vrijdag 13 oktober 2017

Naar de stad.

Dochter wil heel graag samen met mamma naar de stad. Mamma niet. Mamma zit aan de heftige medicijnen en is zo suf als een egel in winterslaap. Dochter heeft echter wel gelijk als ze zegt dat er nooit tijd voor haar is en zo sleept een mamma zich in de auto om zich te laten rijden naar de stad. Mamma mag door die pilletjes niet zelf achter het stuur. Laten rijden. Dat dringt opeens door en mamma gaat eens rechter zitten in de auto. Met chauffeur. Wat een luxeleven.

In de stad huppelt mamma bijna van het ene restaurant naar het andere. Mamma heeft honger en wil luxe eten met dochter in een luxe restaurant. Vooral huppelt mamma, omdat ze bijna in haar broek plast. Vast ook door die pillen. Dochter heeft echter helemaal geen zin in luxe maaltijd. 'Er zit een goede patatbakker op een hoek mam, loop maar mee.' Mamma werpt een laatste blik in raam van restaurant. Heerlijke maaltijd staat daar op tafel bij echtpaar op leeftijd. Een entrecote met nasi. Vreemde combinatie, maar goed. Een tik op het raam met een gezegelringde vinger werpt mamma weer terug in de realiteit. Patatbakker op een hoek.

Eerst huppend de H.ema in. Dochter ziet popcorn met een smaak van tompouce. Ik heb echter nog maar 1 doel. Het toilet! Huppend hup ik de brede marmeren trappen op. Achter een zakenmijnheer aan. Zakenmijnheer stapt op de draai van de trap opzij om mij voor te laten gaan. Niet slim. Niet slim. Welke man gaat er nu achter (lees onder) een huppende vrouw lopen? Een vrouw die overduidelijk haar blaas niet onder controle heeft. Niet slim, niet slim, niet slim. Maar ik red het tot de toiletten. Om daar te stuiten tegen toiletjuffrouw. Toiletjuffrouw wil geld zien. Wil snel geld zien. Ik wil ook snel, maar kom niet langs mevrouw met bus toiletspray in haar hand. 50 cent, 50 cent. 'Ik moet ook mam!' Ships. 'Kan ik hier ook pinnen?' Toiletjuffrouw positioneert de spuitbus even beter. 'O! Wacht' zucht een zwetende ik, 'ik red het precies! Kijk wat goed.' Toiletjuffrouw is vast heel ernstig ongesteld, want er kan geen lach vanaf.

Waar we in hemelsnaam voor betaald hebben vraag ik me nu een dag later nog af. Het stinkt, het plakt, je kunt je handen alleen wassen door een kraan aan te raken, die je dan met pasgewassen handen weer dicht moet draaien. IEIIIIIIIIIIIII! Gatver, en we moeten nog eten bij de patatbakker op de hoek. 'Eerst je handen wassen, dan met doekjes de kraan dichtdraaien en daarna pas je handen afdrogen' doceer ik dochter die als een gedrilde officier keurig in de maat precies dat doe wat ik ook doe.

Patatbakker op de hoek. Meer is het ook niet. Wel bekroond volgens plakkaat. 'Meenemen of hier opeten?' Ik veer op. 'Hier opeten?' Ik ga op mijn tenen staan om achter in de zaak te kunnen kijken, maar daar staan geen stoelen. 'Hier opeten?' Stamel ik. 'Waar dan?' 'Hier.' Zegt de man. 'Dat lijkt me duidelijk. Hier opeten of meenemen?' Ik kijk nog eens om me heen en zie her en der plukjes patat etende mensen zitten en staan. Heel armoedig vind ik dat. 'Meenemen alstublieft. Twee porties zonder saus.'

'Meenemen?' Vraagt dochter? 'Waarheen dan meenemen?' 'Dat weet ik niet' sis ik terug. 'We verzinnen wel iets.' Iedere vezel in mijn lichaam verzet zich tegen in de openbaarheid eten. Altijd al een hekel aan gehad. Mensen die op straat eten, of in een winkelcentrum, of in de bioscoop, of in de rij bij het theater. Langs de lijn, in het zwembad. Bah!

Maar wie donderdagavond in de binnenstad van Alkmaar is geweest, heeft ons kunnen zien zitten. Midden op een verhoging op straat. Allebei zittend op onze rugtas. Met een patatzakje op schoot. Eten en voorbijgangers bekijken. We waren een bezienswaardigheid zoals we daar zaten. Naast de bloemenschuit en de waagtoren prijken dochter en ik nu in een Japans fotoalbum. Zwervers. Luidt het onderschrift vast. Zwervers met een patatje zonder van de patatbakker op de hoek. Bekroond.

Als laatste, als dochter al een hele nieuwe garderobe heeft geshopt, het is maar goed dat mamma niet zo helder is, gaan we naar mijn winkel. 'Kunt u ook eens iets leuks kopen.' Kunt u ook eens iets leuks kopen? Zegt ze dit nu werkelijk hardop? Ik kan het niet vragen, want dochter schuift al geroutineerd truien, vesten en jurken opzij. 'Dit is wel leuk, en dit en dit, deze kleur maakt u oud en met die is het net of u nog met de jeugd mee wil doen.' Met de jeugd mee wil doen? Net alsof? 'Ik ben de jeugd! Ik ben echt absoluut de jeugd van de toekomst!' Dochter geeft een stapel kleding aan en laat zich in een stoel zakken.


Daar sta ik dan en wordt geconfronteerd met een enorme ik. Echt een enorme ik zoals je ze alleen in sprookjes ziet. Met armen als trams en twee heupen als bijzettafels. Of tafeltjes. Bijzettafeltjes. Het valt wel mee. Het valt echt wel mee. Ligt aan de inval van het licht en aan die rare spiegels. Ik stap uit het pashokje en bots tegen een andere passende vrouw. Een akelig slanke passende vrouw. Ze draagt een heel mooi kort rokje. Van leer!!! In een hippe modekleur en draait en draait voor de spiegel. Ik trek automatisch mijn billen in en hou mijn adem vast. Als ik loslaat, vul ik de hele spiegel en verdwijnt akelig slanke vrouw. Haar posh echtgenoot kijkt triomfantelijk toe. Zelfs dochter, mijn dochter, zie ik vanuit haar stoel goedkeurend knikken. Heb ik er geen enorm dikke billen in'?' kraait veel te slanke vrouw. Ik adem uit. 

maandag 9 oktober 2017

Taboe. Dag van de Geestelijke gezondheidszorg.

Een taboe in een land als Nederland. Waar alles vrij bespreekbaar is, van sexuele geaardheid tot 50 tinten grijs. Alles, wordt besproken met een kopje koffie en een glas wijn op een zonovergoten terras. Hoe vervelend een ingegroeide teennagel is;  in de rij bij de kassa. De kanker van de buurman; langs de lijn bij de voetbal.  Dat je zoon blijft zitten, omdat hij verslaafd is aan zijn pc; onder de kap bij de kapper. Alles is bespreekbaar in Nederland.

Behalve de duistere krachten die van binnenuit willen breken. Die zich iedere dag een weg naar buiten willen banen door je hoofd, je buik, je rug, je armen, je benen. Hoeveel kilometers je ook loopt, hoeveel valeriaan je ook slikt, kamillethee je drinkt. Ze gaan niet weg. Ze moeten er uit. Er uit. Er uit. Er uit! En niemand die het weet.

Want over druk van binnenuit praat je niet. Falen. Ik faal, ik heb gefaald, ik ben aan het falen, ik ga falen.  Zo voelt het als je de hele wereld niet meer aankan. Je wilt geen hulp van andere mensen, niemand tot last zijn. Je kent je eigen lichaam niet meer, herkent je eigen brein niet meer. Ze spelen een spelletje en hebben de spelregels niet uitgelegd. De druk van binnenuit, van binnenuit, van binnenuit is enorm. Waar zijn toch mijn schoenen?

Je wilt weg. Weg,weg! maar waar naartoe? Naar buiten, en  weer naar binnen. Je wilt gaan lopen, op de bank. Je wilt gaan fietsen, in je bed. Je wilt boodschappen gaan doen, in de douche. En maar lachen, het gaat goed. Ja, vervelend van je teen, van je zoon, van je opa, van je auto, van je huis, van de storm. Vervelend ja. Wat vertellen ze in hemelsnaam? De druk, de druk  de druk die moet er uit.

De nieuwe gymschoenen van je zoon, het vlees voor de lasagne, het tien minuten gesprek van dochter, de diploma uitreiking van andere zoon. Vergeten. Allemaal vergeten.  En weer een arts. Voor wie belt u eigenlijk? O, de uitslagen. Juist ja. Voor welk kind? Was ik daarbij? Echt waar? Ik geloof dat ik gek word. Knettergek word ik. Heb de regie niet meer. Ik. Die de regie niet heb. Help! Wie geeft me mijn brein terug? Wat je vindt mag je houden, maar niet mijn geliefde brein. Ik zal zuiniger op je zijn. Je niet meer verliezen. Ik beloof het, maar kom alsjeblieft terug! Ik wil naar buiten, ik moet naar buiten! Ik word gek, knettergek van de druk van binnenuit.

En dan is daar die arts, die belt en te horen krijgt: Ik kan niet meer. Ik kan niet meer. Hardop. Ik zeg het heel hard hardop. Ik kan niet meer! Ik ben moe, doodmoe, ik overzie de afspraken rond de jongens niet meer, de afspraken voor mijn schouder, het gevecht met mijn manager, het lappen van de ramen. Ik kan niet meer. Ik kan niet meer!


Hardop. Dat lucht op. Gewoon met een kop koffie op het terras, zaterdag langs de lijn, maandag op je werk en dinsdag op het schoolplein. Ik kan niet meer! Heeft niets met falen te maken,maar met moed en lef en durf en alles wat maar kracht uitstraalt. Ik kan niet meer! En het geeft helemaal niets! Want we zijn er om te helpen en om geholpen te worden. Het moet er uit! Zoek Hulp!

zondag 1 oktober 2017

Sinterklaas en de boskabouters

Wat heeft Sinterklaas nu met boskabouters te maken? Alles! Echt alles! Onze jongste zoon gelooft heilig in het goede werk van de Goedheiligman. En dan niet zijn daden ergens ver in de verleden tijd, maar het goede werk dat de beste man zo rond het einde van het jaar uitvoert. Cadeautjes kopen voor alle kinderen die een verlanglijstje inleveren! Wauw. Je schrijft/knutselt of plakt een verlanglijstje en de Goedheiligman gaat direct voor jou shoppen. Toch anders dan die saaie pappa en mamma die het hele jaar verkondigen: ‘geen geld, het geld groeit me niet op de rug, zie jij een geldboom staan? We sparen voor je studie’ of nog erger: ‘we sparen voor je hypotheek!’

Kind wil niet studeren en gaat later de wereldzeeën bevaren op een houtvlot. Gebouwd van die omgehakte geldboom. Wilde jaar na jaar toch niets aan groeien. Hypotheek! Zo ontzettend anno 2005! Kind wil transformers en een nieuwe nerf en lego en een bal. Een voetbal. Van Lionel Messi. Dat is namelijk de beste. Kind wil geen nieuwe sokken, geen nieuwe jas en al helemaal geen nieuwe pyjama. Sinterklaas snapt dat. En Sinterklaas koopt alles. Echt alles! Komt niet met 1 boot, maar wel met honderd boten. Passen alleen niet op televisie. Is de uitzending te kort voor. Maar zoon weet zeker na het zien van Sail Den Helder: al die Spaanse boten komen alvast pakjes brengen. Liggen in al die enorme pakhuizen.

Ik kan het zoon niet kwalijk nemen. Wij hebben Sinterklaas gecreëerd. En aan wat je zelf hebt gemaakt twijfel je geen moment. Je eigen appeltaart ben je ook altijd trots op. Ook al is hij aangebrand en is hij niet te eten. Werkt hetzelfde met kinderen. Ook je eigen creatie. En die vind je het aller aller mooiste van de hele wereld. En ze zijn altijd superslim en superschattig en superbehulpzaam en super super super geweldig. Echte kanjers die kinderen. Veel ouders hebben naar mijn bescheiden mening een nieuwe bril nodig. Maar wie ben ik. Heb Sinterklaas namelijk geplant in het hoofd van zoon. Hij heeft een pappa, een mamma en aan het einde van het jaar komt Sinterklaas daar bij. Met cadeautjes!!

Nu staan we op het punt dat we hem eigenlijk maar moeten gaan vertellen dat we hem al 10 jaar volledig voor de gek houden. Sinterklaas bestaat niet. Is gewoon pappa en mamma in 1. Hoe hip is dat? Genderneutraal. Geen pappa, geen mamma. Sinterklaas is ze gewoon allebei! En dan loop ik door het bos en dwaalt mijn blik af naar de knoesten in het hout, de barsten in de schors, ga ik languit in het mos liggen om te turen naar deurtjes in een paddenstoel. Luister ik met open oren naar het geritsel om me heen. Stap ik regelmatig voorzichtig van het pad en tuur dan voor me uit. En zie en zie wat u met zijn allen niet wilt zien.


Wat doe jij nu in hemelsnaam? Je jas is vies, er hangen dennennaalden in je haar en je knieën zijn zwart van de prut op het pad.’ ‘Ik zoek kabouters. ‘’Kabouters? ‘’Ja, kabouters in het bos. Dat zijn de liefste. Ze helpen zieke dieren, wonen in bomen en in paddenstoelhuisjes en doen vooral geen vlieg kwaad. Heel anders dan de bosnimfen. Daar moet je voor waken. Gemene valse krengen zijn het.’ ‘Spoor jij wel helemaal? 41 jaar en op zoek naar kabouters?’’Nee! Geen gewone, die zie ik genoeg. Boskabouters! Ik ben op zoek naar boskabouters voor een portie geluk en gezondheid. Meer wens ik niet. Geluk en gezondheid. O ja, en het Noorderlicht.’ Ik wens geluk en gezondheid en mijn zoon wenst een Ninjago draak. Het is ons om het even wie dat door de schoorsteen laat zakken. Ik geloof in kabouters, zoon in Sinterklaas en ouders in hun superkinderen.