donderdag 5 december 2013

Sinterklaas Goedheiligman!

Trek uw beste jas maar aan en rijd er mee naar Spanje. Dan zien we u volgend jaar wel weer. Ik vond het echt gezellig hoor. Vooral de liedjes. Ik vind Sinterklaas liedjes echt helemaal gaaf. Kan ze dan ook bijna allemaal uit volle borst meezingen. Dit tot grote ergernis van mijn kinderen. Nog ergerlijker vinden ze het als ik ook de bijbehorende dansjes ga doen. Ze schamen zich te pletter die kinderen van mij. De gezichten van de kinderen als er heel hard op de deuren wordt geklopt en er opeens pakjes in de gang blijken te staan, zijn onvergetelijk.

Maar wat echt helemaal niet leuk is: is de stress rond de cadeaus. Nu koop ik gewoon gedurende het jaar pakjes en verstop die in mijn kledingkast; vlak voor 5 december hoef ik dan alleen nog maar op pad voor dat ene cadeau waar ik geen rekening mee had gehouden. Maar de speelgoedfolders slingeren hier al vanaf het begin van het schooljaar door het huis. Hoe goed ik ze ook verstop. Mijn kinderen vinden alles. Zo vonden ze vorig jaar Paas de kerstchocolaatjes die ik dus kwijt was. In de folders wordt driftig geknipt en gekrast. Op televisie zijn de speelgoed reclame blokken langer dan het complete programma waar we naar kijken. De kinderen willen groter en duurder. En maken elkaar helemaal gek. Want Sinterklaas kan alles kopen! Nee!! Sinterklaas heeft ook gewoon mega last van de recessie!!

Dan heb ik het nog niet eens gehad over dat warrige Sinterklaas journaal. Dan is het boek weer zoek, dan zijn de pakjes op, dan vaart Sinterklaas weer terug naar Spanje, dan is er een baby Piet aan boord, dan is er weer een Wegwijs Piet met een kapotte Piet-Piet, dan is de staf weer zoek en ondertussen weet niemand hoeveel Pieten er nu eigenlijk zijn. Chaos alom .

Schoen zetten. En dan ’s morgens vroeg een nat geplast bed aantreffen van jongste zoon. Want: als je ’s nachts moet plassen doe je dat maar gewoon in je bed. Beneden loopt Piet door je huis. En dan om 6 uur je grote broer wakker maken, omdat je niet zelf naar beneden durft. Gevolg: een chagrijnige broer. Dat schoenzetten op zich vond ik dan wel weer leuk. Lekker liedjes zingen en dansen. Uitmondend in 3 vechtende kinderen: want kind 2 zong de verkeerde tekst en kind 3 vond dat hij nu was terwijl kind 1 nog in een pieten rap verwikkeld zat. Maar goed, er werd gezongen.

Boodschappen doen. Je kunt niet meer veilig met je kinderen naar de winkel. Als je even niet uitkijkt staat er weer een Piet in de nek van je kind te hijgen. 'Ben jij wel lief geweest dit jaar?' Ja, knikt kind. Heel lief geweest, maar bij Piet nummer 483, begint kind zich af te vragen of dat eigenlijk wel zo is. Is hij/zij wel zo lief geweest? Want waarom vragen die Pieten dat allemaal? En zonder uitzondering vinden de Pieten het dan heel grappig om een hand vol pepernoten in de capuchon te strooien. Met als gevolg dat mamma iedere ochtend als een verwarde door het huis op zoek moet naar een verstopte capuchon van kind nummer 3. Die was die pepernoten in zijn kraag inmiddels zo zat dat hij iedere dag zijn capuchon van zijn jas trok.

Zelfde kind die als de dood was dat Piet zijn schoenen mee zou nemen, en dus steevast mamma’s schoen bij de open haard neerzette. Na ruim 2 weken Sinterklaas stress ben ik blij dat de beste man weer voor een jaar naar Spanje vertrekt. Niet voor alle kinderen is het Sinterklaas feest ook echt een feest. Er zijn kinderen die gewoon een beetje anders zijn. En die worden behoorlijk onrustig van al dat gedoe. Van al dat gedoe dat zogenaamd heel leuk moet zijn, maar dat soms helemaal niet is.

En u moet me maar vertrouwen als ik zeg dat ik volgend jaar weer gewoon op de bank zit op de zaterdag na Sint Maarten. Met aan iedere kant een kind en op schoot een schaal vol pepernoten. Dat ik uit volle borst alle liedjes ten gehore breng, dat mijn kinderen ook echt niet vergeten worden op pakjesavond, maar dat ik ze verre hou van intochten, winkels, televisieprogramma’s waar de organisatie klaarblijkelijk ver te zoeken is, en mijn kinderen vooral ver weg hou van in hun nek hangende Pieten die als ze de kans schoon zien hun pepernoten in de kraag van kind strooien.

Gewoon weer ouderwets pakjesavond. Zoals vroeger. Dat Sinterklaas overdag bij jou op school kwam. De echte Sinterklaas! En dat er dan precies op het moment dat de echte Sint op het schoolplein stond, de nepper langs kwam rijden op weg naar een andere school. En’s avonds vol verwachting wachtend op het bonken van de Pieten op de ramen. Dat je van schrik je warme chocomel op je nette kleding morste en dat er dan opeens pakjes in de gang stonden. Vol verwachting klopt ons hart, maar ik vrees dat ik volgend jaar de roe krijg én de gard!

Sinterklaas: een hele rustige thuisreis gewenst. Ik hoop dat de storm op zee meevalt en dat u volgend jaar gewoon in 1 keer naar ons land komt varen, met uw schimmel en uw staf, alle baby Pieten in Spanje laat en de wegwijs Piet gewoon de weg weer wijst.

Dag Sinterklaasje!!

dinsdag 3 december 2013

Mamma is een vis.

Rune gaat naar school. Met zijn grote broer en mamma. Zus is ziek. En dus heeft mamma alle tijd voor Rune. 'Gaan we samen vliegen mam?' Ze pakt zijn hand en samen rennen ze over het schoolplein. Zo hard als Rune's beentjes hem dragen kunnen. Mamma doet: 'R-r-r-r-r-r' Rune schatert het uit. Een raar stel zijn ze op het plein 's morgens vroeg. De andere volwassenen zijn saai. Zij staan gewoon maar. Ze staan te staren zonder iets te zien. Mamma niet, mamma is een beetje gek. Mamma is lief. De andere kinderen willen ook mee met het vliegtuig. Maar de benzine is op. Ze stijgen namelijk helemaal niet op. Sputter-sputter doet het vliegtuig.

Samen lopen ze naar de klas van grote broer. Rune gluurt door het raam naast de deur naar binnen en durft toch de klas met grote jongens niet in. Mamma wel. Mamma brengt de beker in de klas en komt dan gelukkig weer naar buiten.

Ze tilt Rune op en zo lopen ze naar zijn klas. 'Blub' doet Rune. 'Blup-blup.' En mamma doet: 'plop-plop-plop.' Zo lopen ze door de gangen van de school. Een juf kijkt ze aan. 'We zijn een vis' zegt mamma en ze doet nog eens 'plop-plop-plop.' Rune kijkt naar de juf en hij doet 'blub-blub.' Rune doet 'blub' en mamma doet 'plop-zoem-plop-zoem. We zijn een vliegende vis.' 'Ach natuurlijk' zegt de juf. Kijkt nergens meer van op.

In de klas komen er 2 kinderen naar Rune toe. 'Jouw mamma is wel een beetje raar!' 'NIET!' zegt Rune. 'Mijn mamma is niet raar, mijn mamma is een vis!'


maandag 2 december 2013

Alle zegen komt van boven.

We schetsen een lunch. Zo 1 van: alle kinderen komen tussen de middag gezellig thuis een boterham eten. De jongste weigert wit brood te eten; mamma heeft weer eens niet goed opgelet. Hij wil een bruine boterham en anders maar niets. Jongste luistert af en toe dus wel naar mamma. Middelste wil een boterham met: 'datgene wat ik zaterdag met de verjaardag ook had.' Op de verjaardag zaterdag had middelste een kadetje met salami. Maar vandaag wilde ze dus geen kadetje, maar salami op een boterham. Oudste doet er nog een schepje bovenop. Hij wil wel 'gesmolten kaas. Op een maïsbroodje en dan de kaas wel lekker knapperig.'

Zo’n lunch dus. De wijzers van de klok snellen vooruit. Ik weet niet hoe het komt, maar wij hebben een magische klok. De hele dag loopt hij gewoon 1 op 1, maar tussen de middag gaat hij in de versnelling. Voor je het weet ben je een uur verder en moeten we terug naar school. De twee jongens hebben het begrepen. Hebben keurig gegeten, schoenen en jassen aan en klaar om weg te gaan. Maar dan hebben we nog een dochter.

En dochter verzint om kwart voor 1 opeens dat ze nog ergens een vriendenboekje heeft. Een vriendenboekje waar haar beste vriendinnetje nog niet in staat. En een etui heeft ze ook nog wel ergens. Kan ze knutselen in de klas. 'Je gaat niet meer knutselen in de klas.' 'Je weet maar nooit mam, misschien gaan we vanmiddag wel spontaan knutselen.' Ik weet al hoe laat het vandaag is. Vandaag is zo’n dag dat mijn kinderen te laat komen. Maar de redding is nabij. Pappa moet naar een klant. En laat die klant nu achter school wonen! Mamma stuurt pappa dus alvast met de jongens voorop.

Om 10 voor 1 stappen dochter en ik dan toch eindelijk ook op de fiets. Mijn fietstassen puilen weer uit van de overbodige rotzooi en dochter is helemaal happy. Ze kan knutselen in de klas, als de juf opeens besluit dat ze gaan knutselen. Een halve voorbereiding is het hele werk. Of iets dergelijks in ieder geval.

Dan komen we opeens oudste zoon tegen. Oudste zoon die dus helemaal niet van plan was om naar school te fietsen met pappa. In de verte zien we pappa fietsen met jongste. Altijd handig zo’n felblauwe jas. Een verkeerd geparkeerde auto zorgt voor de nodige onrust. ‘Lekker dan, wie zet zijn auto nu weer illegaal neer?‘ We besluiten van de fiets af te stappen en over de stoep te gaan tot het punt waar we kunnen oversteken. En dan gebeurt het: als een complete verrassing word ik gezegend van boven. Gezegend voor mijn engelengeduld? Voor mijn fantastische kinderen? Voor de sperziebonen die ik helemaal niet klaar kan maken? Voor mijn opgeruimde karakter? Voor mijn jongste zoon die in ieder geval op tijd in de klas zit? Alleen de hemel zal het weten. Ik weet in ieder geval zeker dat de zegen van een meeuw afkomstig was.

Dus stuur ik oudste zoon en middelste dochter op goed geluk en met het nodige wantrouwen met zijn tweeën naar school en cross ik terug naar huis, waar ik een turbo douche neem, en maar een heel klein beetje te laat op het schoolplein sta. Voor niets, want de kinderen zitten daadwerkelijk gewoon in de klas. Op tijd. Vanaf morgen doe ik het dus anders. Als de kinderen klaar zijn, zet ik ze op de fiets. Zwaai ze uit, staande in de deuropening met mijn nachtjapon en openvallende duster. Mijn pantoffels sieren mijn voeten en een kop koffie houdt me gezelschap. (Nu ben ik een beelddenker en visualiseer ik me met een brandende sigaret in de deuropening, maar ik rook helemaal niet. vandaar de kop koffie) Als ze de hoek om zijn loop ik naar binnen waar ik de krant ga lezen op de bank en als ik zin heb kleed ik me aan. Of niet, want ik hoef de deur toch niet meer uit. 


Gezegend ben ik.