vrijdag 15 augustus 2014

Inbreken.

Pappa en mamma gaan ons huis verkopen. Ze hebben het over ratio en emotie en dat de ratio heeft gezegd dat het beter is om het huis in de verkoop te zetten. Nu weet ik niet wie die ratio is, maar als ik hem tegenkom ga ik hem tegen zijn schenen schoppen. Ik vind die emotie een stuk liever. Die zegt namelijk dat we ons huis gewoon moeten houden.

Dinsdag kwam de makelaar en precies op dat moment kwam er een regenbui over. De eerste in al die weken dat we hier nu zijn. Dat is toch een heel duidelijk teken dat we gewoon hier moeten blijven wonen, maar nee: pappa stond de makelaar bij de weg op te wachten. ‘Anders kan hij ons pad niet vinden.’ We wonen nogal afgelegen en als je niet weet waar je af moet slaan, dan vind je ons nooit.  Pappa werd kletsnat. Net goed, maar na een paar minuten vond ik dat eigenlijk toch wel zielig, dus bracht ik hem een paraplu.

De makelaar kwam met een collega en ze wilden van alles weten. Ze liepen door het hele huis, op sokken, want hier doen de mensen hun schoenen uit als ze bij iemand op bezoek komen. Ze dronken koffie en aten onze lekkerste koekjes op. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was gingen ze ook nog alles fotograferen! Wij waren niet blij en mamma had spontaan last van een zandkorrel in haar oog. Jaja. We hebben hier niet eens zand. Maar van ons kreeg ze geen knuffel en geen zakdoek, en ook geen paraplu. Het is haar eigen schuld! Na een paar uur gingen de mannen weg en gingen wij zwemmen om toch nog een beetje een leuke dag te hebben.

De week daarna was het een komen en gaan van vreemde auto’s op ons pad. Allemaal mensen die belangstelling hadden voor ons huis. Als wij ze zagen staken we onze tong uit en gingen we heel hoog op de trampoline springen. Het gebeurde wel eens dat die mensen evengoed uit hun auto stapten en dan door onze tuin gingen lopen. Mamma lag meestal in de achtertuin op een ligbed met een boek. Zonder bikini topje! En dan riepen wij niet dat er mensen aan kwamen. Hahaha! Mamma rende dan altijd heel hard naar binnen om een T-shirt aan te trekken en keek dan vanuit haar slaapkamer raam of de mensen al weg waren. De volgende dag had mamma een T-shirt naast zich liggen. Pappa liep ook een keer in zijn blote buik naar de schuur toen er net een auto wilde stoppen. Die mensen schrokken zich een apehoedje. De auto werd razendsnel gekeerd. Die kopen ons huis vast niet. Eigen schuld. Ons huis verkopen aan vreemde mensen. Wat denken pappa en mamma nu helemaal?

In de allerlaatste week belde de makelaar. Of wij nog een sleutel wilden komen brengen. En zo gingen we ’s morgens vroeg naar de makelaar. Pappa had een sleutel in de deur gestoken. Mamma vroeg aan pappa of hij dan ook nog sleutels had. Die had hij zei hij. Wat hij er niet bij vertelde was dat die sleutels binnen lagen. Mamma vroeg nog een keer of hij sleutels bij zich had. ‘Jaha.’ Riep pappa toen licht geïrriteerd. En dus draaide mamma de deur op slot. Met sleutels die ze in ging leveren bij de makelaar. Ik hoef zeker al niet verder te vertellen?

Weer thuisgekomen moesten we allemaal plassen. En dus renden we zo snel als we nog konden naar huis. Pappa ging de schuur openzetten. Wij stonden allemaal bij de deur te wachten tot pappa met de sleutels kwam. Mamma riep heel boos of hij nu eens op wilde schieten, want ze deed het bijna in haar broek. Rune en Nisse stonden inmiddels al aan de rand van het bos de bomen water te geven. Pappa kwam aangelopen en zei tegen mamma dat ze de deur dan maar open moest doen als ze zo nodig moest! ‘Maar jij hebt de sleutels!’ ‘Nee hoor, die heb ik niet. Jij hebt zelf de deur dicht gedaan.’ ‘Ja en die sleutels heeft de makelaar nu! Waar zijn jouw sleutels?’ Pappa werd bleek. ‘Mijn sleutels? Ik heb helemaal geen sleutels’ en hij voelde voorzichtig in zijn broekzakken. ‘Ik heb geen sleutels.’ Dat kwam er nog heel zacht uit. We keken allemaal naar een boze mamma die op het punt stond te ontploffen, maar dat kon niet, want dan zou ze in haar broek plassen.

‘Dat is dan lekker. Ik vraag het je 3 keer en ja, jij had sleutels bij je. Het is heel simpel, zorg maar dat je de deur open krijgt. Ik moet plassen.’ Mamma bleef voor de verandering heel rustig. Dat kwam denk ik door haar blaas die op knappen stond. Pappa pakte de langste ladder en zette hem tegen het huis. Hij klom soepel naar boven, liet zich over de vensterbank vallen met zijn schoenen naar buiten bungelend, schopte diezelfde schoenen vervolgens naar beneden en liep de trap af om van binnenuit de deur open te doen. Mamma struikelde met haar broek op haar knieën naar binnen.


Eigen schuld, dikke bult. Moeten ze maar niet zo’n onzinnig besluit nemen. Het huis verkopen! Bespottelijk gewoon! Het huis neemt gewoon op eigen wijze wraak.
En voor diegenen die geïnteresseerd zijn waar we de afgelopen 5 jaar hebben gewoond: Ons huisje!
P.s. er zijn nog veel meer avonturen beleefd, dus jullie zijn nog niet van mij en mijn broertjes af. 

vrijdag 8 augustus 2014

De snoepjesboom

In de tuin van onze buren staat een toverboom. Volgens mamma is het een Linde boom, volgens de buren is het een P.ippi Langkous boom. ‘Iedere woensdag komt Pippi langs om snoepjes en drinken in de boom te hangen.’ ‘Onzin.’ Zei pappa. ‘Wil je wedden?’ Vroeg de buurman. Wij keken al springend en ja knikkend naar pappa. ‘Ja, ja. Dat willen we zien. Een echte P.ippi Langkous boom waar snoepjes in hangen!’ Pappa en de buurman gaven elkaar een knipoog. Dat zagen Rune en Nisse niet, maar ik wel. Ik ben echt niet gek. Pippi die snoepjes in een boom hangt! Maar ik wil die boom natuurlijk wel zien. ‘Kom over een half uur maar langs om koffie te drinken.’ Zei de buurman tegen pappa. ‘En neem je vrouw en kinderen vooral mee.’
                                                         En nu is mamma vergeten om een foto te maken. Dan maar dit vreemde insect. Heeft ook                                                                             te veel snoepjes gegeten.
Na een half uur zenuwachtig heen en weer huppelen, gaan we eindelijk naar de buren. Met een pak speculaasjes. Nederlandse speculaasjes voor bij de Zweedse koffie. Pappa en mamma lopen heel rustig over ons pad. De frambozen zijn rijp en ze staan iedere keer stil om roze frambozen te plukken. Dat is toch raar? De buren wachten met koffie op ons en zij staan maar vruchten te eten. Straks hebben ze geen honger meer. Dat zou wel erg onbeleefd zijn. Aan het einde van het pad gaan we naar links en staan we in een wonderbaarlijke tuin. Bij ons huisje staan in de zomer niet zo veel bloemen, maar hier lijkt het wel een paradijs met bloeiende planten.

De buurman en de buurvrouw staan ons op te wachten. De buurman wil eerst even knuffelen met mamma. Niet met pappa. En de buurvrouw wil dat ook niet. Best zielig voor pappa, maar die schijnt dat niet zo erg te vinden. Wij geven een hand en het pak speculaas. De buurvrouw kijkt heel blij en de buurman neemt ons mee naar een enorme klimboom achter hun huis. De takken met bladeren komen tot op de grond, maar het is geen treurboom. Het is een soort huttenboom. De takken hangen rondom helemaal tot aan de grond, maar als je door de bladeren heen stapt, kom je in een soort indianentent terecht. Weet je wat ik bedoel? Zo’n tent waar je helemaal in kunt staan. Wijd van onderen en dan puntig van boven.

De buurman vertelt dat hij Pippi net weg heeft zien fietsen. Ik zie het voor me. Pippi die hier aankomt op de fiets, snoepjes in de boom hangt en dan weer op de fiets terug gaat naar huis. Wij zijn wel een paar keer bij haar thuis geweest en toen zaten we wel twee uur in de auto! En dan zou ze nu naar ons toe komen fietsen? Haha! ‘Ga maar kijken’ zegt de buurman in het Zweeds. ‘Klim maar omhoog.’Dat klinkt in het Zweeds trouwens als: kletter maar op. Alsof je naar beneden moet kletteren vanuit de boom. Maar goed, Rune en Nisse waren al voorbij de eerste takken en opeens gaven ze een kreet. ‘Er hangt hier een zak met snoepjes!’ Ik keek naar de buurman en zijn vrouw. Op hun gezicht verscheen een enorme glimlach. Zie je wel dat zij het gewoon gedaan hebben? Maar uiteraard speel ik het spel mee en klim ook snel omhoog achter mijn broertjes aan.

Maar hoe hoger we kwamen, hoe meer we vonden. Heel hoog hingen pakjes drinken, flesjes cola, en zakjes met snoepjes. Wij keken langs de takken door het gebladerte naar beneden. Daar ergens stonden pappa en mamma met de buren. We konden ze nog net horen praten. ‘De buurman is vast al wel 80 en de buurvrouw is heel klein en vast al 70.’ ‘Denk jij dat de buren deze snoepjes hebben opgehangen?’ Vroeg ik aan Nisse. ‘Nee, natuurlijk niet. Zie jij de buren al zo hoog klimmen?’ ‘Pippi heeft dit gedaan. Ze is net op haar fiets weggefietst. Dat zei de buurman zelf.’ Antwoordde Rune en hij klom voorzichtig naar beneden met in zijn hand een zak toffees.


Toen wij weer veilig op de grond stonden, en er dus niet uitgekletterd waren, gingen de grote mensen koffie drinken. Wij zaten onder de boom met onze pakjes drinken en onze toffees. We keken naar de buren en waren het over 1 ding eens. Zij konden echt niet in de boom klimmen. Dus misschien, misschien komt Pippi toch iedere week op de fiets langs om snoepjes in de boom te hangen. Eigenlijk maakt het niet zo heel veel uit. We hebben een fantastische dag gehad met de snoepjesboom in een wonderbaarlijke tuin.

donderdag 3 juli 2014

Golfen.

Rune en Julia hebben langs de golfbaan golfballetjes gevonden. Wel 50 verschillende. Mamma is daar ooit mee begonnen. Golfballetjes zoeken langs golfbanen. En als je er eenmaal een paar hebt gevonden, wil je iedere keer weer zoeken. Lang niet altijd kan dat. Je mag bijvoorbeeld nooit op de baan komen, alleen maar aan de randen lopen. En in Nederland kan zelfs dat helemaal niet, want daar mag je niet eens bij de banen in de buurt komen.

Julia en Rune nemen de ballen mee op de trampoline. Ze leggen de ballen in het midden van de mat en dan beginnen ze te springen. De balletjes stuiteren alle kanten op. Als Julia en Rune rechtop blijven staan gaat dat goed, maar als ze vallen of gewoon even op de mat willen zitten, gaat het mis. Dan stuitert zo’n bal tegen je hoofd aan. En dat doet best zeer.

Terwijl ze allebei met een bult op hun hoofd op de mat zitten, zien ze opeens iets interessants. Aan de onderkant van de regenpijp ligt een verlengstuk. Een stuk goot, zodat het regenwater een stuk verder van het huis de grond in zakt.  Aan de bovenkant van de regenpijp zit een zelfde goot. ‘Als we nu eens een balletje in die goot gooien, dan rolt hij zo via de regenpijp en de halve pijp het gras in. Dan kunnen we echt golfen!’Julia en Rune springen van de trampoline op de grond en gaan onder het huis staan. 1 voor 1 gooien ze een balletje omhoog in de hoop dat die in de goot terecht komt.

Dat gaat een hele tijd goed. Ze gooien de balletjes omhoog en soms rolt er een balletje roets naar beneden door de regenpijp. Vlak voor hun voeten komt hij tot stilstand om vervolgens met een zwieper weer de lucht in te gaan. Na 10 minuten zijn de balletjes op. Ze liggen allemaal in de regengoot. ‘En nu?’ ‘Nu ga ik naar boven om met een stok de ballen door het gat te duwen. Wacht even.’ Julia rent naar boven en doet de deur naar het balkon open. Daar mag ze eigenlijk niet komen, want mamma is bang dat ze dan naar beneden valt. Maar ik ben geen baby meer denkt Julia en daarnaast let mamma toch niet op. Die zit weer eens te lezen. Met een stok duwt ze de ballen richting het gat in de goot. Roets, roets, roets, roets, allemaal gaan ze naar beneden. Rune danst beneden van plezier. ‘Kom je naar beneden? Dan doen we nog een ronde!’ Julia rent de trap weer af en pakt net als Rune een bal. ‘Bij 3 gooien we allebei tegelijk een bal omhoog. Oké? 1-2-3!’

RINKEL! Met een oorverdovende klap slaat 1 van de ballen een enorm gat in de ruit. Ze zien oma met grote ogen van schrik om zich heen kijken en ze zien hoe mamma uit de woonkamer komt en boos is op oma. “Wat doet u nu?’ Horen ze mamma tegen oma roepen. Oma kan alleen maar naar het gat in het raam wijzen. Mamma kijkt waar oma met open mond naar wijst en ziet dan een groot rond gat in de antieke ruit zitten. Daarachter ziet ze twee huilende kinderen.


‘Wat hebben jullie in hemelsnaam gedaan? Ik schrok me een apehoedje!’ Mamma kijkt naar alle golfballen en dan weer naar het raam. ‘Zijn jullie gek geworden? Gaan jullie nu gewoon golfballen door mijn ramen gooien? Naar binnen jullie!’ ‘We gingen geen ballen door het raam gooien,’ snikt Julia ‘we gooiden de balletjes in de dakgoot en dan rolden ze via de regenpijp naar beneden en kwamen ze voor onze voeten terecht.’ ‘En ik denk dat de bal van Julia door het raam ging hoor mam.’ Snikt Rune nog veel harder.’ Echt niet. Ik zag mijn balletje omhoog vliegen. Ik denk dat het de bal van Rune was hoor mam.’ Mamma kijkt naar twee snikkende kinderen, naar een berg glas, naar een groot gapend gat in het raam en naar oma die nog steeds met open mond en verschrikte ogen naar buiten staat te wijzen. Dan begint ze te lachen. Het beeld van oma is ook wel heel erg raar. ‘Kom jongens, dan tapen we het raam af en dan zetten we er in de zomer wel een nieuw raam in. Er zal eens een doodnormale saaie dag mogelijk zijn met jullie.’ Zegt mamma met boze stem, maar Rune en Julia zien allebei dat mamma pretlichtijes in haar ogen heeft. Mamma wil helemaal geen doodnormale saaie kinderen en ook geen doodnormale saaie dag.