dinsdag 28 februari 2012

Routekaart.

Wij zijn van die mensen die geen tom-tom hebben. Niet omdat we die niet willen,maar omdat die van ons gestolen is. Uit de auto. Gejat zeg maar. En ondanks dat er in de winkel van echtgenoot mooie vitrines staan met prachtige nieuwe tom-toms, weiger ik om er nog 1 te kopen. De onze was er 1 van de maandagmorgen productie. Vol fouten dus. Thuis startte je het apparaat op en als je dan 40 kilometer verder was had hij een satelliet gevonden en dan kon je de route invoeren. Op de vluchtstrook, of op een parkeerplaats. Weer 40 kilometer verder had hij dan de route gevonden. Meestal was ik dan al op de plaats van bestemming. Ergens hoop ik dan ook dat de dief mijn apparaat zelf gebruikt en dan naar het dichtstbijzijnde politiebureau geleid wordt. Niet dat hij dan gearresteerd word ofzo, want de politie heeft het altijd te druk met auto’s flitsen langs de kant van de weg,maar dan zit die dief toch even te zweten. Ik heb ook gezweet voor dat apparaat. Zelf bij elkaar verdiend. Niets andermans spullen jatten als een dief in de nacht.
De kinderen en ik gaan op vakantie. Skiën in Oostenrijk. En echtgenoot wil mee. Dat is even slikken. Voor mij. De kinderen vinden het wel leuk, want dan gaan ze ook met pappa skiën en van pappa mogen ze op de berg limonade drinken met een chocoladekoek. Van mamma niet. Van mamma mogen ze thee of water en gewoon brood, of soep, of pasta. Geen chocoladekoek. Maar mamma heeft de vakanties nodig om tot rust te komen, om uit te rusten, om achterover te leunen, om de accu weer op te laden zodat we de komende 6 weken kunnen volhouden tot weer een nieuwe vakantie. Blokken van 6 weken. Blokken waar van alles in gebeurt en waar mamma overal maar alleen voor staat. Klagen doe ik niet hoor, maar die vakantie die is me eigenlijk wel heilig. Positief denken Anna Marie! Positief denken! Stoer hé? Van pappa dat hij het aandurft om mee te gaan op vakantie. Ja. Inderdaad heel stoer van pappa. Gaat vast weer heel goed met pappa. Ik ben heel positief hoor! Voordeel is dat pappa nog steeds Duits spreekt en de skilessen voor de kinderen nu mooi kan regelen. Sinds ik Zweeds spreek, ben ik de Duitse taal verleerd. Hoe oud is uw zoon? “ Han ar nio år!” Zeg ik trots in mijn beste Duits. Wat dus helemaal geen Duits is. Pappa kan tolk spelen. Best handig om pappa mee te nemen op vakantie. Ziet u: ik blijf positief.

Ik ga naar de A.NWB om routekaarten te halen. Die kun je oer-Hollands gratis ophalen met je pasje als je lid bent. En dat zijn we. Pappa vind het niet nodig. “Ik rij de route met mijn ogen dicht.” “Ja, jij wel, maar als er nu iets met je gebeurt en ik moet alleen terug rijden? Ik rij blindelings naar Zweden, zelfs via omleidingen, maar Oostenrijk en Zuid-Duitsland zijn van een andere orde. Ik wil kaarten.” “Wat zou er dan met mij moeten gebeuren?” En pappa word tegelijkertijd stil. Ik hoef geen antwoord te geven.
Met routekaart gaan we op pad en belanden ergens halverwege Duitsland in een file. We gaan afwijkend rijden. Verlaten de snelweg. En dan ontstaat er een probleem. Want die gratis kaart van de A.NWB laat alleen de hoofdwegen zien. En niet de wegen in het binnenland. Pappa ziet plaatsnamen op borden en vraagt of ik die op de kaart zie staan. NEE! Op de kaart staan plaatsen met meer dan een half miljoen inwoners. Geen pittoreske plaatsjes waar de burgemeester tevens schoolhoofd is. Waar de bakker ook voor postbode speelt. Ik duik met mijn hoofd in het dashboard kastje. Achter een doos drop, hmm, hoe heb ik die nu kunnen vergeten? Een EHBO doos, ruim over de datum, stenen, takjes en andere souvenirs van wandelingen met de kinderen, vind ik een kaart van Duitsland. Gekocht bij een goedkope Duitse supermarkt. Voor 1 euro. 2 jaar oud. Weg waar we op rijden toont ouder dan die 2 jaar. Weg staat er op. Na een uur parallel te hebben gereden zoeken we de snelweg weer op, want de file is inmiddels opgelost.
Weer een paar uur later verplaatsen we ons opnieuw als sardientjes in een blik over de snelweg. Stapvoets en stilstaand. We besluiten om wederom de snelweg te verlaten. Vinden een route langs leuke verstilde dorpjes en langs een prachtig bevroren meer waar geen einde aan lijkt te komen. Op de kaart is het een onbeduidend spatje verf. “Stunt” zegt eega. “Wat verwacht je van een kaart van een euro?” We rijden 70 kilometer per uur, maar we rijden en dat is wel prettig met 3 kinderen die niet willen slapen. Zomaar opeens maakt de weg op de kaart een vreemde slinger. “Een haarspeldbocht Ben. We naderen een haarspeldbocht en dan is het nog een cm rijden voor we weer op een hoofdweg zijn.” “Een haarspeldbocht? Ja hoor, vast een drukfout.” Maar nee, opeens bevinden we ons aan de voet van een berg en moeten we een pas over. Inderdaad met bijbehorende haarspeldbocht. Alleen duurt de weg door de bergen heel wat langer als de beloofde centimeter. Kilometers en kilometers rijden wij door de bergen. Smalle besneeuwde en beijzelde voetpaden met af en toe een tegenligger zodat we rechts vervaarlijk dicht tegen de lage muurtjes aan staan. Uit het raam kijkend zien we de razende rivier onder ons met tussen ons en die rivier in slechts dunne sparrenboompjes die het gewicht van ons en onze beladen auto echt niet gaan houden. Gelukkig gaat het iedere keer goed en komen we heelhuids aan de andere kant van de berg.

Aangekomen in ons appartement zijn we het er allemaal over eens; de kaart van een euro heeft ons langs prachtige routes geleid. Een beet je ontdek je plekje langs de snelweg. En wie kan dat anno 2012 nog zeggen? Iedereen schijnt blindelings de metalen stem van de routeplanner te volgen en zo vergeten we waar het om gaat. Vakantie. We hebben vakantie. We gaan proberen om er met zijn vijven een mooie week van te maken. Morgen maar eens in de winkel kijken of er ook een kaart voor pappa’s hoofd bestaat. En die mag dan best iets duurder zijn.

donderdag 23 februari 2012

Trots!!


Hoe trots kun je zijn als mamma? Heel trots kan ik u verzekeren. Afgelopen dinsdag kwam Niels uit school. Om half 4. Terwijl de school tot kwart over 3 is. Er zaten 3 kleine kinderen in de auto te wachten om naar huis te gaan om te spelen. En maar wachten en maar wachten en eindelijk na een kwartier kwam Niels toch maar eens naar buiten. Mamma kwaad. (Ik dus) “Hoe lang heb jij in vredesnaam nodig om te douchen?” Niels had tranen in zijn ogen en haalde zijn schouders op. “Shit” foute boel. Zoveel was wel duidelijk. Zelfs voor mij als mamma met oogkleppen voor. Niels liep te sjokken naast me en wilde geen antwoord geven op mijn vragen. 3 enthousiaste kinderen in de auto zeiden Niels gedag, want nu konden we eindelijk naar huis. Niels zat naast me te huilen en wilde nog steeds niets zeggen. “Heb je straf gehad van de juf?” Dat zou dan voor het eerst zijn, maar ja, eens moet de eerste keer toch een keer komen. “Wat denkt u nu zelf?” Ik blij, want er was nog contact mogelijk. Van binnen voelde ik me al beroerder worden, want dat er in zijn ogen iets ernstigs was gebeurd, was wel heel erg duidelijk, maar wat, en hoe en door wie? Aangezien er 6 kleine oortjes mee zaten te luisteren, besloot ik zoon even met rust te laten.

Thuis schonk ik drinken voor de 3 andere kinderen in, schilde ik appels, en ging op zoek naar Niels. Nergens te vinden. ??????? Hoe kan dat nu weer, deur staat op de grendel en bij de achterdeur stond ik fruit te schillen en openingszinnen te bedenken. Openingszinnen die ik nu dus niet kon uit proberen. Niels was foetsie. Kinderen een snoepje gegeven en zoektocht naar verdrietig mannetje ging verder. Waarom woon ik nu in een groot huis en niet gewoon in een flat met 1 slaapkamer, een douche en een kast? Een kast. Zijn kast. Zijn kledingkast. Ja hoor, daar zat te midden van zijn onderbroeken, zijn sokken en zijn overhemden, een zielig hoopje mens. Compleet overstuur. En dan word je als mamma heel klein en tegelijkertijd heel boos. Dat er iets is gebeurd is nu wel heel erg duidelijk. “Hebben ze aan je lichaam gezeten?” Is altijd mijn eerste vraag. “Hmm” Een uur lang kreeg ik alleen maar Hmm te horen. Af en toe gesmoord door een laaghangend overhemd, en af en toe iets duidelijker als ik warm werd. Net een spelletje. Zoek de schat en dan ben je warm, warmer of ijskoud. Na een uur had ik uit Hmmm zeggend snikkend jongetje (op dit soort momenten is het namelijk geen stoere skateboarder van 9) de oorzaak.



School gebeld en de directeur bood wederom zijn hulp aan. Morgenochtend zou hij zoon in zijn kantoor krijgen. Succes ermee! Zo boos was ik. Zoon was woest op mamma, op bepaalde kindjes en op school. Hij ging nooit meer naar die domme school, naar die domme kinderen, mamma moest maar een andere school zoeken en iedereen moest hem vooral met rust laten. ’s Avonds kwam hij de kast weer uit. Hij had honger en mamma vind een hoop goed, maar sperzieboontjes eten tussen schone kleren toch net niet. Stomme mamma!!

Woensdagmorgen. “Ik ga nooit meer naar die school, u gaat zelf maar lekker praten, ik wil alleen maar mijn agenda hebben, waarom maakt u mijn drinkbeker klaar? Jullie zijn allemaal stom!!” Meneer was bang en boos en nog steeds verdrietig.

De directeur kwam zijn kantoor uit toen Niels de school binnen liep en had alle aandacht voor boze leerling. Niels die uiteindelijk ging praten, (2 woorden aaneen) en langzaam open ging, omdat hij zijn veiligheid weer hervond. Ik zat te gloeien van trots. Mijn zoon die voor het eerst voor zichzelf opkwam en mij helemaal niet meer nodig had als zijn spreekstalmeester. Niels groeide in kantoor en sneed voorzichtig een tros los van mamma. (Mag ik hier eigenlijk wel blij om zijn) Niels ging met de directeur naar de klas en mamma ging met rechte rug naar buiten. Naar huis. De koffie heeft zelden zo goed gesmaakt. Om 12 uur was zoon weer vrolijk. Had zijn veiligheid weer terug, voelde zich begrepen en had een hindernis genomen. Een hindernis zonder mamma, maar met de directeur. En hij wist dat hij zichzelf kan zijn op school. Gewoon Niels kan zijn op school. En mamma weet dat er nog heel veel groei zit in stoere zoon. En soms; soms vallen we een stukje terug, maar uiteindelijk gaat Niels stapje voor stapje omhoog. Cognitief zit alles wel goed, en voor het sociale aspect heeft hij mensen om hem heen die heel veel om hem geven. En waanzinnig trots op hem zijn!!

maandag 20 februari 2012

Sophie.

Sophie heeft de afgelopen week de familie lichtelijk op stelten gezet. Aan iedereen die het wilde horen, of eigenlijk aan iedereen die ze tegenkwam, wist ze te vertellen dat wij nog een baby gaan krijgen. Bij sommige aanhoorders sloeg de schrik om het hart. Niet in de laatste plaats bij mij. Een baby? Nog een baby? Altijd welkom hoor, maar gezien de situatie niet handig en praktisch gezien ook zo goed als onmogelijk, want vorige maand werden wij in kennis gesteld dat de embryo's die wij nog in de diepvries bij het ziekenhuis hadden liggen, waren vernietigd. Een baby dus. Toen Sophie te horen kreeg dat mamma toch geen baby meer wilde, antwoordde mevrouw als volgt: "Mamma kan wel meer niet willen, daar hebben wij geen boodschap aan. Wij willen nog een baby zusje."

Sophie had gister een nieuwe barbie gekregen van opa. Een barbie van ongeveer 50 jaar oud. Nieuwe barbie moest 's middags mee naar verjaardag. Op de verjaardag was ook het kleinste baby neefje aanwezig. Klein baby neefje mocht van Sophie wel met de barbie spelen. Probleem was echter dat het hoofd van de pop er telkens af schot. Grote grijns op 5 maanden oud gezicht. Giechel bij Sophie. Het spelletje 'onthoofd de pop' was een half uur leuk, maar daarna vroeg Sophie de pop terug aan de pappa van de baby. "Stel je voor dat hij later gaat trouwen en dan het hoofd van zijn vrouw er af trekt? Hij denkt namelijk straks dat het zo hoort."

Mevrouw gaat carnaval vieren op school. En waar de hele school in polonaise door de aula host zit jonkvrouw in blauw fluwelen jurk op een stoel. Niet begrijpend de kleurrijke menigte te bekijken. Wat een rare vogels lopen daar, veren op het hoofd, alle kinderen die elkaar vastgrijpen om achter elkaar rondjes te lopen. Niet besteed aan deftige dame. Verkleden is leuk, chips eten in de klas en limonade drinken kan ook nog, maar dat gedoe in de aula, mag van Sophie wel achterwege blijven. School is school en geen veredelde feesttent. Gelukkig dachten 400 feestende kinderen daar anders over.