maandag 27 oktober 2014

Jaarvergadering.

Vanavond hebben we de jaarvergadering op school. Niet eens op mijn school, maar op de school van de kinderen. Hartstikke leuk om naar zo’n avond te gaan. Je krijgt koffie met een koekje, gaat zitten en je wordt door middel van foto’s op een PowerPoint meegenomen in het schooljaar wat reeds beĆ«indigd is. So far So good.  Mensen: allemaal een keer naar de jaarvergadering van school gaan. Weet u wat er speelt op school, u toont uw betrokken kant weer eens en die mensen achter de tafel zitten daar niet zielig in het luchtledige van de aula te orakelen.

Al een aantal jaarvergaderingen heb ik bijgewoond. Altijd gezellig en aan het einde van de avond hebben we interessante lezingen. Of totaal oninteressante. Dat kan ook. Zo staat een lezing over social media me nog helder voor de geest. De spreker nam ons op zijn surfboard mee over het wereldwijde net. Een lezing time management was al een flop nog voor de dame in kwestie ook maar 1 woord had gezegd.  Ze kwam namelijk een kwartier te laat. Time management expert was ze.

Maar: dit jaar zit ik aan de verkeerde kant van de tafel. Sinds vorig jaar ben ik de voorzitster van de ouderraad. De oude voorzitster nam vorig jaar de vergadering nog voor haar rekening, want we lopen met die vergaderingen dus steevast een jaar achter. Dat komt door die mislukte avond time management. Dit jaar moet ik echt met de billen bloot. Samen met mijn medebestuursleden (ook beide nieuw) zit ik aan een tafel achter een computerscherm en voor een beamer. Vol in het zicht van een ieder die vanavond aanwezig zal zijn. Nu ben ik dagelijks op die school en ik voel me als een vis in het water. Achter de schermen. Niet in het midden van een zaal zittend achter een tafel. Spots op onze blozende wangen. Wangen die dus iedere 5 minuten blozender worden. Want spontaan krijg je opvliegers, door de hitte van de lampen en door alle ogen die je op je gevestigd weet.

Ooit hoorde ik iemand zeggen dat je moet bedenken dat je toehoorders in hun adamskostuum zitten. In hun blootje dus. Ik vraag me wezenlijk af of ik mensen wel in hun blote kont wil zien, maar dat terzijde. Dan kun je toch niet serieus een vergadering draaiend houden? En: wat mijn hersenen dan als vervolgstap nemen: denken die mensen hetzelfde als ze naar jou kijken? Mijn wangen worden roder en roder.

Nee, het in het volle licht staan is niet aan mij besteed. Ik stroop liever mijn mouwen op. Achter de schermen. Vanmiddag bedacht ik een meesterlijk plan. Vanaf de volgende vergadering, heb ik een adjunct voorzitter nodig. Een vice voorzitter. Een die het niet erg vind om in openbare ruimtes op een podium te staan. Vanavond maar een extra agenda punt inlassen.

Oproep Vice voorzitter: Functie eisen: het in goede banen leiden van een jaarvergadering. In het bezit van voldoende zelfvertrouwen en flair. Rijbewijs niet nodig. Duidelijk verstaanbaar zijn in de Nederlandse taal. Er komen op zo’n avond ongeveer 60 mensen. U hoeft de taal niet foutloos te kunnen schrijven,  daar hebben we weer andere leden voor. De meeste moderne computers beschikken ook over een spellingscontrole.
Vergoeding: een kop koffie met een speculaas voorafgaand aan de vergadering en een handdruk, een normale, geen gouden met eeuwige dankbaarheid van mijn zijde.


Ik ben benieuwd.
Ziet u mij? Ik sta daar ergens achter. Met kleding. Maakt u zich vooral niet ongerust.

vrijdag 24 oktober 2014

Ole. Hoofdstuk 2. De tocht door het bos.

Terwijl de alarmbellen op school afgaan en de leerkrachten in alle lokalen kijken of Ole zich misschien toch als grap ergens verstopt heeft, loopt Ole buiten achter de aap aan. Over het verlaten schoolplein loopt hij richting een hekje aan de zijkant van het schoolplein. Via het hek komt Ole op een klein grasveld waar de fietsenstalling van de leerkrachten is. De aap springt op de stalling en verdwijnt in het bos. Nu staat Ole in tweestrijd. Gaat hij terug naar school en gaat hij verder met zijn lessen of gaat hij achter de aap aan? Hij heeft op school geleerd over beren en wolven, over lynxen en elanden. Maar nog nooit heeft iemand hem iets verteld over apen in de bossen achter zijn school.

En zo wint de nieuwsgierige kant van Ole het van zijn serieuze kant en via de bagagedrager van de fiets van de gymjuf klimt hij bovenop de stalling. Aan de achterzijde is een kleine strook mos waar Ole zich op laat vallen. Hij pakt zijn kompas, bepaalt zijn positie en begint te lopen.

Ondertussen heeft de directeur contact gehad met de politie. En omdat iedereen in het dorp weet dat Ole niet zomaar lessen als natuureducatie laat lopen, weten ze dat er iets moet zijn gebeurd. Iets. Maar niemand weet precies wat dat iets dan wel is.

Ole loopt door het bos op zoek naar de aap, maar die laat zich niet meer zien. Apen zijn heel goed in verstoppertje spelen in de bossen. Slingeren met het grootste gemak van boom naar boom. Ole vindt het allemaal wel leuk in het bos. Hij ziet bosbessen. Bedden vol bosbessen. Hij loopt over verende paden van mos en plukt links en rechts bramen van de struiken. Ongemerkt komt hij steeds dieper in de bossen. De bomen staan hier dichter op elkaar en het zonlicht laat zich steeds moeilijker zien. Maar hij maakt zich nergens zorgen over. In zijn rugtas heeft hij zijn lunch nog onaangeroerd en om hem heen is voldoende fruit te vinden.

Pas als er echt bijna geen zonnestralen door de boomtoppen komen, raakt hij een klein beetje in paniek. Een klein beetje maar. Hij is per slot van rekening een echte stoere jongen van rond de 8 jaar. En stoere jongens van rond de 8 weten best hoe ze de nacht door moeten brengen in het bos.


Met takken van dennenbomen maakt hij een hut. De takken zet hij om een boomstam heen. Aan de bovenzijde bind hij de losse takken vast met een schoenveter. Zo ontstaat er een soort iglo. Een groene iglo. Op de grond legt hij nog een paar takken en dan is het goed. Ole kruipt naar binnen, doet zijn rugtas openen en eet zijn boterham op. Met pindakaas, want daar word je groot en sterk van. Zegt zijn moeder altijd. Onzin denkt Ole. Boterhammen met pindakaas zijn gewoon heel erg lekker! Als zijn boterham op is, valt Ole in een diepe slaap. Want achter apen aanlopen door donkere bossen is best vermoeiend.


vrijdag 17 oktober 2014

Ole en de mammoeten.

Als je op een vrijdagmorgen aan je kinderen vraagt: waar zal mamma vandaag een verhaal over schrijven? Dan verwacht je dat ze zeggen: een verhaal over de tijdmachine, of over de zwemles, over de Herfstvakantie of over dansende egels in de tuin. Maar die van mij kwamen met een lijstje: Neerstortende trap; indiaan; aap; bos; grot; Zweden; rugtas; broodje pindakaas; water. Dus dan gaan je aan de slag:

Hoofdstuk 1:

Ole was een doodnormale jongen van ongeveer 8 jaar. Ole zelf wist exact hoe oud hij was, maar Ole vertelde dat aan niemand. Hij had ooit eens opgevangen dat echte dames hun leeftijd nooit openbaar maken en hij was een echte jongen. Dus. Daarom wist niemand helemaal precies de leeftijd van Ole. Ole had een aparte logica. Dat kwam omdat hij in zijn vrije tijd indiaan was. Met een pijl en boog en een speer om mammoeten mee te vangen. Hij had al een tijdje geen mammoet meer gevangen, maar dat hinderde niet. Zijn roem van mammoetendoder was hem ver vooruit gesneld en dus bleven ze allemaal ver uit zijn buurt. Maar als er 1 iets te overmoedig zou worden, zou Ole hem opwachten.

Ondertussen moest Ole wel gewoon naar school. Dat was saai vond Ole. De lessen duurden te lang en de leraren waren verstoft. Een les duurt 50 minuten op de school van Ole. Of 2 keer 50 minuten. Voor gym bijvoorbeeld en muziek en creatieve vorming en dat soort vakken. Dan had je dubbele lesuren. Maar Ole had het na een minuut of veertig echt allemaal wel gezien, dan was hij klaar met de les. Dus pakte hij zijn tas in en stond op om naar de volgende les te lopen. Maar het vervelende was wel dat daar dan nog allemaal andere kinderen in het lokaal zaten. Ergerlijk vond Ole dat. Maar Ole had een rugtas met gadgets. In de tas zaten een kompas en een vergrootglas. Een paar dropjes voor als hij verdwaald raakte en zijn suikerspiegel begon te dalen, een thermodeken, een pakje pleisters en een doosje met lucifers.

Als hij stond te wachten op de gang tot hij eindelijk het lokaal in kon, gebeurde er nooit iets, echt helemaal niets. Uur na uur, na uur, dag in dag uit stond hij zich stierlijk te vervelen. Tot op de bewuste maandag. Na een vervelend uur wiskunde waar hij eigenlijk na een half uur al klaar was, maar uit fatsoen nog 10 minuten bleef zitten, want dat was een regel van zijn ouders, stond hij te wachten op de natuurkunde les. Daar had hij altijd heel veel zin in. Meestal bleef hij de volle 50 minuten zitten. Niet altijd, maar meestal wel. Vandaag zou hij de natuurkunde les niet mee maken, want terwijl hij met zijn kompas zijn exacte positie bepaalde, zag hij in zijn ooghoeken een aap wegschieten. Een aap! Weliswaar geen mammoet, maar een aap in school! Snel pakte hij pijl en boog uit zijn rugtas en ging op jacht.

Een paar minuten later begon de volgende les. Zonder Ole. En iedereen wist direct dat er iets niet helemaal in orde was. Ole die een natuurkunde les miste. En zo ging er een intern alarm af, de school ging op zoek naar Ole. Niet letterlijk natuurlijk, maar de kinderen en de leerkrachten keken allemaal in alle hoeken. In alle toiletten, onder de kapstok, achter de kasten, net alsof er een jongen van ongeveer 8 jaar achter een kast zou kunnen zitten, maar soms denken leerkrachten heel erg vreemd. En zo keek iedereen ook achter alle kasten. Vreemd maar waar.


Ole was niet op school. Nergens. En zo kwam er een telefoontje bij de dienstdoende politie agent terecht. ‘Ole is weg.’ ‘Dan is hij vast even plassen.’ ‘Ole heeft de natuurkunde les gemist.’ Dat was voldoende. Want het hele dorp wist dat Ole natuurkunde nooit zou willen missen. Behalve als hij een mammoet tegen zou komen. Maar hoe groot was de kans dat er een mammoet rond liep in het dorp? Nihil. Laat staan dat er een mammoet op school rond zou lopen. Dat wisten alle volwassenen dus werd er snel een zoektocht op gang gezet. Ole werd vermist.

Tssjjj, en nee, ik kan niet zomaar even een foto van een mammoet te voor schijn toveren. Ook niet van een aap, die lopen doorgaans niet door mijn tuin. Elanden wel. Vandaar.