donderdag 29 mei 2014

Snoeien.

Zo hadden we voor het huis, ergens halverwege de spoordijk, kersenboompjes staan. Waardeloze boompjes volgens mamma. Er kwamen geen kersen aan, maar wel heel veel muggen op af. Als je dan op de dijk wilde spelen, moest je bijna in een muskietennet rond gaan lopen. En als je in de auto wilde stappen, moest je eerst nog een kwartier muggen doodslaan op het plafond van de auto. Pappa en mamma gingen de bomen snoeien.

Na een tijdje waren ze wel klaar vonden ze en ze gingen koffie drinken, maar er zaten nog steeds allemaal rode takken zonder kersen aan en er hing nog steeds een zwarte wolk met muggen omheen. ‘Zullen we helpen, dan kunnen pappa en mamma gewoon koffie blijven drinken en dan maken wij het hier wel even af.’ Goed idee vonden we alle drie en dus gingen we snoeien. Alle takken van de boom waar blaadjes aanzaten, knipten we weg. Er ontstond al weer een hele stapel voor op het kampvuur. Na een half uur stonden er nog maar een paar dikke stronken met uiteen staande takken. Het was een prima klimboom geworden.

Van een afstand keken we trots naar ons werk. Tevreden liepen we met de takken naar de achterzijde van het huis. Daar waar ’s avonds het kampvuur gehouden wordt, zaten pappa en mamma in de zon koffie te drinken en de krant te lezen.


‘Waar komen al die takken vandaan?’ ‘Van die rare boompjes. Die zijn nu helemaal kaal en er zijn direct geen muggen meer!’ Tegelijkertijd sprongen pappa en mamma op en renden naar de voorkant. ‘Wat hebben jullie nu weer uitgespookt? Nu kan iedereen ons van de weg zo zien! Waar zijn de mooie kersenbomen nu?’ Pappa’s en mamma’s. Ze weten echt nooit wat ze willen. In ieder geval kan mamma dit jaar niet meer in haar bikini in de tuin. Achter het huis kan wel. Maar niet meer in de voortuin. Dan botsen de auto’s op de weg tegen elkaar. Beter van niet dus. Wij hebben in ieder geval een paar prachtige klimbomen. Zonder muggen. En een heel groot kampvuur.

We kunnen er altijd nog een kunstwerk van maken. Of een limonadeboom. Dat is ook een optie.

woensdag 21 mei 2014

Visbewijs.

‘Mam, mogen we gaan vissen?’’Nou nee, eigenlijk niet. Ik wil niet hebben dat jullie zomaar aan de waterkant spelen. Veel te gevaarlijk.’’Niet waar. We hebben onze bikini namelijk aan. Er kan ons dus niets gebeuren.’ Deze kinderlogica ontgaat mij zoals gewoonlijk volledig, maar het zal wel. Dochter en vriendinnetje staan verwachtingsvol met 2 kinderschepnetjes klaar. Emmer staat bij de voordeur. ‘Waarvoor is dat emmertje?’Vraag ik aan ze. ‘Als we een vis hebben gevangen doen we hem eerst even in de emmer. Kunnen we hem goed bekijken en dan doen we hem weer terug. Mag hij weer naar zijn kindjes.’  ‘En als de vis die jullie vangen nu een kindje is?’ Dochter en vriendin kijken elkaar aan. ‘Die vangen we niet. Die zijn te slim en te snel om gevangen te worden. Nee, je vangt alleen de ouders.’ Ik doe weer even net alsof ik niet helemaal begrijp wat ze bedoelen. Lijfsbehoud. Ik voel me nog niet dom en langzaam namelijk. En ik heb gewoon 3 kinderen!

Precies als ik net wil zeggen dat het van mij wel mag, maar dat ze wel voorzichtig moeten zijn en niet met vreemde mensen mee moeten gaan etc. etc. roept Ben van de bank: ‘Dat gaat dus niet door, want je hebt een vispas nodig. Anders krijg je een boete.’ Een boete? Om met een schepnetje door het water te scheppen? Denkt hij nu serieus dat ze ook maar 1 vis vangen? Zelfs als ze 70 jaar blijven staan en hun rollator in de strijd gooien, zullen ze geen vis vangen. ‘Kijk maar eens op internet. Kun je het zelf zien. De boete bedraagt iets van 100 euro.’ ‘Compleet bezopen!’Roep ik uit. Dochter is huilend naar boven en vriendinnetje staat beteuterd in haar badpak in de kamer.

Maar kijkend op de websites van de visbonden staat het er wel degelijk. Een kind onder de 14 mag alleen vissen onder begeleiding van een volwassene met vispas. Of zelf dus een vispas hebben. Boete: houdt u vast: 130 euro! 130 euro!! Voor een kind met een schepnet. Even in een context plaatsen: Als je door het rode licht rijdt kost het je: 230 euro. (Met de auto) Als je door het rode licht rijdt, neem je bewust een risico. Kies je er voor om andere weggebruikers dood te rijden, kost het geld om ambulances te laten komen, politie moet achter de koffietafel vandaan komen, weg moet tijdelijk worden afgesloten vanwege opruimwerkzaamheden. Etc. Die boete kan wel naar 500 euro. Vissen zonder visbewijs voor een kind: 130 euro!

‘We gaan morgen wel bij de buurman kikkers uit zijn vijver scheppen.’ ‘Dat mag dus ook niet, want een kikker is een beschermd amfibie. Mag je ook niet vangen. Kikkerdril wel. Dat mogen jullie wel gaan vangen.’ Meisjes kijken pappa aan. Kikkerdril vangen? Wie wil er in hemelsnaam kikkerdril vangen? Geen kikkers vangen? Geen kikkers vangen? Nu moeten ze daar in Brussel eens heel erg goed luisteren. Die kikkers hebben geen toestemming gevraagd om te mogen wonen in de vijver. Ze zijn er in grote getale zelfstandig komen wonen. Hebben als het ware de vijver gekraakt. En is kraken tegenwoordig niet ook al verboden in Nederland? ‘Wij gaan kikkers vangen en die brengen we terug naar de sloot!’

En zo geschiedt. Kinderen staan alle 3 met een schepnet in de vijver van de buurman kikkers te vangen. Voorzichtig worden ze vervolgens naar de sloot gebracht. Helemaal blij zijn ze.  Overgebleven kikkers in de vijver niet. Nog een paar uur blijven ze kwaken om met hun lokroep hun vriendjes terug te lokken. Geeft helemaal niets. Gaan de kinderen van de week gewoon nog een keer kikkers vangen. Zonder visbewijs.


Ergo: als uw kind aan het vissen is met een netje en er komt een Boa gewichtig doen, zijn ze gewoon kikkerdril aan het vangen.

dinsdag 13 mei 2014

Voedselbank.

Tijdens het fietsen ontstaan vaak de meest waardevolle gesprekken tussen de kinderen en mij. Vandaag weer een hele mooie fietstocht richting zwembad gehad. Finn 6 jaar:

‘Mam, in onze klas staat een doos. En in die doos gaat pasta. Overmorgen doen we dat, want ik moet eerst even een dagje nadenken over wat juf allemaal heeft gezegd.’ ‘Waarom staat er een doos me pasta in jullie klas?’ ‘Nee! Er zit nog geen pasta in. Het is nu gewoon een lege doos. Maar er gaat pasta in. Of iets anders. Spullen die niet kunnen bedorven.’ ‘Zoals boeken en een voetbal?’ ‘Ook niet. Je moet het kunnen eten en het mag niet bedorven zijn. Ze moeten het heel lang kunnen bewaren, want ze kunnen het niet eten.” ‘Wie kunnen er dan niet eten?’

‘Nou, die mensen die u allemaal kent.’ ‘Die ik ken? Ken ik mensen die niet kunnen eten?’’ ‘Ja. U kent iedereen, dus ook mensen die arm zijn en geen eten kunnen kopen. En voor die mensen gaan we pasta inzamelen.’ ‘Mag het ook iets anders zijn?’ ‘Ja, maar ik lust graag pasta, dus als wij dan ook geen eten kunnen kopen, krijgen we onze eigen pasta terug. Het gaat namelijk naar een bank.’

‘Fantastisch! Dus alle kinderen nemen iets mee van thuis om in die kratten te doen?’ ‘Ja! Maar dus alleen spullen die eetbaar zijn, niet kunnen bedorven en ook geen speelgoed. Als dan de doos vol is, gaan we hem naar het podium brengen en over een paar weken gaan we ze naar de bank brengen. En daarom mag het dus alleen pasta zijn. Want kaas en appelen kunnen wel verrotten. Dan begint het te stinken in de school’

‘Naar de bank, wat goed. En weet je ook hoe die bank heet?’ ‘Ja natuurlijk weet ik dat. Dat heeft de juf ook verteld. Alle dozen gaan naar de Rabobank! Mensen die dan niets te eten hebben gaan dan naar die bank en dan krijgen ze gewoon al dat eten mee. Best wel handig dus. Hoeven ze ook niet te betalen. Kunnen wij voortaan ook wel doen dus als we geen eten hebben.’ ‘Hebben wij dan heel vaak geen eten?’ ‘Ja! Want we hebben nooit iets lekkers in huis, en als we chips hebben, eet u dat al op en alle lekkere dingen in de supermarkt krijg ik nooit. Dus gaan wij ook gewoon voortaan naar die bank.’ Heel even is Finn stil achterop de fiets. ‘Mam! Ik weet het weer! Het is niet de Rabobank, maar de etensbank!’


Maatschappelijk verantwoord bezig op school. Gelukkig hebben we een begeleidend schrijven gekregen via de mail en weet ik dat ik morgen dus niet naar de Rabobank hoef te fietsen. Wel ’s middags met de kinderen naar de supermarkt. In alle klassen staat namelijk een krat om het eten in te verzamelen. Chips. Zou dat ook bederven? Appelen wel. Laat ik vanavond dan maar aan de appelen gaan. Gaat de chips morgen naar school.
Laten we deze gevulde doos maar niet naar school brengen. (huisjespark)