dinsdag 17 mei 2011

Vissen.

Oudste zoon heeft een paar hengels in de schuur gevonden. Met een kindernetje en een echt uitschuifbare telescopisch schepnet. Zoon heeft in de vakantie een viskoffer gekocht en mooie gekleurde blinkertjes. Die gebruik je om in het buitenland mooie exotische vissen aan de haak te slaan. Zoon vraagt aan mamma of er haakjes gekocht mogen worden om aan onzichtbare draadjes te knopen. Mamma vindt haakjes eng, dus verzint mamma de hele week nieuwe smoezen om maar niet naar de viswinkel te hoeven. Mamma’s opzet slaagt ten dele, maar pappa heeft ook nog wel ergens een viskoffer. Pappa heeft daar ook haakjes in. Gaat mamma mee op vissenjacht? Nee, want mamma kan niet stilzitten. Mamma mijmert aan de waterkant over bergen strijkgoed, een trap die nog geschilderd moet, kasten vol kleding die uitgezocht moeten worden en wolken stof onder bedden. Mamma gaat derhalve niet op een kleedje of op een opklapkruk in een groenstrook vol hondenpoep naar een dobber turen. Pappa ook niet. Zoon belt zijn peetoom. Peetoom heeft ook nog wel een koffer en een visnet en een supergeleide telescopische vishengel. Peetoom is meteen enthousiast. Visspullen worden in auto geladen, zonder brood, vang je toch niets mee. Maar met verse wurmen. Zelf uit de tuin gespit. Zoon gaat vissen. “Als ik een vis vang, moet u hem schoonmaken en dan bakken we hem en dan mag ik hem opeten”. Maar als hij heel erg groot is, mag mamma ook wel een stukje. Een klein stukje dan. “Wat voor vissen hebben we hier eigenlijk in de sloot?” Geen idee. Mamma kan niet door vervuilde donkere sloten kijken. Mamma ziet alleen haar eigen spiegelbeeld. Geen bodem met mooie rotsen waartussen scholen vrolijk gekleurde vissen zwemmen. Mamma ziet een vuilniszak in het water drijven en een fietsstuur steekt een stukje boven de waterspiegel uit. Maar geen vis te zien. “Geeft niets”, zegt zoon, “als ze maar lekker smaken”. En zoon en peetoom gaan op weg om dioxine vissen te vangen. Stiekem hoopt mamma dat er niets gevangen wordt.

Na een half uur zijn ze al terug. Het regende een beetje, dus de vissen werden nat. Zochten bescherming onder fiets en onder vuilniszak. Waren niet nieuwsgierig naar mooie blinkertjes. Waren trouwens ook al niet te zien onder water. “Er was eigenlijk niets ze zien”. Zegt Peetoom met een hand op bloedend oor. “O”, zegt zoon stralend. “Ik had wel beet, want mijn haakje zat ergens aan vast!”. 1 blik van mamma op bloedend oor van peetoom en mamma weet wat de vangst was. “Maar het haakje schoot los, dus we konden hem vanavond niet eten”. Gelukkig maar denkt mamma, maar mamma zegt: “volgende keer beter schat”. “Maar dan wel zonder haakje mompelt peetoom”.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen