dinsdag 2 oktober 2018

Zitkussens



Iets wat je niet ziet, dat is er niet. Ik ben het niet met deze uitspraak eens, want als ik iets niet zie, dan kan ik het wel ruiken, of horen, of voelen. En als ik iets voel, maar niet zie, dan is het er toch wel? Waarschijnlijk wordt er bedoeld: iets wat je niet ervaart is er niet.

Vanmorgen was de uitspraak echter: iets wat je niet ziet, dat is er inderdaad niet. We waren de zitkussens van jongste zoon kwijt. We in deze zin kunt u lezen als: ik. Ik was de zitkussens kwijt. Niet een ander gezinslid, maar ik was ze kwijt. Oudste zoon lag tot  10.00 te slapen, de vader van de kinderen was naar zijn werk, dochter werd om 8.05 wakker, rende om 8.15 de deur uit om op haar fiets te springen. Zonder ontbijt, maar wel aangekleed. School begint om 8.30 en het is een kwartier fietsen. Zo’n ochtend. Jongste zoon lag op de bank. In pyjama filmpjes te kijken. Lekker onder een dekbed.

En ik liep zwetend door het huis. Want waar in hemelsnaam liggen de zitkussens? Niet op hun plek, dat was wel duidelijk. Na de eerste keer kijken lagen ze er niet en ook niet bij de tweede keer, de derde, de vierde en de vijfde keer. U zult het allemaal herkennen. Je bent iets kwijt en dan blijkt opeens dat het toch al die tijd op zijn plaats lag! Niet de zitkussens. Ook niet in de auto, niet in een verkeerde tas, niet onder de bank, niet in de badkamer, niet op het toilet, niet helemaal nergens.

Ondertussen probeerde ik jongste zoon zover te krijgen dat hij zich ging aankleden. ‘Dat hoeft dus niet, want zonder zitkussens ga ik niet naar school.’ ‘Kleed je toch maar aan. Ik vind ze straks vast wel.’ Ondertussen probeerde ik hem zijn tanden te laten poetsen. ‘Dat hoeft dus niet, want zonder zitkussens ga ik niet naar school.’ ‘In de vakantie ga je ook niet naar school, maar poets je toch je tanden. Ik vind ze wel’, riep ik terwijl ik door de regen rende naar de fietsenschuur. Geen zitkussens. Wat zouden ze daar ook moeten doen? Maar ondertussen keek ik ook op het toilet en onder mijn bed. Ondertussen probeerde ik jongste ook zover te krijgen dat hij een borstel door zijn haar haalde. ‘Hoeft niet, want..’ ‘IK VIND ZE WEL!!’ ‘Jee, ik wilde alleen zeggen dat het buiten regent en dat mijn haar dan toch verregend.’

Uiteindelijk stond zoon klaar, op blote voeten, en had ik geen zitkussens. ‘Nou, dan trek ik nu mijn pyjama weer aan. Ik ga dus niet op een stoel zitten zonder zitkussens, voel ik de hele tijd die houten stoel tegen mijn botten tikken, en die leuning is me dan de hele ochtend aan het duwen en ik kan niet terugduwen, want dan duw ik de stoel onder mijn kont vandaan’. ‘We gaan gewoon naar school en dan kijken we of school misschien ook een zitkussen heeft die we kunnen lenen.’ ‘Nee! Bent u gek? Die zitten vol bacteriën. Ik ga niet op de bacteriën van iemand anders zitten. Ik kan me niet concentreren als er bacteriën van iemand anders over mijn lichaam lopen.’ Op dit soort momenten moet je als moeder weten dat je toch echt je mond moet houden. Het is niet noodzakelijk om kind te vertellen over bacteriën op tafels, op vloeren, op deurklinken, op trapleuningen, op kapstokken, op alles eigenlijk. Kijk! Ook dit is er zo 1: Iets wat je niet ziet, is er niet. Toch wel! Bacteriën zijn overal. Niet zeggen, niet zeggen, niet zeggen.

De hele tijd was ik mijn hoofd aan het pijnigen. Wat was er vrijdag anders dan op alle andere vrijdagen? Het afscheid van de juf. Eureka! We troffen de juf, onder aan de andere trap. En ik had twee tassen in mijn hand, een jas van jongste, een cadeau voor de juf en een stapel zitkussens. Wat heb ik met die zitkussens gedaan? Even aan de kant gelegd boven op de kapstok. ‘Ik weet waar ik ze heb neergelegd! Op de kapstok aan de andere kant van de school.’ ‘Jee mam, kunt u misschien ook een keer opletten? Nu kom ik dus te laat op school, omdat u mijn zitkussens maar overal zo neerlegt.’ En even voor uw beeld: zoon is niet brutaal. In de ogen van zoon regel ik zijn zitkussens. Altijd en overal. En ben ik eindverantwoordelijk. Zoals ik overal eindverantwoordelijk voor ben. Eindelijk fietsen we naar school. Zoon op zijn dooie akkertje, ik op hete kolen. Want, als de kussens er niet meer liggen, dan maakt zoon rechtsomkeert. Een stoel die terugduwt en tegen je billen klopt, dat is hel op aarde. Dus zien ouders mij door de al bijna lege gangen stuiven terwijl zoon zijn fiets op slot zet. Op zijn dooie akkertje. Door de klapdeuren zie ik ze al liggen. Gebroederlijk naast elkaar op de grond onder de kapstok. Onder natte jassen en op een vloer met zand. Maar er zijn 2 kussens!

En dan begint er nog meer gemopper, dat ik beter op moet letten, dat spullen niet voor niets een vaste plaats hebben, dat ik echt beter mijn taken moet gaan uitvoeren, omdat hij anders op zoek moet naar een andere hulp en dat ik door zijn toedoen nu te laat ben. Ik knik en luister en adem uit. Ondertussen klop ik kussens tegen mijn billen en bovenbenen. Zand moet er uit, bacteriën en huidschilfers. Ik veeg en tik alles tegen mijn broek. Ik heb niets tegen bacteriën. Ik zie ze toch niet.

Als dan eindelijk zoon de klas binnenloopt, vertrek ik terug naar huis. Koffie, heel veel kopen koffie. En een schone broek. Voor de zekerheid. Want wat je niet ziet, is er niet altijd niet.

zaterdag 22 september 2018

Pubers.


Ik ben moeder van 3. Twee pubers. Communicatie gaat hier als volgt. Maandagmorgen: ‘MAM! Waar is mijn zwarte trui?’ ‘Naast je bed?’ ‘MAM! Kom op zeg! Ik heb die trui vorige week in de was gegooid!’ ‘Nee, je hebt die trui vorige week uitgedaan en bovenop de stapel reeds gedragen kleding naast je bed gekieperd. Hij ligt nu waarschijnlijk onder 4 onderbroeken, 2 broeken 4 paar sokken, 4 T-shirts en nog een andere trui.’ Dat van die onderbroeken en sokken hoop ik dan, want puberzoon is niet van die moderne fratsen om iedere ochtend schone sokken en dito onderbroek aan te trekken.

Kijk en volgens mij ben ik best easy going. Mijn huishouden (lees 4 stuks naast mij) mag de was bij de achterdeur deponeren, in de badkamer op de vloer (meestal staat er geen mand) en gewoon waar het eigenlijk hoort: in de wasmand bij de wasmachine. Ik draai minimaal 2 wassen op een dag, dus als er een trui ingaat, is die de volgende dag schoon gewassen. Ik weiger echter al een paar jaar om ’s morgens een wandeling door eigen huis te ondernemen om was te verzamelen.

Pubers hebben een kamer. En daar wonen ze. Soms komen ze naar beneden om te eten. Vaak alleen de avondmaaltijd. Verder bivakkeren ze boven. Waarvandaan ze dan schreeuwen naar mij. Ik luister niet naar geschreeuw. NOOIT! Sta ik in de gang om boodschappen te doen, roepen er 2 pubers door dichte deuren boodschappenlijsten door. Ik weiger te luisteren. Vandaag verzon puber dochter iets nieuws. Als mamma niet luistert naar door dichte deur geschreeuw, dan sturen we na niet gehoord geschreeuw gewoon appjes. Via de mobiele telefoon! Met wensen lijst. Pinda’s stonden er vanmorgen bijvoorbeeld op. Wilt u pinda’s meenemen?

Ik heb net voor de zekerheid gekeken, maar wij hebben gewoon een trap in huis! Een trap waarmee je naar beneden kunt lopen en naar boven. Best handig zo’n trap. Dochter vindt telefoon ook best handig. Hoef je niet te schreeuwen en de trap niet af en op.

Door de week: kinderen worden om 7.00 gewekt. Door mij. Iedere dag opnieuw. Komt geen alarm aan te pas. Ik open dichte deuren, zeg goedemorgen en zeg: kom je er uit? Bij zoon praat ik iets harder vanwege berg kleding die als een dempend tapijt werkt. Om 7.10 maak ik ze nog een keer wakker, dit herhaalt zich vervolgens iedere 10 minuten: 7.20, 7.30, 7.40, 7.50 om 8.00 meld ik dat ik jongste zoon naar school breng. MAM! Had u ons niet ook even wakker kunnen maken? Nu komen we te laat, dat is uw schuld! Staat mijn fiets buiten? Waarom staat mijn fiets niet buiten?’ Geen tijd om te ontbijten, geen tijd om lunch klaar te maken. ‘We gaan in de pauze wel even naar de winkel.’

Goed, iedere morgen opnieuw beraam ik een plan om 2 ouderwetse wekkers te kopen en die dan te verstoppen in de slaapkamers van pubers. Ik doe het niet. Zou echt gemeen zijn.

Gymkleding. Kinderen gymmen 1 keer in de week gedurende huidig schoolrooster. Bij thuiskomst, verdwijnen 2 gymtassen in een hoek onder de kapstok. Soms ook onder de kast onder de kapstok. Daar blijven ze dan liggen. De hele week. Soms verschuiven ze iets, want huisgenoten struikelen over tassen en schoppen ze net iets verder onder kast. Kast onder kapstok. Iedere volgende week: ‘MAM! Waar is mijn gymtas?’ ‘Op dezelfde plek als waar je hem vorige week hebt neergesmeten!’ ‘NIET! Hij ligt verdorie onder de kast! Wie doet nu zoiets stoms?’

Schooljaar heeft er 3 weken opzitten en ik heb nog geen gymkleding in de wasmachine gehad. Ook niet bij de achterdeur, niet in de badkamer en niet in de wasmand. Wel in twee stinkende gymtassen onder de kast onder de kapstok.

‘MAM! Mag ik gezellig koekjes bakken?’ Dat mag. Altijd, want ik ben gek op de lucht die vrijkomt bij het bakken van koekjes. Ingrediënten gaan per ingrediënt in een schaaltje of kommetje. 1 schaaltje voor de boter, 1 voor de suiker, 1 voor het bloem, 1 voor sodium bicarbonaat, 1 voor noten, 1 voor chocolade etc etc. Ik kieper alles altijd gewoon in 1 kom en mix dat dan door elkaar. Kinderen niet. De eieren gaan bij elkaar in 1 kommetje, dus wat zeur ik nu toch weer? Schaaltjes verdwijnen in de wasbak, gevolgd door een mes, een vork, de kloppers, een zeef, een pan en weet ik veel wat nog meer. Zelfs de eierschalen verdwijnen in de wasbak. Dan gaan de koekjes in de oven en als ze daar warm dampend en heerlijk geurend weer uitkomen, worden ze verstopt in trommel en trommel verdwijnt naar slaapkamer met dichte deur.

Misschien mag je er 1 en soms zelfs 2. Maar koekjes worden vooral voor zichzelf gebakken. Mamma blijft achter met een ontploft bouwterrein als keuken. Koekjes bakken.

Onze koelkast heeft een achterdeur. Of ergens een sink hole. Een paar keer per week vul ik mijn koelkast. Propvol. En als je dan ’s morgens op de bank zit denk je aan die oude kaas met zoutkristallen of aan die rosbief die zo lekker past op een broodje met een beetje peper en zout. Je denkt aan het restant risotto of aan dat laatste stuk gebak. Dan open je de koelkast en staart een grote open leegte je aan. De koelkast is LEEG, op een paar potten na die er al jaren als meubilair staan. LEEG! Net gevuld en nu al LEEG. Ontbijten doen ze niet omdat ik ze nooit wakker maak en ze dus geen tijd hebben, lunchen doen ze ook niet, dus de pubers in huis kunnen niet schuldig zijn aan deze grote lege leegte. Ik heb al eens geprobeerd om een achterdeur te vinden of ergens een muizenhol in de bodemplaat. Niets. Mijn voedsel verdwijnt als sneeuw voor de zon. Uit zichzelf.

Misschien maar beter ook, want wie eet er nu een rest risotto ’s morgens om 10.00? ‘Dat is echt heel weird mam!’

Pubers. Ik ben moeder van 3. Twee pubers.



zaterdag 11 augustus 2018

Revalideren


Tsja en dan kun je alles nog zo goed hebben voorbereid, en gedacht hebben dat de ervaringsverhalen op internet schromelijk overdreven zijn, blijkt dat je dus inderdaad niets kunt!

Probeer het maar eens. U plakt 1 arm op de rug en dan trekt u uw sokken aan. Tip: schuif de sok eerst over de tenen en buig die dan zodanig dat de sok klem komt te zitten tussen teen en voetzool. Met betrekking tot mijn schoenen: Mijnheer schoenlepel werd mijn beste vriend. We trekken een broek aan. Inderdaad 1 met elastiek in de heupen, want een knoop met 1 hand dicht krijgen is lastig te noemen. Overigens duurde dit 2 dagen en had ik die knoop door. Joggingbroek zo snel mogelijk weer foetsie. We trekken een bh aan. Of in het begin gewoon niet, want dat haakje krijg je van zijn lang zal hij leven niet dicht. ’s Avonds ook niet meer los. Zelfs nu na 10 weken niet. Ik mag mijn arm allang los laten hangen, (binnenshuis, buitenshuis sinds deze week niet meer) maar ik kan mijn arm echt nog lang niet op mijn rug krijgen. Ofwel ik val mijn huisgenoten lastig bij het aan en uit kleden ofwel ik trek die bandjes over mijn schouders; trek vervolgens bh rond mijn lichaam zodat de sluiting van voren komt en dan onthaak ik de haakjes.

Dan gaan we de bedden verschonen. Het afhalen gaat eigenlijk nog best aardig. Gewoon zo hard mogelijk met 1 arm aan een punt trekken. Trek je het hele matras omhoog en dan schiet het onderlaken los. Dekbedovertrek pak je aan de bovenzijde en dan valt het dekbed er vanzelf uit. Wasmachine doet het werk. Dan gaat u de was ophangen. In etappes. Want u kunt uw arm helemaal niet omhoog strekken. Afhalen is dan weer een stuk makkelijker. Je rechterarm haalt de knijpers van de lijn en met je voet schuif je de wasmand onder het vallende wasgoed. Strijken. Probeert u eens te strijken met 1 arm. De hoezen van de bedden zijn al 10 weken dezelfde. Wel iedere keer netjes fris gewassen, maar Linéa recta van de lijn terug om het dekbed. Hoeslaken weer om matras?  Vergeet het maar! U dient te  wachten tot echtgenoot thuis is.

Boodschappen. Ik mag nog steeds niet autorijden, ik mag niet fietsen. (2 kilometer normaal gedrag) Niets tillen met arm en dan gaan we boodschappen doen. ’s Morgens haal ik verse broodjes voor de kinderen. Wandelend. We kunnen niet op vakantie door het hele revalidatiegebeuren en dus krijgen de kinderen ter compensatie iedere dag verse broodjes. Dan loop je met je tas in de winkel broodjes te verzamelen. Geen pak melk meenemen, geen frisdrank flessen en verder ook alle aanbiedingen niet. Je kunt het namelijk niet tillen. Ik moet dus wachten tot echtgenoot een gaatje in de agenda heeft en dan gaan we boodschappen halen. Met de auto en direct heel veel. Loop ik met het karretje. Niet alleen kan mijn arm daar op steunen, ook houd ik mijn autorijvaardigheden nog een beetje bij. Roep tuut-tuut-tuut bij het achteruitrijden, steek mijn hand uit als ik naar een ander pad wil en geef netjes al het verkeer van rechts voorrang. Ik tank zelfs halverwege. Staat namelijk een koffiezetter in iedere supermarkt. Volgens echtgenoot spoor ik met de dag minder.

Je haar wassen. Succes!! Shampoo met je rechterhand verdelen over je haar went na een paar keer. Uitspoelen met 1 hand is bijna niet te doen. Je oksels ontharen. Aangezien je wel iedere week naar de fysiotherapeut moet, en aangezien dat een hele leuke man is, wil je dus echt wel je oksel ontharen. Best lastig als je die arm niet omhoog kunt krijgen. Op gevoel ontharen we oksel. Rechter oksel is eigenlijk nog lastiger om te doen, want dan heb je scheermesje in je linkerhand. De hand die niet zo’n goede besturing meer heeft. Na het douchen gaan we ons afdrogen. (Even voor de goede orde: ik ga me afdrogen. Sta ten allen tijde alleen onder de douche. Straks denkt u nog rare dingen.) Voorkant gaat prima, maar blijk je nog een heel stuk rug te hebben tussen je schouderbladen en je billen. Je steeds uitdijende billen, want bewegen om in vorm te blijven zit er niet meer in. (En ik hou zo van lekker eten!) De handdoek wil met geen mogelijkheid dat stuk rug drogen. Geen probleem als er huisgenoten zijn, maar als je alleen in huis bent kun je een paar dingen doen. Je kunt met je drijfnatte rug op bed gaan liggen. Is je rug droog, maar je bed nat. Je kunt in je blootje een paar rondjes door het huis rennen, je kunt ook gewoon je kleding aantrekken, dan is je rug ook droog, maar je shirt nat.

Bomen omzagen. Laat dit maar even. Gras maaien met een elektrische maaier. Let op het snoer!! Eten koken. Kan prima, zolang je de pannen maar niet op hoeft te tillen. Borden naar de tafel dragen: 1 voor 1 voor 1 voor 1. Ramen lappen. Grappig! De trap stofzuigen. Ik heb dagen naast de stofzuiger gestaan onder aan de trap. Op hem in pratend om zelfstandig omhoog te gaan. Mislukt. Wil alleen onder mijn bezielende leiding aan het werk. Trap is nu een verzamelplaats van stof. Net als onder de bank, onder de kasten en onder de bedden.

Kleding passen. Omdat je arm niet boven je hoofd kan, is het passen van nieuwe shirts best een uitdaging. Kleding kopen doe ik samen met dochter. Zij in de ene paskamer, ik er naast. Sta ik volledig klem met mijn armen in een veel te krap shirt, roep ik mijn dochter. Is ze al lang klaar met passen en loopt een extra rondje door de winkel. Moet je gênant bevrijd worden door verkoopster die afkomt op  hulpgeroep. Dochter staat stikkend van de lach toe te kijken. Ik was van de week zo ontzettend blij dat ik eindelijk weer een trui aankon, alleen niet bedacht hoe die ’s avonds weer uit moest. Op dit soort momenten neemt mijn echtgenoot wraak voor die keer dat hij bij een ongeluk beide armen brak/verbrijzelde en ik na een paar dagen weer aan het werk ging. Had keurig koffie in de thermoskan gedaan voor hem. Een thermosfles waar hij alleen maar naar kon kijken…

Kun je dingen nog wel? Uiteraard, drijven in het zwembad. Niet zwemmen. Wel ronddobberen. Liefst met boek. En zonder kinderen, anders is boek doorweekt. Lezen. Gewoon op een stoel in de zon zitten en lezen. Heeft 8 weken geduurd voor ik dit trucje doorhad. ’s Middags slapen. Omdat ik ’s nachts niet kan slapen van de pijn, slaap ik ’s middags. Heerlijk en op de 1 of andere manier heb ik dan amper last van mijn arm. Ik kan ongeveer 2 kilometer wandelen voor ik in brand sta van de pijn, met fietsen is dit hetzelfde. Maar 4 kilometer kan ook. Dat is dan gewoon 2 keer 2 kilometer. Zo moet je dat ook schrijven. Niet: ik heb 4 kilometer gewandeld, maar: ik heb 2 keer 2 kilometer gewandeld.

Wat heb ik de afgelopen 10 weken geleerd? Dat ik geen geduld heb, dat mijn schouder nog lang niet op orde is, dat mijn biceps nog niet aangehecht is en hij dus niets doet. Dat ik wellicht over 4 weken mag gaan beginnen met gewichtjes, dat ik hele lieve kinderen heb, een privé chauffeur die tevens mijn echtgenoot is. Dat mijn chirurg een waar kunststuk heeft uitgevoerd en dat mijn fysiotherapeut de beste is. Dat helaas voor mij de chirurg, de fysiotherapeut en mijn echtgenoot op 1 lijn zitten met elkaar. (Frustrerend)

Dat je continue je grenzen verlegt. Wilde ik voor de operatie zonder pijn kunnen slapen, nu wil ik kunnen hardlopen, kunnen zwemmen, de was kunnen ophangen en ga zo maar door. Maar met de dag leer ik vooral dat iedere stap vooruit winst is. Als mijn schouder niet volledig herstelt, heb ik nog steeds een mooi leven. Anders, zeker niet slechter.