woensdag 27 januari 2016

Holter onderzoek

Ik krijg een holteronderzoek.  In eerste instantie verstond ik holte onderzoek. De holtes van mijn hart zouden klaarblijkelijk bekeken gaan worden. Hartkamers en Hart Boezems heb ik ooit geleerd met biologie. Maar nee, een holteronderzoek. Vernoemd naar Dr. Norman Holter. Bij dit onderzoek gaan de artsen 24 uur lang kijken wat mijn hart doet bij inspanning of in rust. Bij mij zal het dus voornamelijk om dat laatste gaan. Wat doet mijn hart in absolute rust? Ik ben geveld door een longontsteking. Een kleintje denk ik, maar na een Nierbekkenontsteking vorige maand is mijn lichaam een klein beetje moe. En dus klim ik geen trappen meer, spit ik even de tuin niet om, fiets ik niet meer op en neer naar school, ga ik al 3 maanden met de auto naar mijn werk en zijn de trappen in mijn huis hoger dan de Mount Everest. In mijn hoofd dan. Niet in het echt uiteraard. Als ik naar zolder wil, doe ik dat net als in het echt, in etappes. Ik bouw rustmomenten in. Halverwege de eerste trap even stoppen, op de eerste verdieping uithijgen op 1 van de kinderbedden en dan oppassen dat ik niet in slaap val. (Dat doe ik namelijk ook continue. Ik val gewoon zomaar uit het niets in slaap.) Daarna maak ik me op voor de laatste beklimming. Daar wachten dan de wasmand en wasmachine. Triomfantelijk heb ik de eerste keer de vlag buiten gehangen. Als overwinningsteken. Je moet het leven natuurlijk wel blijven vieren. En een wandeling naar zolder was wel een feestje waard.

Mijn hart doet dus raar. Schiet zomaar naar de 130 terwijl ik gewoon op een stoel zit. Niets te doen. Daar word ik ondertussen heel bedreven in. Nietsdoen. Krijg ik mijn lichaam niet meer warm en tintelen mijn vingers. Niet meer continue, want ik ga iedere dag een stap vooruit. En soms neem ik er weer 1 achteruit, omdat ik op die trede van herstel nog niet uitgekeken was.  Om uit te sluiten dat er iets mis is met mijn hart, krijg ik een Holteronderzoek. Heel benieuwd ben ik, en ook wel lichtelijk gespannen. Want stel je voor dat ze toch iets vinden? Of stel je voor dat je 24 uur met allemaal draden aan je lijf loopt en er komt helemaal niets uit? Ben je dan een aansteller, een hypochonder, of ben je gewoon toch aan het herstellen? Hou je geen apparaat bezet van mensen die echt heel ernstig ziek zijn en nu een hartaanval krijgen, omdat ik hun kastje in gebruik heb? Die 24 uur kunnen mij niet snel genoeg gaan.

Ondertussen vraagt jongste zich af of de Playstation aangesloten kan worden op dat kastje en of hij me dan kan besturen. Gaat hij trots op school vertellen dat hij niet alleen een robot pappa, maar nu ook een robot mamma heeft. Vraagt hij zich af of ik als een bliksemstraal uiteenspat als er water op de draden komt en heeft als voorbereiding alvast een slabbetje klaargelegd voor het geval ik koffie wil drinken en per ongeluk mors. Dat ik nooit koffie mors, omdat dat zonde is, maakt hem niet uit. Je kunt maar beter zeker zijn, want een ontploffende mamma geeft zo’n bende in huis.


We zijn dus benieuwd. Benieuwd naar dat kastje en benieuwd naar de uitkomst. 

dinsdag 15 december 2015

Kerstkoekjes

Een oproep aan alle ouders: hulp gevraagd bij het bakken van de kerstkoekjes. Hoewel ik zeer regelmatig met of zonder duidelijk doel voor ogen rondhuppel op de school van mijn kinderen, help ik bijna nooit in de klas. Dus deze oproep had direct 1 fan. Ik zou komen helpen bij het bakken van de kerstkoekjes. Zoon blij, mamma blij. Tot de avond voor de bakafspraak. ‘Mam, heeft u al nagedacht over welke koekjes u gaat bakken? Heeft u al een goed recept?’ ‘Dat zal de juf toch wel hebben, de juffrouw legt uit en wij als moeders assisteren.’ ‘Nee, de juf blijft in de klas en jullie gaan in de grote zaal koekjes met ons bakken.’ Een halve slapeloze nacht volgde. Zelfs nog even op het rooster van oudste zoon gekeken. ‘Je ziet een beetje pips, ik kan je beter ziek melden. Dan kun je koekjes bakken op de basisschool.’ Nee, mensen, uiteraard heb ik dat niet gedaan. Wel aan gedacht, maar toch maar niet gedaan.  Er zijn grenzen en zelf ik weet die soms te vinden.

Koekjes bakken. Hoe moeilijk kan het zijn? Ooit heb ik 1 keer eerder koekjes gebakken op school, maar toen had ik mijn steun en toeverlaat in de keuken bij me. Tegenwoordig werkt hij 6 dagen in de week en wilde hij geen vrije dag opnemen voor Kerstkoekjes. Typisch mannen, denken alleen aan zichzelf. Niet aan hun vrouw die ondanks haar deo toch al aardig begint te zweten bij het lezen van de eerste zin in het recept: Laat het ei splitsen door een ouder. Splits een ei? Hoe splits ik een ei? Nog nooit gedaan! Twee bakkers in huis, dus ik hoef geen eieren te splitsen. Ik hoef alleen maar taarten, koekjes en andere baksels te  proeven. Niets te splitsen!

Gelukkig waren er ook nog andere moeders. Moeders van het slag: iedere woensdagmiddag met de kinderen gezellig de keuken in. Dus dat ei werd gesplitst. De rest van het recept was ook voor mij zeer duidelijk. En zelfs zonder weegschaal hadden wij tot twee keer toe een mooi soepel deeg.  Heel even overwogen om als vrouwelijke Mario  (of Luigi) de bal omhoog te gooien en hem dan weer op te vangen op mijn knokkels, maar ik ken mezelf een beetje. Toch maar niet gedaan, de deegbal zou onverbiddelijk en onvermijdelijk tegen het plafond aan gekomen zijn en had daar dan tot in lengte der jaren gehangen.  ‘Kinderen, daar hangen jullie kerstkoekjes.’

Op deze basisschool valt me altijd weer iets op. De oudere kinderen helpen de jongere. Met handen wassen, met het strooien van bloem, met het halen van een extra stoel, met het ruilen van de mooiste vormpjes. Een kniesoor die op rouwrandjes onder nagels let. Een kniesoor ook die met een schuin oog naar verkouden niezende kleuter kijkt. We bakken alle bacteriën er wel uit in de ovens.

De ovens. Daar ging iets mis. 1 oventje stond redelijk dicht onder een rookmelder. En als er dan in juist die oven een koekje van de bakplaat valt en met een zachte plof tegen  het verwarmingselement  aankomt en daar stilletjes blijft liggen is 1 en 1 op een basisschool gewoon 2. En zo begint er een irritante bel te zoemen, hangt 1 kleuter meisje direct huilend om mijn hals, een tweede kleuter meisje aan mijn linker been en stappen twee stoere groep 5 jongens direct richting deur. Brandalarm is brandalarm. Een andere koekjes moeder plukt meisje van mijn been en zo begeven we ons allemaal rustig naar buiten. Waar alle klassen hun eigen plek hebben, waar alle leerkrachten een groene kaart omhoog houden ten teken dat die groep compleet is en loop ik rustig de school weer in. Want: is die stekker er eigenlijk wel uit; en mijn jas ligt nog binnen. Niet geheel onbelangrijk.  Maar in dit geval dus wel. Onbelangrijk die jas, als je 1 klas in hun gymkleding buiten ziet staan. We zullen maar denken: een eerste keer is altijd lastig.


Groepen compleet, brandalarm uit en er kon weer verder worden gebakken. U snapt allemaal dat ik me verre hield van oventjes en bruin wordende koekjes.  Tussen de middag komt er een nieuwe digiduif binnen: Hulp gezocht bij het bakken van de kerstkoekjes in groep 7.  Ik hou me voor de verandering heel stil en loop in het vervolg weer gewoon met of zonder doel een rondje door de school. Kerstkoekjes bakken laat ik over aan de echte moeders. Maar als jullie hutten gaan bouwen in het bos, of als er een struikrovers speurtocht uitgezet moet worden, dan ben ik van de partij. En de koekjes voor bij de koffie komen dan gewoon bij de bakker vandaan. 


woensdag 18 november 2015

Nieuwe kijk op ons leven.

“Dit is zijn leven. Hij weet niet beter.”

1 zin. Zo simpel kan het dus zijn. Heb ik me de afgelopen 5 jaar in allerhande bochten gewrongen waar ik met mijn 1.86 helemaal niet in kon, om alle ballen in het gezin maar hoog te houden, voor de kinderen had ik dat niet hoeven te doen.

De afgelopen weken zat ik zelf in een vrije val naar beneden. Totaal geen idee meer hoe ik de kinderen kon motiveren om naar school te gaan, totale paniek als ik naar de winkel moest om boodschappen te doen, of nog erger; met 1 van de kinderen de deur uit moest om nieuwe schoenen of een nieuwe broek te kopen. Met argusogen keek ik iedere dag naar de krimpende broekspijpen. Of naar de groeiende kinderbenen. Slapen wilde ik. Eigenlijk alleen maar slapen.  Dat kon natuurlijk niet. 3 kinderen hebben geen barst aan een slapende moeder. Het leven is geen sprookje.

Als 1 van de ouders in een gezin voor kortere of langere tijd uitgeschakeld wordt, gebeurt er van alles in een gezin. De relatie tussen de ouders verandert, en de relatie met en tot de kinderen verandert mee. Kinderen zullen vroeger zelfstandig moeten zijn, huishoudelijke taken op hun schouders nemen, moeten op elkaar passen, als de “gezonde”ouder moet werken, of naar een tien minuten gesprek moet. Zijn zich eerder bewust van hoe de grote mensen wereld in elkaar steekt. Zijn zich opeens bewust van de waarde van geld. Simpel omdat er geen zwemdiploma behaald kan worden, verjaardagen worden overgeslagen, want die zieke ouder had ooit een riant inkomen, maar staat nu op nul. Nul komma helemaal niets. Omdat die zieke ouder eigen ondernemer was en dus geen recht had op een uitkering. Kinderen weten ook opeens hoe een wachtkamer er van binnen uit ziet en wat vervolgafspraken zijn.

Dan ga je als moeder opeens moeder zijn en vader. Sta je op een regenachtige zondagavond fietsverlichting te repareren, omdat er morgen wel met licht naar school gefietst moet worden. Ga je met je versleten knie op een modderig voetbalveld een balletje trappen met de kinderen, omdat pappa dat niet kan, neem je ze gewoon mee op vakantie; naar het bos; naar het museum; kook je gezonde maaltijden, behalve op de dagen dat je ’s morgens om 10 uur eigenlijk al niet meer kan. Dan kunnen de kinderen heel goed zelf koken. Want dan leren ze snel. 1 avond pannenkoeken eten is leuk, twee misschien ook nog, maar dan koken ze rijst en braden ze kip. En dan lig je daar op de bank onder een slaapzak omdat het in de huiskamer net iets gezelliger ligt en neem je jezelf voor: morgen is alles anders. Morgen sta ik er weer. Morgen ben ik weer vader én moeder.

Want kinderen moeten onbezorgd kind kunnen zijn. Moeten heel ver weg blijven van ziekte en zeer en alle ellende van de wereld. Maar vooral ver blijven van alle ellende in het eigen gezin. Kinderen moeten kind kunnen zijn. Daar vecht je voor. Iedere dag vriendjes mee. Tussen de middag en na schooltijd. Alle zaterdagen, alle zondagen is het huis gevuld met kinderen. Want dat hoort vast zo. Maar dan kun je alleen nog maar slapen en huilen en willen 2 van je kinderenniet meer naar school, willen ze niet meer ontbijten, want: zonder ontbijt gaat er hier niemand naar buiten! En je zet nog grotere stappen om de kinderen op tijd in de klas te krijgen, zet zoonlief gewoon in de klas met een lege maag en zelf zit je de hele ochtend thuis met een schuldgevoel. Niet ontbeten, hij heeft niets ontbeten. En tussendoor blijf je naar iedereen lachen, want dat hoort ook zo. Vast. Waarom weet je eigenlijk niet, maar mensen willen alleen maar een lachende moeder zien. Zitten niet te wachten op: nee, het gaat eigenlijk niet zo heel goed nee.

En dan opeens zegt iemand die daar jaren voor gestudeerd heeft: “Dit is zijn leven, hij weet niet beter.” Voor de kinderen in ons gezin is ons gezin een normaal gezin. Met een vader die er soms wel en soms niet is. Die wel gewoon thuis rondloopt, maar niets registreert, die zich vierkant te pletter werkt om alle rekeningen te betalen, en die zomaar opeens weer even helder is. Die dan op een regenachtige zondagavond de fietslampjes controleert. Die nooit een balletje gaat trappen op een modderig voetbalveld, maar wel  uitlegt wat het Higgs boson deeltje is. En de kinderen pakken hun moment, en weten dat morgen alles anders kan zijn.


Hun moeder is moe, heeft een kapotte knie, is heel hard toe aan een leesbril, maar ontkent alles in alle toonaarden. Alles gaat goed, alles gaat goed, alles gaat goed. Wie houdt wie nu voor de gek? Maar gister heb ik geleerd dat ik best gewoon alleen moeder mag zijn. Een moeder die regelmatig met alle goede bedoelingen volledig de mist ingaat, maar die ook weer gewoon zichzelf mag zijn. Haar eigen zorgeloze vrolijke zelf. Omdat voor onze kinderen ons gezin gewoon ons gezin is. En daar hoeven we niet zo moeilijk over te doen, de ballen hoeven niet alle dagen in de lucht te hangen en van fouten kun je alleen maar leren. In ieder geval heb ik dit geleerd in de afgelopen jaren: mijn kinderen zijn ijzersterk; flexibel;  superlief en ik hou met heel mijn hart van ze.