vrijdag 14 april 2017

Goede Vrijdag

Tijdens de paasviering bleek dat je geduld moet hebben om te kunnen groeien.  In dit geval wilden de plantjes in de tuin van mevrouw Pad niet snel genoeg groeien. Niet snel genoeg in ieder geval naar de zin van mevrouw Pad. Of kikker, ik keek meer naar de gezichtsuitdrukkingen van de hoofdrolspelers en het effect daarvan op de kinderen, dat ik dus niet helemaal heb opgeslagen wie nu mevrouw Pad en wie nu mevrouw kikker was. Mevrouw Pad had geen geduld. Stampvoetend op haar grote flippers banjerde ze over het podium. Water moesten de plantjes hebben en zonlicht en liedjes en versjes. Interactie met de kinderen was geweldig. Mevrouw Pad verzon liedjes aan de hand van geroepen steekwoorden uit het publiek, creëerde versjes samen met de kinderen, maar hoe de groep hun best ook deed, de plantjes wilden niet groeien.

‘Prut!’ Riep een klein enthousiast meisje vanaf haar plekje in de zaal. Zittend op het puntje van haar stoel in een schemergebied van: zal ik zitten of toch staan, aanschouwde ze de avonturen van kikker en Pad. ‘Prut inderdaad’ riep mevrouw Pad terug. ‘Nee!’ Riep het meisje. ‘Ik bedoel prut! De plantjes hebben prut nodig!’ ‘Modder bedoelt ze’ hielp een jongetje. ‘Nee!’ Riep een stoere vent uit groep 3. ‘Ze hebben mest nodig. Pure koeienmest!’ Meisje ging weer zitten. Trok haar jurk over haar knieën en knikte. Dat! Precies dat bedoelde ze! Gewone pure koeienstront over de plantjes op het podium.

Heeft u ooit een toneelstuk in 4D bijgewoond? Op dat moment was ik heel blij dat ik helemaal achteraan in de zaal stond. Ze zullen toch niet echt naar de kinderen luisteren? Verse koeienstront over de plantjes, ik draaide een kwartslag naar de nooduitgang, 1 hendel omlaag duwen en verse lucht zou mijn neusgaten prikkelen. Mevrouw Pad had gelukkig geen mest en ook geen extra prut. Ze liep teleurgesteld nog een rondje stampvoetend over het podium en keek met een schuin jaloers oog naar de prachtige bloemenzee in de tuin van mevrouw kikker. Geduld is een schone zaak orakelde mevrouw kikker en wees op de ondergaande zon. Mevrouw Pad vond het welletjes en ging net als de zon slapen. Morgen weer een nieuwe dag.

En in de nacht gebeurde er iets wonderlijks. De plantjes gingen groeien en groeien en groeiden zo over het podium doek heen. De kinderen slaakten diepe zuchten, zo iets wonderlijks, hoe kan dat nu toch? ‘Er hangt gewoon een draadje met plakband. Kijk maar goed,’ fluisterde een meisje uit groep 4 net iets te hard in mijn oor. De tulpen stonden prachtig in bloei op het podium. Hangend aan draadjes of pure magie?


Geduld is een schone zaak en soms heel hard werken. Fijne paasdagen allemaal!

vrijdag 10 februari 2017

Strakblauwe lucht met her en der donderwolken.

Men zegt wel eens dat niets zo veranderlijk is als het weer. Nu volg ik werkelijk nooit het weerbericht, waarschijnlijk juist omdat het zo veranderlijk is, maar deze stelling gaat op dit moment ook op voor mijn gemoedstoestand. De hele week liep ik over wolken, met sprongetjes van de ene wolk naar de andere. Zoon bleef de hele week op school. Twee keer pakte hij zijn tablet en vertrok naar een apart kamertje waar hij in alle rust aan het werk kon. Gedurende de week werd er gespeeld en bleef hij rustig.  Kan het zo zijn dat het idee dat hij een plekje heeft om naar toe te gaan als de onrust in zijn lichaam te hoog oploopt voldoende is om hem daadwerkelijk rustig op school te houden? Zou het echt zo simpel zijn? Vrijdagmiddag half vier zweefde ik de school uit, zo trots op zoon, zo ontzettend trots.
Dat vertelde ik hem ook iedere dag. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. ‘Wat ontzettend goed dat je gewoon op school blijft, dat je het iedere dag volhoudt, dat je de rust hebt gevonden.’
Vrijdagmiddag kwart voor 5, zoon ging op de bank liggen. Onder zijn dekbed en alle spanningen van de hele week kwamen er uit. Gillen, brullen, huilen, tot 3 uur ’s nachts. Zijn hele lichaam totaal verkrampt. Ieder moment dat hij even rustig werd, hoopte ik dat het over was, maar nee. De aanblik van een knipperende lamp, een geluid van wegfietsende kinderen, het dichtslaan van een autoportier, het rondcirkelen van een politiehelikopter, de stemmen van zijn broer en zus, het voelen van een verkeerde stof en daar ging hij weer. Van pure vermoeidheid viel hij om drie uur ’s nachts in slaap. Verkrampt met diepe rode kringen onder zijn ogen. Zijn vader lag inmiddels beneden op de bank. Ik moest om 5 uur mijn bed weer uit om naar mijn werk te gaan. Daar lag hij. Naast mij in bed, ontspannen. Zijn vuisten lagen open op het dekbed en ik liet hem daar liggen.
‘s Middags was hij nog steeds niet zijn eigen ik. Lag verstopt onder een dekbed op de bank, met koptelefoon filmpjes te kijken op zijn tablet. Pas later op de dag was hij weer 1 van ons. Maakten we contact. 1 week school. 1 week school. Wat heb ik hem in hemelsnaam aangedaan? Ik ben zijn moeder, ik had moeten zien dat het niet ging. Ik had zijn ogen moeten peilen. Zoon geeft zijn gevoel dus toch niet zo goed aan als ik had verwacht. Gehoopt is waarschijnlijk een beter woord. Je gunt je kinderen zo dat ze de hele dag naar school kunnen. Gezellig met hun vriendjes en vriendinnetjes in de klas, spelen op het schoolplein, kattenkwaad uithalen en samen gymmen.
Ideaalbeeld en dat werk niet voor hem. Het is overigens mijn ideaalbeeld. Dat besef ik me terdege. Niet die van hem. Hij wil rustig thuis zijn. Spelen met de lego, films kijken van zijn You tube sterren, kaasbroodje eten bij de Hema, ontbijten bij de Intratuin. Historische feiten opzoeken op het internet en dan zelf in de tuin gaan graven. Televisies uit elkaar halen en het binnenwerk bestuderen. Rustig, zonder mensen die geluiden maken, die smakken, die stinken. De vriendjes die komen spelen komen hier 9 van de tien keer omdat zoon geen nee durft te zeggen. Het zielig vindt. Voor die andere kinderen.
Nu moeten we een nieuwe basis vinden. Een nieuw startpunt van waaruit we gaan rijden. Langzaam aan. Ik vind het moeilijk. Want als hij alleen ’s ochtends naar school gaat, mag hij dan ’s middags nog wel spelen? Mogen we dan in het weekeinde nog wel naar een beurs? ‘Waarom heeft hij dit opeens?’ Die vraag kreeg ik afgelopen week. Hij heeft dit niet opeens. Maar de afgelopen jaren wisten we niet wat er met hem aan de hand was. Was hij soms weken achter elkaar ziek. Omdat zijn lichaam en zijn hoofd op waren. Bijna 3 jaar heeft de medische zoektocht geduurd. Nu kennen we de oorzaak en proberen we het voor hem zo te organiseren dat hij in ieder geval niet meer met hoge koorts thuis ligt. We zullen met deze autorit nog wel een paar keer van de weg raken. En dan nemen we de afslag naar een B weg of zelfs naar een parkeerplaats. En berekenen we de route opnieuw.
Zoon is daarbij de leidraad. Hij wordt niet gelukkig van een goedbetaalde baan met vrijstaande woning en een veel te grote auto. Boswachter wil hij worden. In Zweden. En daar woont hij dan met zijn vrouw en twee kinderen. Dat is zijn ideaalbeeld voor de toekomst. Laat ik nu eens gaan proberen om dat als uitgangspunt te nemen.