zondag 17 augustus 2014

Heide velden

De heide staat in bloei en dat wil ik wel eens bekijken. Jaren geleden dat ik de prachtige velden met paarse heide heb gezien. En dan woon je zo dichtbij! Druk, druk, druk en in het weekeinde willen we eigenlijk alleen maar lekker thuis zijn. Bijkomen van een drukke werkweek. Maar nu hebben we vakantie gehad en zijn we uitgerust.  Wandelen in de duinen dus. Buiten lijkt het wel herfst. We zijn een week terug uit Zweden en hebben alleen maar regenbuien gezien. Zo van de warme Zweedse zomer de koude en natte Nederlandse herfst in. Maar nu wil ik dus die bloeiende heide zien.

Dus zetten we 3 mokkende kinderen in de auto: 'of we wel gezien hebben dat het heel hard regent en dat de wolken erg donker zijn?' Ja, dat hebben we, maar aan zee is het vast beter. Trekken de buien naar zee en de lucht boven de duinen dus open. Kom op: we gaan.

En jawel, bij de duinen aangekomen is het droog. Van strakblauwe luchten kunnen we niet spreken, maar het is droog. De inktzwarte wolk die iets verder boven de boomtoppen hangt negeer ik. Ben ik erg goed in. We zijn per slot van rekening echte Noord-Hollanders. Uit de zompige klei komen wij. We zijn niet van suiker! Lopen zullen we. De kinderen pakken snel eerst nog 2 vuilniszakjes en 2 vuilprikkers en dan kunnen we. We lopen van wandelroute naar wandelroute. Om uit te komen bij de paarse paaltjes richting paarsbloeiende heidevelden.

Maar na een uur wandelen gaat die paarse route opeens samen met de zwarte roet route. De roet route. Ondertussen is het gaan regenen, maar mijn humeur is niet stuk te krijgen. De foto’s worden niet zo mooi. Hoewel ik nu eindelijk een camera heb met filter. Een regenfilter. Die regen wordt heviger en heviger. De kinderen mokken nog harder. Welke moeder verzint het om te gaan wandelen in dit noodweer? Dat we onderweg een kudde grazende koeien met puntige hoorns tegenkomen doet hun humeur ook al geen goed. Als we eindelijk op het hoogste punt in de omgeving staan is het met het humeur van de kinderen juist wel goed gesteld. Als ware dj’s staan ze de wolken op te zwepen. Straaltjes water lopen overal. En de kinderen hebben zich overgegeven. Eigenlijk wel gaaf dit. ‘Als we thuis zijn gaan we lekker douchen en dan trekken we onze pyjama’s aan. Doen we de gordijnen dicht en steken we kaarsjes aan mam. Gezellig’.

Boven is mij 1 ding pijnlijk duidelijk geworden. De vernietigende duinbranden van een paar jaar geleden hebben hier het zwaarst gewoed. De ondergrond en de bomen zijn nog steeds zwart. De bovenlaag hersteld zich, maar de enorme paarse velden bevinden zich niet meer in dit gebied. Uiteraard zien we heidestruiken en uiteraard genieten we. Van de zee die we tussen de duinen zien, van de wolken die woest over ons heen blazen, van de koeien die staan te grazen en van de natuur die oersterk is en opnieuw opkomt.


Na een dikke twee uur zijn we weer terug bij het bezoekerscentrum. We kijken bij de imker en stralen water lopen zo mijn nek in. Vervolgen hun weg naar beneden. Alles natmakend wat ze tegenkomen. Ik kijk verbaasd naar boven. Op zoek naar een gat in het dak, maar het water komt uit mijn haar. Verzopen katten zijn we. Op weg naar huis. Het was een mooie wandeling door oer-Hollands weer.  

vrijdag 15 augustus 2014

Inbreken.

Pappa en mamma gaan ons huis verkopen. Ze hebben het over ratio en emotie en dat de ratio heeft gezegd dat het beter is om het huis in de verkoop te zetten. Nu weet ik niet wie die ratio is, maar als ik hem tegenkom ga ik hem tegen zijn schenen schoppen. Ik vind die emotie een stuk liever. Die zegt namelijk dat we ons huis gewoon moeten houden.

Dinsdag kwam de makelaar en precies op dat moment kwam er een regenbui over. De eerste in al die weken dat we hier nu zijn. Dat is toch een heel duidelijk teken dat we gewoon hier moeten blijven wonen, maar nee: pappa stond de makelaar bij de weg op te wachten. ‘Anders kan hij ons pad niet vinden.’ We wonen nogal afgelegen en als je niet weet waar je af moet slaan, dan vind je ons nooit.  Pappa werd kletsnat. Net goed, maar na een paar minuten vond ik dat eigenlijk toch wel zielig, dus bracht ik hem een paraplu.

De makelaar kwam met een collega en ze wilden van alles weten. Ze liepen door het hele huis, op sokken, want hier doen de mensen hun schoenen uit als ze bij iemand op bezoek komen. Ze dronken koffie en aten onze lekkerste koekjes op. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was gingen ze ook nog alles fotograferen! Wij waren niet blij en mamma had spontaan last van een zandkorrel in haar oog. Jaja. We hebben hier niet eens zand. Maar van ons kreeg ze geen knuffel en geen zakdoek, en ook geen paraplu. Het is haar eigen schuld! Na een paar uur gingen de mannen weg en gingen wij zwemmen om toch nog een beetje een leuke dag te hebben.

De week daarna was het een komen en gaan van vreemde auto’s op ons pad. Allemaal mensen die belangstelling hadden voor ons huis. Als wij ze zagen staken we onze tong uit en gingen we heel hoog op de trampoline springen. Het gebeurde wel eens dat die mensen evengoed uit hun auto stapten en dan door onze tuin gingen lopen. Mamma lag meestal in de achtertuin op een ligbed met een boek. Zonder bikini topje! En dan riepen wij niet dat er mensen aan kwamen. Hahaha! Mamma rende dan altijd heel hard naar binnen om een T-shirt aan te trekken en keek dan vanuit haar slaapkamer raam of de mensen al weg waren. De volgende dag had mamma een T-shirt naast zich liggen. Pappa liep ook een keer in zijn blote buik naar de schuur toen er net een auto wilde stoppen. Die mensen schrokken zich een apehoedje. De auto werd razendsnel gekeerd. Die kopen ons huis vast niet. Eigen schuld. Ons huis verkopen aan vreemde mensen. Wat denken pappa en mamma nu helemaal?

In de allerlaatste week belde de makelaar. Of wij nog een sleutel wilden komen brengen. En zo gingen we ’s morgens vroeg naar de makelaar. Pappa had een sleutel in de deur gestoken. Mamma vroeg aan pappa of hij dan ook nog sleutels had. Die had hij zei hij. Wat hij er niet bij vertelde was dat die sleutels binnen lagen. Mamma vroeg nog een keer of hij sleutels bij zich had. ‘Jaha.’ Riep pappa toen licht geïrriteerd. En dus draaide mamma de deur op slot. Met sleutels die ze in ging leveren bij de makelaar. Ik hoef zeker al niet verder te vertellen?

Weer thuisgekomen moesten we allemaal plassen. En dus renden we zo snel als we nog konden naar huis. Pappa ging de schuur openzetten. Wij stonden allemaal bij de deur te wachten tot pappa met de sleutels kwam. Mamma riep heel boos of hij nu eens op wilde schieten, want ze deed het bijna in haar broek. Rune en Nisse stonden inmiddels al aan de rand van het bos de bomen water te geven. Pappa kwam aangelopen en zei tegen mamma dat ze de deur dan maar open moest doen als ze zo nodig moest! ‘Maar jij hebt de sleutels!’ ‘Nee hoor, die heb ik niet. Jij hebt zelf de deur dicht gedaan.’ ‘Ja en die sleutels heeft de makelaar nu! Waar zijn jouw sleutels?’ Pappa werd bleek. ‘Mijn sleutels? Ik heb helemaal geen sleutels’ en hij voelde voorzichtig in zijn broekzakken. ‘Ik heb geen sleutels.’ Dat kwam er nog heel zacht uit. We keken allemaal naar een boze mamma die op het punt stond te ontploffen, maar dat kon niet, want dan zou ze in haar broek plassen.

‘Dat is dan lekker. Ik vraag het je 3 keer en ja, jij had sleutels bij je. Het is heel simpel, zorg maar dat je de deur open krijgt. Ik moet plassen.’ Mamma bleef voor de verandering heel rustig. Dat kwam denk ik door haar blaas die op knappen stond. Pappa pakte de langste ladder en zette hem tegen het huis. Hij klom soepel naar boven, liet zich over de vensterbank vallen met zijn schoenen naar buiten bungelend, schopte diezelfde schoenen vervolgens naar beneden en liep de trap af om van binnenuit de deur open te doen. Mamma struikelde met haar broek op haar knieën naar binnen.


Eigen schuld, dikke bult. Moeten ze maar niet zo’n onzinnig besluit nemen. Het huis verkopen! Bespottelijk gewoon! Het huis neemt gewoon op eigen wijze wraak.
En voor diegenen die geïnteresseerd zijn waar we de afgelopen 5 jaar hebben gewoond: Ons huisje!
P.s. er zijn nog veel meer avonturen beleefd, dus jullie zijn nog niet van mij en mijn broertjes af. 

vrijdag 8 augustus 2014

De snoepjesboom

In de tuin van onze buren staat een toverboom. Volgens mamma is het een Linde boom, volgens de buren is het een P.ippi Langkous boom. ‘Iedere woensdag komt Pippi langs om snoepjes en drinken in de boom te hangen.’ ‘Onzin.’ Zei pappa. ‘Wil je wedden?’ Vroeg de buurman. Wij keken al springend en ja knikkend naar pappa. ‘Ja, ja. Dat willen we zien. Een echte P.ippi Langkous boom waar snoepjes in hangen!’ Pappa en de buurman gaven elkaar een knipoog. Dat zagen Rune en Nisse niet, maar ik wel. Ik ben echt niet gek. Pippi die snoepjes in een boom hangt! Maar ik wil die boom natuurlijk wel zien. ‘Kom over een half uur maar langs om koffie te drinken.’ Zei de buurman tegen pappa. ‘En neem je vrouw en kinderen vooral mee.’
                                                         En nu is mamma vergeten om een foto te maken. Dan maar dit vreemde insect. Heeft ook                                                                             te veel snoepjes gegeten.
Na een half uur zenuwachtig heen en weer huppelen, gaan we eindelijk naar de buren. Met een pak speculaasjes. Nederlandse speculaasjes voor bij de Zweedse koffie. Pappa en mamma lopen heel rustig over ons pad. De frambozen zijn rijp en ze staan iedere keer stil om roze frambozen te plukken. Dat is toch raar? De buren wachten met koffie op ons en zij staan maar vruchten te eten. Straks hebben ze geen honger meer. Dat zou wel erg onbeleefd zijn. Aan het einde van het pad gaan we naar links en staan we in een wonderbaarlijke tuin. Bij ons huisje staan in de zomer niet zo veel bloemen, maar hier lijkt het wel een paradijs met bloeiende planten.

De buurman en de buurvrouw staan ons op te wachten. De buurman wil eerst even knuffelen met mamma. Niet met pappa. En de buurvrouw wil dat ook niet. Best zielig voor pappa, maar die schijnt dat niet zo erg te vinden. Wij geven een hand en het pak speculaas. De buurvrouw kijkt heel blij en de buurman neemt ons mee naar een enorme klimboom achter hun huis. De takken met bladeren komen tot op de grond, maar het is geen treurboom. Het is een soort huttenboom. De takken hangen rondom helemaal tot aan de grond, maar als je door de bladeren heen stapt, kom je in een soort indianentent terecht. Weet je wat ik bedoel? Zo’n tent waar je helemaal in kunt staan. Wijd van onderen en dan puntig van boven.

De buurman vertelt dat hij Pippi net weg heeft zien fietsen. Ik zie het voor me. Pippi die hier aankomt op de fiets, snoepjes in de boom hangt en dan weer op de fiets terug gaat naar huis. Wij zijn wel een paar keer bij haar thuis geweest en toen zaten we wel twee uur in de auto! En dan zou ze nu naar ons toe komen fietsen? Haha! ‘Ga maar kijken’ zegt de buurman in het Zweeds. ‘Klim maar omhoog.’Dat klinkt in het Zweeds trouwens als: kletter maar op. Alsof je naar beneden moet kletteren vanuit de boom. Maar goed, Rune en Nisse waren al voorbij de eerste takken en opeens gaven ze een kreet. ‘Er hangt hier een zak met snoepjes!’ Ik keek naar de buurman en zijn vrouw. Op hun gezicht verscheen een enorme glimlach. Zie je wel dat zij het gewoon gedaan hebben? Maar uiteraard speel ik het spel mee en klim ook snel omhoog achter mijn broertjes aan.

Maar hoe hoger we kwamen, hoe meer we vonden. Heel hoog hingen pakjes drinken, flesjes cola, en zakjes met snoepjes. Wij keken langs de takken door het gebladerte naar beneden. Daar ergens stonden pappa en mamma met de buren. We konden ze nog net horen praten. ‘De buurman is vast al wel 80 en de buurvrouw is heel klein en vast al 70.’ ‘Denk jij dat de buren deze snoepjes hebben opgehangen?’ Vroeg ik aan Nisse. ‘Nee, natuurlijk niet. Zie jij de buren al zo hoog klimmen?’ ‘Pippi heeft dit gedaan. Ze is net op haar fiets weggefietst. Dat zei de buurman zelf.’ Antwoordde Rune en hij klom voorzichtig naar beneden met in zijn hand een zak toffees.


Toen wij weer veilig op de grond stonden, en er dus niet uitgekletterd waren, gingen de grote mensen koffie drinken. Wij zaten onder de boom met onze pakjes drinken en onze toffees. We keken naar de buren en waren het over 1 ding eens. Zij konden echt niet in de boom klimmen. Dus misschien, misschien komt Pippi toch iedere week op de fiets langs om snoepjes in de boom te hangen. Eigenlijk maakt het niet zo heel veel uit. We hebben een fantastische dag gehad met de snoepjesboom in een wonderbaarlijke tuin.