dinsdag 26 maart 2013

Draken.


Finn had eieren in de klas. Echte eieren. In een broedbak. Het was dus de bedoeling dat er “iets”uit de eieren zou komen. “Iets.” Een krokodil riep ik enthousiast. “Nee, mam dat was het niet. Het was iets anders. Iets van de paashaas” Een draak! Riep ik nog blijer. “Nee, dat was het ook niet. Het was geel. Ik weet de naam niet meer mam. Vraag maar aan de juf. Zet het maar op feestboek” Een dinosaurus dan? Deed ik een laatste poging om zoon de juiste naam te laten bedenken. “Nee, die zijn uitgestorven mam. En die zijn te groot voor de klas. Passen helemaal niet in die bak” Maar wel in het konijnenhok. Opper ik, maar zoon vind dat zielig voor de konijnen. Worden vast opgegeten door de dinosaurus en dan zijn er geen konij… “Kuikentjes!!!!!” Schiet hem opeens te binnen. Het zijn kuikentjes mam!

’s Middags kijk ik eens naar de groene broedstoof. Weet je heel zeker dat het geen draken zijn Finn? De bak is al groen. “Mam, het zijn gewoon kuikentjes. Gele. En dat worden later kippen. Zielig toch mam? Wij kunnen politie worden en brandweer, maar die kuikentjes kunnen alleen maar kip worden”

Na een paar dagen komen er twee meisjes naar me toe. “We hebben in de eieren gekeken en er zijn er een paar dood. Daar komen dus geen kuikentjes uit. Kun jij mooi die eieren wel meenemen, mag jij ze opeten” Ik kijk verschrikt naar kleine meisjes. Kleine meisjes met serieuze blik in de ogen. Heb totaal geen trek om eieren te eten waar halfgelukte, of dus helemaal niet gelukte kuikens in zitten. Heb spontaan geen trek meer in een gekookt eitje. Geen trek meer in een malse kipfilet ook.  Word stante pede vegetariër. Gelukkig voor mij heeft juf de mislukte onbevruchte eieren allang verwijderd. Het heeft zijn nadelen om in de tuintjes te werken met kleuterkindjes, want ze denken dat je alles wel even eet. Niet dus. Ik eet geen spruitjes en ook geen dode kuikens in ei.

Opeens is daar de dag dat er gaatjes in de eieren geprikt worden. Van binnenuit. De eieren schommelen in de bak en vaag, ergens ver vandaan hoor je zacht gepiep. Piep-piep-piep. Waanzinnig! Ik krijg het voorrecht om een ei vast te houden. Een ei met een gaatje in de schil. Een ei die piept en schuift in mijn hand. Ik raak zowaar ontroerd. Daar binnen zit een piepklein kuikentje die er erg graag uit wil. Een kuiken ja. Want heeft u ooit een draak horen piepen? Of een krokodil? Nee!! Zoon had gelijk. Het zijn kuiken eieren. En uit die eieren komen kuikens. Echte gele kuikens. Hoewel, ze dus helemaal niet geel en pluizig en schattig uit dat ei komen. Zijn net echte baby’s. Zien er werkelijk niet uit gedurende de eerste uren van het leven. Moeten opdrogen en bijkomen en bijkleuren. Wat ik al zei dus. Net mensen baby’s. Zien er ook vreemd, rimpelig en lelijk uit. Trekt allemaal bij. Ook bij kuikens.

En dan komt de dag dat Finn met alle kleuters naar een voorstelling mag in het theater. Iets met een ei en een staart en een draak en een bever die volgens de andere ouders een rat was en een oude buurman zonder benen en ….. ik raakte na 5 minuten de draad een beetje kwijt. Ergens tussen de hond en de vogel was dat. Of tussen de rat en de pad. Kinderen hadden ook een wisselende spanningsboog en vonden de klapperende rode pluchen stoelen veel leuker. Pas de laatste 5 minuten werd het weer spannend. Licht ging uit, tromgeroffel klonk en mamma draak kwam baby draak halen. Baby draak die uit ei was gekomen. Zie je wel!!!! Ik zei het toch!! Het waren dus toch drakeneieren en dit weekeinde mogen wij op ze passen. Morgen eerst de brandveiligheids thuis polis nog eens doorlezen. Of we wel verzekerd zijn bij binnenbrand door draken. We krijgen morgen gele draakjes mee naar huis. Gezellig!!

Ik heb geen foto van een draak en ook nog niet van de kuikens, maar we hebben wel een paaslamp. 

vrijdag 15 maart 2013

Advocaat.

Oma heeft cakejes gekocht voor de kinderen. Paascakejes. Zwarte paascakejes met een hele mooie gele ster aan de bovenzijde. De kinderen komen net als iedere middag uitgehongerd uit school. Eten twee tosti's en hebben nog steeds honger. Spotten de cakejes in de kast. Mam, mogen we die cakejes? Ja hoor. Die hebben jullie van oma gekregen. Sophie en Finn eten 1 cakeje en gaan dan spelen. Niels wil er nog wel 1 en nog een derde en zelfs nog een vierde. Mag allemaal, want de kinderen zijn ziek geweest en hebben alle drie een behoorlijke jas uitgedaan. Mogen wel wat extra gewicht kweken. Na dat vierde cakeje vraagt Niels wat dat gele nou eigenlijk is. Vanille mompel ik. Verdiept in een artikel. "Weet u dat zeker? Want ik ben allergisch voor slagroom." Het is geen slagroom, het is vanille Niels. In cake zit vaak vanille. "Echt? het smaakt namelijk niet als vanille." Ik besluit Niels gerust te stellen en zoek de verpakking op. Hebben de kinderen al netjes in de vuilnisbak gegooid. Doen ze anders nooit, maar nu mag mamma gaan graven tussen broodresten en koffieprut. Val ik bij deze direct door de mand: ik gooi mijn plastic afval gewoon bij de rest. Oei! Goede voorbeeld voor de toekomst geven Anna. Goede voorbeeld geven.

Paascakejes gevuld met advocaat. Ik trek wit weg, word bleek rond mijn neus en stamel: "Zie je Niels. Vanille. Cake met vanille."Snel gooi ik de verpakking weer in de grijze bak. Vrees de toorn van zoon. Advocaat!!!! Wat is eigenlijk advocaat? Dat is zeker slagroom!! In ieder geval is het zeker geen vanille. Ik heb al een beetje buikpijn. Kan niet naar school, want dan word ik ziek. U weet toch dat ik niet tegen slagroom kan! Dit alles blijft uit, want zoon krijgt verpakking niet te zien. ""Loop jij alvast maar naar de auto."Maan ik hem om voor me te gaan lopen. Zoon loopt nog recht. Wat voor speciale dag is het zondag? Op welke dag heb jij gym? Niels vindt die vragen maar vreemd, maar geeft alle antwoorden. Geeft de juiste antwoorden. In de auto laat ik zijn broer en zus liedjes zingen. Kijken of Niels al hoofdpijn krijgt. Hoeveel advocaat zullen ze in die cakejes stoppen? Maalt door mijn hoofd. Opvoedkundige blunder eerste klas. Heb je net alle instanties je huis uit gewerkt, geef je oudste zoon, die dus nog maar net 10 is, advocaat. Tussen de middag even een advocaat shot.

Op school aangekomen gaat Niels zelf de klas in. "Ik zie u vanmiddag wel!"Ik ga alleen de gangen in van de jongste twee. Mij zie je voorlopig even niet meer in de gang van oudste zoon. Thuis ga ik zitten wachten op het telefoontje van school. Dat Niels zich niet helemaal lekker voelt, dat hij ook niet meer vast op zijn benen staat. Telefoon blijft uit. Kwart over 3. Met Sophie en Finn loop ik nog even het lokaal van Finn in om de zaaibakjes af te dekken voor de nacht. Bij het verlaten van het lokaal word ik begroet door een altijd vrolijke juf van Niels. Hoe het gaat. Gewone normale sociale vraag. Hoe gaat het met je? Ik zak van angst bijna door mijn knieën  Verwacht een reprimande over gedrag van Niels in de klas. Dat hij lag te slapen, dat hij de hik had, dat hij wartaal uitsloeg. Niets van dat alles. Gewoon hoe het met me gaat. "Goed," stamel ik nog steeds helemaal van slag, Het gaat goed. Soort van dan, want ik zoek eigenlijk een vluchtroute. Nu! een vluchtroute. Gelukkig komt Niels aangelopen en het vreemde gesprek maakt een wending naar een ander onderwerp. Alle onderwerpen zijn op dit moment goed, als we maar niet beginnen over giechelende, door de gangen zwalkende Niels.

Juf heeft uiteraard helemaal niets van afwijkend gedrag bemerkt bij Niels, want die cakejes zijn natuurlijk niet met echte advocaat doordrenkt. Zal wel een aroma van advocaat doorzitten. Worden kinderen echt niet dronken van. Zitten ze echt niet kachel in de klas. Bedenk ik me als ik weer naar huis rij. Eén ding weten we nu zeker: die advocaat cakejes komen mijn huis niet meer in. Pas als de kinderen 20 zijn. Of 23, of 30. Advocaat. Is dat trouwens niet zo'n oude vrouwen drankje? 50 zijn ze dan. Over 40 jaar koop ik wel weer van die mooie zwarte cake met een nog mooiere gele ster aan de bovenzijde.

vrijdag 8 maart 2013

Schatgravers.


Het werken in de schooltuintjes is weer van start gegaan. Om alle kleuterkinderen deze week aan de beurt te laten komen, hebben we meteen maar extra werkzaamheden op het programma gezet. Alle tuintjes mest geven en dan doorharken. Prachtig vinden ze dat. Bakjes koeienmest over de tuinen strooien en dan mooie patronen in de grond harken. Tuintjes waar ze normaal niet mogen komen, omdat ze van andere klassen zijn. Bij dat harken van 1 van de tuintjes vonden de kinderen een verroest stuk ijzer. Een plaatje met een schroef erin. “Een schat!” Brulden 6 kinderen. Een slot besloot ik. En toeval of niet, 1 van de meisjes was vorig ook al betrokken bij het vinden van een oude roestige sleutel in een ander tuintje. “Wow!”Deed klein meisje. “Wow! Weet jij nog dat we vorige keer een sleutel vonden mamma van Finn?” Ja, dat wist ik nog. “Misschien past die sleutel wel bij dit slot. Denk jij dat meester de directeur die sleutel nog heeft?” “Ik weet het niet meisje, misschien wel, maar misschien heeft iemand hem wel per ongeluk weggegooid.” (Denk aan roestig stuk ijzer in nette directeurskamer) Hmmmm, doen kinderen. “Dat is dan niet echt handig hé? Want de volgende keer vinden wij de echte piratenschat en hoe moeten wij dan die kist open krijgen?” Ik kijk naar roestig ijzer  in handjes van klein meisje. Slot zonder kist. Kinderen zien geen roestig ijzer, kinderen zien een schat. Een piratenschat. Een echte piratenschat in de zware polderklei. Het kan verkeren.

En ook het piratenschip is inmiddels aangemeerd.
“Kun jij misschien even met jouw schep graven? Met die grote, waar wij niet mee mogen scheppen?” “Ja! Want dan kunnen we dieper graven. Naar China! Vinden we die schat onderweg gewoon.” “Nee, naar Azië scheppen we dan. Want in Azië is het mooi weer.” Jongens kijken elkaar aan. “Oké dan. Hebben ze piraten in Azië?” “Nee, natuurlijk niet” zeggen kleine meisjes tegen stoere jongens. “Er bestaan helemaal geen piraten meer. Wel prinsessen.”  “Maar die piratenschat dan? Wanneer vinden we die dan? Begin jij al met scheppen?” Vragen ze aan mij terwijl ik sta te genieten van conversatie tussen kleine kinderen met waanzinnige fantasieën. “Laten we nu eerst de konijnen gaan voeren, gaan we de komende maanden op zoek naar de schat” Jongens zijn lichtelijk teleurgesteld over zoveel tegenwerking van mijn zijde. “We kunnen ook nog helemaal geen schat vinden, want we hebben de schatkaart toch nog niet gevonden!?” Gezichten van alle kinderen klaren op. Niet aan gedacht. Eerst moet de kaart nog worden gevonden.

De sleutel hebben we?????, het slot, nog geen piratenkist en ook nog geen schatkaart. Maar dat hindert helemaal niets. We hebben wel konijnen. Die zijn ook leuk en daar hoeft geen schatkaart aan te pas te komen. Maar u zult allemaal begrijpen dat ik dit piratenverhaal als een lopende draad door dit tuinseizoen zal laten lopen. Met aan het einde een schatkaart en een schat! Een echte piratenschat. In de Noord-Hollandse polderklei.