woensdag 6 december 2017

Met de bus.

Voor sommige mensen is het reizen met de bus net zo vanzelfsprekend als het voor mij is om ’s morgens schoenen aan te doen. Voor mij is het dat niet. Niet vanzelfsprekend dus. Of beter gezegd: ik was nog nooit met de bus ergens naartoe gereisd. Uiteraard wel met schoolreisjes, maar dan stapte ik gewoon in een bus met chauffeur, zocht een leerling uit die eenzaam en alleen op een bankje zat en reed met de hele bus naar 1 of ander pretpark.

In het vervoer heb ik liever zelf de touwtjes in handen. (Voor de mensen die mij kennen: ja, ook buiten het vervoer. Ik heb graag overal en altijd zelf de regie) Met de invoering van een automatische kaart, werd voor mij de drempel naar het openbaar vervoer een hele berg. De trein kun je mij nog uitleggen. Je loopt naar een perron, logt in met je kaart en stapt zoveel haltes verder weer uit op een ander perron. Logt uit bij een ander paaltje en ziezo, de reis is geslaagd. Met de bus werkt het precies eender legde men mij uit.

NIET DUS! Heeft u ooit bij een bushalte een inlog paal zien staan? Precies! Niet hetzelfde. De paal zit in de bus legde men mij verder uit en dus scan je de kaart bij het in- en uitstappen. NIET DUS! Want als die paal met mij meereist, hoe weet die paal dan hoever ik heb gereisd?? Ik log in in de bus en ik log uit in de bus. Maar die paal weet niet waar we zijn! Hier begonnen mijn kinderen opeens verwoed iets onder tafel te zoeken. Ze waren vast iets belangrijks kwijt, want de tranen liepen over hun wangen.

Afijn! Als je met de auto zonder tomtom naar Oostenrijk rijdt, door Duitsland, Denemarken, Groot Brittannië doorkruist en heel Scandinavië al hebt bekeken, (nogmaals zonder tomtom) Hoe moeilijk zal het dan zijn om met de bus naar Alkmaar te rijden? Dus besloot ik op een zaterdagavond de proef op de som te nemen. Ik zou een heuse wereldreiziger worden. Was de hele dag niet te genieten, compleet thuisfront was ernstig blij dat ik even een paar uur verdween en op het laatste moment besloot eega maar mee te lopen. Just in case….

Wachtend bij de halte, zie ik in de handen van medereizigers opeens een gele kaart en ik staar naar mijn blauwe kaart. Ojee, de verkeerde kleur. Ik heb de verkeerde kleur kaart. Waar is die paal en waar blijft die bus? Van spanning begon ik te ratelen en ik hield niet meer op. Medereizigers keken me boos aan. Hou je snavel! Zag je ze denken, en: die is niet helemaal goed wijs in haar bovenkamer!
Klopt. Maar de bus kwam en ik hield dapper mijn kaart voor een scherm. Stralend nam ik plaats, stralend keek ik naar buiten naar eega, en stralend vertelde ik aan een ieder die naar me wilde luisteren: ik heb ingelogd! Niemand wilde overigens naar me luisteren, maar ik vertelde het ze toch maar. Dat de bus een totaal andere route richting stad reed als ik met mijn auto doorgaans doe, zorgde voor verwarring in mijn hoofd. Busbaan. Busbaan was heel veel sneller, dus ik heb de route in mijn hoofd geprent.  Uitloggen ging geweldig en mijn avond kon op voorhand niet meer stuk.

Dacht ik. Ik moest natuurlijk ook weer terug. Terug naar huis. Vinden de kinderen wel zo prettig. Op het centraal station keek ik heel erg goed naar de buslijn en stapte in de goede bus in. Pakte mijn kaart, logde in en nam plaats. De buschauffeur pakte zijn muntenbak, zijn kaartjes, stopte alles in een tas, trok zijn jas aan en roep goedenavond op het moment dat hij de bus verliet. EHHHHHHHHH?

Er zal vast een verklaring zijn, of beter: een vervangend chauffeur. Het wachten begon. 1-2-3-4-5-6-7-8-9-10 minuten. De bus zou nu moeten gaan rijden. Ik zat nog steeds in een verlaten lege bus. Naast mij een andere bus en ik lachte vriendelijk naar reizigers in andere bus. Ik maak me geen zorgen hoor. Het zal wel goed komen. Ondertussen vroeg ik op facebook om hulp. 11-12-13-14-15 minuten en eindelijk kwam er een nieuwe chauffeur. Oef. Zie je wel, alles komt goed. Intussen was ik de halte kwijt waar ik uit moest stappen. ‘Mijnheer de chauffeur, ik reis voor het eerst met de bus en ik weet niet waar ik er uit moet stappen.’ Ik fluisterde, want geef toe, het is tamelijk achterlijk als je de veertig gepasseerd bent en je niet weet hoe een bus werkt. ‘Nou ja! Dit meidje gaat voor het eerst met de bus en ze denkt nu dat ik een reisleider ben. Ik ben een buschauffeur, geen vakantieplanner!’ De chauffeur fluisterde niet, maar schreeuwde tamelijk hard door de bus. Ik zag mijn gezicht heel erg rood worden. Ik keek achterom en zag de hele buslading passagiers naar mij staren. Hoezo heeft op dit moment opeens niemand zo’n klote telefoon in hun handen? Hoezo wordt er nu opeens op mij gefocust?

De chauffeur zag de paniek bij mij toeslaan en antwoordde toen snel dat hij ook de halte niet wist te benoemen, maar dat hij me echt bij de fietsbrug en de supermarkt uit de bus zou zetten.

U gelooft het niet, maar ik kwam thuis. Een ervaring rijker. En het antwoord op de vraag hoe de bus weet wat mijn reis heeft gekost? GPS mam. Een bus rijdt op gps. Dat apparaat dus ook.

Je bent nooit te oud om te leren en nooit te oud om met de bus te gaan.

dinsdag 7 november 2017

Achtbaan

‘Waar is jouw gips?’ ’ Ik heb geen gips.’ ‘Waarom heb jij dan je arm in een doek voor gips?’ ‘Omdat je ook zonder gips pijn kunt hebben in je arm.’ ‘Met gips heb je géén pijn meer. Ik denk dat je niets hebt. Wat heb je?’ ‘Een pijnlijke schouder.’ (En zweet druppelend tussen mijn schouderbladen, maar dat ga ik deze bijdehante kleuters niet vertellen) ‘Waaaaarom heb je dan een gipsen arm?’ ‘Ik heb geen gipsen arm.’ ‘Maar wel de doek voor een gipsen arm! Waar zit jouw gips?’ ‘Ik hoef geen gips. Ik heb een schouder die telkens uit de kom schiet.’ ‘Wauw!’ Roept de jongen die mijn verhaal ernstig in twijfel trekt. ‘Laat zien! Laat zien!! Kun jij die band daar lek schieten? Van die blauwe fiets. Die is van mij. ‘

‘Nee, ik kan geen banden lek schieten, mijn schouder schiet uit de kom. Kijk, dit is je schouder en je arm hangt daar aan vast met allemaal spieren. (De rest van de anatomie laat ik voor wat het is) En bij mij gaat mijn arm los van mijn schouder.’ ‘Ieeeeee!’ Roepen de meisjes. De jongen trekt zijn arm snel onder mijn hand vandaan. ‘Gatver! En plakt jouw mamma dan een pleister?’ ‘Nee, geen pleister. De dokter gaat mijn schouder oper.. gaat een pleister plakken op mijn schouder.’

‘Jij bent net een draak.’ Het jongetje met het hoogste woord, hangt inmiddels alweer ondersteboven in de iglo op het schoolplein. Ver buiten mijn bereik, zodat ik zijn arm niet ook als schiettuig kan gebruiken.  ‘Een vuurspuwende draak. Je hebt een rode trui en een rood hoofd.’ ‘Jij ook’ zeg ik. ‘Je hangt ondersteboven.’ ‘Wil jij ook? Het is heel leuk, want je ziet de wolken op hun kop langs rijden. Probeer het maar.’ Jongen staat weer met zijn benen op de grond. ‘Nee, dat durf ik niet.’ ‘Durf jij dat geeneens?’ Drie meisjes hangen giechelend ondersteboven om te laten zien dat het niet eng is. ‘Nee, dat durf ik niet. Ik durf ook niet in een achtbaan.’ ‘Echt wel!’ Roept het jongetje. ‘Ik ging in een drakenachtbaan en die spoot ook vuur en ik ging een looping maken en toen nog een keer op mijn kop, echt niets engs aan.’

‘Ik ging 1 keer in een achtbaan’ vertel ik verder. Met mijn kinderen. ‘En ik dacht echt dat ik doo.. door een brandende hoepel vloog en toen begon ik te huilen.’ Kleuterkinderen lachen hardop om zoveel dommigheid. ‘Een brandende hoepel in een achtbaan, die hebben we nog nooit gezien. Moest jij echt huilen?’ ‘Ja, ik kwam er huilend uit. En mijn kinderen schaamden zich heel erg voor mij.’ ‘Ik niet, ik kom echt nooit huilend uit een achtbaan, zelfs niet toen ik in die looping ging. Er was wel een eng spookhuis met skeletten enzo, die was wel een beetje eng, maar huilen doe ik niet hoor. Ook niet toen ik mijn arm brak, ik had wél echt gips, want ik viel van een podium tijdens het zingen en nu durf ik alles.’ De meisjes knikken. Ik twijfel geen moment aan zijn woorden.

‘Nog twee nachtjes slapen en dan zijn er lichtjes op school. Met limonade. Kom jij dan ook? Of ben je dan ook bang? Het is namelijk heel donker in school, maar wel gezellig, we krijgen limonade. Lust jij limonade?’ 1 meisje staat op. ‘Ik kom donderdag niet. Mijn moeder vind het namelijk maar stom, dus ik ga geen lichtjes kijken en  geen limonade drinken.’ ‘En ik ben nog nooit in een achtbaan geweest’ vertelt een meisje die rustig heeft geluisterd, maar nog niets heeft gezegd. ‘Mijn pappa en mamma hebben namelijk helemaal geen centjes om naar een achtbaan te gaan. Ik kom wel naar lichtjesavond.’ Alle kinderen zijn stil en proberen hier iets mee te doen. ‘Kom jij dan naar mij?’ Vraagt het jongetje die nergens bang voor is. ‘Dan krijg je van mij limonade op lichtjesavond.’ ‘En van mij krijgen jullie allemaal een koekje. Tot donderdag jongens.’


Bij mijn fiets draai ik me om. Het meisje hangt samen met de jongen ondersteboven in de iglo, het jongetje wijst de mooiste wolken aan. Net alsof ze samen in een achtbaan zitten. 



zondag 29 oktober 2017

Knoflookbrood.

Heerlijk. De kinderen zijn allemaal vanmiddag lekker thuis. Geen school meer, geen sport, geen vriendjes mee, gewoon lekker thuis. Met een boek en een kopje thee op de bank. Zo’n middag lag er in het verschiet toen ik vier stokbroodjes knoflookboter in de oven schoof.

Heerlijk. De kinderen die hun schooltassen zo snel mogelijk naar boven hadden gebracht en samen één of andere game op de W.ii aan het spelen waren. Honderduit kletsend over wat er allemaal op school was gebeurd.

Heerlijk. Een hele middag lekker lui lag er voor ons toen we alle vier onze tanden in een ovenvers broodje hapten. De knoflook droop van het brood op de borden. De kinderen waren stil krakend aan het genieten. Ik ook. Heerlijk, zo’n middag zonder verplichtingen dacht ik toen ik de laatste kruimels van mijn bord op mijn hand liet vallen en ik de laatste knoflookboter over mijn kin voelde druppelen.

'Hoe laat moest u vanmiddag naar die arts?' 'Niet, ik hoef vanmiddag lekker nergens meer heen.' 'Ja, u moet toch naar die ene arts voor uw schouder?' Ik werd groen en ik werd geel en vervolgens blauw omdat ik vergat te ademen. 'Arts? Verrek! Is dat vandaag?' Ademde ik uit en ik rook de knoflook. De knoflook van dat krakend verse brood. Arts. Verrek. Hoe in hemelsnaam krijg ik die geur weg? Die penetrante knoflookgeur? Arts, die hele leuke sympathieke spontane knappe arts.

Als altijd wierpen mijn F.acebook vrienden reddingsboeien mijn richting op. Peterselie kauwen! Opperde de 1. Maar ik heb helemaal geen peterselie! Of toch, in de vriezer staan potjes kruiden. Peterselie. Krakend op peterselie blokjes bedacht ik dat bevroren peterselie vast niet zou helpen.  Citroensap of een appel. Nu had ik na dat enorme stokbrood helemaal geen trek meer in een appel, maar toch kloof ik hem tot het klokhuis op. Hielp niets. Citroensap. Daadwerkelijk stond ik een citroen uit te knijpen, maar op het laatst besloot ik toch om die citroensap aan de planten te schenken. Een coltrui. Om aan te trekken, maar dan zou die arts vast denken dat ik onder de pukkels zou zitten, of mijn tanden  niet had gepoetst, of dat ik een stijve nek had.

De lolbroek onder mijn vrienden kwam met een mondkapje. Zo 1 die we al die Japanners zien dragen op het journaal. Met filter voor de verse lucht. Hm, dat is wel iets. Is de wacht rij in de wachtkamer ook in 1 keer opgelost als ik daar met coltrui en mondkapje plaatsneem. 'Jongens willen jullie even een bordje knutselen met de tekst: BESMETTELIJK!' Kinderen vonden me maar stom. 'U gaat niet in het echt met een mondkapje naar die dokter! We schamen ons rot.' Dat zij helemaal niet mee hoefden naar die arts was ze even ontschoten. Toen een andere F.acebook vriend bang was dat niet alleen de wachtende weg zouden rennen, maar ook de arts, besloot ik het mondkapje bij de schildersspullen te laten.

Wodka opperde mannelijke vriend. Uiteraard. Geen vrouw zou met zoiets op de proppen komen. Kiezen tussen twee kwaden. Stinkend naar de knoflook of zwalkend stinkend naar de wodka. Toch maar liever knoflook dan.

En de laatste tip: neem een stukje mee voor de dokter. Tsja, maar de broden waren al op en hij ziet me toch aankomen met een stuk knoflookbrood. 'Alstublieft; voor u!' En dan vriendelijk lachen met dichtgeknepen lippen. Ik vond het echt een bespottelijk idee, maar toch was dit precies wat ik uiteindelijk deed. Ik schoof alle kruimels van de borden bij elkaar, schoof ze in een plastic zakje en zo liep ik door de gangen van het ziekenhuis.


Nee!!! Uiteraard niet voor die arts. Wat denkt u nu helemaal? Dat ik van lotje getikt ben? 'Voor de eendjes! Dat is wat ik zei als mensen vreemd naar me keken. Knoflookbrood, voor de eendjes. Ruikt u het? Sorry, niet goed over nagedacht, maar ik kon het ook niet in de auto laten liggen, gaat zo stinken.'  

En de arts? Die had een noodoproep, ik kreeg een vervanger. Een norse oude man zonder voortanden. Van schrik heb ik het zakje met knoflookkruimels op de stoel in zijn behandelkamer laten liggen.