zaterdag 1 november 2014

OLE. Hoofdstuk 3. Circus in de stad.

Hoofdstuk 3. Circus in de stad.

Op een groot plein in het midden van het dorp, staat een hele grote tent. Groen met rode strepen. Het is een circustent en om de tent krioelt het van de mensen. Grote mannen met enorme rollende spierballen, mannen met rode monden en witte hoofden. Lange mannen die zo lang zijn dat ze met het grootste gemak de ramen kunnen lappen op de bovenste etage van Het gemeentehuis.  

Aan de rand van het dorp staan caravans en grote hokken vol wilde beesten. Leeuwen, tijgers en een olifant. Een olifant die net zo groot is als de mevrouw van het postkantoor. Maar dan met slurf. En een kooi met apen. Een kooi apen min 1. Want 1 van de apen is ontsnapt. Op onderzoek. ’s Morgens vroeg had hij allemaal kinderen langs zien komen en hij besloot ze te volgen. Met één hand ging hij door de tralies en opende met gemak het slot. Dat deden de apen wel vaker. Maar meestal alleen ’s nachts. Dan gingen ze op stap door het dorp waar ze op dat moment waren. Nu besloot hij op klaarlichte dag te gaan kijken waar al die kinderen nu naar toe liepen.

Via een raam van de gymzaal kwam hij in de school terecht. Eigenlijk wilde hij net als alle kinderen gewoon via de deur, maar aan de andere kant van de deur was een hokje. Met een streng kijkende mevrouw. Ze had een knot op haar hoofd en een half brilletje bungelde in haar haren ter hoogte van haar voorhoofd. Op de een af andere manier had de mevrouw een kwartier naar de deur gestaard. De aap besloot dat er een andere manier moest zijn om naar binnen te komen. Lopend langs de school hoorde hij kinderen plezier maken. Net boven de grond zag hij ramen en als hij daar door naar binnen keek zag hij springende, rennende en lachende kinderen. Hier kan ik naar binnen dacht de aap blij. Op het moment dat alle kinderen terug gingen naar de kleedkamers om te douchen, zag de aap zijn kans schoon en slingerde zich naar binnen.

Na de gymzaal begon de aap aan een ontdekkingstocht door de school. Er voor zorgend dat niemand hem zou zien. Dat was nog niet eens makkelijk, maar aan de andere kant, als een kind hem zou zien, zouden ze hun ogen toch niet geloven. Want hoe vaak loopt er een aap door je school? En toch ging het precies daar mis. De gangen waren volledig leeg toen de aap zijn kans schoon zag om de gang over te steken richting trap naar boven. Maar plotseling zag hij een jongetje staan. En dat jongetje zag hem.

Snel dook hij weg onder de kapstok, de jongen achter hem aan. Via het kantoortje waar net nog de strenge dame zat, vloog de aap door de voordeur weer naar buiten het schoolplein op. Vrij! Ik ben weer vrij dacht de aap, maar nee hoor. De jongen kwam gewoon doodleuk achter hem aan het schoolplein op. Snel vloog de aap langs het gebouw, door een hek naar een kleine schuur. Via het dak het bos in. Hij slaakte een zucht van verlichting. Want wat zal de circusdirecteur boos zijn als er een jongetje aan zou komen lopen met een ontsnapte aap in zijn schooltas. Precies toen hij uitgezucht was, kwam dat jongetje weer aangelopen. Klom via een bagagedrager op het dak en ging achter hem aan het bos in.


De aap had in het bos natuurlijk een groot voordeel ten opzichte van het jongetje. Hij kon slingerend van boomtop naar boomtop zichzelf in veiligheid brengen. De jongen kon nooit zo snel door het bos lopen. En zo zat de aap weer in zijn hok tussen alle andere apen en liep Ole door het bos te zoeken naar de aap. En zochten alle volwassenen in het dorp naar Ole. Inclusief de sterke mannen en inclusief de clowns, want er kwam niemand naar de voorstelling. En dus besloot de circusdirecteur mee te helpen zoeken. De aap zat achter zijn tralies en zag het met betraande ogen aan. Het was allemaal zijn schuld.

Speurtocht in het bos. Op zoek naar Ole.


Hoofdstuk 2. De tocht door het bos.

Terwijl de alarmbellen op school afgaan en de leerkrachten in alle lokalen kijken of Ole zich misschien toch als grap ergens verstopt heeft, loopt Ole buiten achter de aap aan. Over het verlaten schoolplein loopt hij richting een hekje aan de zijkant van het schoolplein. Via het hek komt Ole op een klein grasveld waar de fietsenstalling van de leerkrachten is. De aap springt op de stalling en verdwijnt in het bos. Nu staat Ole in tweestrijd. Gaat hij terug naar school en gaat hij verder met zijn lessen of gaat hij achter de aap aan? Hij heeft op school geleerd over beren en wolven, over lynxen en elanden. Maar nog nooit heeft iemand hem iets verteld over apen in de bossen achter zijn school.

En zo wint de nieuwsgierige kant van Ole het van zijn serieuze kant en via de bagagedrager van de fiets van de gymjuf klimt hij bovenop de stalling. Aan de achterzijde is een kleine strook mos waar Ole zich op laat vallen. Hij pakt zijn kompas, bepaalt zijn positie en begint te lopen.

Ondertussen heeft de directeur contact gehad met de politie. En omdat iedereen in het dorp weet dat Ole niet zomaar lessen als natuureducatie laat lopen, weten ze dat er iets moet zijn gebeurd. Iets. Maar niemand weet precies wat dat iets dan wel is.

Ole loopt door het bos op zoek naar de aap, maar die laat zich niet meer zien. Apen zijn heel goed in verstoppertje spelen in de bossen. Slingeren met het grootste gemak van boom naar boom. Ole vindt het allemaal wel leuk in het bos. Hij ziet bosbessen. Bedden vol bosbessen. Hij loopt over verende paden van mos en plukt links en rechts bramen van de struiken. Ongemerkt komt hij steeds dieper in de bossen. De bomen staan hier dichter op elkaar en het zonlicht laat zich steeds moeilijker zien. Maar hij maakt zich nergens zorgen over. In zijn rugtas heeft hij zijn lunch nog onaangeroerd en om hem heen is voldoende fruit te vinden.

Pas als er echt bijna geen zonnestralen door de boomtoppen komen, raakt hij een klein beetje in paniek. Een klein beetje maar. Hij is per slot van rekening een echte stoere jongen van rond de 11 jaar. En stoere jongens van rond de 11 weten best hoe ze de nacht door moeten brengen in het bos.

Met takken van dennenbomen maakt hij een hut. De takken zet hij om een boomstam heen. Aan de bovenzijde bind hij de losse takken vast met een schoenveter. Zo ontstaat er een soort iglo. Een groene iglo. Op de grond legt hij nog een paar takken en dan is het goed. Ole kruipt naar binnen, doet zijn rugtas openen en eet zijn boterham op. Met pindakaas, want daar word je groot en sterk van. Zegt zijn moeder altijd. Onzin denkt Ole. Boterhammen met pindakaas zijn gewoon heel erg lekker! Als zijn boterham op is, valt Ole in een diepe slaap. Want achter apen aanlopen door donkere bossen is best vermoeiend.




Als je op een vrijdagmorgen aan je kinderen vraagt: waar zal mamma vandaag een verhaal over schrijven? Dan verwacht je dat ze zeggen: een verhaal over de tijdmachine, of over de zwemles, over de Herfstvakantie of over dansende egels in de tuin. Maar die van mij kwamen met een lijstje: Neerstortende trap; indiaan; aap; bos; grot; Zweden; rugtas; broodje pindakaas; water. Dus dan gaan je aan de slag:

HOOFDSTUK 1: Ole en de mammoeten.

Ole was een doodnormale jongen van ongeveer 11 jaar. Ole zelf wist exact hoe oud hij was, maar Ole vertelde dat aan niemand. Hij had ooit eens opgevangen dat echte dames hun leeftijd nooit openbaar maken en hij was een echte jongen. Dus. Daarom wist niemand helemaal precies de leeftijd van Ole. Ole had een aparte logica. Dat kwam omdat hij in zijn vrije tijd indiaan was. Met een pijl en boog en een speer om mammoeten mee te vangen. Hij had al een tijdje geen mammoet meer gevangen, maar dat hinderde niet. Zijn roem van mammoetendoder was hem ver vooruit gesneld en dus bleven ze allemaal ver uit zijn buurt. Maar als er 1 iets te overmoedig zou worden, zou Ole hem opwachten.

Ondertussen moest Ole wel gewoon naar school. Dat was saai vond Ole. De lessen duurden te lang en de leraren waren verstoft. Een les duurt 50 minuten op de school van Ole. Of 2 keer 50 minuten. Voor gym bijvoorbeeld en muziek en creatieve vorming en dat soort vakken. Dan had je dubbele lesuren. Maar Ole had het na een minuut of veertig echt allemaal wel gezien, dan was hij klaar met de les. Dus pakte hij zijn tas in en stond op om naar de volgende les te lopen. Maar het vervelende was wel dat daar dan nog allemaal andere kinderen in het lokaal zaten. Ergerlijk vond Ole dat. Maar Ole had een rugtas met gadgets. In de tas zaten een kompas en een vergrootglas. Een paar dropjes voor als hij verdwaald raakte en zijn suikerspiegel begon te dalen, een thermodeken, een pakje pleisters en een doosje met lucifers.

Als hij stond te wachten op de gang tot hij eindelijk het lokaal in kon, gebeurde er nooit iets, echt helemaal niets. Uur na uur, na uur, dag in dag uit stond hij zich stierlijk te vervelen. Tot op de bewuste maandag. Na een vervelend uur wiskunde waar hij eigenlijk na een half uur al klaar was, maar uit fatsoen nog 10 minuten bleef zitten, want dat was een regel van zijn ouders, stond hij te wachten op de natuurkunde les. Daar had hij altijd heel veel zin in. Meestal bleef hij de volle 50 minuten zitten. Niet altijd, maar meestal wel. Vandaag zou hij de natuurkunde les niet mee maken, want terwijl hij met zijn kompas zijn exacte positie bepaalde, zag hij in zijn ooghoeken een aap wegschieten. Een aap! Weliswaar geen mammoet, maar een aap in school! Snel pakte hij pijl en boog uit zijn rugtas en ging op jacht.

Een paar minuten later begon de volgende les. Zonder Ole. En iedereen wist direct dat er iets niet helemaal in orde was. Ole die een natuurkunde les miste. En zo ging er een intern alarm af, de school ging op zoek naar Ole. Niet letterlijk natuurlijk, maar de kinderen en de leerkrachten keken allemaal in alle hoeken. In alle toiletten, onder de kapstok, achter de kasten, net alsof er een jongen van ongeveer 11 jaar achter een kast zou kunnen zitten, maar soms denken leerkrachten heel erg vreemd. En zo keek iedereen ook achter alle kasten. Vreemd maar waar.


Ole was niet op school. Nergens. En zo kwam er een telefoontje bij de dienstdoende politie agent terecht. ‘Ole is weg.’ ‘Dan is hij vast even plassen.’ ‘Ole heeft natuurkunde gemist.’ Dat was voldoende. Want het hele dorp wist dat Ole natuurkunde nooit zou willen missen. Behalve als hij een mammoet tegen zou komen. Maar hoe groot was de kans dat er een mammoet rond liep in het dorp? Laat staan dat er een mammoet op school zou lopen. Dat wisten alle volwassenen dus werd er snel een zoektocht op gang gezet. Ole werd vermist.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen