woensdag 29 mei 2019

Acceptatie?

Voor je het weet ben je een jaar verder. Een jaar geleden meldde ik me monter in het ziekenhuis, ik werd geopereerd aan mijn schouder en ik zou ’s avonds pijnvrij het ziekenhuis uitlopen. Mag ik van u in de categorie jong en naïef:….. Ik liep ’s avonds het ziekenhuis niet uit, kreeg een ademstilstand tijdens de operatie. Ook werd ik maar niet wakker. Kwam niet volledig bij. Bleef in mijn eigen droomwereld zweven. Letterlijk en figuurlijk zweven, want ik dacht een ballon te zijn. Zo’n mooie aan een touwtje. Echtgenoot heeft een filmpje van me gemaakt, die heb ik nog nooit terug durven zien. Pas de volgende dag toen ik na een nieuwe dosis morfine weer volledig wegzakte in een eigen stille wereld, of eigenlijk wegzweefde boven de hoofden van de toegesnelde artsen, kwam het besef: allergisch voor morfine. Sindsdien draag ik zo’n prachtige armband. SOS. Mijn portemonnee wordt nooit gerold. Een felgele sticker met: SOS talisman schrikt iedere slimme zakkenroller af. Hij is internationaal, dus ook in het buitenland ben ik veilig.


Niet dat ik nog in het buitenland kom, want ik kan niet meer autorijden. Uiteraard kan ik gerust naar Alkmaar of over de snelweg naar Amsterdam, mits ik daar dan rust kan houden en niet direct terug hoef. Rijden met een verkrampte en daardoor totaal nutteloze arm is ernstig gevaarlijk. Rotondes vervloek ik. De draaien aan het stuur maak ik met het zweet op mijn voorhoofd. Vroeger, reed ik iedere vakantie op en neer naar ons huis in Zweden. 1400 km heen en 1400 km terug. Fluitend. Verleden tijd.

Geeft niets. Ik kan nog veel meer niet meer. Ernstiger zaken. Mezelf uitkleden bij de huisarts voor een controle aan mijn schouder. Mijn winterjas aantrekken, een T-shirt aan? Vergeet het maar. Een blouse lukt wel. Eerst mijn linkerarm volledig in een mouw schuiven en dan mijn rechterarm, op zo’n manier dat mijn linkerarm niet te ver van mijn lichaam af beweegt. Anders krijg  ik gruwelijke pijnscheuten. Kan ik opnieuw uitkleden en onder de douche. Die puinscheuten zijn namelijk zo ontzettend heftig dat mijn lichaam drijfnat zweet uitstoot. Een soort stress reactie. Ik ruik soms alsof u in een uienveredelingsbedrijf staat. Daar bent u niet, u heeft de pech dat u naast mij bent gaan staan. Sorry daarvoor. Als ik thuis ben, ga ik weer douchen.

Verder kan ik heel veel wel. Ik kan met mijn linkerarm mijn haar shampooën. Ik kan mijn schoenen aandoen zonder schoenlepel. En ik geniet. Of althans, dat probeer ik. Want als je zelf de heg gaat snoeien, omdat je dat nu eenmaal altijd zelf hebt gedaan, dan kom je na 1 knip met de snoeischaar huilend van de ladder af. Je arm staat in de fik en die brand blijft de komende 24 uur in je schouder zitten. Dat weet je op het moment dat de schaar knip zei. Meestal heb ik slechts 20 uur per dag pijn. Valt mee toch? En ik klaag niet. U hoort mij niet klagen. Ga namelijk niet dood. Heb niet de verschrikkelijke K. ziekte, of althans dat hoop ik maar, het blijft wel de verschrikkelijke K. ziekte. Die kan zomaar sluimerend door je lichaam kruipen.

Maar goed, ik probeer dus te genieten. Ik schreef het volgende aan mijn fysiotherapeut vlak voor we 2 maanden therapiepauze namen: Ik ben bij mijn break even point aangekomen. Het is genoeg geweest. Na  anderhalf jaar kan ik zeggen dat mijn lichaam ernstig is veranderd. En het is goed. Ik heb tegenwoordig tijd voor een kop koffie met vrienden, voor een biertje op het terras, tijd om naar een concert te gaan en lekker uit eten. Tijd om door de duinen te dwalen en tijd om boeken te lezen. Tijd om van en met mijn kinderen te genieten en tijd om niets te doen. Soms moet je omarmen wat je hebt. ( Ik schreef nog meer, maar dat is privé)

Dat schreef ik dus en dat meen ik nog steeds, maar tegelijkertijd ben ik zo klaar met de pijn dat ik mijn arm het liefste onder de cirkelzaag leg. Ik heb een linkerarm met ernstige beperkingen en 20 van de 24 uur pijn. Ik heb naast al het bovenstaande vooral tijd om in te zien in wat voor gemaakte en gejaagde wereld we leven. Dat we niet meer naar het verre buitenland hoeven, maar dat zitten in eigen tuin met eigen wifi ook best luxe is. (Hoe vertel ik dit aan mijn kinderen die ernstig graag naar Italië willen?)

Het afgelopen jaar was heftig. Omgaan met je beperkingen, hoop houdend dat er verbetering zal optreden en de enorme mentale dreun toen mijn orthopedisch chirurg ons meedeelde dat ik uitbehandeld was. Uitbehandeld. Niets meer aan te doen. Uitbehandeld. Niet genezen. Leest u even mee, verzekering van de tegenpartij? Uitbehandeld. Met een arm waar de spieren langzaam verdwijnen omdat ze niet gebruikt worden of niet aangestuurd door mijn hersenen. Dat weet ik eigenlijk niet precies. Ik heb staan huilen in de gang van het ziekenhuis tot mijn jongste me terecht wees. Iedereen kon me gewoon zien huilen en dat was ernstig raar.


Laat mij dus maar genieten in mijn tuin en stralend door het leven stappen. Huil ik ’s avonds in mijn bed en overdag onder de douche. Omdat ik weliswaar inderdaad nog lang niet dood ga, maar eigenlijk toch echt 2 armen nodig hebt om het leven te omarmen.



donderdag 21 februari 2019

Niets doen.


                                                                                                                           9-2-19

Ik hou van mijn fysiotherapeut. Voor de volgers onder u is dit geen nieuws. Voor de moeders op het schoolplein ook niet. Voor alle anderen: wees niet bang. Ik hou van mijn fysiotherapeut zoals van een toastje brie, een zalmmoot, een bord risotto of een mooi glas rode wijn. Ik hou ernstig van lekker eten en sinds 2 weken van mijn fysio.

Waar ik het in hemelsnaam nu weer over heb vraagt u zich af. Vorige week kregen we beweging in schouder. Ik schrijf we, maar feitelijk doe ik geen barst. Ik lig op een soort tafel die omhoog en omlaag kan. Als een brug in een garage. De Fysiotherapeut doet ingewikkelde dingen en probeert zijn gezicht in de plooi te houden als ik weer eens een stompzinnige opmerking plaats. Dat doe ik heel- heel- heel vaak liggend op die tafel, want ik snap na anderhalf jaar nog steeds niets van schouder. Heb een prachtige anatomie plaat besteld bij een leverancier van anatomieplaten, heb dagen gestudeerd op werking én bouw van schouder. Laag na laag na laag. Heeft niets geholpen.  

Nu weet u nóg niet waar dit verhaal naar toe gaat. De fysio kreeg dus beweging in schouder. Eindelijk! Ook heb ik deze week redelijk geslapen. Het geheim? Ik kreeg als thuiswerkopdracht mee: je mag helemaal niets doen deze week. Dat kon ik! Liet mijn kinderen toiletten schoonmaken; de koelkast uitsoppen; de bedden verschonen; stofzuigen; de boodschappen doen; het konijnenhok schoon schrobben; de ramen lappen. (De 3 lekkende ramen aan de voorzijde zelfs 2 keer, want ik kon er nog steeds niet doorheen kijken) Ik lag op de bank. Met een stapel kranten, een kruik en toastjes brie. Ik keek naar Netflix en luisterde muziek. Liet de kinderen zelf naar hun rapportgesprek gaan en met hun broertje naar zorgverleners. Ideaal!  Mijn kinderen zijn een stuk minder enthousiast over mijn fysiotherapeut. Snapt u dat?

U begrijpt vast dat ik deze week huppelend naar een nieuwe afspraak ging. Met de auto. Want op de racefiets zitten zal vast niet onder de noemer niets doen vallen. Onbezweet kwam ik aan. Superrelaxed. 3 kilo zwaarder. Maar: omdenken is helemaal 2019. Een gelukkige geluksvogel krijgt gewoon 3 kilo bonus Anna. Topdeal!  Voor het eerst in anderhalf jaar heb ik pijnvrije dagen. Ik had mijn fysiotherapeut wel kunnen omhelzen vanmorgen. Dat deed ik uiteraard niet. Zou echt ernstig vreemd zijn geweest. Dus op de vraag; hoe gaat het? Antwoordde ik zittend op mijn handen: Goed.

Vandaag weer een stap gezet in herstel. Een nieuwe oefening. U kunt niet half indenken hoe trots ik was toen ook deze beweging lukte. Ik bedacht liggend op de tafel, terwijl ik ondertussen ontspannen probeerde te glimlachen, dat ik deze week wel kon gaan: ergometeren; trainen voor het pelgrimspad mét rugzak; de auto uitzuigen; het terras schoonspuiten; de bedden wederom verschonen; de muren witten; de trap eindelijk eens afschilderen en al die ontelbare klussen die zijn blijven liggen. Ook nu kreeg ik huiswerk mee. Deze week nog steeds niets doen. De kinderen zullen blij zijn met mijn lijstje.

Op straat de eerste de beste voorbijganger omhelst.




vrijdag 1 februari 2019

Sneeuwballengevecht.


Vanavond ga ik uit. “Alweeeeer?” Klaagt dochter.” Ik ben nog maar 2 keer naar een concert geweest. En u gaat gewoon 2 keer per maand ofzo?” Ze mag mee, maar kiest er voor om vooral niet in het openbaar met mamma gezien te worden. Winkelen is tot daar aan toe; handig een mamma die betaald, maar met mamma naar een optreden? Voor je het weet gaat ze dan haar oude lijf bewegen. Slaat volledig nergens op. Denken mensen dat je familie bent. Je zult familie zijn van een bejaarde die hip naar optredens gaat en dan nog beweegt ook.

Vanavond echter zal ik weinig bewegen. Vanmiddag was ik namelijk al helemaal gekapt en getafeld toen jongste zoon voorstelde om het gooi en vang spel te gaan doen. Dat is een door ons ontwikkeld spel waarbij we de motoriek van jongste verbeteren. (Of een poging doen daartoe) Het speelveld voor zoon is de trampoline en de rest van de tuin is mijn speelveld. De trampoline lag vol met sneeuw en was derhalve spiegelglad. Ik gooide de basketbal, zoon probeerde te vangen, maar schoof achterover zo de sneeuw in. Deze intens gemene moeder schaterde het uit. Ja beste buren: It was I! Niet het luchtalarm. Zoon probeerde te vangen en te gooien op spiegelgladde trampoline en mamma stond zich verkrampte kaken te lachen.

Even later had zoon controle over zijn lichaam. Hij vond de balans en wist de bal te vangen; te gooien en tussendoor sneeuwballen te rollen van de sneeuw op de trampoline. Zijn moeder is op leeftijd. Kan zich op 1 ding tegelijk concentreren. Of de basketbal, of een sneeuwbal. De basketbal komt ernstig hard aan weet ik uit ervaring, dus mijn focus lag bij de basketbal. De eerste sneeuwbal verdween in mijn nek, de tweede, de derde, de vierde wist ik te ontwijken. Even later begon sneeuwbal 1 druppelend door mijn beha naar beneden te lopen, gevolgd door sneeuwbal 2 en sneeuwbal 3. Heeft met Isaac Newton te maken. Sneeuwballen 8/9/10 en 14 waren inmiddels ook via de kraag van mijn jas kennis aan het maken met mijn lichaam. “Nu moet je stoppen” schaterde ik het uit. “Straks zit ik bij het concert en vormt er zich een plasje water onder mijn stoel van al die smeltende sneeuwballen. Denken de mensen dat ik incontinent ben.”

U begrijpt: zoon stopte direct. Hmmm, zoon is duidelijk een kind van zijn moeder. Stopte dus niet, maar gooide er een versnelling bij. Uiteindelijk wist ik bal 28 te ontwijken, maar dook daarbij achterover de taxushaag in. De taxushaag waar heel veel sneeuw in opgeslagen lag. Lag. Inderdaad. Lag als in verleden tijd. Die sneeuw zat nu in mijn jas, onder mijn (gloednieuwe) blouse, onder mijn (gloednieuwe) T-shirt, onder mijn hemd, onder mijn beha. Mijn witte blouse en  shirt waren voorzien van prachtige zand en grasvlekken. Niet alleen zit ik vanavond dus met een teiltje onder mijn stoel in de zaal, de kinderen laten me met een gerust hart gaan. “Er is echt niemand die met u wil daten. U ziet er echt zeer onverzorgd uit met die vieze vlekken.”  Kinderen en hun vader stapten vervolgens in de auto. Zij gingen gezellig uit eten. Zonder vlekken, zonder sneeuw en zonder teiltje.