. Hoe zet je een loodzware auto namelijk op zijn handrem?

De overtocht was kort. De auto hebben we aan de overkant in de prut gezet en we gingen een stuk langs het water lopen. Het water was net gezakt en de bomen waren net zo versierd als de bomen met Kerst. Onze kinderen zouden onze kinderen niet zijn als ze niet in het water moesten staan om eens goed naar de vegetatie te kijken en om met stokjes vissen te vangen. Die vissen lieten zich echter helemaal niet vangen. De nieuwe leren schoenen van Sophie veranderden langzaam maar heel zeker in beblubberde klompen. Het leer scheurde langzaam van de zool af en nu hebben we dus nog een stuk afval erbij gekregen. Had mamma maar laarzen mee moeten nemen.


Via een volgende pont weer terug naar de kant van de Veluwe en naar de camping. Mamma had een top uitstapje gehad en de kinderen vonden alles goed; als we 's avonds maar gingen disco zwemmen. En ik had zo'n top middag gehad dat ik zelfs mee ben gaan zwemmen. Voor de mensen die mij kennen, er zijn GEEN foto's van, maar ik heb echt, echt waar gezwommen en de kinderen vonden dat nog wel het allergrootste feest van de vakantie. Mamma ging zwemmen!!