donderdag 21 februari 2019

Niets doen.


                                                                                                                           9-2-19

Ik hou van mijn fysiotherapeut. Voor de volgers onder u is dit geen nieuws. Voor de moeders op het schoolplein ook niet. Voor alle anderen: wees niet bang. Ik hou van mijn fysiotherapeut zoals van een toastje brie, een zalmmoot, een bord risotto of een mooi glas rode wijn. Ik hou ernstig van lekker eten en sinds 2 weken van mijn fysio.

Waar ik het in hemelsnaam nu weer over heb vraagt u zich af. Vorige week kregen we beweging in schouder. Ik schrijf we, maar feitelijk doe ik geen barst. Ik lig op een soort tafel die omhoog en omlaag kan. Als een brug in een garage. De Fysiotherapeut doet ingewikkelde dingen en probeert zijn gezicht in de plooi te houden als ik weer eens een stompzinnige opmerking plaats. Dat doe ik heel- heel- heel vaak liggend op die tafel, want ik snap na anderhalf jaar nog steeds niets van schouder. Heb een prachtige anatomie plaat besteld bij een leverancier van anatomieplaten, heb dagen gestudeerd op werking én bouw van schouder. Laag na laag na laag. Heeft niets geholpen.  

Nu weet u nóg niet waar dit verhaal naar toe gaat. De fysio kreeg dus beweging in schouder. Eindelijk! Ook heb ik deze week redelijk geslapen. Het geheim? Ik kreeg als thuiswerkopdracht mee: je mag helemaal niets doen deze week. Dat kon ik! Liet mijn kinderen toiletten schoonmaken; de koelkast uitsoppen; de bedden verschonen; stofzuigen; de boodschappen doen; het konijnenhok schoon schrobben; de ramen lappen. (De 3 lekkende ramen aan de voorzijde zelfs 2 keer, want ik kon er nog steeds niet doorheen kijken) Ik lag op de bank. Met een stapel kranten, een kruik en toastjes brie. Ik keek naar Netflix en luisterde muziek. Liet de kinderen zelf naar hun rapportgesprek gaan en met hun broertje naar zorgverleners. Ideaal!  Mijn kinderen zijn een stuk minder enthousiast over mijn fysiotherapeut. Snapt u dat?

U begrijpt vast dat ik deze week huppelend naar een nieuwe afspraak ging. Met de auto. Want op de racefiets zitten zal vast niet onder de noemer niets doen vallen. Onbezweet kwam ik aan. Superrelaxed. 3 kilo zwaarder. Maar: omdenken is helemaal 2019. Een gelukkige geluksvogel krijgt gewoon 3 kilo bonus Anna. Topdeal!  Voor het eerst in anderhalf jaar heb ik pijnvrije dagen. Ik had mijn fysiotherapeut wel kunnen omhelzen vanmorgen. Dat deed ik uiteraard niet. Zou echt ernstig vreemd zijn geweest. Dus op de vraag; hoe gaat het? Antwoordde ik zittend op mijn handen: Goed.

Vandaag weer een stap gezet in herstel. Een nieuwe oefening. U kunt niet half indenken hoe trots ik was toen ook deze beweging lukte. Ik bedacht liggend op de tafel, terwijl ik ondertussen ontspannen probeerde te glimlachen, dat ik deze week wel kon gaan: ergometeren; trainen voor het pelgrimspad mét rugzak; de auto uitzuigen; het terras schoonspuiten; de bedden wederom verschonen; de muren witten; de trap eindelijk eens afschilderen en al die ontelbare klussen die zijn blijven liggen. Ook nu kreeg ik huiswerk mee. Deze week nog steeds niets doen. De kinderen zullen blij zijn met mijn lijstje.

Op straat de eerste de beste voorbijganger omhelst.




vrijdag 1 februari 2019

Sneeuwballengevecht.


Vanavond ga ik uit. “Alweeeeer?” Klaagt dochter.” Ik ben nog maar 2 keer naar een concert geweest. En u gaat gewoon 2 keer per maand ofzo?” Ze mag mee, maar kiest er voor om vooral niet in het openbaar met mamma gezien te worden. Winkelen is tot daar aan toe; handig een mamma die betaald, maar met mamma naar een optreden? Voor je het weet gaat ze dan haar oude lijf bewegen. Slaat volledig nergens op. Denken mensen dat je familie bent. Je zult familie zijn van een bejaarde die hip naar optredens gaat en dan nog beweegt ook.

Vanavond echter zal ik weinig bewegen. Vanmiddag was ik namelijk al helemaal gekapt en getafeld toen jongste zoon voorstelde om het gooi en vang spel te gaan doen. Dat is een door ons ontwikkeld spel waarbij we de motoriek van jongste verbeteren. (Of een poging doen daartoe) Het speelveld voor zoon is de trampoline en de rest van de tuin is mijn speelveld. De trampoline lag vol met sneeuw en was derhalve spiegelglad. Ik gooide de basketbal, zoon probeerde te vangen, maar schoof achterover zo de sneeuw in. Deze intens gemene moeder schaterde het uit. Ja beste buren: It was I! Niet het luchtalarm. Zoon probeerde te vangen en te gooien op spiegelgladde trampoline en mamma stond zich verkrampte kaken te lachen.

Even later had zoon controle over zijn lichaam. Hij vond de balans en wist de bal te vangen; te gooien en tussendoor sneeuwballen te rollen van de sneeuw op de trampoline. Zijn moeder is op leeftijd. Kan zich op 1 ding tegelijk concentreren. Of de basketbal, of een sneeuwbal. De basketbal komt ernstig hard aan weet ik uit ervaring, dus mijn focus lag bij de basketbal. De eerste sneeuwbal verdween in mijn nek, de tweede, de derde, de vierde wist ik te ontwijken. Even later begon sneeuwbal 1 druppelend door mijn beha naar beneden te lopen, gevolgd door sneeuwbal 2 en sneeuwbal 3. Heeft met Isaac Newton te maken. Sneeuwballen 8/9/10 en 14 waren inmiddels ook via de kraag van mijn jas kennis aan het maken met mijn lichaam. “Nu moet je stoppen” schaterde ik het uit. “Straks zit ik bij het concert en vormt er zich een plasje water onder mijn stoel van al die smeltende sneeuwballen. Denken de mensen dat ik incontinent ben.”

U begrijpt: zoon stopte direct. Hmmm, zoon is duidelijk een kind van zijn moeder. Stopte dus niet, maar gooide er een versnelling bij. Uiteindelijk wist ik bal 28 te ontwijken, maar dook daarbij achterover de taxushaag in. De taxushaag waar heel veel sneeuw in opgeslagen lag. Lag. Inderdaad. Lag als in verleden tijd. Die sneeuw zat nu in mijn jas, onder mijn (gloednieuwe) blouse, onder mijn (gloednieuwe) T-shirt, onder mijn hemd, onder mijn beha. Mijn witte blouse en  shirt waren voorzien van prachtige zand en grasvlekken. Niet alleen zit ik vanavond dus met een teiltje onder mijn stoel in de zaal, de kinderen laten me met een gerust hart gaan. “Er is echt niemand die met u wil daten. U ziet er echt zeer onverzorgd uit met die vieze vlekken.”  Kinderen en hun vader stapten vervolgens in de auto. Zij gingen gezellig uit eten. Zonder vlekken, zonder sneeuw en zonder teiltje.

dinsdag 29 januari 2019

Educatiereis.


We gaan naar Den Haag. Naar de tweede kamer. Nee, uiteraard niet om te protesteren, weet u wel hoe koud het is? Nee, we gaan op educatiereis. Bij een educatiereis stelde ik me voor om naar Finland te gaan. Dat is hip. Half onderwijsland is al in Finland geweest om bij de scholden aldaar te kijken. Zelf ben ik regelmatig op Zweedse scholen geweest, dus helemaal blanco ben ik niet mbt educatiereizen. Maar naar Den Haag? Volgens mij ben ik überhaupt nog niet eerder in Den Haag geweest.

We beginnen in Madurodam. In de leszaal. Het blijft een educatiereis. De leerlingen gaan ervaren hoe je een stad bestuurd.  Wat voor partij zijn we, welke partijpunten hebben we, welke slogan? Daarna begint het onderhandelen. Nemen we een bank? Een zwembad? Waar zetten we die neer? Er komen een politiebureau in de stad; een rechtbank én een gevangenis. Want er komt vast veel criminaliteit in de nieuw te bouwen stad. Die paar cellen in het politiebureau volstaan niet.

Er komt een sportzaal, vlak bij het grootste parkeerterrein in de stad. Want: je moet natuurlijk wel goed met de auto naar de sporthal kunnen. (Zien de kinderen vast bij hun ouders) Er komt een daklozenopvang. Aan de rand van het park. Kunnen de daklozen overdag in het park vertoeven en ’s nachts in de opvang. Er komt een dierenasiel, een ziekenhuis en een speeltuin.  Wat er niet komt? Een boerderij. Voor zuivel en vlees en eieren. Stinkt te veel volgens de andere partijen. Partij voor de dieren is boos op de motie en stemt vanaf nu dus uit principe overal tegen. Tegen het ziekenhuis, tegen het leger, tegen de speeltuin, tegen de markt, tegen alle locaties. Leerlingen kunnen duidelijk nog niet schakelen tussen emotie en verstand. Reageren heel banaal. Bijna kinderlijk. Ze zijn dan ook nog maar 11.

De leerlingen mogen moties indienen. Bij 1 van de gebouwen schiet een meisje haar vinger direct omhoog. ‘Zeg het maar, jij steekt je vinger zo fier omhoog’. Het meisje haalt haar hand naar beneden en kijkt glazig naar haar vinger. 4 vingers?? We zijn nog niet eens in de Tweede kamer en we begrijpen elkaar nu al niet. Den Haag en de polder.

Als er uiteindelijk een stad staat met gebouwen, vraagt de docent wie er allemaal in deze stad willen wonen. Niemand! Gewoon niet 1 leerling wil in de stad wonen die ze net zelf hebben gebouwd! Te saai, de stad is te saai. Schiet mij maar lek.

De opdracht in Madurodam zelf ontgaat mij volledig. De kinderen rennen rond als kippen zonder kop met een tablet in de hand. Op zoek naar een gebouw met een geel blokje. Of zo. Slaat werkelijk nergens op. Kinderen denken exact eender en leveren tablet zo snel als mogelijk in om de voetbalkooi in te duiken. Ik denk niet dat ze ook maar 1 gebouw herkend hebben.

En dan toch het binnenhof. We moeten even wachten op onze docent die ergens is gaan lunchen. Prima, leerlingen vragen de aanwezige bewapende marechaussees het hemd van het lijf. Mijn zoon loopt liever zelf een rondje. Baalt dat zijn muts en wanten in de bus zijn blijven liggen. ‘Neem ik mijn moeder mee, laat ze de tas gewoon in de bus staan!’ Zoon moppert en kijkt. Vraagt zich af waarom er een bordje hangt met de volgende tekst: Erelijst van gevallenen 1940-1950. Met daaronder niets dan een kale muur. Zijn óf geen mensen gevallen tussen 1940-1950 of de rest van het bord is in de vaatwasser. Zoon wil niet op een bord aan een muur op het binnenhof vermeld worden en ontwijkt voorzichtig platen ijs en korrelsneeuw.

We hebben uiteindelijk geen minister gezien, toch was dit mijn leukste verjaardag. Ik mocht op studiereis met de klas van jongste zoon!