zaterdag 2 juni 2018

Morfine allergie.


Met een grote grijns meld ik me bij de portier. Ik kom voor een operatie. Dat maakt hij niet vaak mee. Mensen die er zichtbaar zin in hebben. Ik wel. Wacht al 9 maanden om mijn normale leven weer op te kunnen pakken. Ik heb niets levensbedreigends, ga voorlopig waarschijnlijk niet dood, maar zit wel al 9 maanden op de bank voor me uit te staren.

In de wachtkamer komt een klein meisje voorbij. Met Woezel en Pip. Woezel en Pip hebben netjes op hun hoofd, kunnen ze klein meisje tot steun zijn tijdens operatie. Misschien mag jij ook wel een netje op je hoofd, mag je mee naar operatie als mijn knuffelbeer. Echtgenoot kan er niet om lachen. Echtgenoot is gespannen. Ziet op tegen zijn eerste vrije dag in 20 jaar. Eerste dag in 20 jaar dat ik niet voor hem bepaal wat hij moet doen.

Hierna gaat alles razendsnel. We gaan naar een kamer. Een kamer naast een kip. Ik mag plassen, me uitkleden, krijg pilletjes en een blauw operatiehemd aan. Mijn benen bungelen nog buitenboord als we de reis richting holding maken. Bij de lift nemen we afscheid. Echtgenoot en ik. Wat hij vandaag gaat doen vraagt 1 van de bedrijdames. Waarschijnlijk heel snel de cilinder van de voordeur veranderen. Dames denken dat ik gek ben.

Op de holding komt de anesthesist. Evenals een anesthesist in opleiding. Voor het blok in mijn arm. 11.00 Met een naald wordt er verdoving ingebracht in je lichaam. Onder echo begeleiding. Anders prikken ze in een slagader of in je long. Vanaf dag 1 ben ik het niet eens met dit blok. 24 uur pijnvrij na de operatie? Waarvoor? Heb al 9 maanden pijn. 24 uur kan er echt nog wel bij. De pijn is niet te dragen als anesthesist in opleiding naald door mijn hals beweegt. Ik zet nog liever 3 extra kinderen op deze overvolle aardkloot. GVD! Anesthesist spuit een flesje leeg in mijn infuus, anesthesist in opleiding trekt de naald uit mijn hals. Nee! Gewoon laten zitten hoor ik nog en de naald wordt voor de tweede keer in mijn hals geprikt. Dat is het laatste wat ik bewust meemaak.

Af en toe ontwaak ik. De eerste keer raak ik licht in paniek. Wil mijn vingers strekken, maar voel geen vingers. Geen hand, geen arm. Verpleegster helpt me om mijn hand te lokaliseren. Laat zien dat mijn vingers gestrekt zijn.

13.00 Opgehaald om naar de operatiekamer te gaan. We wachten in de gang, kamer is nog niet schoongeboend. Aardige mevrouw stelt zich voor. Zij gaat op mij letten tijdens operatie. Vraagt naar eventuele kinderen en waar ik aan ga denken voor ik de narcose in ga. Wandelen verzin ik. Geen idee dat ik ergens aan moest gaan denken. Voor ik bedenk dat denken aan wandelen misschien niet handig is tijdens een operatie waarbij je stil moet liggen, herken ik de chirurg. Hij heeft iemand meegenomen. Robbert oid. Vast zijn zoon, vader-zoon mee naar het werk dag. Slaat toch nergens op Anna! Focussen! Blijf helder nadenken! Chirurg roept: team time out!. Shit, nu al ruzie in de tent? Operatie moet nog starten. Van rechts verschijnt een kapje voor over mijn mond. Wie houdt in de gaten dat ik blijf ademen? Weet ik uit te brengen. Vriendelijke dame. Kap gaat over mijn neus en mond en ik ben met 1 seconde weg.

Na de operatie word ik niet wakker. Lig op een zaal en een zuster vraagt of ik wakker wil gaan worden. Totale paniek maakt zich van mij meester. Waar zijn mijn kinderen? Leven ze nog? Zijn ze veilig uit de auto gehaald? Waar liggen mijn kinderen? Volgens zuster heb ik geen auto ongeluk gehad en is er niets met mijn kinderen. De vraag herhaal ik iedere keer als ik een soort van bijkom. Een soort van bijkom. Ik hoor alles wat er om mij heen gebeurt, maar krijg geen grip op mijn hersenen. Wakker worden Anna! Wakker worden.

Zuster vraagt na een tijdje of ik een ijsje wil. Peren of een raket. Peren. Ik krijg een raket. Durf niets te zeggen. Zuster is mij duidelijk zat. Heeft al 40 keer gezegd dat mijn kinderen niet in een auto zaten. Nog steeds niet alert volgt de overdracht. Iets met stilleggen operatie, intubatie, en weer ben ik weg.

Terug op zaal. Kamer naast kip. Ik vraag me af wie toestemming heeft gegeven tot amputatie van linkerarm. En welke zieke geest diezelfde arm op mijn buik heeft gelegd. Kan ik nog afscheid nemen ofzo? Begin ook echt boos te worden. Mensen om me heen moeten alleen maar lachen, maar ik ben echt boos. Ik heb dus duidelijk nergens toestemming voor gegeven, en toch is mijn arm dood. Volgens echtgenoot en zuster niet. Volgens mij wel. Ik laat het zien. Til arm op en hij valt zo weer naar beneden. Dood hout. Voel geen vingers, voel geen onderarm en geen bovenarm. Om het te bewijzen sla ik op armdelen. Iedereen lacht, ik zak weer weg.

Ben een ballon. En in totale verrukking. Ik ben opeens getransformeerd in een ballon! Hang aan een draadje en aan een doorzichtige zak. Ik ben niet zomaar een ballon, maar een winactie ballon. Om mijn pols hangt namelijk een kaartje met mij naam. En barcode. Voor de winactie. Echtgenoot en anderen vegen de tranen van hun wangen. Ik niet. Ik zak weg. Boos omdat ik geen arm meer heb.

Het wordt onrustig. Mensen om me heen plannen ontsnapping. Komen aangelopen met rolstoelen voor geopereerde partners. Ik maan die van mij om ook een stoel te halen. Kan ik mee met de ontsnapping. Echtgenoot weigert. Snap ik. Wat moet je thuis met een vrouw zonder arm?

Weer word ik wakker. Kamer is leeg. Echtgenoot zit naast me en dode arm ligt nog steeds op mijn buik. Daar hebben ze toch vast wel een afvalbak voor? Heb het nu wel gezien. Een mevrouw komt de kamer in. Met kussens en dekens. Gezellig. Komt u hier ook logeren vannacht? Ik wel. De rest is net ontsnapt. Met rolstoelen. Weer zak ik weg. Kan mijn hersenen niet wakker krijgen.

21.15 ik word opgenomen. Weer een rit door het ziekenhuis waarbij ik me irriteer aan de warboel aan plafondplaten. Geen plafond is hetzelfde. Echtgenoot laat filmpjes zien aan bedrijdames. Ik als ballon. Trots laat ik mijn kaartje zien. Kan iets winnen!

Mijn bed wordt naar het raam gerold. Echtgenoot vlucht rennend weg. Geef hem ongelijk. Aan de overzijde moppert een bejaarde dame. Zuster stelt haar gerust. Haar papegaai hangt nog steeds boven haar bed. Ze hoeft zich geen zorgen te maken. WTF? Een papegaai boven haar bed? Kan allemaal nog veel gekker. Ik zak heel diep weg.

’s Nachts moet ik plassen. Samen met een zuster schuifel ik naar de badkamer. Als ik klaar ben, moet ik aan een touwtje trekken. Ze geeft mij een touw in mijn rechterhand. Met een clownsneus. Ik zet de neus op en stikkend van de lach verdwijnt zuster weer. Ik puzzel hoe fatsoenlijk te plassen met operatiehemd, 1 afgehakte arm in een draagtas op mijn buik en een alarmtouw in mijn rechterhand. Arm waar nog steeds die ballon aan hangt. Vliegt niet erg ver. Het lukt. Ben gek op puzzelen. Was stiekem ook meteen mijn handen. Wat heerlijk! Krijg mijn hersenen weer een klein beetje op orde.

’S morgens 6.15. Ik voel me goed, heb gevoel in mijn vingers en een beetje in mijn hand. Moet plassen, schreeuwende honger, wil douchen, schone kleding aan en zo snel mogelijk naar huis. Zuster wandelt met me mee naar toilet. Blijkt een moeder te zijn van klasgenoot van oudste. Herkende mij meteen. Ik herken niemand. Ze geeft me als ik weer terug in bed ben nieuwe morfine. Andere mevrouw deelt ontbijt uit. Ik maak een foto, deel hem op facebook, neem pil in en in 1 klap voel ik mijn hersenen uit gaan. Baf! Weg ben ik weer. Mijn hersenen kolken nog even in de rondte om vervolgens via mijn oren naar buiten te vloeien.

Het duurt even, maar de ochtendploeg ontdekt dat ik niet meer reageer. Er verschijnen blauwe jassen aan mijn bed, groene jassen, witte jassen. Epilepsie, diabetes, neurologisch probleem, mijn benen worden opgetild, moet handen wegduwen, ze zijn me aan het zoeken. Ik zweef rustig boven hun hoofd langs het plafond. Daadwerkelijk het enige wat ze hoeven te doen is omhoog te kijken, dan kunnen ze me zo pakken en terugleggen in bed. Ik probeer te schreeuwen, dat ik daar hang. Ze overleggen over operatie en anesthesie. Zien geen prik in mijn hals. Zoeken op de verkeerde plek. Met al mijn kracht breng ik mijn hand naar mijn hals. Dan zien ze twee gaatjes. Mijn pupillen schieten duizend kanten op. Alles op alles zet ik om te reageren op vragen, maar het zijn er te veel. Ze zijn met te veel. Operatiehemd wordt omlaag getrokken. Allemaal vuurrode vlekken in mijn hals en in mijn gezicht. Bloeddruk daalt en blijft dalen. Hartslag ook. Vanmorgen heeft ze geen medicatie gehad, wat kan dit zijn? Suiker wordt geprikt, spoedecho van mijn hersenen geregeld. Jongens: ik zweef hier! Trek me omlaag! Ho, ho, ho. Ik heb wel een pilletje gehad. Capsule. Mompel ik ten slotte. Staat nergens. Het staat nergens. Ik weet het zeker. Ben niet gek.

Mijn bed maakt een reis door het ziekenhuis. Spoedecho, met vereende krachten word ik via een plank op een ander bed geschoven en weer terug. Mijn ogen schieten wederom duizend kanten op. Ze trekken aan mijn schouder, kan alleen maar kreunen. In mijn onderbroek ga ik heen en weer. Gelukkig is hij blauw. Passend bij mijn operatiehemd. Weer zak ik weg.

Overleg. Ik ben terug op zaal en de artsen staan naast me. Allergisch. Maar voor wat? Morfine. Ik ben allergisch voor morfine. Via mijn infuus spuiten ze een antimiddel. Langzaam krijg ik controle over mijn hersenen. Bloeddruk blijft laag, plassen doe ik op een bedpo. Alsof je geoorloofd in je bed mag plassen. Ik krijg ’s middags visite. Van mijn moeder blijkt later. Heb haar niet geregistreerd. Zak continue weg. De kinderen komen. En echtgenoot. Ik mag niet mee.

Na het avondeten komt 1 vd artsen terug die vanmorgen ook aan mijn bed stond. Ik mag naar huis. Bloeddruk is nog steeds te laag, maar ik reageer weer. Zaalzusters zijn het er niet mee eens. Ben mijn bed niet uit geweest. Lig al twee dagen in operatiehemd. De arts belt echtgenoot en wonder: hij wil me terug. Komt met oudste en rolstoel naar mijn kamer. Ik mag zelf plassen en dan eindelijk schone kleren aan.

Op naar huis.

Thuis heb ik nog twee dagen op de bank geslapen. Doos met medicijnen uit het ziekenhuis raak ik niet meer aan. Pijn verbijt ik wel. Nooit meer die giftige rotzooi in mijn lichaam! Mijn hersenen doen nog steeds raar, kan wel typen, maar niet lezen. Ben duizelig, val zomaar om. Nies de godganse dag en heb ontzettende pijn in mijn kaken. Er is een stukje van mijn kies af, en heb ijzerdraad in mijn arm. De operatie doe ik morgen zo weer over. Appel en een ei. Maar nooit, nooit, nooit, gaat er nog een naald in mijn hals en nooit nooit nooit een opiaat in mijn lijf.

Je hebt toch van de huisarts ook al morfine gekregen? Klopt. Omdat ik al maanden niet meer sliep van de pijn. Nam ik ’s avonds een pil en zag ik roze beertjes door de woonkamer, hielpen de kinderen me de tra op, werd ik aangevallen door een kolonie mieren die overal op mijn lichaam marcheerden. Was ik volledig de weg kwijt, maar sliep ik wel. 5 keer. Verder niet in de gaten gehad dat ook die keren mijn hersenen wegzakten. Ik sliep namelijk. Nu niet. Ik stofte het plafond en kreeg hoe ik ook mijn best deed geen contact met artsen rond mijn bed. Doodeng. Ik kan het u vertellen.

Aan de artsen en verplegers in het ziekenhuis bied ik mijn excuses aan. Schijn me heel vreemd gedragen te hebben door de morfine. Ik beloof: het zal nooit meer gebeuren. 



vrijdag 4 mei 2018

De depressieve ik en de schouderoperatie.


Mijn naam staat synoniem voor alles te snel willen doen, alles ook altijd alleen willen doen, koppig en eigenwijs zijn. Mijn man voegde daar vanmorgen nog een mooie aan toe: Je kunt niet tegen onrecht. Dat ben ik dus allemaal. Zelf vind ik dat ik ook heel sociaal ben. En lief, behalve als ik kwaad ben en dat laatste ben ik eigenlijk voornamelijk de laatste weken. Dat heeft te maken met een soortement depressie waar ik in zit. Ik ben niet meer mijn eigen ik zeg maar. Dat je ’s avonds na het eten verplicht een rondje loopt met echtgenoot waar anderen dat met een hond doen. En dat je alles op alles moet zetten, iedere vezel in je lichaam moet aanspannen om niet voor een aanstormende vrachtwagen te gaan staan. Ik ben even niet meer mijn eigen ik. Komt door druk van buitenaf. Externe factoren waar ik geen invloed op kan uitoefenen, hoe boos ik ook ben en hoe boos ik me ook maak. Externe factor is een grote onderneming. David en Goliath, maar dan met mij in de hoofdrol. Ik wil nooit in de hoofdrol, wil alleen achter de schermen acteren. En dus ben ik uitgeput en zijn mijn ogen gedoofd. Slecht teken als mijn ogen doven.

Goed, waarom schrijf ik dit toch allemaal? Ik kan door waas in mijn hoofd namelijk al maanden niet meer schrijven. Ik moet geopereerd worden en mijn huis moet een beetje netter worden, opgeruimd. Handdoeken met rafels verdwijnen in de vuilnisbak. Want stel je toch eens voor dat de nasleep van de operatie inderdaad zo bizar is als er op het internet beschreven wordt. Dan heb je opeens hulp nodig. Staan wildvreemden je handdoeken op te vouwen, ook de handdoeken die de kinderen even niet mogen gebruiken. Die met verfvlekken, omdat bij mij nu eenmaal de meeste haarverf in de handdoek beland in plaats van op mijn hoofd. En aangezien mijn kinderen net als mij de oudste handdoeken het lekkerste vinden drogen, pakken ze precies die handdoek waar alle kleuren van de afgelopen 6 jaar in terug te vinden zijn. Ooit, jaren geleden, toen echtgenoot met een diepe depressie thuis zat, mocht hij de trap niet verder schilderen. Trap heeft jaren braak gestaan in huis. Want alles wat een depressieve niet af kan maken, maakt een depressieve nog depressiever. Echtgenoot was psycholoog eeuwig dankbaar. Project klote trap mocht stopgezet worden.

Zelf dacht ik toen dat psycholoog net zo niet stoorde als echtgenoot. Tot nu. Ik ruim op, maar ’s avonds wacht de was en in de huiskamer staan tassen. Tassen met uitgezocht speelgoed. Verkocht op marktplaats door de kinderen. Maar het moet ruim, ruim, ruim. Want als die verhalen toch eens kloppen? En ik krijg het niet ruim. Project klote trap is terug in huize Bamestra, vermomd als tassen vol speelgoed en handdoeken met rafels.

Ik koop nieuwe T-shirts. T-shirts. Iedereen die mij kent weet dat ik een overhemd draag. Of eigenlijk een blouse. Klinkt chiquer, is hetzelfde. En het aller-allerliefste draag ik truien. Zodat er vooral niets van mijn lichaam te zien is. En nu heb ik T-shirts gekocht. Hele dure. In de aanbieding. Met mouwtjes, want ik schijn straks geen kleding aan te kunnen. Krijg het Spaans benauwd bij het idee vast te zitten in trui en dus koop ik shirts. De tip op het internet: knip het shirt via de naad open en vervang dat door klittenband. Oké, ik koop dure shirts om ze stuk te gaan knippen? Never niet. Klittenband? Dan buk ik me op het schoolplein en schieten al die klittenband stukken los. Sta je daar in je beha. Als die tenminste ’s morgens aangetrokken is door echtgenoot. Bij mij. Aangetrokken bij mij. Niet bij echtgenoot. Je zou om minder depressief worden.

Van de week vroeg een moeder van school: ben je eigenlijk links of rechts op het toilet? Even was ik volledig de weg kwijt. Ik ben overal rechtshandig. Op het toilet en daarbuiten. Maar toen zag ik het beeld van echtgenoot weer voor me toen hij bij een ongeluk een paar jaar geleden 1 arm gebroken en 1 pols verbrijzeld had. 1 aan de linkerzijde en 1 aan de rechterzijde. Ik ging thuis direct oefenen. Ik ben ook op het toilet rechts. En word links geopereerd. Pffft. Toen, jaren geleden; zette ik ’s morgens koffie voor eega. Goot het in een thermosfles en ging naar mijn werk. Aan mijn collega’s vertelde ik hoe lief ik wel niet was voor eega. Tot ze aan mij vroegen hoe hij zonder handen die thermosfles dan open moest krijgen. Eega zint al die jaren op wraak. Gelukkig ben ik rechtshandig op het toilet.

Dan hebben we het probleem vervoer. Ik mag 6 weken niet fietsen en geen auto besturen. Ja, en nu houdt u uw adem in. Tenminste, als u mij kent. Want dan weet u dat ik alles op de fiets vervoer. Een skelter en 3 kinderen en een broedkist met kippen. Een step en een driewieler met de wekelijkse boodschappen. Het liefst allemaal tegelijk en ik kan dat ook met 1 arm. Dat de gemeente op fietspaden in de wijken van die vervelende slalom hekjes plaatst, kan me doorgaans niet schelen, maar daar lag ik. Met mitella, step, 1 kind en 5 tassen. In de bosjes. Tsja, soms gaat het mis. Dat kan dus niet na de operatie. Dat zie ik zelfs in. Ook de ik die ik niet ben.

Ik had ook besloten met de fiets naar het ziekenhuis te gaan. ‘s Morgens en dan ’s avonds gewoon ook weer met de fiets naar huis. “Spoor jij eigenlijk wel helemaal?” Vroegen echtgenoot en chirurg. Nee, ik ben op het moment niet helemaal mijn eigen ik. Maar kan echt heel goed fietsen.

Schijn me te verkijken op de operatie en het herstel. Had van te voren het idee om mooie lingerie te kopen, want zo’n chirurg wil ook wel eens iets leuks zien toch? En aangezien ik helemaal geen boezem heb, moet de verpakking het een beetje opfleuren. Groot was mijn verbazing toen wederom een moeder van school mij kon vertellen dat ik 1 of ander hobbezakshirt aan zou krijgen in het ziekenhuis. Hobbezakshirt? Gewoon mijn eigen trui dus? Even mijn nichtje ge-apt. Nichtje wordt arts en zij weet dus wel wat ik aan krijg. Lingerie kon retour winkel.

Ik heb nieuwe sokken gekocht. Een paar paar, want ik vind ziekenhuizen vies. Wil dus ieder uur schone sokken aan. Die moeten dan wel aangetrokken worden door een eender wie. Bij mij. Volgens internet kun je dat zelf niet meer. Pantoffels liggen onder laag stof onder mijn bed. Die spoel ik van te voren even af en gooi ik in het ziekenhuis nog weg. Vloeren vind ik namelijk ook onhygiënisch. Een nieuwe hoes voor dekbed gekocht die past bij de bank beneden. Nieuwe pyjama’s gekocht. Hele hippe. Met gave broeken. Zonder rits en knopen, want dat kan ik straks ook niet zelf. Ooit ging ik kinderen naar school brengen op pantoffels. Straks doe ik dat in pyjamabroek. Wandelend. Zonder fiets, want die blijft 6 weken in de stalling van het ziekenhuis. Ik schreef het al. Ik ben even niet mijn eigen ik.

Zo had ik ook alvast heel handig mijn vriezer vol gekookt. Handig voor als je straks de pannen niet kunt optillen. Maar hoeveel pasta ik ook die vriezer in kookte, echt veel voller werd hij niet. Boosdoener was 15 jarige zoon. Zoon komt dagelijks uitgehongerd thuis. Thuis in een walhalla, want de vriezer verborg heerlijke pastaschotels. Puber kon zijn geluk niet op. Heeft beloofd straks ook een keer te koken.

Tsja, ik en de ik die niet de mijne is, verkijken ons schijnbaar op de operatie, maar alle ikken in mijn lijf proberen ons best te doen om voorbereid voor de dag te komen. We gaan het meemaken.  En alle ikken en ik werken samen om straks weer 1 stralende ik te worden.



woensdag 11 april 2018

Operation, set, GO!


Yes!!! Wij zijn happy in huize Bamestra. We gaan namelijk na 9 maanden de operatietafel ontmoeten. 24 augustus raakte ik door een voorval op het werk geblesseerd. Fors geblesseerd. Wat volgde waren maanden vol fysiotherapeuten, artsen en chirurgen. Maanden vol medicijnen. Tot morfine aan toe. En maanden vol pijn. Pijn, pijn, pijn. Bij het ophangen van de was en het rijden van de auto. Maanden van helemaal niets kunnen doen met mijn arm. Niet hardlopen, niet ergometeren, niet racefietsen. Helemaal niets! Niet zwemmen en niet naar de sportschool. Nul komma helemaal niets. Ik kon wel eten. Want daar houden we van. Heel veel eten. Normaal geen enkel probleem, want we verbranden de calorieën toch wel weer. Nu niet, want van zitten op de bank, verdwijnen de calorieën niet. Het zijn geen koekkruimels die je onder het tapijt schuift.

Ik ben dan dus ook minstens 10 kilo gegroeid. En die kilo’s moeten er natuurlijk wel weer af. Voor de operatiedatum. Hoewel ik inmiddels heb begrepen dat ik niet in mijn mooiste lingerie setje aan hoef te treden, ik krijg namelijk een vromeloos en vormeloos operatiehemd aan, en ik dus echt geen arts aan de haak zal slaan, zitten die 10 extra kilo’s mij dwars. Danig dwars. Zitten als een soort zwemband rond mijn middel. En als botox in mijn billen. 10 extra kilo’s! Met mezelf heb ik nu dus de afspraak gemaakt: we hebben nog 7 weken te gaan. 7 weken waarin die kilo’s als sneeuw voor de zon gaan verdwijnen. Het zal je namelijk overkomen dat je aantreedt in de operatiezaal en dat je dan zorgelijke blikken kruist. Dat er een Bob de Bouwer gebeld wordt die eerst nog even operatie tafel moet gaan stutten. ‘Even wachten mevrouw, we kunnen zo beginnen.’ Sta je daar in de vormeloze hemd met je H. ema onderbroek.

Nu heb ik net de weegschaal onder een laag stof vandaan gepeuterd. 8.4 kilo gegroeid. 8.4 kilo. Nou, dat moeten we natuurlijk helemaal gaan redden. 7 weken en 8.4 kilo. Ik zeg: we zijn op een missie. Missie richting oud gewicht. En omdat ik nu 8.4 kilo te zwaar ben, na een barbecue avond, ben ik morgenochtend vast alvast 0.4 kilo lichter. Tijd voor een mooi glas wijn dus. Om het leven te vieren. En de eerste halve kilo.

Omdat er ondanks alles ook altijd iets leuks gebeurt: zat ik een paar weken geleden zwaar depressief in de echokamer. 4 artsen om mijn ontblote linkerbovenlichaam. In overleg om kapotte schouder. Geen arts die ook maar in het minst geïnteresseerd was in mijn niet aanwezige boezem. Toch kwam een aardige verpleegster aanzetten met een doek om over mijn borst te draperen. Ik keek naar het badlaken dat ze aan me gaf en vervolgens hoopvol naar mijn buste. Helaas. Artsen zijn geen tovenaars. ‘Mevrouw, ik heb ruim voldoende aan een gastendoekje.’

Operation set go. Terug naar de 70 kilo en terug naar een schouder waar ik mee kan leven. Want: wat heb je aan een droogmolen als je niet eens de was kunt ophangen?